De GidsLust & Liefde

André (31): ‘De beelden van wat haar was overkomen lieten me niet meer los’

Beeld Sasa Ostoja

Aan haar vorige relatie heeft de vrouw van André een posttraumatisch stresssyndroom opgelopen. Dat liet ook hem niet onberoerd. 

André, 31: ‘Mijn vrouw is in een vorige relatie langdurig mishandeld en misbruikt, ze heeft daardoor een angststoornis en ptss. We zijn nu drie jaar samen en vooral de eerste jaren was het of we op een dubbel spoor zaten. Aan de ene kant was er die overweldigende liefde die razendsnel nieuwe loten kreeg, verrassende inzichten meebracht en vooral heel veel plezier en lichtheid. En aan de andere kant was er het verdriet dat er zomaar van het ene op het andere moment voor kon zorgen dat ze teruggetrokken was en angstig. Een pakketbezorger aan de deur was soms al reden voor een paniekaanval. Aanvankelijk haakte ze na onze allereerste date af. Om een paar weken later weer aarzelend contact met me op te nemen. Oké, zei ze, als je zeker weet dat je me leuk vindt, weet dan wel waar je aan begint. Vanaf dat moment hebben we eindeloos gepraat. Ik stelde de ene vraag na de andere. Ik wilde alles weten over wat ze had meegemaakt, tot in de meest gruwelijke details – in de veronderstelling dat als ik maar lang genoeg doorvroeg, er een moment zou komen dat ik alles wist. En dat als ik de bodem zou zien van haar verdriet, dat het ideale vertrekpunt zou zijn voor ons leven samen. Ik probeerde zekerheid te creëren over iets wat helemaal niet te bevatten viel. Want hoe meer ik vroeg, hoe gruwelijker haar ervaringen bleken. Dan bedacht ik nog maar een vraag en nog een, want op een keer moest er toch het antwoord komen: ‘Nee, wat je nu vraagt, zo ver ging het niet.’ Ze was zo leuk, ik merkte aan alles dat ik met haar verder wilde: we konden onbedaarlijk lachen, ontwikkelden binnen de kortste keren eigen woorden en grapjes. Maar dat tweede spoor moest ik me net zo eigen maken als dat andere, vond ik, anders hield ik niet echt van haar. Ik moest die gruwelijke diepte in.

En toen gebeurde er iets raars. In mijn diepe wens haar pijn te doorgronden, ontwikkelde ik een wat ‘secundair posttraumatisch stresssyndroom’ blijkt te heten. De beelden van wat haar was overkomen lieten me niet meer los. Ik zag ze steeds voor me, aangevuld met beelden van wat haar had kunnen overkomen, dwanggedachten, grenzeloos in hun wreedheid. Ik kreeg last van slapeloosheid en paniekaanvallen. Een liedje uit die periode van haar leven, was zonder dat er een directe aanleiding voor was, al genoeg om me totaal in de war te brengen. In het begin had ik niet meteen door dat mijn stress met die van haar te maken had. Maar door het vele praten wat wij van begin af aan deden, door de intense en atypische start van onze relatie zag zij onmiddellijk wat er scheelde. Ze herkende haar eigen paniek in die van mij, en stuurde me niet alleen naar een goede psycholoog, maar ving me ook op. Als ik midden in de nacht de akelige beelden niet van me kon afzetten, en dingen wilde weten waar ze zelf niet eens meer antwoord op had, zei ze: kom we gaan naar buiten, trek je schoenen aan, even eruit. Dan liepen we hand in hand door de nacht over straat, net zo lang tot de gewoonheid van de dingen het won van de verbeelding. Gedurende die nachten spraken we niet over wat ons dwarszat, maar over kleine gebeurtenissen op dat andere, gelukkige spoor die ons ook bezighielden of over helemaal niks. Het was eng hoe ik zo steeds verder wegdreef van mezelf. Het kwam mij voor dat ik tegelijk met dat secundaire stresssyndroom een gekke jaloezie aan het ontwikkelen was. Dan besefte ik dat het geluk wat ik haar in een heel leven zou kunnen geven in hevigheid nooit die twee jaar ellende zou kunnen overtreffen. Voor twee mensen die elkaar zo kort kennen en alleen maar blij willen zijn, hebben we het onvoorstelbaar zwaar gehad. Zij voelde zich schuldig omdat ze mij opzadelde met haar lijden, en ik omdat ik me zo vereenzelvigde met dat lijden door steeds vragen te blijven stellen. We hebben heel veel wandelingen gemaakt in wat we al snel ‘ons bos’ begonnen te noemen, om onze hoofden op te schudden. En langzaam ging het beter. Eerst met mij en nu ook met haar. Vorig jaar zijn we getrouwd. Haar trauma en mijn afgeleide trauma waren een derde persoon in onze relatie die extreme lelijkheid en extreme schoonheid met elkaar verbond. Zonder die lelijkheid waren we een ander stel geweest. Als die iets positiefs heeft opgeleverd dan is het dat we met nog meer mededogen en openheid naar elkaar kijken. Er zijn geen nevelen in deze relatie, nog niet als ik zou willen, want als er iets niet goed is, zie ik dat onmiddellijk in haar ogen en zij in de mijne.

Laatst lagen we in bed toen er ineens iets ongemakkelijks in onze omhelzing sloop. Het leek of we allebei elders waren met onze gedachten. In vorige relaties zou ik het erbij hebben laten zitten. Want zo gaat het, je bent moe, wilt slapen, aarzelt of je elkaars afwezigheid wel juist interpreteert. Misschien zegt de ander wel: nee, hoezo afwezig, en dan ben je nog verder van huis. Hoeveel makkelijker is het dan om gewoon je ogen te sluiten. Maar nu vroeg ik wat er aan de hand was. Er ontstond een kort gesprekje over hoe druk we het allebei hadden en die avond besloten we wat rustiger aan te doen en nog maar één afspraak in het weekend te maken, en daarnaast elke maand een weekend vrij voor ons samen. De pijn heeft ons alerter gemaakt, niet gelukkiger, maar wel veel meer betrokken. En betrokkenheid is misschien wel de belangrijkste factor voor een gelukkige toekomst. Ja, dat moet het zijn: er is bij ons niet langer ruimte voor bullshit.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden