Onze gids deze week

Belgische ontwerper Bart De Backer viert de eigenheid: ‘Succesvol zijn mensen die hun eigen weg gaan’

De hoofdontwerper van Hugo Boss’ HUGO-lijn, Bart De Backer, is geen man die zich op de voorgrond plaatst. Maar als hij vertelt wat hem inspireert, blijkt hij eigenheid te vieren.

Bart De Backer.Beeld Els Zweerink

Bij het horen van zijn naam zie je voor je het weet een ouderwetse bakfiets voor je. Vol waldkorn, tijgerwit en krentenbollen, bestuurd door een blozende knaap met een geruite broek en een sneeuwwitte bakkersmuts. Maar zo ziet Bart de Backer, geboren in het Vlaams-Brabantse Steenokkerzeel, er dus niet uit, verre van. Met zijn lange grijze haar en lichtblauwe ogen zou hij eerder een achterachterkleinzoon van Merlijn de magiër kunnen zijn, maar aan zijn outfit – een simpel maar precies goed overhemd, een iets te korte maar nét kekke zwarte pantalon en grote grove monstersneakers zie je dat hij iets in de mode doet. Iets belangrijks: hij is senior head of Hugo menswear design bij de firma Hugo Boss, en woont dientengevolge in Stuttgart, om in de weekenden fluks terug naar België te reizen, naar zijn lief en zijn lievelingsplekken in Gent.

CV

5 augustus 1976 geboren te Steenokkerzeel (Vlaams Brabant)

1996 Koninklijke Academie voor Schone kunsten, Antwerpen, richting modeontwerp

2000 Productieassistent bij Dirk Schönberger in Antwerpen

2001 Assistentontwerper bij Mer du Nord in Brussel

2002 Freelance design consultant bij Rodd & Gunn in Eindhoven

2004 Ontwerper bij Van Gils en Jaguar in Breda

2008 Head of creative management Hugo menswear bij Hugo Boss in Metzingen, Duitsland

2010 Senior Head of Creative Management & Concept Design of Hugo menswear bij Hugo Boss in Metzingen en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de creatieve directie van alle productgroepen onder dat label, alsmede de campagnes, lookbooks, communicatie en de continuïteit van het merk-dna.

Bart de Backer woont afwisselend in Stuttgart en bij zijn partner in Gent. 

Net als veel bekendere in België opgeleide ontwerpers – Dries, Kris, Walter, Dirk, Haider, Demna, Ann – studeerde Bart aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, maar waar zij nu aan een voornaam genoeg hebben en schitteren voor de schermen bleef Bart erachter. Omdat hij niet zozeer dienstbaar is aan zijn eigen naam en ego, maar aan, zoals hij dat zelf noemt, de noden van zijn klanten. Bescheiden, uiterst aimabel, en zachtjes pratend in botermals Vlaams, met veel verkleinwoorden. ‘Doe de recorder maar iets dichter bij en misschien kan de muziek in de winkel uit, anders neemt het niets op van wat ik zeg. Ik hoor altijd dat ik zo zachtjes praat.’

Nee, de meeste Belgen schreeuwen niet.

1. Ontwerper: Ann Demeulemeester

‘Ik heb eind jaren tachtig, begin jaren negentig een show van haar gezien die een keerpunt vormde voor mij. Ik had al langer een vermoeden dat ik iets met mode wilde gaan doen, maar toen dacht ik: wauw, en wist ik het zeker. Haar stijl intrigeerde me. Toen ik tijdens mijn studie een kans kreeg om bij haar shows te helpen en bij de opening van een concept store heb ik die meteen aangegrepen. Ann heeft een geweldig oog voor detail en is enorm gepassioneerd door mode. Wat ze toen maakte is nu nog steeds sterk. Ze heeft een eigen esthetiek en kan couperen met een bewonderenswaardige nonchalance die ervoor zorgt dat een nieuw jasje aanvoelt of je het al twintig jaar hebt.

‘Of het een Belgische manier van werken is? Moeilijk te zeggen. Wat we beiden doen is iets bekends in een nieuwe context plaatsen. Demeulemeester is gepassioneerd door de gedichten van Patti Smith en Rimbaud. Die 19e-eeuwse poëtische stijl plaatst ze in een hedendaags kader. Veel Belgische ontwerpers laten zich inspireren door diep te graven in dingen. Zoals Raf Simons nu voor Calvin Klein The American Way of Life van cowboys tot popcornfilms interpreteert, en daar dan een statement omheen zet – zonder zeer luid te schreeuwen en het toch toegankelijk houden. Misschien is dat nog wel het meest Belgisch: het weigeren om te schreeuwen.’

‘Ann heeft een eigen esthetiek.’ Op de foto collectie voorjaar 1997.Beeld Getty

2. Fotograaf (1): August Sander

‘Ik vind hem niet per se de beste fotograaf, maar hij inspireert mij telkens weer. Hij fotografeerde, zeer tegen de tijdgeest in, nu eens niet de rijken en edelen van zijn dagen, maar gewone mensen en arbeiders. Wat mij op zijn foto’s het meest fascineert, is de werkkleding, het karakter van tailoring dat daarin zit. Ik mag graag in de constructie graven, ontdekken hoe die nonchalance erin is gekomen. Ik wil dat ontdekken en begrijpen. Hoe kan ik dat draagcomfort naar het nu vertalen, met nieuwe technieken als het laten verkleven van stoffen, naar een jonge generatie?’

Der Mauer, 1928. ‘Hij inspireert mij telkens weer.’Beeld August Sander Archiv Köln / Pictoright Amsterdam

3. Stijl: mix & match

‘Ik laat me bij het ontwerpen voor Hugo graag inspireren door mensen die in Berlijn wonen en werken. Er werken veel creatievelingen die zich niet hoeven conformeren aan een bepaalde kantoordracht en zich op hun eigen wijze kunnen uiten. Ze werken overal, nu eens in een koffiebar, dan in een park of thuis, daar waar hun job voorhanden is. Ze kunnen experimenteren met hun uiterlijk, combineren gerust sportswear met tweedehands en kleren die ze al in de kast hadden hangen. Mix masters noem ik ze. 

‘Ik heb een neefje van 18 dat dat ook kan. Die combineert een ski-jas van zijn pa uit de jaren tachtig met een baggy werkbroek en een heuptasje van nu. Hij creëert een heel nieuw silhouet, zijn versie van de jaren negentig. Zo hoop ik dat mijn ontwerpen ook gedragen worden. Niet per se in de combinatie die wij voor een foto bedacht hebben, maar eigen gemaakt, als onderdeel van een persoonlijke look. Pas dan gaat kleding leven en begint de eigenheid. Voor mijn part customizen ze het, knippen ze de mouwen eraf, keren ze het om – des te beter.’

Beeld Els Zweerink

4. Icoon: David Bowie

‘Zo individueel en onafhankelijk van modetrends als hij zich presenteerde, geweldig. Hij koos altijd radicaal zijn eigen ding. Mensen die de tijdgeest uitdagen blijven mij boeien. Op dit moment ben ik vooral geïnteresseerd door de albums die hij in Berlijn heeft opgenomen. Bowie komt altijd terug.’

‘Hij koos altijd zijn eigen ding.’Beeld WireImage

5. Social medium: Instagram

‘Facebook is zó overgebruikt, zó commercieel. Instagram is een heel interessant medium, zeker in het begin, en vrijwel iedereen uit de creatieve industrie zit erop. Ik ook, maar ik moet bekennen dat ik de laatste weken niks heb gepost. Ik vraag me steeds vaker af: wat zet ik erop en waarom? Hoe nodig is het? De druk van iets moeten delen met de buitenwereld…waarom? Posten om het posten is nooit goed, niet waardevol. Ik ben terug weer wat boeken gaan lezen. En wat is het voordeel als je meteen na of zelfs tijdens de modeshows op internet al kunt zien wat er getoond wordt? 

‘In mijn studententijd op de academie moest je wachten tot de Collezioni verschenen was, en daar gingen we dan analyses van maken. Nu verschijnt er zo veel zo snel dat ik altijd het idee heb dat ik iets mis. Gelukkig heb ik een team waar ik door gevoed word. Maar aan de andere kant: misschien is het ook beter om dingen te missen, om je terug te trekken en zélf iets te bedenken. Het succesvolst zijn toch de mensen die hun eigen weg gaan.’

6. Logo: Apple

‘Dat is gewoon een appel, het ultieme design, herleid tot de essentie. Een beetje zoals Dieter Rams deed: het perfecte huwelijk van functionaliteit en design.’

Beeld Els Zweerink

7. Sneakers: Converse

‘Op dit moment moeten ze vooral chunky zijn, dat is on trend en onmisbaar voor het silhouet van nu: beetje skate en street. Om zelf te dragen neig ik naar urban classics als Vans, Converse en AirMax. Ze bestaan al decennialang en iedereen grijpt ernaar terug. Ze zijn bereikbaar, dat maakt het ook interessant. In mode moet je het soms niet te ingewikkeld maken. Je moet vóélen of je iets wilt kopen: is het magie of niet? Dat gevoel had ik toen ik zwarte Converse sneakers aankocht, die draag ik een paar keer per week, dat is het ultieme design.’

8. Stad: Parijs

‘Ik kom van Steenokkerzeel, geen metropool, maar Parijs is de enige stad waar ik tot rust kom. Sinds mijn 16de kom ik er geregeld. Niet dat er niks te doen is, maar ik zit het liefst op een terras in de Marais. Koffietje drinken en mensen kijken, wegdwalen, nadenken. Dat is het. En daarna eten en een wijntje, en blijven zitten tot 3 à 4 uur ’s nachts.’

‘Parijs is de enige stad waar ik tot rust kom.’Beeld Imageselect

9. Dier: Leeuw

‘Ik ga het heel simpel houden. Ik ben van sterrenbeeld leeuw en ik heb daarom al een aantal mooie foto’s van leeuwen aangekocht.’

10. Fotograaf (2): Viviane Sassen

‘Ik heb haar pas een paar jaar geleden ontdekt, maar ik ben sedertdien obsessief boeken van haar gaan kopen. Ik vind haar werk superboeiend. Ze schildert bijna met haar camera, zoals ze werkt met kleur en haar onderwerpen benadert. Zelfs rauwe Afrikaanse sloppenwijken kan ze een schilderachtige esthetiek bijbrengen, die in schril contrast staat met de ellende die ze voor haar camera krijgt. Viviane kan zelfs afval een verheven schoonheid geven.’

11. Muzikant: Prince

‘Mijn all time favorite. Ik heb hem eind jaren negentig een paar keer live gezien, in Antwerpen en Brussel. Een keer gaf hij een verrassingsconcert in een club, dat was onvergetelijk. Prince speelde in het hier en nu en kon als geen ander jammen, improviseren, creëren, interpreteren.’

‘Hij speelde in het hier en nu en kon als geen ander jammen, improviseren, creëren, interpreteren.’Beeld Getty

12. Kapsel: lang en grijs

‘Ik denk dat het een beetje mijn identiteit is geworden. Ik ga daar niet over liegen: iedereen maakt complimentjes over mijn haar. En ik moet zeggen: I embrace it. Sinds 2000 heb ik mijn haar niet meer gekleurd, en al een poosje niet geknipt, ik ben het terug lang aan het laten groeien. Vroeger was het een beetje netjes, nu een beetje wilder. Lang haar symboliseert voor mij verandering. De laatste keer dat ik het zo lang droeg was net voor ik bij Hugo begon, en toen heb ik het afgeknipt. Nu voel ik ook dat er veel aan het veranderen is. Ik moet zeggen dat ik wat meer afstand wil nemen van de rush van de mode. Ik stel mezelf vragen: is het wel nodig om zoveel collecties per jaar te maken? Wat moeten de klanten met al die kleren? Moet het niet meer gaan over wát je brengt in plaats van hoe veel? Ik zou me graag willen terugtrekken, meer tekenen en meer naar de essentie gaan. Zeker, ik werk voor een multinational met alle eisen en targets van dien, maar er moet toch ook een weg in het midden zijn?’

Beeld Els Zweerink

13. Uniform: separates

‘Coco Chanel heeft altijd vanuit de realiteit van haar klanten gedacht: waarin kunnen vrouwen zich vrij en onafhankelijk bewegen? Bij veel ontwerpers van nu gaat het over creativiteit en expressie, maar ik vind het belangrijker om de noden van de man als uitgangspunt te nemen. Zijn verlangen naar functionaliteit. Hugo is geen high luxury brand, dus ben ik verplicht om rekening te houden met de wensen van de consument, of hij begrijpt wat we maken. En misschien is dat ook gewoon interessanter dan creëren om het creëren. 

‘Onze core competence zijn pakken, maar veel mannen voelen zich geforceerd daarin. Voor hen maken we suit separates, die je ook los kunt dragen. Wat nu ook actueel is, zijn oversized jasjes, die zijn enorm comfortabel. Je bent er gekleed in, ziet er goed uit, maar hebt niet het gevoel in een harnas te lopen. Dat vind ik belangrijk. Zelf draag ik het liefst een oversized sweater en een cropped pantalon zoals nu, met elastiek achterin. Zo’n net iets te korte geklede broek staat dressy en zit lekker. Daaronder draag ik sneakers of een soort Duitse postbodeschoenen van Hugo. Ze lijken op korte Dr Martens maar zijn lager, en met een minder bolle neus.’

14. Kunstenaar: Robert Montgomery

‘Een Schot die zijn gedichten op billboards zet, of op straat of op een muur. Wat hij ook doet, is iets ouds in een totaal nieuwe context zetten, daar hou ik van.’

‘Hij zet iets ouds in een totaal nieuwe context.’ Op de foto een ‘vuurgedichtperformance’ in Miami, 2013.Beeld Getty

15. Restaurant: Het Lepelblad in Gent

‘Een toegankelijk en gezellig restaurant, gerund door twee vriendinnen. Ik kom er graag, en niet alleen omdat ik de kok ken, maar omdat zij heel creatief met voeding bezig is. Het liefst bestel ik er een stoomgerechtje met groentjes en vis, dat ziet er bijna Japans uit. Daarna sluit ik af bij Jiggers, een van de beste cocktailbars ter wereld. Ze maken er de ultieme Vespers. Daar kan ik er helaas maar eentje van drinken.’

‘Ze zijn er heel creatief bezig met voedsel.’Beeld ODZ Design
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden