Is snellezen een slimme sluiproute om je leesberg te verkleinen?

De Gids tijd besparen

Cursussen snellezen in overvloed. Werken ze ook echt?

Is snellezen een slimme sluiproute om je leesberg te verkleinen? Beeld Lars Deltrap

Snellezen lijkt een interessante truc om meer werk gedaan te krijgen in minder tijd. Geen wonder dat er volop (al dan niet online) cursussen in gegeven worden. Maar werken ze ook echt?

Een stapel wetenschappelijke artikelen die ik nog moet lezen. Kranten van weken terug die ik niet onaangeroerd durf weg te gooien. En dan ook nog die ene roman waar ik al maanden in bezig ben. De luwte van de zomervakantie lijkt de perfecte tijd om eindelijk eens al dat leeswerk in te halen. Dan valt mijn oog op een flyer. ‘Volg een cursus snellezen en houd tijd over!’ Klinkt als de ultieme droom in een wereld waar we alsmaar meer informatie voor onze kiezen krijgen. Meer lezen in minder tijd: zo hoef ik voortaan geen leesbergen meer in te halen maar blijf ik ze zelfs vóór. Hoe doe je dat, snellezen, en werkt het ook echt?

Plekken waar je kunt leren snellezen zijn er genoeg. Op carrièreplatform Intermediair staan al 48 opleidingsinstituten opgesomd. Diverse universiteiten bieden snelleestrainingen aan voor studenten en medewerkers. En dan zijn er nog talloze blogs, YouTube-video’s en online cursussen die onwaarschijnlijk hoge leessnelheden beloven.

Ervaren volwassen lezers kunnen over het algemeen tussen de 200 en 400 woorden per minuut aan. Ga zelf maar eens na wat jouw leestempo is: pak een tekst die je nog niet gelezen hebt, zet een timer op 60 seconden, en lees hem zoals je dat normaal ook zou doen. Tel vervolgens hoeveel woorden je hebt kunnen lezen. Herhaal dat een aantal keer met andere teksten en reken je gemiddelde uit.

Snelleestrainers beweren dat je met een paar trucs twee, drie of vier keer zo snel kunt lezen. Volgens de Amerikaanse productiviteitsgoeroe Tim Ferriss kan je met zijn PX-snelleesmethode een tempo bereiken van wel drieduizend woorden per minuut, oftewel één pagina in 6 seconden. Het levert niet alleen tijdwinst op, snellezen zou er ook voor zorgen dat je de informatie sneller opneemt. Volgens voorstanders kan je brein namelijk veel sneller werken dan het tempo waarop je leest, waardoor het niet genoeg te doen heeft en afdwaalt. Hoe sneller je leest, hoe minder je brein dus de kans krijgt om af te dwalen.

Klinkt goed. Hoe word je een snellezer? Ik besluit een online cursus van trainingsbureau GoodHabitz te doen. Daarin wordt beweerd dat je drie dingen moet afleren: het in je hoofd voorlezen van tekst, terugspringen naar woorden die je al gelezen hebt en het focussen op slechts één woord per blikopslag. De methode van Ferriss is vooral gericht op die laatste twee aspecten. In hoeverre slaan de trucs ook ergens op? Ik leg ze voor aan Gesa van den Broek, onderwijsonderzoeker aan de Universiteit Utrecht, die zelf ook geïntrigeerd raakte door snellezen.

1. Stoppen met ‘subvocaliseren’, het in je hoofd voorlezen van tekst

Veel mensen die een tekst lezen, horen hem in hun hoofd alsof hij wordt voorgelezen. Volgens de theorie van het snellezen doen we dat, omdat we als kind eerst leren hardop te lezen en daarna pas in onszelf. Nadelig, want ‘je spraaksnelheid is vele malen trager dan je denksnelheid’, zegt GoodHabitz. ‘Als je leest, stuur je de informatie dus op spraaksnelheid naar je hersenen, terwijl die veel meer aankunnen.’ Maar hoe je dat dan afleert? De meeste cursussen komen niet verder dan dat je kauwgom moet kauwen terwijl je leest.

In het boek Snellezen voor Dummies, waar de GoodHabitz-cursus op gebaseerd is, valt nog iets anders op. Het boek schotelt je een tekst voor over de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog en vraagt je te timen hoe lang je erover doet. Vervolgens krijg je nog een keer dezelfde tekst te zien, maar dan opgehakt in korte stukken van vier of vijf woorden. Het idee is dat je zo’n cluster in één keer begrijpt, niet hoeft te subvocaliseren en dus sneller leest. Maar wanneer je een tekst voor de tweede keer leest, zal dat altijd sneller gaan dan de eerste keer. Het is een truc die bij veel cursussen en snelleesvlogs opvalt: je past de besproken foefjes toe op telkens dezelfde voorbeeldtekst. Geen wonder dat je er dan in sneltreinvaart doorheen gaat.

Het in je hoofd voorlezen heeft volgens wetenschappelijke studies naar snellezen wel degelijk een belangrijke functie. Het vertalen van visuele informatie (geschreven woorden) naar audiovorm helpt lezers om een tekst te begrijpen. ‘Lezers activeren de klanken van woorden automatisch als ze stil lezen’, zegt de Utrechtse onderwijsonderzoeker Van den Broek. ‘Als je dat proces onderbreekt, verslechtert het begrip.’ Bij experimenten waarbij proefpersonen het voorlezen moesten onderdrukken, konden ze vragen over de tekst vervolgens minder goed beantwoorden. Van den Broek noemt het ‘vertalen’ van geschreven woorden naar klanken een nuttig middel om taal beter te begrijpen, dat ook ervaren lezers helpt  zeker bij complexe teksten.

2. Minder ‘regressie’: terugspringen in een tekst omdat je iets nog niet helemaal begrepen hebt

Vaak spring je halverwege een zin toch weer terug naar het begin omdat je een woord niet goed begrijpt, of de structuur niet helemaal kunt volgen. Dit teruglezen noemt GoodHabitz ‘één van de meest vertragende factoren in het lezen van een tekst’. Tijd om er korte metten mee te maken dus. Dat kan door (bij een tekst op papier) een pen of andere aanwijzer te gebruiken die je continu verder schuift. Je dwingt je ogen zo om de aanwijzer te volgen en steeds verder te gaan in de tekst, in plaats van terug te springen.

Maar volgens de wetenschap is regressie soms nou eenmaal nodig, en het is bovendien ook niet alsof je continu aan het teruglezen bent. Volgens een Amerikaans onderzoek springen ervaren lezers maar zo’n tien tot vijftien procent van hun leestijd terug in een tekst. Als je dat zou schrappen, levert dat dus geen enorme tijdswinst op. Het zou wel weer ten koste gaan van je tekstbegrip, zegt ook Van den Broek, want je springt juist terug omdat je iets nog niet begreep. Taal is immers vaak ambigu, dus je weet soms pas verderop in een zin hoe je een bepaald woord had moeten interpreteren.

3. Meer woorden in één oogopslag zien en gebruikmaken van de randen van je blikveld

Je denkt misschien regels in één vloeiende oogbeweging te lezen, maar je ogen focussen telkens op een klein stukje van de tekst. Dat levert een schokkerige beweging op. Probeer maar eens: doe één oog dicht en leg er een vinger op. Lees vervolgens met je andere oog een regel tekst, en je zult de schokkerige beweging van je ogen voelen. Hoe minder van die bewegingen je nodig hebt, en hoe meer tekst je dus in één oogopslag ziet, hoe sneller je een tekst kunt uitlezen. Dat is althans de gedachte van de snellezers.

Het is de vraag of je met deze truc nou veel opschiet. Volgens Van den Broek wordt ons leestempo vooral bepaald door onze taalvaardigheid, bijvoorbeeld de snelheid waarmee we woorden herkennen, verwerken en begrijpen. Dus niet door hoeveel je tegelijk kunt zien. Ze wijst op onderzoek waarbij gemeten is hoeveel woorden een lezer tegelijkertijd verwerkt. Je verwerkt namelijk niet alleen het woord waarop je focust, maar ook de woorden die erop volgen. Zowel lezers van Chinese als Engelstalige teksten zien gemiddeld twee woorden tegelijk. Maar daarvoor kijken mensen in het Chinees naar slechts drie tekens, terwijl dat er in het Engels vijftien zijn. ‘Hoeveel lezers tegelijkertijd kunnen waarnemen, lijkt dus meer beperkt te zijn door de hoeveelheid inhoudelijke informatie: twee begrippen. Niet door de hoeveelheid visuele tekens waar je naar kijkt, die verschilt immers in beide talen.’  

En dan zit er volgens de onderwijsonderzoeker nog een denkfout in de snelleestheorie: de theorie is ‘dat je tijdens oogbewegingen geen informatie opneemt uit de tekst. Maar de verwerking van woorden gaat ook door terwijl je ogen beweegt. Het aantal oogbewegingen verminderen levert dus geen tijdswinst op.’

Is er dan nog hoop voor mijn zomerstapel?

Van den Broek: ‘Snelleestheorieën doen allerlei pseudowetenschappelijke beloftes en de onderbouwing met onderzoek is vaak nogal mager. Ze beloven dus helaas meer dan ze waar kunnen maken.

‘Het blijft zoeken naar een middenweg tussen de snelheid waarmee je leest en de details die je oppikt. Als die niet zo belangrijk zijn en je alleen een overzicht wilt van een tekst, dan kun je daarvoor wel (snel) strategisch scannen. Dat doe je door gericht titels en tussenkopjes te lezen en alleen de eerste en laatste zinnen van elke alinea.’

Wat werkt dan wel? Meer lezen! 

Van den Broek: ‘Voorkennis over een onderwerp maakt je sneller, en het helpt als je de gebruikte woorden in een tekst goed kent. Als je veel leest, kun je je woordenschat uitbreiden en word je sneller in het herkennen van zeldzame worden, waardoor je teksten eerder uit hebt.’

De enige manier om mijn zomerstapel te verslaan, is dus door ermee aan de slag te gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden