Dag berg!

We lopen langzaam een wereld binnen van sneeuw en ijs. Bomen worden kleiner en krommer, veranderen in dor struikgewas en verdwijnen tenslotte....

Op een stenen terrasje bestellen we knoflooksoep. Ik neem twee lepels en schuif de kom moedeloos van me af. Ik kan niet meer eten. Koorts, een bonzend hoofd en een dikke keel van de misselijkheid.

We zijn in Pangboche, een stenen dorp dat op het randje van de bewoonde wereld balanceert. De laatste plaats waar mensen het hele jaar kunnen wonen. Verder naar boven dienen de gehuchten nog maar een doel: onderdak voor lopers in het klimseizoen. Zodra in december de winter begint, pakken de tijdelijke bewoners hun boeltje.

Het is diep in de herfst. De akkertjes zijn leeg. De oogst ligt hoog opgetast. Twee buurvrouwen maken een praatje. Een van de vrouwen ziet een plak yakmest liggen. Zonder te stoppen met praten, raapt ze het op en gooit de droge vlaai als een frisbee op het dak. Brandstof.

Vandaag lopen we naar Periche, een wandeling van slechts drie uur. We moeten er twee nachten blijven. 'Noodzakelijke acclimatisatiedag', schrijft onze reisgids. Periche ligt op 4240 meter en het lichaam moet wennen aan het hoogteverschil. De volgende stop, ook maar een paar uur lopen, ligt op vijf kilometer hoogte. Het is gevaarlijk de twee tochten aaneen te rijgen.

De wandeling naar Periche is een schuifeltocht door modder en sneeuw. De witte stilte wordt alleen doorbroken door opvliegende bergkraaien.

T. en ik klimmen zwijgend. T. voorop, ik een meter of tien achter haar. Mijn adem komt in stoten en mijn hart klopt bijna uit mijn borst. Het is de hoogte. Een bruggetje over de dichtvriezende bergbeek bij Periche. Het is maar een plank. Een winterkoninkje hipt op de besneeuwde wallenkant.

Het uitzicht op Periche is prachtig maar tegelijkertijd het summum van verlatenheid. Een groepje huizen temidden van ijzige pieken. Alle onregelmatigheden duidelijk afgetekend tegen de felblauwe lucht en de stralend witte sneeuw. Alsof alles een zwarte tekenlijn heeft en de kleuren later zijn ingevuld.

De kozijnen van de vuilwitte huizen zijn vrolijk blauw geschilderd. Op de top van een stapel gebedsstenen staat een yakschedel en waaien wat bossen haar. De zon schijnt met een meedogenloze hardheid en de lucht die ik inadem lijkt bevroren. Alsof je op een ijspegel zuigt.

Ik volg de bergbeek, Periche in. De stroom is grotendeels bedolven onder sneeuwbanken. Het water kabbelt met vertraging. Je ziet het dik worden en bevriezen. Yaks krabben naar voedsel in de sneeuw.

We vinden een herberg met een broeikasje. In deze glazen zonnekamer is het warm. We pellen lagen kleren af. Ik stop met de traditionele rijst met aardappelen en probeer geroosterd brood met jam. Nog teveel. Na een uurtje doezelen in de zon ren ik naar buiten. Kotsmisselijk. De afwas staat op het plaatsje, op de grond. Ik grijp een pan.

Duizelig en rillend, en me dood schamend voor het misbruik van keukengerei, ga ik op mijn bed liggen. Ons slaaphokje is ijskoud. Ik prop mijn donsjack in de slaapzak, bij mijn voeten en hang mijn fleecetrui over mijn schouders. De muts gaat op, sjaal voor mijn gezicht en ik probeer me te verliezen in de slaap.

Ik word wakker van de koorts en een bonzende hoofdpijn. Ik stop een digitale thermometer in mijn mond: 34 graden. Of ik ben dood of de thermometer is ontregeld door de hoogte. Dat kan, water komt hier ook heel snel aan de kook. T. moet als ijkmeter dienen. Zij heeft 31,5 graden. Dan zou ik dus een graad of 39 hebben, rekenen we uit. In Periche staat een klein hospitaaltje, gespecialiseerd in hoogteziekte. Bij de voordeur zit een man met een asgrauw gezicht. Hij draagt een donzen skipak. Een baard van een paar weken. Hij kijkt met zijn diep liggende ogen langs me heen. Alsof er een lijk op de stoel zit. Hoogteziekte, verdwaald in de bergen, in een gletsjerspleet gevallen?

In de deuropening staat de arts. Ook warm aangekleed met muts en sjaal. Het ziekenhuisje heeft geen verwarming. Ik heb voorhoofdsholteonsteking, luidt de conclusie. Geen hoogteziekte, mijn zuurstof opname is prima. Meteen een doos pillen en het advies snel af te dalen. Op vijf kilometer hoogte word je niet beter, zegt de dokter.

Ik wil naar Everest. Ik pieker de hele dag. Mag ik zo onverstandig zijn om door te lopen? Als ik nou een beetje doordouw? En hoe vertel ik het T., als ik zou stoppen? Ik besluit toch terug te gaan. Geen blik op oneindig en verstand op nul. Mount Everest is maar een berg. Toch? T. gaat alleen door. Nog twee dagen. Ik zal uiterst langzaam naar beneden lopen, met een omweggetje. We ontmoeten elkaar weer in Namche Bazar.

Ik ben niet de enige. Een vader en zoon uit de Verenigde Staten besluiten uit elkaar te gaan. De zoon holt in een dag het uitzichtpunt op voor Mount Everest en zal zijn kort ademige vader daarna inhalen. Een Indiaas gezin voert noodoverleg. Vader wil per se de volgende dag weer lopen, ze hebben nog maar een week. Maar de adolescente dochter voelt zich ziek. Blijkt dat ze zonder pauze vanaf Lukla zijn komen lopen. Vragen om hoogteziekte.

Zelfs de 'laagland-Nepalezen' voelen zich ook niet lekker op deze hoogte.

Boven mijn hoofd vliegen helicopters af en aan. 'Gebroken benen', denk ik eerst. Maar de machines zijn gevuld met gefortuneerde Japanse toeristen. In Namche Bazar staat een luxe hotel van een Japanse zakenman. De hotelgasten hebben extra zuurstof in hun kamer en kunnen terecht in een decompressietank wanneer ze hoogteziekte krijgen. Elke dag vertrekken helicopters vol Japanners richting Everest. Even een voetje op de vloer en ze zijn weer weg.

Ik pak mijn rugzak en neem voorlopig afscheid van T. Ik ben eigenlijk opgelucht. Na een uur lopen komen de bomen weer terug en kan ik al wat gemakkelijker ademhalen. Na nog een uur lopen, eet ik voorzichtig een soepje in de zon. De eigenaresse van de uitspanning komt bij me zitten en we keuvelen over onze familie. De berg Ama Dablam komt weer langzij. Ik zwaai naar Everest: 'Dag-berg-zomaar-een-berg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden