De Gids Goed & Slecht

Arjan Peters strijdt tegen de entergekte in poëzie

Goed & Slecht: ultrakorte regels onder elkaar zetten, is dat altijd poëzie? Arjan Peters vindt van niet.

Beeld Getty, bewerking Studio V

In het huis boven haar hoort Geerteke van Lierop (1980) gekraak. Zou dat de geliefde zijn die haar een teken wil geven? Ze heeft nieuwe bovenburen, dat is de neerlandica en actrice bekend, maar tegen beter weten in hoopt ze dat hij het is.

Twee jaar geleden is haar geliefde tijdens een boottocht verdronken. Daarover gaat Een zee van glas (Ten Have; € 15,-), met Van Lierops aantekeningen en gedichten over verlies, rouw, tranen en een nieuwe liefde. Alles goed en wel, of helemaal niet goed en onwel, maar die gedichten zijn geen gedichten. Onderworpen aan inspringdrift en entergekte, misschien geïnspireerd door de dichtende huisknecht Jan Arends (‘Wie/ kan zo mager/ praten/ met de taal/ als ik?’), komt Van Lierop met dit soort flarden aanzetten: ‘elke pijn/ zijn eigen laag/ elke dag/ zijn eigen diepte/ helse pijn/ verdwijn/ blijf toch/ nog even/ slijt niet/ te veel/ want jij bent/ liefde’. De tragedie heeft in Geerteke niet de dichter wakker geroepen. Het distichon ‘helse pijn/ verdwijn’ zou je nog op een poster kunnen hangen in de behandelkamer van de fysiotherapeut, maar ik acht de kans klein dat dit gebed aan de genezing bijdraagt.

Nog een entergek: Edwin Fagel, die in het extatische landschap in (Nieuw Amsterdam; € 19,99) ‘de vrouwelijke godheid centraal stelt’, aldus de flaptekst, met dit gestotter tot gevolg: ‘Ze heeft geen taal/ maar Ze heeft een/ st stem (…) ik zag een gele bloem/ ik dacht Ze/ Ze is zo mooi/ Ze// verandert steeds/ van/ van vorm’.

In Meneer Harry (Statenhofpers; € 47,50), de uitgave van de Kousbroek-lezing die Mensje van Keulen dit voorjaar hield, laakt ze het cliché dat het geheugen een zeef of een vergiet is, want wat eruit weg zou lekken kan zomaar terugkeren.

Vervolgens wil Van Keulen formuleren wat het geheugen wél is: ‘Het springt van de hak op de tak, het doet je pijn, het brengt je in de war, het is een doolhof, een apothekerskast, een stalling, een markt, een moeras, een overwoekerde tuin, een grabbelton, een ruïne, een wereld in de mist, hemel en hel ineen, het is een universum, het is de som der dingen, het is wie je bent.’

Dichtregels hoeven niet altijd onder elkaar te staan. En gelukkig maar, want zo kan ik ware poëzie vinden in een tekst die zich als proza presenteert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.