Cornwall is als het begin van de wereld, schitterend

Het heet Poldark-toerisme, naar een BBC-serie, en gaat over mensen die het ruige Cornwall opzoeken, de mijnwerkerskust van toen.

De Botallack Mine aan de noordkust van Cornwall. Beeld Matthew Jessop / Visit Cornwall

Het met mos begroeide klifpad bij de Levantmijn aan de noordkust van Cornwall ziet er verleidelijk uit. Een hek moet mensen ervan weerhouden net als de romantische televisieheld Ross Poldark naar de zee af te dalen, met ontbloot bovenlichaam. De zon schijnt, het avontuur lonkt en ik kijk mijn vrouw aan. Ze leest mijn gedachten. 'Niet doen', gebiedt ze lachend. 'Je bent geen Poldark.'

We zijn in het hart van Poldark-land, hier populair geworden door de BBC-serie gebaseerd op een boek van Winston Graham. Daarin keert Ross Poldark na de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog terug naar Engeland, zijn geboorteland. De knappe Cornishman wil samen met zijn streekgenoten drie mijnen redden uit de hebberige handen van eigenaar George Warleggan, ondertussen strijdend om de beeldschone Demelza. De Levant Mine is 'zijn' mijn.

Het pad leidt naar een schacht. In vroeger tijden klauterden hier elke ochtend tientallen mannen naartoe om nog een uur ondergronds te 'forensen' naar een plek diep onder de zee, waar ze naar tin en koper groeven. Boven de 30 was je een veteraan, en een geluksvogel. Bijna honderd jaar nadat 31 mijnwerkers hier het leven verloren bij een ramp, is de mijn een toeristische attractie. Er zijn plannen om een mijnschacht - niet die bij zee - voor bezoekers te openen.

Nu is de 170 jaar oude stoommachine de voornaamste bezienswaardigheid, naast de bakstenen mijngebouwen en hun schoorstenen, die als getuigen van het verleden verspreid liggen aan deze 'tinkust'. Dat het aantal bezoekers aan de Levant Mine de afgelopen twee jaar is gegroeid naar honderdduizend per jaar, komt dus mede door Poldark, de serie die menigeen betovert - de ware hoofdrolspeler is het ruige landschap.

Ross Poldark, de archetypische Cornishman. Beeld Matthew Jessop / Visit Cornwall

Etnische minderheid

Voor het verarmde Cornwall is dit toerisme een zegen. Sinds de teloorgang van de mijnindustrie - de laatste mijn sloot in de jaren tachtig - is het op zoek naar een nieuwe bron van inkomsten. Hoe zegenrijk het toerisme ook mag zijn, de Raad van Europa waarschuwde onlangs voor de disneyficatie van de 'grote teen' van het Verenigd Koninkrijk. Sterker, de regering in Londen zou zich schuldig maken aan het onderdrukken van de Cornish, die drie jaar geleden de officiële status van etnische minderheid hebben gekregen.

Ooit was ik hier te gast bij de Ghost Research Society en ben ik met enkele leden in een steengroeve bij Truro op zoek gegaan naar spoken - helaas waren die er die dag niet. En vorig jaar was ik in Padstow, beroemd van topchef Rick Stein, om er de Brexit-stemming te peilen. Out! Out! Out!, luidde het toen; en Cornwall stemde voor het verlaten van de Europese Unie. David Cameron had het kunnen weten, als surfer kwam hij graag en geregeld in Cornwall.

Ross Poldark, de archetypische Cornishman.

Mediteraan

Het graafschap doet denken aan Italië, met de Scilly-eilanden toepasselijk als Sicilië. 'Cornwall is erg antiek: grote, zwarte, uitstekende kliffen en rotsen', schreef romancier en mijnwerkerszoon D.H. Lawrence: 'Als het originele donker, en een bleke zee breekt door, als de ochtendstond. Het is als het begin van de wereld, schitterend.'

Door de schrijver van Lady Chatterley's Lover zijn we op het idee gekomen in mediterrane stijl met de Cornish Riviera Express te vertrekken, 's avonds vanuit het Londense Paddington Station. De reis valt niet mee. Door het smalle bed en het gehobbel kom ik amper aan slapen toe. Na acht uur rijdt de trein Penzance binnen, 480 kilometer van de hoofdstad. Verwacht - zeker 's morgens vroeg - mooie zeegezichten, maar geen full British breakfast aan boord.

Lees verder onder de foto.

Ross Poldark, de archetypische Cornishman. Beeld Matthew Jessop / Visit Cornwall

Met boemeltreinen gaan we door naar het pittoreske kustplaatsje St. Ives: zo moet het honderd jaar terug zijn gegaan, toen kunstenaars er neerstreken en het dorp drastisch veranderden. Waar in Nederland treinen naar de kust rijden, lopen ze op het eiland vaak lángs de kust. Bij zware stormen kan dat problemen opleveren - in 2015 was Cornwall maandenlang niet te bereiken per trein; de spoorlijn bij Dawlish was weggevaagd - maar bij mooi weer is het schitterend.

Het schiereiland telt twee stranden, een druk en een relatief rustig. Als we een cream tea drinken op een balkon van een café-restaurant zien we niet alleen plezier- en vissersboten, maar ook zwemmers. Hoe vroeg ook in het jaar, het strandplezier is er al. Wie meer om kunst geeft: het Barbara Hepworth Museum is een aanrader, terwijl de plaatselijke vestiging van de Tate Gallery de moeite waard is voor liefhebbers van moderne kunst. Het uitzicht op de Atlantische Oceaan is er voor iedereen.

Land's End

Wie verder Cornwall in wil, richting Land's End, kan kiezen voor bus, auto of sportfiets - of goede wandelschoenen. De B3306, West Cornwall Coast Road, slingert over heuvels en langs kliffen. Met wat geluk valt er in de oceaan een zeehond te ontwaren. Naast de kerk staat een pub, The Tinner's Arms geheten - zo hoort het.

Het middeleeuwse kerkje is wel een uitzondering. De meeste gebedshuizen in dit deel van het land zijn niet anglicaans, maar methodistisch: zo sober als de kerkgangers zelf. Het calvinisme van John Wesley was een steun voor de mijnwerkers. Het geloof bood geen materiële bijstand, wel de troost van een hemels huis, ver weg van de gammele ladders, de ondergrondse hitte en het giftige arsenicum.

Nog steeds klinken de kreten van hoop en geloof van de tinners in de wind die over dit mythische landschap jaagt. Een eeuw na de ramp is de in 1930 gesloten Poldark-mijn gewijde grond. Dat verklaart waarom een door de National Trust geplaatste parkeermeter eerder dit jaar uit de grond werd getrokken door buurtbewoners. Zo is de archetypische Cornishman, belichaamd in Poldark: koppig, sterk en onbevreesd. 'Waar een mijn is, ligt een Cornishman op de bodem', luidt een plaatselijke wijsheid.

Lees veder onder de foto.

Het mythische landschap van Land's End. Beeld Matthew Jessop / Visit Cornwall

De Cornish praten graag over hun geschiedenis. Dat doet ook Tony Bairstow, een gepensioneerde verzekeringsinspecteur die ons vergezelt. 'Het is een apart stuk land, ver weg van Londen en tegen de machthebbers daar. In de gloriedagen van de mijnen waren er aparte mijnwerkersrechtbanken, de zogeheten Stannary Courts, waar jury's het stelen van je buurmans beitel als een zwaarder vergrijp beschouwden dan overspel met diens vrouw. Die drang naar zelfstandigheid zie je ook bij Poldark.'

De serie duikt overal op in het landschap. 'Zie je dat enorme huis daar?', vraagt Bairstow, wijzend op een villa bij Cape Cornwall. 'Dat is Porthledden, van de mijneigenaar Francis Oats, rijk geworden in Zuid-Afrika. Hij diende als inspiratiebron voor Poldark.'

De kaap

Wie op de kaap staat, kan op een heldere dag de Scilly-eilanden zien liggen. De kaap is het westelijkste puntje van het Britse vasteland, een eer die voorheen naar Land's End ging. Land's End, dat is een van de bekendste plekken van Engeland en het start- of aankomstpunt van menig fiets- en wandeltocht naar het Schotse John O'Groats. De plek is ook een voorbeeld van hoe menselijk - lees: commercieel - ingrijpen een natuurgebied kan aantasten. De attracties bij het bezoekerscentrum maken een afgeleefde indruk.

Hoe anders is dat in Porthcurno, een paar kilometer zuidwaarts, waar zich het Minack Theatre bevindt. Onderweg zien we hoe het gevecht met stenen een constante is in Cornwall: langs de wegen staan Keltische kruizen, er zijn megalithische steencirkels en talloze steengroeven waar de granieten stenen zijn uitgehakt om huizen mee te bouwen. Maar wat Rowena Cade met haar theater heeft gemaakt, tart elke verbeelding. Deze dochter van een fabriekseigenaar heeft tegen de klif, steen voor steen, een Romeins amfitheater gebouwd.

Aan de kust bij Porthcurno is het goed surfen. Beeld Adam Gibbard / Visit Cornwall

In 1929 vond hier de eerste voorstelling plaats, A Midsummer Night's Dream. Tachtig jaar later - en 34 jaar na de dood van de excentrieke Cade - is het nog steeds de dromerigste plek om een theatervoorstelling te zien. 'Een betere locatie voor William Shakespeares toneelstuk The Tempest bestaat niet', weet Rachel, een jonge Cornishe, uit eigen ervaring. 'In de pauze van de voorstelling tuurden we over de zee en zagen dolfijnen uit het water springen. Dat zie je nergens anders.'

In de tijd van Shakespeare maakte een ander kustdorp van Cornwall geschiedenis. Ruim 10 kilometer oostwaarts werd Mousehole op 23 juli 1595 aangevallen door de Spanjaarden. Het enige huis in het dorp dat de aanval overleefde was dat van de edelman Jenkyn Keigwin, die zijn verzet, zo meldt de gedenkplaats, met zijn leven moest bekopen.

Lees verder onder de foto.

Mousehole werd in 1595 vernietigd door de Spanjaarden. Beeld Adam Gibbard / Visit Cornwall

Vissersplaats

Cornwall is zo mooi dat het een geliefde plek is voor vakantiewoningen, waar plaatselijke bewoners gemengde gevoelens over hebben. Het is stil in de winter en des te drukker in de zomer. In de vissersplaats Newlyn, iets verderop, is het altíjd druk. Dit is de beste plek om traditioneel Cornwall aan het werk te zien, de vissers die de netten vol heek, tong en andere vissen legen om ze vervolgens te verhandelen op de vismarkt.

Wie verhalen over de zee zoekt, moet naar de Swordfish Inn, een vissers-herberg. Vaste gast daar is Pat Harvey, een visser en stuurman van een van de twee plaatselijke reddingsboten, iemand die beide gezichten van de zee kent. 'De kust is nergens mooier dan hier, maar vanwege de rotsen en kliffen zit je in de val als het misgaat. We rukken ongeveer 65 dagen per jaar uit om mensen te redden, van surfers tot vissers. Voor onze voorvaderen was het moeilijker, die gebruikten roeiboten om mensen te redden.'

Hoogtepunt

In de verte doemt het hoogtepunt van de rondreis op, letterlijk: St Michael's Mount, het broertje van de Franse Mont Saint-Michel. Deze rots, die bij eb te voet bereikbaar is, was de plaats waar de Cornish lang geleden hun tin heen brachten om te verhandelen met de Feniciërs; in de middeleeuwen werd dit een pelgrimsoord voor Benedictijnse monniken. Voor de Cornish is 'the mount' bovenal een bastion van graniet, dat bescherming biedt tegen vijanden.

Lees verder onder de foto.

St Michael's Mount, het broertje van de Mont Saint-Michel. Beeld Matthew Jessop / Visit Cornwall

We reizen erheen via het dorp Marazion, waar een hotel is vernoemd naar de landheer die de Spanjaarden had weggejaagd uit Mousehole: Godolphin Arms. Bij eb lopen we naar de rots met het kasteel waar sinds de 17de eeuw de St Aubyns wonen, de grootgrondbezitters.

Schilderachtig zijn de tuinen die aan de voet van de rots zijn aangelegd. Door de subtropische golfstroom en het graniet, dat warmte vasthoudt, groeien er onder meer Mexicaanse agaven, Zuid-Afrikaanse aloë's en Indiase gemberlelies. Een prachtige plaats voor een picknick, om de zware geur van de zee in te ademen en verder te lezen in Winston Grahams boek over Poldark.

'De golven waren schaduwen,' staat er, 'slangen onder een donsdeken, bijna ongezien kruipend totdat ze als troebele rimpelingen opdoken aan de rand van het water.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden