de gids burn-out

Brankele Frank over haar burn-out: ‘Wie ben je nog als je alleen maar op de bank kan zitten? Dat is echt een enorme knauw voor je zelfvertrouwen’

Neurobioloog Brankele Frank (31) pushte zichzelf tot het uiterste, tot ze drie jaar geleden de grens had bereikt en helemaal niks meer kon. Tomeloze ambitie en gedrevenheid kwamen tot stilstand in een burn-out. ‘Ik kwam erachter dat ik mijn identiteit altijd had vereenzelvigd met mijn prestaties. En ik vond het heel moeilijk dat los te laten.’

Brankele Frank Beeld Randy Fokke

Wat was je situatie toen?

‘Ik werkte destijds als strategieconsultant bij McKinsey aan een project in Schotland. Elke maandagochtend was ik rond half 8 op Schiphol om daar om half 9 – wat dan dus weer half 8 was – te kunnen beginnen. Ik werkte heel hard en maakte lange dagen, en was tegelijkertijd aan het trainen voor een triatlon. Als ik dan ’s avonds om 10 uur in mijn hotel was en had gegeten, ging ik nog even 10 kilometer hardlopen en daarna door met werken tot een uur of 1 ’s nachts. 

‘En vanaf het moment dat ik op donderdagavond terugkwam in Nederland tot en met zondagavond, probeerde ik mijn sociale leven tot het maximale te benutten. Natuurlijk uit angst dat ik anders helemaal geen leven had en alleen maar aan het werk was. Ik had wel door dat ik erg moe was, maar niet dat ik al zó diep zat.’

Wanneer voelde je dat het niet meer ging?

‘De culminatie kwam in een weekend dat op vrijdagavond begon met een teamuitje in Londen. Om 6 uur ’s ochtends was ik pas thuis en die ochtend moest ik weer naar Nederland. En de dag erna, zondag, was die triatlon, die ik op de een of andere manier nog uit mijn tenen heb geperst. De maandag erop stuiterde ik door de gangen van het Schotse kantoor. Dat was de laatste week van het project en daarna ben ik ingestort. 

‘Toen dacht ik nog steeds: als ik nu gewoon een paar dagen goed slaap, komt het wel goed, maar dat was pas het begin. Ik kreeg veel hoofdpijn, kon me niet meer concentreren, geen gesprekken met mensen voeren, omdat ik niet meer kon verwerken wat ze zeiden. Ik kon niets meer dan naar m’n computerscherm staren, laat staan daar iets productiefs mee doen.

‘Ik ben met de bedrijfspsycholoog gaan praten, die gealarmeerd was en me beval: ‘Je moet nu alles uit je handen laten vallen en naar huis gaan, want je bent regelrecht het ravijn in aan het rennen.’ Dus toen heb ik dat maar opgevolgd.’

Hoe lang heb je toen thuis gezeten?

‘In eerste instantie vijf weken. Toen voelde ik me schuldig en dacht ik dat ik toch wel weer beter zou moeten zijn. Dus toen ben ik weer begonnen, maar ook razendsnel weer de mist in gegaan. Na twee maanden heeft mijn toenmalige vriend me een ultimatum gesteld: ‘Je gaat morgen vertellen dat je stopt, anders praat ik niet meer met je.’ Toen moest ik accepteren dat ik zelf blijkbaar niet doorhad wanneer het te veel was, en voor mijn eigen gezondheid beter op anderen kon vertrouwen dan op mezelf. Een pijnlijk moment was dat.’

De Volkskrant-burn-outgids

De komende weken onderzoekt de Volkskrant in gesprek met (ervarings)experts waarom zovelen van ons zich opgebrand voelen, hoe we kunnen voorkomen dat we uitgeput raken en of we echt de meest overprikkelde generatie ooit zijn. Kampen we met een overdaad aan stress en stressoren, of zijn we de weg kwijt?

Hier verzamelen we de verhalen over burn-out en stress.

Via deze besloten Facebookgroep kunt u uw eigen verhaal delen. 

Hoe zag een typische dag voor jou eruit toen je middenin je burn-out zat?

‘In het begin kon ik echt helemaal niks. Het was heel mooi weer, dus ik had een bank naar het balkon gesleept en daar lag ik de hele dag. Dat gaf ook een vertekend beeld, omdat ik bruin werd en iedereen dacht dat het heel goed met me ging, of dat ik net op vakantie was geweest. Maar ik kon alleen maar buiten liggen, zelfs de krant lezen of podcasts luisteren lukte niet. Zo nu en dan sleepte ik mezelf naar de keuken, of naar de wc, en dan weer naar de bank. Ik deed gewoon echt niks. Het is heel moeilijk om aan andere mensen te beschrijven hoe dat eruit ziet. Ik heb veel geprobeerd te mediteren – sowieso heb ik dat tijdens die burn-out veel gedaan.’

‘En ik ben gaan wandelen. Dat is goed voor je, omdat het een rustige, maar wel fysieke activiteit is waarmee je de opgebouwde stresshormonen een beetje verwerkt. Er zit veel stress in je lichaam waarmee je niks kunt of doet, die verhoogde stressniveaus moeten weer in balans komen. In het begin zijn het kleine stukjes, gewoon om je huis en weer terug. Op een gegeven moment kun je een keer naar een park, maar in het begin kwam ik de buurt niet uit. Fietsen lukte me niet. Veel te heftig met al die trams, auto’s en andere fietsers om me heen, terwijl ik in Amsterdam ben geboren en door de stad fietsen nooit als problematisch had ervaren. 

‘Het is heel raar dat een omgeving die zo vertrouwd is, je opeens heel anders voorkomt. Neem alleen al de piepjes bij de kassa in de supermarkt: normaal geef je dat geen aandacht, maar op zo’n moment zijn alle stimuli te veel en kun je ze niet meer filteren. Wat een helse kakofonie wordt het dan.’

Wat heeft jou echt geholpen bij je herstel?

‘Uiteindelijk heb ik een strikt schema gevolgd, waarbij ik elke twee uur een kwartier of twintig minuten ging rusten door met ogen dicht op de bank te liggen of te mediteren. Dat heb ik een tijd gedaan, omdat ik maar door mijn grenzen heen bleef gaan, totdat ik merkte dat ik ook de avond haalde met energie.

‘Ik heb erg mijn best moeten doen een soort lichamelijk bewustzijn, een fysieke intelligentie te ontwikkelen. Meditatie helpt daarbij, omdat je leert je gedachten los te zien van je identiteit. Dat was een van de moeilijkste dingen in het begin. Want wie ben je nog als je alleen maar op de bank kan zitten, alleen maar lusteloos voor je uit kan staren en te moe bent om met vrienden af te spreken? Als je niet aan de maatschappij kan bijdragen, terwijl je ambitieus bent en niets liever wilt dan dingen doen of maken? Dat is echt een enorme knauw voor je zelfvertrouwen; het maakt dat je niet meer zo goed weet wie je bent.

‘Ik kwam erachter dat ik mijn identiteit altijd had vereenzelvigd met mijn prestaties. En ik vond het moeilijk dat los te laten. Maar ik merkte ook dat juist in een periode waarin ik helemaal niets kon en waarin ik dacht dat ik niets waard was, ik nog steeds een mens was. En dat ik daarvoor niet per se allerlei dingen hoefde te presteren.’

Wanneer voelde je voor het eerst dat het weer beter ging?

‘Er zijn veel van dat soort momenten en die zijn geniepig, omdat je op een ochtend kan denken: wauw, het gaat hartstikke goed, ik ben er weer helemaal bovenop, en in de middag denk je: o nee, toch niet. Ik heb vaak gedacht dat het beter ging, anders was ik natuurlijk ook niet na vijf weken alweer begonnen met werken, wat gewoon een slecht idee was.

‘Achteraf gezien kwam het punt dat het beter ging toen ik weer begon met werken. Vlak daarvoor ging het uit met mijn vriend, en wilde mijn beste vriendin niet meer met me samenwonen. Ik had het idee dat ik door alles en iedereen in de steek werd gelaten, en twee weken later zou ik beginnen met werken terwijl ik me nog steeds hartstikke slecht voelde. Toen zat ik echt rock bottom

‘Gek genoeg heeft me dat juist geholpen, omdat ik daardoor dacht: er is nu niemand die iets van me wil, ik ben de enige die op dit moment met mij door één deur hoeft en die er iets van moet maken. Vanaf nu kan het écht alleen maar beter gaan. Dat gaf rust.

‘Toen ik weer begon te werken, als hoofd educatie bij Artis, merkte ik dat, hoewel het hartstikke zwaar was de eerste paar weken, mijn angsten deels ongegrond waren en het wel ging. Dat ik nog steeds waarde kon toevoegen, ook al deed ik minder dan wat ik daarvoor gewend was te doen. Dat heeft me erg gesterkt en dat hernieuwde zelfvertrouwen heeft een exponentiële groei in mijn genezing veroorzaakt. Dat ik zag: ik sta er alleen voor, maar ik kan dit aan. En als dat me lukt, kom ik er wel bovenop.’

Hoe voorkom je dat je in de toekomst niet in dezelfde situatie terechtkomt?

‘Dat is een goede vraag. Ik ben er niet honderd procent zeker van dat het niet meer zal gebeuren, maar ik ben me nu wel bewuster van mijn grenzen – en compenseer als ik er overheen ga. Ik zeg bijvoorbeeld makkelijker afspraken af en trek me kritiek minder persoonlijk aan.

‘Ik denk dat het grootste verschil is, dat ik milder ben geworden voor mezelf en mijn omgeving. Ik was altijd behoorlijk kritisch en veeleisend. Dat ben ik op inhoudelijk vlak nog steeds wel, maar ik heb meer begrip voor hoe het leven kan lopen en ben daardoor relaxter en geduldiger geworden.

‘En ik weet nu dat je ook echt wel een leuk en goed leven kan hebben als je niet álles op 150 procent doet. Sterker nog, dat is misschien wel waardevoller.’

De neurobiologie van stress

Tijdens haar burn-out wilde Brankele Frank heel graag begrijpen wat er in haar hoofd gebeurde. Dus ging ze dat onderzoeken. Voor Vrij Nederland  schreef ze een artikel over de gevolgen van langdurige stress en momenteel werkt ze aan een boek over de neurobiologie van stress en burn-outs bij uitgeverij Das Mag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden