Castro's Cuba bestaat nog

Op Cuba kun je op een officiële manier kamers huren. Maar er is ook een bloeiend informeel circuit. Via via kom je op bijzondere plekken.

Beeld Karin Anema

'Buurvrouw! Schoonheid!' roept een man met ontbloot bovenlijf als hij me voor een gesloten deur ziet staan. Op de derde verdieping steekt Ana haar hoofd door het raam. 'Amiga!' Ze laat een sleutel aan een touwtje zakken. Het gaat goed met Ana. Twee jaar geleden huurde ik al een kamer bij haar in Havana. Nu heeft ze een mooier huis, met meer kamers. Druk pratend belanden we op haar dak, met een fraai uitzicht op de befaamde Malecón Boulevard. In dit verhaal is haar naam en die van de andere illegale kamerverhuurders gefingeerd, om hen te beschermen.

'Hola Andreas!', groet Ana haar buurman die op een ladder staat bij een duivenhok. Andreas haalt de ketting van het hok: duiven zijn geliefd in Cuba, en peperduur. Hij gebaart in alle richtingen over de daken en vertelt wie allemaal duiven houdt. 'Om te gokken, natuurlijk!' Zijn ogen schitteren. 'Natuurlijk, gokken is verboden. Maar wat op de daken gebeurt, is veilig.' Hij geeft een denkbeeldige ruk aan zijn baard om Fidel aan te duiden.

Het Cuba van Castro bestaat nog, ook al voert zijn broer Raúl zachtjesaan economische hervormingen door. Maar nu de relatie met de VS verbetert en meer buitenlandse investeerders toegang krijgen, lijkt het elegante verval ten einde.

Een goede reden nog snel een kamer te boeken in een van de officiële B&B's, herkenbaar aan het blauwe vignet op de deur, en daarna discreet het informele circuit in te verdwijnen. Laat je doorsturen naar familieleden of vage kennissen, schuif aan in illegale eettentjes en koop je spullen bij scharrelaars. Ver weg van de route die het Cubaanse Verkeersbureau bedacht voor toeristen.

Beeld Karin Anema
Beeld Karin Anema

Een kamer huren

Begin bij websites als casaparticular.org en cuba-junky.com. Schoon en goed, vanaf euro 20. Tip: negeer Cubanen die je op straat een 'casa particular' aanbieden.
Sinds begin april biedt Airbnb ook kamers aan op Cuba. Vooralsnog alleen voor Amerikaanse gebruikers van de website. De site maakt gebruik van circa duizend bestaande b&b's.

Collectieve taxi

'Waar ga je naartoe?', vragen kamerverhuurders standaard aan hun gasten. 'Ah!, dan bel ik die en die voor je.' Elkaar gasten toespelen is een betrouwbaar en goed systeem. Ana stuurt me naar een volgend adresje in Pinar del Río. Met een collectieve taxi, waar vier verschillende banden onder zitten en waarvan de deuren met ducttape zijn gerepareerd, rijden we door suikerrietvelden, met in de verte het silhouet van de bergen.

We passeren Cubanen op stokoude fietsen. In de schaduw van viaducten reguleren ambtenaren in geel uniform het liften. Wie meer kan uitgeven, wappert met een bankbiljet langs de kant van de weg. Onze tegenliggers zijn stokoude Russische tractoren en gedeukte barrels uit de jaren vijftig.

Bij de bushalte in Pinar del Río ontmoet ik de gespierde Mario, in shorts en hemd. Samen lopen we naar zijn huis, waar zijn vrouw me in nachtpon hartelijk ontvangt. Van huur willen ze niets weten, alleen een traktatie: dagelijks Nestlé-ijsbekers. Mario was ooit een militair die brieven ondertekende met 'venceremos' (we zullen overwinnen), maar dat doet hij niet meer. Als hij voor zijn dagelijkse hardlooptraining de deur uitgaat, ga ik met hem mee. We rennen op de enige snelweg die Cuba rijk is. Het hoefgeklepper van karrepaarden overstemt het motorgeluid van een passerende toeristenbus, voor de rest is de weg leeg.

Vanaf de veranda volg ik het leven op straat. Alleen al daarom is een casa particular geschikt om het Cubaanse leven te leren kennen. Meisjes slenterend langs in strakke shorts en netkousen. Bewoners zitten op stoepjes. Als een man tegen je praat, strooit hij er knipogen tussendoor. En dat alles onder het wakend oog van nationale held José Martí, die als buste in veel voortuinen staat. Tussen het wapperende wasgoed.

De Malecón Boulevard in Havana. Beeld Karin Anema

Sigaren en rum

Vooral in de illegale bed & breakfast's is het een komen en gaan van mensen. Je zit niet afgezonderd in een kamer, maar wordt onderdeel van het gezin. De buurjongen die werkt in een sigarenfabriek, komt sigaren verkopen. In Cuba werk je nu eenmaal om spullen van het bedrijf na werktijd te ruilen of te verkopen. Ene Diego neemt me mee de straat op. De dertiger, met veel goud in zijn mond en om zijn polsen, blijkt populair.

Dikbuikige hotelmanagers, getatoeëerde mannen en een oude Cubaan met een handeltje oude paraplu's aan zijn fietsstuur: allemaal slaan ze Diego op de schouder en kopen ze loten bij hem. Twee keer per dag gokken ze in Cash3Loteria Miami. Op de radio hoorde Diego over de loterij van de Cubaanse gemeenschap in Miami. Een kopie had hij zo gemaakt. Aan de keukentafel van zijn compagnon telt hij een dikke stapel bankbiljetten. Het goud op Diego's tanden is zijn spaarrekening. De vrienden, allesbehalve patriotten, hebben al zes pogingen gedaan om het eiland te ontvluchten. Zes keer mislukt. Vanuit Miami, denken ze, zouden ze hun kinderen beter kunnen helpen.

Op de punt van het eiland, fluisterde een informant, ligt een dorpje zoals dat ooit aan het begin van de revolutie is bedacht. Hoewel er maar twintig huizen staan, is er toch een schooltje en een staatswinkel. In een vrachtwagentje reis ik ernaartoe. Langs tabaksplantages en dorpen met flats in sovjetstijl. Overal hangen Cubanen rond met hun blik op oneindig. Voor veel huizen staan kartonnen bordjes met 'te koop' of 'te ruil'.

De weg hobbelt verder. Zelfs de billboards met Fidel erop worden schaars. In het donker kom ik aan en hoor ik de golven op het rif breken. Onder een palmdak spelen dorpelingen domino. Op een tafeltje naast hen staan sigaren en rum.

Beeld Karin Anema
'Het leven op de daken is een wereld apart, zeker in Havana.' Beeld Karin Anema

Illegale vissers

Marilys, bij wie ik een kamer huur, roemt het familiegevoel in het bunkerachtige dorp. Haar huisje is vol-gestouwd met fonkelnieuwe meubels en sanitair. Maar de douche heeft geen kraan en het glanzende toilet heeft geen water. Achter gordijnen ligt een voorraad nieuwe spullen. Waar ben ik in terechtgekomen?

Rond middernacht klopt Marilys op mijn deur: of ik een inktvis wil kopen.

'Amiga!', roept Marylis als ik 's ochtends op een gehuurde fiets wegga. 'Zeg tegen alle toeristen dat ze bij mij kunnen eten.' Maar op de lange weg over de landtong - aan de ene kant mangroves en aan de andere kant sikkelvormige strandjes van wit zand - kom ik alleen een visser tegen. Een visser zonder boot; vissen is verboden in het nationale park. Dus vist hij met een harpoen. Als hij naar de stad gaat, uren rijden van hier, knipt hij de lange sprieten van de langoustines af en stopt de kreeftenlijven in een kistje. Hij laat zien waar hij zijn vistuig onder palmbladeren heeft begraven. 'Er zijn stillen in het dorp.' Hij maakt een gebaar van een lange tong tot aan de grond.

Illegale vissers, verkopers en kamerverhuurders lopen een risico. De visser: 'Toen ik een kamer had verhuurd aan een buitenlander, ben ik verklikt en zwaar beboet. Jij huurt ook bij een illegale verhuurster. Maar omdat zij getrouwd is met een man wiens broer politieman is, geniet zij bescherming.'

In een huiskamerrestaurant van een Cubaans gezin. Beeld Karin Anema

Strakke truitjes

In het dorp staat ook een militaire post, bedoeld om korte metten te maken met de drugshandel en bootvluchtelingen. Dan is het gek, of misschien juist niet, dat in de tuin van mijn logeeradres een groot vlot van piepschuim staat.

In de bus terug naar Havana, denk ik aan de Cubaanse tv-serie A otro con ese cuento, 'Maak dat je grootje wijs'. Dat komische programma staat overal aan: alle stereotypen van het eiland worden erin op de korrel genomen. Vrouwen in strakke truitjes, mannen op zoek naar liefde en extra inkomsten, de kolderieke ontmoetingen op straat. Pure satire, denk je eerst. Lekker overdreven. Maar na een rondje casa's weet je beter: zo is Cuba echt.

Pinar del Río, met een wapperende nationale vlag. Beeld Karin Anema
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden