aardse paradijzen astana

Astana is een soort kruising tussen Dubai, Versailles en Disneyland

Het centrale plein en Ak Orda, het presidentiële paleis van predisent Nazarbayev. Beeld Ryan Koopmans

In de onregelmatig verschijnende serie Aardse Paradijzen deze keer aandacht voor Astana, de architecturaal futuristisch fonkelende hoofdstad van Kazachstan. Olaf Tempelman reisde af naar dit prestigeproject van president Nursultan Nazarbajev en onderzocht of deze stad zich wél weet te onttrekken aan de wetmatigheid dat nieuw gecreëerde hoofdsteden (Brasilia!) maar niet tot leven willen komen.

Weet u ook wáár in het paradijs u een plekje hebt geboekt? Wist ik het maar. ‘Als u een gebouw in de buurt kent, helpt dat’, zegt de lieve man die ik met een bankbiljet zover heb gekregen mij in zijn Dacia Logan mee te nemen. ‘Zit u bij de Tent? Bij de Piramide? Bij het Ei?’ Ik weet het niet. Ik heb alleen maar een adres in cyrillisch schrift.

In het gelaat van de man herken ik zowel een Rus als een Oost-Aziaat. De plek waar we ons bevinden, ligt precies halverwege Moskou en Beijing, eenzaam en alleen op de eindeloze Centraal-Aziatische steppe, omgord door honderden en honderden kilometers leegte. Je ziet het prachtig vanuit het vliegtuigraam.

Elk reisverhaal begint bij aankomst. 

Dít heb ik niet eerder meegemaakt. Ik ben amper door de douane of de uniciteit van de plek dringt zich al op. De mensen die in de nieuwe hoofdstad van Kazachstan mogen wonen, kennen er de weg nog niet. Die oriënteren zich aan de hand van extravagante ontwerpen van beroemde architecten. De bedoeling daarvan doorgronden ze niet altijd, maar ze zijn capabel genoeg om er etenswaren of gebruiksvoorwerpen in te herkennen.

De Tent van Astana kun je niet missen, het Ei van Astana, de Aansteker van Astana en de Bierblikjes van Astana evenmin. In de natuur komt kool niet voor in de kleur blauw, maar iedereen die weleens groente eet, snapt waarom Astana’s zeeblauwe concertgebouw Kool wordt genoemd. Sommige dingen in het leven blijven een kwestie van interpretatie: een bouwsel waaraan de Britse auteur van mijn reisgids refereert als ‘banaan’, wordt door Kazachse studenten ‘gele dildo’ genoemd.

Suikerspinnen op de gemeenschappelijke verjaardag van president Nazarbayev en Astana. Beeld Ryan Koopmans

Waar o waar heb ik geboekt? We staan stil op een lege achtbaansweg omringd door lege gebouwen in reuzenmaten. Op flink wat van ’s werelds luchthavens word je door taxichauffeurs gestalkt – maar het adres van mijn hotel deed het enthousiasme bij de chauffeurs in Astana smelten als sneeuw voor de steppezon. Zie als mens maar eens de weg te vinden op een plek waar, zo lijkt het, reuzen hun fantasie hebben mogen uitleven met XXL-lego.

We vragen Google Maps om hulp en ontdekken dat Silicon Valley een kennisvoorsprong heeft. Waar de smartphone een formidabele boulevard aangeeft, zien wij een boulevard in wording in de vorm van zand, kuilen en bulldozers. De Logan is een hoge auto die onbeschadigd uit kuilen van een halve meter komt, maar ik geneer mij nu wel dat ik de bestuurder tot deze rit heb veroordeeld. Kijk! Dáár staat mijn hotel! Midden tussen de hijskranen en graafmachines.

Podcast: bestaat het aardse paradijs

Als correspondent bezocht Olaf Tempelman vooral plekken waar je verschrikkelijke verhalen over hoort. Als ik nou eens ga schrijven, bedacht hij, over plekken waar je alleen maar goede dingen over hoort? Hij vertelt erover in onze podcast het Volkskrantgeluid. Beluister de podcast via Soundcloud of iTunes

In de hal zie ik geen levend wezen. Ik neem plaats op een gloednieuw ruikend bankstel in de lobby. In de microseconden die volgen, zink ik zo diep weg dat mijn armen onder de leuningen eindigen. Ik ben 1.83 meter, toch is de tafel voor me nu zo hoog dat ik me Alice in Wonderland voel. Kazachstan erfde van de Sovjet-Unie ’s werelds grootste raketlanceerplaats, maar mij hoeven ze hier niet de ruimte in te schieten om me het gevoel te bezorgen dat ik op een andere planeet ben, waar wezens leven die groter – of grootser – zijn dan de aardse mens.

De oudtestamentische Hof van Eden is niet door de mens geschapen – in geschriften van 19de-eeuwse utopisten lukt het de mens wél paradijzen gestalte te geven, en die paradijzen worden gebouwd. Er loopt een lijn van groots opgezette fictieve 19de-eeuwse steden als Ikaria naar groots opgezette non-fictieve steden uit de 20ste en 21ste eeuw.

Een tuinier richt zich op de net aangelegde bloemen, met in de achtergrond downtown Astana in aanbouw. Beeld Ryan Koopmans

De voormalige Sovjet-republiek Kazachstan, 65 maal Nederland, evenveel inwoners, was niet ’s werelds eerste land waar een oude hoofdstad werd onttroond en men in leeg landschap opnieuw begon. Bijna een eeuw geleden verplaatste Atatürk de Turkse hoofdstad van Constantinopel naar Ankara, destijds een klein plaatsje in de Anatolische binnenlanden. Op de plek waar zestig jaar terug de nieuwe Braziliaanse hoofdstad Brasilia verrees, woonden nog minder mensen. Naypyidaw, de nieuwe hoofdstad van Myanmar, is omringd door oerwoud.

Aan die nieuwe hoofdsteden kleeft een reputatie, namelijk dat ze lastig tot leven komen, ondanks de kosten noch moeite die ervoor zijn gespaard. Je kunt je stadsplanning groots aanpakken en met geld smijten, léven in een stad ontwerp je niet aan de tekentafel. Weinig mensen die 58 jaar na de ingebruikname liever in Brasilia zitten dan in de onttroonde hoofdstad Rio de Janeiro.

Ik kon mij niet voorstellen dat Astana, in amper twintig jaar verrezen op de steppe, zich aan die wetmatigheid onttrok – ook al omdat een Engelse vriend die lesgaf in de oude hoofdstad Almaty, mij vertelde dat ongelukkig overheidspersoneel Astana in het weekeinde ontvlucht. Vorig jaar noemde ik Astana in één adem met Brasilia en Naypyidaw. Al enkele uren na publicatie kreeg ik boze reacties van lezers die Astana hadden bezocht.

Lezer Wim Bouwens uit Geldermalsen: ‘Olaf Tempelman schaart Astana in het rijtje van mislukte nieuwe hoofdsteden. Ten onrechte! Ik was er gister en was diep onder de indruk. Van de hypermoderne architectuur van de stad, de schitterend aangelegde parken, de enorme hoeveelheid kunst in de openbare ruimte en ook – en vooral – door de Astanezen zelf. Ze maakten op mij geen moment de indruk dat ze hun stad zouden willen ontvluchten. Integendeel!’

Anoniem: ‘Bouwen ze in Kazachstan een prachtstad, gaat de Azijnbode er zuur over doen, en nog zonder er geweest te zijn ook.’

Anoniem: ‘Astana is een nieuwe stad vol leven. Mensen willen er niet weg, mensen willen er graag wonen. Ga er kijken, Olaf Tempelman!’

Ik verdiepte mij online in bevindingen van andere reizigers en stuitte op adjectieven als wonderful, impressive en marvellous. Het laatste zetje dat ik nodig had om af te reizen kwam van CNN, waarop een item te zien was over Astana’s babyboom. Die nieuwe hoofdstad van Kazachstan trekt zo veel enthousiaste jonge mensen die zo veel vertrouwen hebben in de toekomst, dat ze er massaal baby’s maken – geen mooier geschenk voor je nageslacht dan een plekje in de Stad van Eden. Als dat werkelijk zo is, realiseerde ik me, dan verdient Astana een plek in mijn serie over aardse paradijzen.

In een fraaie Perzische legende legt de magische vogel Samruk een gouden ei op de top van een populier. Als Samruk opstijgt, begint de boom te schudden en schenkt de aarde de zaden van alle planten die de mensheid ten goede komen. Op urbaan niveau is zoiets geschied in Astana, als je het wilt zien. De populier met het gouden ei zien we terug in het hart van de nieuwe stad, in het ontwerp van de Bayterek-toren.

Het stadsplan van Astana is van wijlen de illustere Japanse architect Kisho Kurokawa; zijn Britse collega Norman Foster tekende voor een grootse shoppingmall annex pretpark in de vorm van een 150 meter hoge tent, als eerbetoon aan het nomadische verleden van de Kazachen; de Italiaanse meester Manfredi Nicoletti is de man achter de blauwe Kool. Maar het belangrijkste bouwsel van Astana is van de hand van een man zonder architectonische achtergrond. Zonder hém hadden we Astana nooit gehad.

Bezoekers van de Bayterek-toren zien meteen bij binnenkomst op een groot scherm hoe Nursultan Nazarbajev (1940) die populier met dat ei bijna nonchalant uittekent. Het leiderschap van Nazarbajev dateert al van voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de onafhankelijkheid van Kazachstan. Slechts drie wereldleiders, van wie twee in Afrika, regeren nog langer dan hij. De rij voor zijn Bayterek-toren is langer dan die voor de Pagode in de Efteling, maar dan wacht je wel een indrukwekkend uitzicht. Hoog boven in het gouden ei op de populier zie je bijna alle architectonische zaden die de boom heeft afgeworpen: tent, kool, boek, aansteker, bierblikjes, piramides, moskeeën. Het presidentieel paleis zie je hier ook in volle omvang. Het Witte Huis stond er model voor, maar in Astana viel het groter uit. Het ministerie van Financiën is, toepasselijk, gebouwd in de vorm van een $. De Hazrat Sultan-moskee even verderop is, zichtbaar, de grootste van Centraal-Azië.

‘Eclectisch’ is voor deze architectonische melange een eufemisme – deze stad is een soort kruising tussen Dubai, Versailles en Disneyland. Er zijn diverse verklaringen waarom Nazarbajev opdracht gaf tot de bouw. De oude hoofdstad Almaty lag niet strategisch, ver weg aan de zuidgrens, aan drie kanten ingesloten door bergen. Met een nieuwe hoofdstad in het lege noorden wilde hij voorkomen dat Rusland de steppe stilletjes weer zou gaan inlijven – Poetin zei in 2014 nog dat Kazachstan ‘geen echt land’ is.

Het behoeft evenwel weinig twijfel dat Astana óók voortvloeide uit Nazarbajevs behoefte de wereld iets na te laten: met deze stad bouwde hij aan zijn eigen onsterfelijkheid. Wie zou zich de farao’s nog herinneren als ze ons geen piramides hadden nagelaten?

Roeibootjes varen langs de recentelijk aangelegde oevers van de Ishim rivier. Het waterniveau wordt kunstmatig op peil gehouden voor recreatief gebruik. Beeld Ryan Koopmans

Magnifieke architectonische extravaganza moet je kunnen betalen. Norman Foster neemt net zomin gratis achter de tekentafel plaats als Rem Koolhaas. Dat geld kwam er, want Kazachstan bleek in de jaren negentig beduidend grotere olie- en gasreserves te bezitten dan daarvoor bekend was. Er wordt gezegd dat Nazarbajev, in plaats van Astana te bouwen, 17 miljoen Kazachen miljonair had kunnen maken. Echter: Sinterklaas spelen op de steppe had zijn macht noch nalatenschap gediend. Groots bouwen is dé manier om bewondering af te dwingen en leiderschap te etaleren – dat wisten de farao’s lang voor Donald Trump. Dat Trump mede werd gekozen omdat zijn naam zo veel forse gebouwen siert, is al vaak betoogd.

‘Trump would love this!’, staat online bij een serie foto’s van Astana. Op de trap naar de hoogste verdieping van het gouden ei van de Bayterek-toren begint een nieuwe rij. Anderhalf uur wacht je hier om je hand te mogen leggen in een gouden afdruk van de hand van Nazarbajev. Verliefde stellen, gezinnen met kinderen, hooggehakte meisjes, allemaal lijken ze van die gouden hand energie te krijgen. Zelf merk ik de werking niet meteen. Mijn hand blijkt wel precies even groot als die van Nazarbajev, maar mijn naam zal vergeten worden.

Als Nazarbajev in de oude hoofdstad was gebleven en een oppositie had toegelaten, waren ze hem misschien nu ook aan het vergeten. Van taoïsten komt het inzicht dat de herinnering aan leiders die hun volk écht dienen, doorgaans snel vervaagt. U kent Napoleon; allerlei leiders die afzagen van het veroveren van Rusland of andersoortige grote projecten, die kent u niet. De Hongaarse schrijver Sándor Márai gaat nog verder: van hem is het aforisme dat grootmoedigheid vaak hetzelfde is als jezelf inhouden.

Waar zijn al die baby’s die ze hier de afgelopen jaren hebben gemaakt? Zitten die in de zwarte suv’s met geblindeerde ramen die voorbijsuizen over boulevards met ruimteschepen van gebouwen? Rondom de Bayterek-toren zie ik groepjes jongeren flaneren, in vele andere stukken van Astana waan ik mij de enige mens te voet te midden van zwarte fourwheeldrives die stofwolken achterlaten.

Fans van Astana kunnen nu zeggen: deze stad is nieuw, geef hem de tijd om tot leven te komen; reageer niet zo calvinistisch op gebouwen die groot uitvallen, op de steppe is ruimte zat; realiseer je dat je uit een klein, vol landje komt dat zelfs in zijn Gouden Eeuw bescheiden bouwde en waar schaarse pogingen tot grootsheid à la Hoog Catharijne geen fijne bijklank hebben. Elders in de wereld zijn heel wat prachtsteden – van New York tot Buenos Aires – net zo begonnen als Astana.

Mijn tegenwerping is dat er verschil zit tussen steden die in ettelijke eeuwen organisch zijn gegroeid en steden die in twintig jaar op commando zijn verrezen.

Weinig buitenlanders lijken Astana te zien als prestigieuze nieuwe hoofdstad van een moderne dictatuur. Beroemde architecten omschrijven Nazarbajev als een fijne man, veel bezoekers vinden Astana open en ontspannen. Een student in Astana die ik Aziz noem, zegt het zo: ‘Als je het wilt begrijpen, moet je de façade begrijpen.’

Het knappe van Nazarbajev is dat hij die façade heeft weten op te trekken. Deze leider is imagobewust, met een ‘antenne voor de westerse wereld’. Een interessant verschil met de buurlanden is dat je het leidersportret niet in het straatbeeld ziet. Nazarbajev werd geadviseerd door westerse pr-firma’s en, vijf jaar lang, door Tony Blair. Van de Britse oud-minister Jonathan Aitken kreeg hij een mooie biografie. Dat Nazarbajev alles alleen beslist, zo leren we daaruit, is alleen maar verstandig. Je kunt niet zomaar midden op de steppe met democratie beginnen. Eerst moet je een stabiele staat hebben waarin mensen zich veilig voelen, dan voldoende welvaart, en dan pas kun je gaan denken aan democratisering. Als je er te vroeg mee begint, krijg je chaos en ellende zoals in Afrika.

Dat is een te billijken redenering, maar na drie decennia ‘verstandig leiderschap’ is de Nazarbajev-clan puissant rijk en ontbreken zelfs aanzetjes tot democratisering. Een Rus in Astana deed bij mij wat alarmbellen afgaan met het zinnetje: ‘Rusland is vrijer, je kunt daar alles zeggen’. In de oude hoofdstad Almaty maakte een Chinese handelaar van over de grens, 250 kilometer verderop, mij nog ongeruster: ‘In China more freedom mister.’

Een Noord-Amerikaanse expat die er vijf jaar in Astana en twintig jaar in Centraal Azië op heeft zitten, maant mij voor ons gesprek mijn telefoon uit te zetten. Smartphones zijn overal te traceren, staatsveiligheidsmannetjes zijn in de digitale tijd niet meer nodig. Voor we koffie gaan drinken, lopen we nog een kilometer. De man zegt: ‘Er is in Kazachstan niet minder repressie dan in Oezbekistan of Turkmenistan, je ziet er alleen minder van.’

Vele aardige jonge Kazachen die graag hun Engels oefenen én hun hart luchten, zijn nog kritischer. Van Aziz, Gulnur, Abulkhair, Rucel en nog wat anderen mag ik ook hun achternaam in de krant zetten, maar ik weet genoeg over autoritaire regimes om dat niet te doen. In onderstaande conclusies meng ik hun bevindingen met die van expats die off the record spraken.

Tuiniers aan het werk met op de achtergrond downtown Astana in aanbouw. Beeld Ryan Koopmans

Ik ben gewaarschuwd dat je op donderdag, vrijdag en zaterdag geen plekje vindt in de trein naar Almaty, 1200 kilometer zuidwaarts, waar de steppe overgaat in de uitlopers van de Himalaya. Ik begeef mij op maandag naar Astana’s gloednieuwe treinstation Nurly Zhol, dat de proporties heeft van een vliegveld. Ik hoor dat de treinen op maandag, dinsdag en woensdag óók vol zitten. Gelukkig is dat met een bankbiljet op te lossen.

Het kan geen toeval zijn dat ik in een coupé tegenover een hartelijke employee van een ministerie beland. Zij mist Almaty nog vaak. Het was ‘een gekke tijd’ na de verhuizing, vertelt ze. De ministeriële dames deden in de nieuwe hoofdstad hun mooiste schoeisel aan. Bij de uitgang van hun appartementencomplex kregen ze plastic zakken aangereikt: doe die maar om uw lakschoentjes, Astana is een mengsel van modder en sneeuw.

Er is nooit therapie gegeven aan al die mensen die moesten verhuizen, maar de trein die veertien uur door een leeg steppelandschap zuidwaarts rijdt, is een heimelijke plek van groepstherapie. Er is wodka, er is gefermenteerde paardenmelk. Twee trauma’s voeren de boventoon. Eén: Astana is ijskoud, de winter duurt er zeven maanden. Twee: in Astana en de 500 kilometer eromheen is niets te doen. In Almaty ging je in het weekeinde naar de bergen of naar je datsja. Je kon er skiën en wandelen, je had er honderd restaurants en theaters. Maar wat moet je in Astana? Eén zinnetje hoor ik zeven keer: ‘Astana is om te werken, Almaty is om te leven.’

Ach, Almaty. Vergelijk de ex-hoofdstad van Kazachstan met een verlaten echtgenote die haar toestand met waardigheid draagt en haar ex-man heimelijk te kennen geeft: je zult me nog missen bij dat ordinaire jonge ding. Wie de oude hoofdstad ziet, begrijpt wel een van Nazarbajev verhuismotieven: er is weinig Kazachs aan deze stad, Almaty staat vol met neoklassieke Sovjet-bouwsels. Almaty’s onttroning vermocht een nieuwe bloei niet tegen te houden: de stad ligt op de oude zijderoute, China en Kirgizië zijn vlakbij. In de woorden van een expat uit een Noord-Amerikaans land waar ze graag kernachtig formuleren: ‘They tried their best to kill Almaty, but they failed.’

Probeer Almaty maar eens níét te waarderen als je uit Astana komt. Hier heb je bergen, parken en bazaars. Ook aangenaam: je ziet hier weer mensen die te voet gaan, plus mensen die ouder zijn dan 50. Noem het ‘de gewone wereld’, weg van de reuzenlego en de twintigers en dertigers in zwarte suv’s.

Zo vrij is het er niet: jonge Kazachen en expats zijn (off the record) kritisch

- Vrije pers bestaat niet. Je kunt je online toegang verschaffen tot kritische berichtgeving. Dan moet je Engels kunnen lezen en enigszins behendig zijn in het omzeilen van digitale drempels. Regimekritische stukken moet je nóóit liken.

- Er is geen sprake van een stroom van enthousiaste jonge mensen naar Astana, er is sprake van controle van het regime over het politieke én economische leven. Niet alleen overheidsinstanties maar ook bedrijven, en in hun kielzog buitenlandse investeerders, zijn van Almaty naar Astana verhuisd. Oud personeel vloeide af. Dat deze jonge stad als een magneet op jonge mensen werkt, is een mythe: die jonge mensen hebben weinig keus. Het ‘wonder van Astana’ is een politiek prestigeproject.

- Astana heeft geen miljoen inwoners, zoals officieel wordt gemeld. In werkelijkheid zijn het er waarschijnlijk 650 duizend, in het weekeinde slinkt dat naar 400 duizend. In de oude hoofdstad Almaty zwelt het inwonertal dan juist aan.

Op één plek vang ik ook een glimp van die ‘gewone wereld’ op in Astana. Het gebeurt op mijn twee-na-laatste dag, als ik ’s avonds op zoek ga naar de restanten van het stadje dat hier lag voor de plek werd uitverkoren als hoofdstad. Het heette achtereenvolgens Akmolinsk, Tselinograd en Akmola. Nazarbajev besloot het niet af te breken, maar zijn nieuwe hoofdstad ernaast te bouwen – alsof Mark Rutte om strategische redenen Geldermalsen als hoofdstad zou aanwijzen en naast het bestaande plaatsje een nieuwe XXL-stad zou bouwen.

Ineens zie ik de moeders met baby’s die ik in Astana zo lang heb gezocht, en meer: hoge bomen, kinderen met suikerspinnen, bejaarden op bankjes en nergens goud of marmer. Ik realiseer me dat ik het oude stadspark van Akmola ben binnengelopen. Of dit een van de ‘schitterende parken’ is waarover fans van Astana reppen, weet ik niet, maar dit is mijn favoriete plek in deze nieuwe hoofdstad. Zeker, voor zulke parken hoef je niet naar Astana. Je vindt ze in honderden oude Sovjet-steden, van Minsk tot Vladivostok. Mensen die op negen hoog in torenflats wonen, beleven er vaak hun mooiste momenten van de dag. Dat parken er ook wel ‘mensenplekken’ worden genoemd, zegt eigenlijk alles.

Zakenmannen staan aan de voet van het Bayterek Monument. Beeld Ryan Koopmans

Astana is aflevering 14 in een onregelmatig verschijnende serie over aardse paradijzen – of plekken waarop mensen hun idee van een paradijs projecteren. Die plekken zijn even verschillend als de mensen die ze voor paradijzen aanzien. Waar de een paradijzen herkent in spectaculaire en extravagante steden, herkent de ander die juist in afgelegen kloosters in de Himalaya. In eerdere afleveringen van de serie fungeerden plekken zo verschillend als Zwitserland, Bhutan, Tahiti, Singapore, Cuba en het meest geliefde golfresort van Donald Trump. Alle afleveringen zijn terug te lezen op volkskrant.nl/paradijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.