De Gids Reizen Estland

Anna Lillioja keert terug naar het vakantieland uit haar jeugd: ‘In Estland kun je in een ­langzamer tempo leven’

Vermijd de meute en huur een huisje op een Baltisch eiland. Verslaggeefster Anna Lillioja keert terug naar de zomers van haar jeugd

Het leven op het Baltische eiland Muhu verloopt in een langzamer tempo. Beeld Simon Lenskens

In de kruidentuin van het 450 jaar oude Pädaste landhuis op het Estse eiland Muhu ruikt het naar rijpe wilde aardbeien en pepermunt. Een vrouw met een gebloemd mutsje plukt, knielend op de aarde, onkruid. Het ritmische plukken veroorzaakt samen met het gezoem van de honingbijen het enige geluid. Over de paden tussen de planten wandelt de Nederlandse eigenaar van het landhuis, dat in gebruik is als boetiek- en spahotel. Achter hem torenen metershoge, lichtroze bloeiende tabaksplanten. Daarachter, in de verte, de toppen van een dik dennenwoud. Het eiland Muhu is inmiddels het merendeel van het jaar ook zijn woonplek. ‘Wat er hier te doen is?’ vraagt hij lachend. ‘Helemaal niets.’

Dat je in Estland kunt genieten van helemaal niets, weet ik. Dertig jaar geleden werd ik geboren in het land dat voor meer dan vijftig procent uit bos bestaat en waar vijftien keer zo weinig mensen op een vierkante kilometer wonen als in Nederland.

De bloemen- en kruidentuin van het guesthouse. Beeld Simon Lenskens

Althans, niets... Misschien is het beter om te zeggen dat je hier in een langzamer tempo kunt leven, zonder afleidingen en kunt toekomen aan de dingen die je echt op een vakantie wil doen.

Wanneer ik tegenwoordig terugkeer naar Estland, naar ons zomerhuis dat op een eiland in de bossen ligt, kijk ik uit naar deze spontaan in te vullen ruimte. Een halve dag aan het ontbijt zitten, lange gesprekken voeren met vrienden en familie, naar het strand wandelen of zomaar liggen in het gras. Ik pak de boot naar een nabij eiland of rij naar de melk- en eierboer, een man die altijd in zijn witte slip over zijn kleine erf loopt.

Vanmiddag rijden we vanaf Pädaste, via de dam, die me altijd nog het meest aan Nederland doet denken, het grotere eiland Saaremaa op. Door het dorpje Liiva, waar langs de weg marktstalletjes staan opgesteld. Kleden met traditionele Muhu-bloemenborduursels liggen als wollen gazonnetjes op lange tafels, bergjes van oud zilverwaar glinsteren in de zon en schapenvellen in tientallen grijstinten hangen over antieke houten ladders. Vrouwen verkopen zelf geplukte bessen, paddestoelen, aardbeien en tomaten uit hun tuin.

Op het eiland Saaremaa. Beeld Simon Lenskens

We stoppen bij vriendin Ingrem, die op haar vakantieboerderij een huwelijksfeest aan het voorbereiden is. Onder het lage dak van het oude huis zit ze op een houten stoel, haar lange haar in een vlecht. Op haar schoot rust een emaillen kom waarboven ze voorzichtig bruine melkzwammen schoonborstelt.

‘Hebben jullie honger?’, roept ze wanneer we aan komen lopen over het erf. ‘Neem een paar tomaten mee bij de kelderdeur. Dan maak ik een boterham.’ Voor de kelder, een ruimte onder een heuvel van gras, staan bakken vol groenten en kruiden. Donkerrode tomaten, kleine komkommers, bossen dille. Veel mensen op het platteland hebben een grote moestuin of een kas. Een fijn ochtendritueel is om op blote voeten door het natte gras te lopen en zelf de ingrediënten voor bij je ontbijt te halen; een plukje dille, bessen voor op je yoghurt en verse ­citroenmelisse voor in de thee.

De twee zoons van Ingrem, allebei haast twee meter lang en blond, studeren in het buitenland en zijn voor de zomer naar het eiland gekomen. ‘Het is de enige plek waar ik wil zijn in de zomer,’ zegt de een die een rossige windhond over zijn kop aait. ‘Anders is het geen zomer geweest.’ Wat er nog meer op het menu staat voor de bruiloft? Salades, gemarineerde witvis met limoen, verse aardappelen en de ster van de zomerse keuken van Estland: gerookte schol.

De beste plek om op Saaremaa verse schol te halen is bij visservrouw Tiina Tihemetsa. We rijden door bossen en langs korenvelden naar het vissersdorpje Nasva, dat aan het begin van het Sõrve-schiereiland ligt, tevens de favoriete strandbestemming van de bewoners. Er is hier nog minder verkeer dan op het vasteland.

Vis geserveerd in het restaurant Pädaste Manor. Beeld Simon Lenskens

Bij Tiina staan acht auto’s geparkeerd. Ze loopt ons tegemoet in een kleurrijk schort. In de zomermaanden houdt het werk niet op, zegt Tiina, terwijl ze de rookoven in de tuin opent en verdwijnt in een waas van grijze rook. Naast de oven hangen schollen aan lange spiezen klaar. Tiina strijkt ze langs hun gestippelde buiken, wijst op de vinnen en zegt: ‘Zie je, sommigen zijn linkshandig en de anderen rechts.’ Dan gaat haar telefoon weer voor een volgende bestelling.

Het zomerhuis dat we voor deze week gehuurd hebben, staat midden in het Vilsandi-natuurgebied. Omringd door bos, zes kilometer van de buren en driehonderd meter van zee. We rijden het erf op en sluiten het grote houten hek achter ons. Voordat we onze spullen uitpakken, is het zaak de sauna warm te stoken. De berkentakken, waarmee je je naakte lichaam in de sauna bewerkt en de biertjes voor erna liggen al klaar.

Huisje op het terrein van het guesthouse. Beeld Simon Lenskens

In Estland kun je maar op twee plekken zijn: in de stad of ‘op het land’. Land betekent meestal een zomerhuisje. En wie dat niet heeft, kent wel vrienden, ouders of grootouders die ‘land’ hebben. Kinderen werden daar vroeger hele zomers heen gestuurd. Mijn peetmoeder, die op Saaremaa woont, zegt: ‘Wie aan het einde van de zomer met de meeste schrammen op zijn of haar knieën de klas binnenliep, was de winnaar.’

Als kind ging ik met mijn opa en oma altijd mee naar mijn oudtante in het zuiden van het land. Nog voel ik de ruwe bekleding van de achterbank in mijn zweterige knieholtes prikken en de zomerbries door het autoraampje die mijn haren tot een vogelnestje omtoverde. Het vlakke landschap van het noorden ging over in een glooiend en heuvelachtig uitzicht. We stopten om te plassen, om in meertjes te zwemmen of om bessen te plukken. In de zandgrotten van Taevaskoja kerfde ik graag, met mijn voeten in het water, tekeningen in de rossige zandwanden.

De schrijver van dit artikel in Estse klederdracht. Beeld Simon Lenskens

Na drieënhalf uur rijden doemde het groen geverfde huisje van mijn oudtante op. Te midden van dofgouden ­korenvelden. Boven de stal sliepen we met z’n allen tussen twee lakens in de hooiberg. We lieten lege kannen achter op een houten trappetje voor het hek, waar de melkboer ze de volgende ochtend gevuld terugzette.

Zulke oude trappetjes zie je nog steeds in het landschap van Saaremaa. Net als bushokjes met kanten gordijntjes waar nooit iemand staat. In het dorp Kihelkonna is het jaarlijkse zangfestival bezig. Een mannen- en een vrouwenkoor in klederdracht staan onder de middeleeuwse klokkentoren op een heuvel. Op kleedjes zitten kinderen te spelen en ouders te picknicken. Wanneer de bekende Saaremaa-wals wordt ingezet – ‘O, draai haar rond, laat haar vliegen, het vlasblonde meisje. Nee, zo een vind je nergens anders dan op Saaremaa. Op de heide op een juninacht...’ De vrouwen trekken hun mannen mee om te dansen op het gras.

Maar je kunt ook gewoon in stilte voor je huis zitten. De bladeren van de kastanjeboom ritselen dan alsof iemand verhalen in mijn oor fluistert. De dennen in het bos filteren het zonlicht tot wisselende patronen op de grond. De stammen bewegen en kraken, als een oude deur in een Ests huis.

De vis hangt te drogen in een tuin. Beeld Simon Lenskens

Saaremaa is een verborgen schat in de Oostzee, daar zijn de eilanders het over eens. Ze organiseren van alles in de zomer. Samen met mijn peetmoeder bezoek ik een schapenboerderij waar in de hooischuur bruiloften worden gehouden en handwerk wordt verkocht, de biologische zepenmakerij GoodKaarma in het dorpje Kaarma heeft een buitenbar waar Nepalese vlaggetjes wapperen in tuin, de Pihtla bierbrouwerij is de oudste microbrouwerij van Estland.

De Oostzee. Beeld Simon Lenskens

De brouwerij is net dicht als we aankomen, maar we krijgen toch nog een miniproeverij aangeboden. Ik ga voor een troebel boerderijbiertje, iets met gember en een frisse slok dennennaaldenbier. Samen met de brouwers zitten we op een bankstel in de avondzon, als de eigenaar zijn jeep langs de bosrand parkeert. Met een glimlach laat hij een pakketje in krantenpapier op een tafeltje voor ons vallen. Vier dikke rode baarzen, nog warm van de rookoven. ‘Ha! Ik ben Arved,’ zegt hij en steekt een hand naar ons uit, vettig van de visolie.

Ik sluit de lange, lome Estse zomer af in het dorpje Palamuse, in het zuiden van het land. Dicht bij de plek waar ik vroeger met mijn grootouders kwam. Er zijn twee vrienden uit Nederland overgekomen en we ontbijten voor de kleine blokhut die we hebben gehuurd. Vóór ons wiegen honderden waterlelies op een beekje en in de verte is het kletteren van een waterval te horen. Het gras kietelt aan mijn voetzolen. Een madeliefje steekt zijn kopje tussen mijn tenen door.

In dit dorp, aan de oevers van deze beek, speelt een van Estlands bekendste romans – en de verfilming ervan – zich af. Kevade, ofwel Lente, over het leven van een groepje kostschoolscholieren. Ik moet denken aan de laatste zinnen uit de film. De zomervakantie is net aangebroken en het meisje Teele zegt tegen haar beste vriend Arno: ‘Arno! Arno, kom vandaag naar ons nieuwe huis kijken.’ Arno twijfelt en zegt dan dat hij liever thuis blijft. Teele kijkt verwonderd en vraagt wat er dan voor bijzonders thuis is. Er verschijnt een glimlach op Arno’s gezicht en een dromerige blik in zijn ogen, voor hij zachtjes antwoordt: ‘De bloemen..., de weiden... en de zon die schijnt.’

Een zangfestival op het eiland Saaremaa. Beeld Simon Lenskens

Praktisch

Estland ligt 2.000 kilometer rijden van Nederland. Luchtvaartmaatschappij AirBaltic vliegt dagelijks naar Tallinn. Vanaf € 100, ­airbaltic.com.

De treinverbinding is slecht (vier keer overstappen). Boek je eigen zomerhuis op Saaremaa via: saaremajutus.ee/en

Op Airbnb vind je prachtige huizen door het hele land; bijvoorbeeld in het heuvelachtige zuiden met de vele meertjes en rivieren. Het landhuis Pädaste op het eiland Muhu heeft een hottub met geweldig uitzicht en biedt behandelingen geïnspireerd door de omgeving. Zoals een hooi- of zeewierwrap of een massage met geitenmelk. padaste.ee Algemene info: visitestonia.com/en

CO2-uitstoot

Een vlucht naar Tallinn plus huurauto veroorzaakt 1.300 kg CO2-uitstoot op voor twee personen; per eigen auto naar Saaremaa kost 950 kg CO2. Dat is voor 10 tot 15 euro te compenseren via treesforall.nl of fairclimatefund.nl. Meer info: milieucentraal.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.