De Gids Reizen

Bauhaus is nu 100 jaar oud, maar alles van deze ontwerpschool lijkt knettermodern

Duitsland viert dit jaar 100 jaar Bauhaus en pakt flink uit met deze ontwerp­stroming. Met drie nieuwe musea en originele studenten­kamers om in te slapen. 

Hufeisensiedlung in Berlijn, architect Bruno Taut, (1926-1933)

Als je wilt weten hoe knettermodern Bauhaus is, begin dan een roadtrip aan de westkant van het Duitse stadje Weimar. Daar staat Haus am Horn, een ijselijk witte blokkendoos in een verder brave villawijk. Elk ander huis hier oogt stokoud vergeleken bij deze woning uit 1923. De moderniteit spettert er vanaf. Toch is Haus am Horn hier makkelijk het oudste huis. De rest van de villa’s is veel later gebouwd.

Weimar is een mooi cultuurstadje bijna driehonderd kilometer ten zuiden van Berlijn. Het is de stad van schrijver Wolfgang Goethe die er in 1832 stierf. En van de Weimarrepubliek, zo genoemd omdat in deze stad de eerste democratische grondwet werd getekend.

Dat gebeurde in 1919. Ook het jaar waarin Bauhaus werd opgericht. Dat bracht een designrevolutie teweeg die vandaag de dag nog altijd resoneert in de architectuur en de vormgeving. De buisstoelen van Marcel Breuer, de deurknoppen van Walter Gropius, de theepot van Marianne Brandt en al het gebouwde werk van Ludwig Mies van der Rohe hebben een iconische status. Zo minimaal, zo ontzagwekkend esthetisch, zo elegant maar vooral zo modern dat op dit eeuwfeest nog steeds lijkt of alles van Bauhaus gisteren is gemaakt.

In Weimar ligt het begin van deze reis: een kunstacademie. Bauhaus is geen stijloefening, maar een school. ‘Laten wij gezamenlijk de nieuwe bouwkunst van de toekomst, die alles ineen zal zijn, wensen, bedenken en scheppen: architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst die, voortgekomen uit miljoenen handen van handwerkers, eens ten hemel zal rijzen als een kristallen symbool van een nieuw geloof’, schreef architect Walter Gropius bij de oprichting in zijn Bauhaus Manifesto.

Eetkamer in Dessau ingericht door Marcel Breuer. Beeld ullstein bild via Getty Images
Hoofdgebouw van de eerste kunstacademie in Weimar, architect Henry van de Velde, 1911.

Bauhaus was een utopia, een geloof dat goed design en innovatieve techniek samen de beschadigde oude wereld kon genezen – de Grote Oorlog was koud voorbij en Europa moest zich oprichten. Gropius voegde met Bauhaus de kunstenaar en ambachtelijk ontwerper samen tot één geëngageerd individu. Hij voorspelde dat ontwerpers met hulp van massaproductie een beter dagelijks leven van de gewone man betaalbaar konden maken.

Gropius was de grote inspirator die jongeren overal vandaan naar Weimar lokte; ‘Een nieuw begin, een nieuw leven. Meteen de eerste avond was er een wonderschoon feest, je voelt meteen welke geest hier waait’, schreef Bauhausstudente Gunta Stölz in oktober 1919.

Honderd jaar later leidt een andere jonge Bauhaus-studente een groep liefhebbers rond in het indrukwekkende gebouw van Henry van de Velde uit 1911 dat nog steeds dienst doet als school. De Belgische architect was van vlak voor Bauhaus, maar feitelijk de wegbereider voor de ideeën van Gropius. Hij bouwde de ambachtsschool en kunstopleiding van Weimar naast elkaar. Leek hem logisch. Dat was visionair, want Gropius voegde ze een paar jaar later samen tot een school.

‘Het lekte hier behoorlijk, vroeger’, zegt onze gids als we op de zolder staan met die loeihoge atelierramen op het noorden. Dit is historische grond. Niet alleen vanwege het lekken – bijna alles van Bauhaus lekte. In dit schoolcomplex maakte schilder Oskar Schlemmer zijn befaamde muurschilderingen. Er waren wilde feesten, er werd naakt gezwommen in de stads­rivier en kantine-eten was macrobiotisch. De bewoners van het conservatieve Weimar wisten niet wat ze zagen. ‘Het feesten was bij Bauhaus misschien wel belangrijker dan de les’, zou de zoon van schilder en docent Paul Klee, Felix Klee, later zeggen.

Restaurant Kornhaus, 1930, door Carl Fieger in Dessau.
De Bauhauskapel, 1930, in Dessau.

‘In Duitsland reageren mensen een beetje lauw als ik zeg dat ik aan de Bauhaus-Universität studeer, maar als ik dat aan een Japanner vertel, staan zijn ogen wijd open’, zegt de studente van nu. Ze is blij dat in dit jubileumjaar ook Duitsers zich massaal storten op hun eigen erfenis. ‘Ik had wel eens het idee dat Bauhaus in het buitenland bekender is dan bij ons.’

Voor de viering van honderd jaar Bauhaus bouwt Duitsland drie nieuwe musea: in Weimar, Dessau en Berlijn, de drie plaatsen waar Bauhaus heeft gezeteld. Die aandacht en al dat geld is niet altijd vanzelfsprekend geweest.

Misschien omdat de opkomst en de ondergang van Bauhaus zo is verknoopt met de complexe geschiedenis van Duitsland zelf. De originele Bauhaus-school heeft maar veertien jaar bestaan en werd van stad naar stad gejaagd. Al dat ontwerptalent werd in de jaren vernietigd door de nazi’s, die Bauhaus te links vonden.

Terwijl de Duitsers een gedroomde opstelling in handen hadden. De docentenlijst van Bauhaus leest als een Wikipedia-lemma over de smaakmakers in de vooroorlogse kunstgeschiedenis. Schilders als Paul Klee en Wassily Kandinsky, ontwerpers Marcel Breuer, Walter Gropius en Ludwig Mies van der Rohe, theatervormgever/schilder Oskar Schlemmer en fotograaf László Moholy-Nagy. Wie wil daar geen les van?

In Weimar kreeg Bauhaus in 1925 de wacht aangezet door een rechts gemeentebestuur. Dat gaf Gropius de kans om in Dessau, honderdvijftig ­kilometer noordwaarts een nieuwe school te ontwerpen. Dat werd het iconische schoolgebouw dat nu nog steeds het symbool is van Bauhaus. Die lange hoge glasgevel, het logo in lang uitgetrokken letters zonder kapitalen groot op de zijkant. Functioneel, licht, simpel, transparant, industrieel, rechtlijnig en vooral heel erg modern.

Bauhaus Archiv in Berlijn, in de jaren zeventig gebouwd naar een ontwerp van Walter Gropius.
Meisterhäuser van Gropius in Dessau.

Voor de verbaasde bevolking van Dessau moet de academie van Gropius nog het meest op een nieuwerwetse fabriek hebben geleken. Het was een school en een thuis: je kon er werken, wonen, feesten, eten, naar het theater, zonder een stap buiten te doen. Het interieur was een Gesamtkunstwerk, alle ontwerp- en kunstafdelingen werkten eraan: je at op de buisstoelen van Breuer, sliep onder de sprei­designs van Anni Albers en opende de deur met de deurknoppen van Gropius. Vandaag de dag kun je in Dessau slapen in een originele studentenkamer, voor de authentieke Bauhauservaring. Het zijn simpele sympathieke kamers van twintig vierkante meter. Ze hebben allemaal een fotogeniek – bijna alles van Bauhaus doet het goed op de foto – uitklapbalkonnetje. Op oude foto’s zie je Bauhausstudenten vrolijk poseren op die balkons, lachende mannen, vrouwen met kort haar. Het lijkt haast of er een zekere mate van seksegelijkheid was op de academie. Helaas wijzen recente Bauhausstudies uit dat vrouwelijk studentes meestal in de weefworkshop eindigden. Het utopia had ook zijn schaduwkanten.

Dessau is een minder mooi stadje dan Weimar, maar het ruikt er op straat veel meer naar Bauhaus. Op loopafstand van de academie liggen de Meisterhäuser, de uit krachtige blokken opgebouwde witte woonhuizen voor de docenten. Aan de rand van de stad ligt de woonwijk Dessau-Törten, ontworpen door Gropius in de jaren twintig, een vriendelijk en populaire buurt, gebaseerd op seriebouw van prefabbeton, maar wel divers en licht. Zo heel anders dan wat de modernisten na de Tweede Wereldoorlog in de stedenbouw zouden aanrichten. Het Berlijnse Gropiusstadt van dezelfde architect is met zijn compacte, harde en anonieme hoogbouw een grote sociale mislukking.

Studentenkamers in Dessau.

Het mooie aan deze roadtrip is dat het een beeld geeft van hoe gelaagd het originele Bauhaus is. Er was niet één stijl en het ging zeker niet alleen over architectuur. De afgestudeerden ontwierpen alles. Van bizarre theaterkostuums tot en met handige huishoudhulpjes. Het ging wel om functionele vormgeving, maar pas onder Mies van der Rohe, die de laatste directeur was van Bauhaus, werd het minimalisme echt een geloof. Less is more is een uitspraak die erg bij hem past, lang niet bij al die honderden studenten die in Weimar, Dessau en Berlijn hard aan een nieuwe wereld werkten.

Die kwam er, maar zo heel anders dan ze hadden gezien in dat visioen van Gropius in 1919. De school sloot op last van de Gestapo in 1933, nadat ze ook uit Dessau waren weggestuurd en in Berlijn vergeefs hadden geprobeerd een doorstart te maken. 1933 was het jaar dat Hitler aan de macht kwam. Ook dat is een laag die deze Bauhaustocht zo fascinerend maakt: het voert langs grote idealen waarboven een onheilspellende bruine wolk zweeft. De bruine wolk won toen. Maar na honderd jaar pakt Duitsland groter dan ooit uit om die idealen opnieuw op te rakelen en het talent te eren waar ze ooit zo ondankbaar mee zijn omgesprongen.

Nederland en bauhaus

Nederlandse ontwerpers zijn belangrijk geweest voor de ontwikkeling van Bauhaus. De Nederlandse architecten J.J.P. Oud en Mart Stam droegen bij aan de ‘Bauhaus-wijk’ Weissenhoffsiedlung in Stuttgart, waar ze huizen bouwden naast ontwerpen van Mies van der Rohe, Gropius en Le Corbusier. Bauhausoprichter Walter Gropius kende het werk van De Stijl goed, de beweging was in 1917 opgericht door onder anderen Theo van Doesburg. Van Doesburg wilde les geven aan Bauhaus en meldde zich in Weimar, zonder uitnodiging. Zijn persoonlijkheid botste echter met de Duitsers. Van Doesburg had bovendien kritiek op Gropius. De samenwerking werd niets, maar zijn ideeën over Het Nieuwe Bouwen, modernisme zoals De Stijl dat propageerde, hebben wel invloed gehad op de ontwikkeling van Bauhaus. 

Museum Boijmans Van Beuningen

in Rotterdam heeft de tentoonstelling Nederland – Bauhaus: pioniers van een nieuwe wereld (t/m 26 mei,

boijmans.nl). 

 TextielMuseum Tilburg heeft Bauhaus & Modern Textiel in Nederland (25 mei t/m 3 november, textielmuseum.nl).

100 jaar Bauhaus

Het nieuwe Bauhaus Museum in Weimar opent dit weekeinde met de tentoonstelling Van de Velde, Nietzsche and Modernism around 1900 ( t/m 4 januari 2020). De expositie behandelt de aanloop van de stichting van Bauhaus. 

Het nieuwe Bauhaus museum in Dessau stelt vanaf 8 september 2019 vijftigduizend voorwerpen, ontwerpen en designs tentoon uit de eigen collectie van de stad.

Het nieuwe Bauhaus Archiv in Berlijn, heropent pas in 2021.

Slapen in een studentenkamer in ­Dessau, vanaf € 45: bauhaus-dessau.de

Alle activiteiten zijn te vinden op: ­bauhaus100.de

Lezersreis

De Volkskrant organiseert een speciale lezersreis met kunst- en designjournalist Bob Witman langs Weimar, Dessau en Berlijn. De 7-daagse groepsreis per trein wordt uitgevoerd in samenwerking met Labrys Reizen (7 t/m 13 oktober 2019). 

volkskrant.nl/bauhaus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.