Altijd zuinig met woorden, een lichte schrijfstijl en doorspekt met subtiele, terloopse humor

Nescio: een minicursus

Honderd jaar geleden debuteerde de Amsterdamse schrijver Frits Grönloh, beter bekend als Nescio; nog steeds wordt met zijn werk gedweept. Voor de ongelukkige die Nescio niet kent, geeft Paul Onkenhout een minicursus in tien lemma’s.

Nescio Beeld RV

1

De honderdste verjaardag

Bij het Amsterdamse antiquariaat Streppel is een exemplaar met roestvlekken en lichte beschadigingen te koop van de bundel Dichtertje, De uitvreter, Titaantjes, het 130 pagina’s tellende boek waarmee Nescio honderd jaar geleden stilletjes debuteerde. De verzendkosten bedragen 3,65 euro, binnen Nederland.

De prijs van het boek, een ‘acceptabel exemplaar’ volgens Streppel, is 650 euro – een fors bedrag dat de verleiding op geen enkele manier wegneemt. Het is een eerste druk, een van de vijfhonderd exemplaren die de Haarlemse kunsthandelaar en uitgever J.H. de Bois in april 1918 op de markt bracht. De verkoopprijs was 3 gulden, het honorarium van de schrijver 150 gulden.

Verhalen van honderd jaar oud, maar nog steeds vitaal en geliefd: het is slechts weinig Nederlandse schrijvers gegeven. Uitgever Nijgh & Van Ditmar eert Nescio (1882-1961) deze maand met een nieuwe druk, de 44ste. In alle literaire kringen en in alle leeftijdsgroepen heeft Nescio nog steeds bewonderaars.

2

De schrijver

Achter het pseudoniem Nescio, Latijn voor ‘Ik weet het niet’, zat een Amsterdammer verscholen, Jan Hendrik Grönloh, roepnaam Frits. Zijn schrijverschap hield hij grotendeels verborgen. Als schrijver was hij even onafhankelijk als eigenzinnig.

Zijn leven bracht Grönloh grotendeels door op kantoor, als ‘kantoorschrijver’ en later als procuratiehouder en directeur van een exportfirma, de Holland-Bombay Trading Company. Veel invloedrijker op zijn werk waren de wandelingen die hij maakte, in en rondom Amsterdam vooral, maar ook elders in Nederland.

3

Zijn stijl

Nescio’s taalgebruik, deels fonetisch (hij wordt i, had hij hatti), is verouderd noch aanstellerig. Nescio had een afkeer van grote woorden en mooischrijverij. Wat de ontroering vooral stimuleert, is het grote thema: de botsing tussen dromen en daden, idealen die worden opgeslokt door de burgerlijke moraal en verlangens die niet worden vervuld.

De hemel wordt bestormd, maar tevergeefs. Zoals schrijver Tommy Wieringa het nesciaans zegt: ‘De God van Nederland breekt de nek van titaantjes.’

En dat in combinatie met een lichte schrijfstijl, vers tot op de dag van vandaag en doorspekt met subtiele, terloopse humor, lichte ironie en mededogen – en overal melancholie. ‘Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik ’t zelf. We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is.’ (uit: Titaantjes)

Nescio is altijd zuinig geweest met woorden. Na de bundel met Dichtertje, De uitvreter en Titaantjes in 1918 verscheen in 1946 Mene Tekel, in 1961 Boven het dal en andere verhalen, in 1967 Heimwee en andere fragmenten en in 1971 De X Geboden.

Alles bij elkaar zijn het nog geen driehonderd pagina’s. De grote schrijver van een klein oeuvre, schreef Remco Campert over hem. Said el Haji sloot een column eens af met een dringende vraag aan God: ‘Waarom heeft U, in hemelsnaam, Nescio niet méér laten schrijven.’

Het zou hem hogelijk verbaasd hebben, die bewondering die al honderd jaar stand houdt. ‘Soms vertelt men mij dat er nog altijd belangstelling, soms zelfs enthousiasme bestaat voor ’t boekje van Nescio’, schreef Grönloh. ‘Maar ik heb nooit “talent” gehad. Ik schreef zoo maar, zonder er iets bij te denken. “Verzinnen” kon ik nooit wat.’

Nescio schreef het in 1956, vijf jaar voor zijn dood. Hij zat er helemaal naast.

4

De bewonderaars

Lang was Nescio een writer’s writer, een favoriet van andere schrijvers en een select gezelschap fijnproevers. De Belgische schrijver Louis Paul Boon, klagend: ‘Nooit werd er iets mooiers in onze hele Noord- en Zuid-Nederlandse literatuur geschreven, en nooit heeft het zolang geduurd om de mooiheid van dergelijk werk naar waarde te doen schatten.’

Tegenover de onaanzienlijke verkoopcijfers stond de lof uit literaire kringen. Menno ter Braak en Lodewijk van Deyssel waren de eersten in een lange reeks. Gerard Reve (‘Ik voltooi eigenlijk geen bladzij, zonder dat ik tenminste een keer aan Nescio heb gedacht’) was een grote bewonderaar, evenals Simon Carmiggelt die in zijn vermaarde Kronkels in Het Parool tien keer over Nescio schreef.

Bert Schierbeek noemde hem ‘onze grootste prozaschrijver’. Maarten Biesheuvel, Jan Wolkers, Willem Wilmink, Kees van Kooten, Fay Lovsky, Joost Prinsen, Joost Swarte (die zijn verhalen illustreerde), Nanne Tepper, Arjen Lubach: de lijst is lang en gevarieerd (Hans Wiegel!) en wordt nog steeds aangevuld.

Tommy Wieringa zegt ‘tot tranen toe ontroerd’ te zijn als hij de verhalen van Nescio herleest. Tergend precies, fijnzinnig en ontroerend, noemt hij het werk. ‘Nescio raakt me ten diepste.’

Wieringa vertelt over een recent bezoek aan een andere schrijver die Nescio onvoorwaardelijk bewondert, A.L. Snijders. ‘Bij hem hangt de eerste pagina van De uitvreter aan de muur, in het fraaie handschrift van Nescio. Er is niks verouderds aan. Dat is het vreemde. De taal van bijvoorbeeld Louis Couperus is sterk verouderd. Bij Nescio is dat niet zo. Hij heeft de tand des tijds met zoveel gemak doorstaan.’

Nescio moet door elke nieuwe schrijversgeneratie worden gelezen, zei Remco Campert. Zijn wens wordt vervuld. De biograaf van Nescio, Lieneke Frerichs, wordt volgende week bij een lezing in het Noord-Hollands archief in Haarlem vergezeld door ‘Nescio-liefhebber’ Philip Huff. Twee andere jonge schrijvers, Gustaaf Peek en Martijn Neggers, leverden vrijdag een bijdrage aan een feestelijke bijeenkomst in boekhandel Athenaeum Roeterseiland, ter gelegenheid van ‘100 jaar Dichtertje, De uitvreter en Titaantjes.’

In De man die iets miste uit 2016 diept neerlandicus Rob Bindels uitspraken op van schrijvers over Nescio. Dimitri Verhulst: ‘Voor mij is Nescio helemaal niets. Hij is gewoon, maar dan op een magistrale manier.’ Mohammed Benzakour: ‘Nescio is niet zomaar tekst op papier. Nescio is een ervaring. Wie Nescio leest, verandert.’

Eind 2016 stelde het Algemeen Dagblad aan Özcan Akyol de vraag wie God voor hem is. Zijn antwoord: ‘Nescio, de beste schrijver van allemaal. Zijn werk geeft me energie, het heelt mijn geest. Wat gelovige mensen met de Koran of de Bijbel hebben, denk ik.’

5

De beginzinnen

De eerste zinnen van Nescio zijn vermaard. Vooral ‘Jongens waren we – maar aardige jongens’ (Titaantjes) wordt te pas en te onpas geciteerd en gebruikt; en misbruikt.

In een verslag van een rechtszaak tegen elf jongens verwees het Brabants Dagblad in 2016 bijvoorbeeld naar Nescio. ‘Waren het, net als bij schrijver Nescio, ook áárdige jongens?’, was de vraag. Het antwoord was helaas negatief: ‘Nou, nee. Met zijn allen vormden ze volgens het Openbaar Ministerie een criminele organisatie die er zeker drie jaar flink op los roofde.’

Net zo legendarisch is de beginzin van De uitvreter: ‘Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.’ Na een rit met tram 10 in Amsterdam deed tekenaar en schrijver Peter van Straaten in 2011 in NRC Handelsblad een poging de zin te vertalen.

‘Dan komen we in de Sarphatistraat. Op de gevel van een gebouw is een plaquette bevestigd met het woord Nescio erop. Iedere keer verbeeld ik me dat ik een Amerikaan moet uitleggen waarom dat woord daar staat. Moeizaam begin ik aan de vertaling van de eerste zin van De uitvreter. ‘Apart from the man...,’ maar dan stuit ik op de moeilijkheid van de woorden “nooit een wonderlijker kerel....” Kerel dat moet bloke zijn, maar wonderlijker? More peculiar? Ik kom er niet uit en besluit het woordenboek te raadplegen. Wat ik eenmaal thuis meteen weer vergeet.’

Een paar jaar later wordt Van Straaten geholpen door een professional, vertaler Damion Searls. Voor een prestigieuze reeks van vertaalde literatuur van The New York Review of Books krijgt hij een dwingende tip van Tommy Wieringa: Nescio. Met het woordenboek naast zich – hij is het Nederlands niet machtig – vertaalt Searls The freeloader, Young titans en Little poet.

Amsterdam stories verschijnt in 2012. De eerste zin van The freeloader: ‘Except for the man who thought Sarphatistraat was the most beautiful place in Europe, I’ve never met anyone more peculiar than the freeloader.’

En die andere: ‘We were kids – but good kids.’

6

De hond Bavink

Vanwege de stijl (‘Onovertroffen’) en thematiek (‘Tijdloos’) beschouwt Telegraaf-columnist Rob Hoogland Nescio als de belangrijkste schrijver die Nederland heeft voortgebracht. ‘Ik ben een enorme fan. De eerste zin van De uitvreter is beroemd, en terecht, maar de laatste pagina overtreft alles, die lees ik elke drie maanden opnieuw. En elke keer weer ben ik ontroerd. Magistraal.’

Lezers treffen in zijn columns regelmatig een hond aan die is vernoemd naar Bavink, de kunstschilder die (in Titaantjes) in een gesticht voor zenuwpatiënten belandt. In werkelijkheid heet de hond van Hoogland Ruby. ‘Af en toe kom ik in Amsterdam een taxichauffeur tegen die iets naar me roept als ik de hond uitlaat. Hee Bavo, schreeuwt hij dan.’

7

De man van de Sarphatistraat

De man die de Sarphatistraat in Amsterdam-Oost de mooiste plek van Europa vond, was schrijver en psychiater Frederik van Eeden. In 1888 schreef hij in de Nieuwe Gids een stuk over Een liefde van Lodewijk van Deyssel, met onder meer deze zin: ‘Als den dag van gisteren heugt het mij hoe ik de Sarphatistraat de mooiste straat van Amsterdam vond.’ De naam van Nescio en de beginzin van De Uitvreter staan op het oude Militair Hospitaal in de Sarphatistraat. Het is tegenwoordig een appartementencomplex.

8

De kanttekening

De hernieuwde belangstelling (en bewondering) voor Nescio kwam op gang in de jaren zeventig – en niet tot ieders genoegen. Schrijver/criticus Jeroen Brouwers klaagde dat de Nederlandse literatuur ‘geheel Vernesciood’ was.

Hij krijgt bijval van een andere schrijver, Ilja Leonard Pfeijffer. Een goede schrijver, noemt hij Nescio. ‘Maar helaas is hij een symbool geworden van een bepaald soort stijl. De kale, afgemeten, precieze zinnetjes van Nescio zijn een soort wetboek geworden voor Nederlandse schrijvers. Daar verzet ik me tegen.’

Een verklaring heeft hij ook. ‘De stijl van Nescio sluit goed aan bij bepaalde aspecten van de Nederlandse volksaard; bij de calvinistische mentaliteit. En het sluit ook mooi aan bij de gedachte dat je gewoon moet doen, omdat je dan al gek genoeg doet. Ik verzet me evenzeer tegen die volksaard als tegen de stilistische opvatting die daar een uitdrukking van is. Ja, daarom voel ik me hier in Italië ook zo thuis.’

9

De single

De grootste hit van de Nits, Nescio uit 1983, stond vorig jaar in de Top 2000 op nummer 1151. De zin ‘I don’t know’ is een rechtstreekse verwijzing naar de schrijver en diens pseudoniem.

Net zoals Nescio groeide zanger/tekstschrijver Henk Hofstede op in Amsterdam-Oost. Voor zijn eerbetoon liet hij zich inspireren door De uitvreter, het verhaal waarin hoofdpersoon Japi op een zomermorgen om half vijf, toen de zon prachtig opkwam, bij Nijmegen van de Waalbrug stapte.

Hofstede koos voor een vrolijker einde. De ik-figuur springt van een brug, maar bereikt zwemmend een hotel in een paradijselijke omgeving.

Nescio

Questo paradiso

I jumped off a bridge

And went swimming for hours

And nobody, nobody's looking

I came to a hotel with

Double rooms and showers

And nobody, nobody's knocking

10

De vrouw achter Nescio

De literaire nalatenschap van Nescio wordt al veertig jaar met grote liefde beheerd door Lieneke Frerichs (1944). Ze bezorgde onder meer het Verzameld Werk in 1996, ontdekte niet eerder gepubliceerd werk en schrijft momenteel zijn biografie.

Het tijdstip van publicatie is nog niet bekend. ‘Ik gun het mezelf om geen deadline te hebben, maar binnen een paar jaar moet het wel af zijn.’ Terwijl de (vier) dochters van Nescio eerder niet wilden meewerken aan een biografie, krijgt Frerichs van de kleinkinderen royaal hulp – onder meer in de vorm van persoonlijke brieven van de schrijver.

‘In een biografie gaat het erom een beeld te geven van de man achter het werk. Dat is bij hem nog niet zo eenvoudig. Grönloh heeft zich altijd op de achtergrond gehouden. En dat wilde hij zo houden. Zijn dochters hebben dat voortgezet. Wat hij voor man was, ging niemand wat aan.’

Frerichs is een grote bewonderaar van zijn werk; van zijn originaliteit en zijn moderniteit. ‘Het is een wonder dat het werk na honderd jaar nog zoveel zeggingskracht heeft; dat zijn stem nog zo krachtig is. Willem Elsschot heeft het ook een beetje, maar met hem wordt niet zo gedweept als met Nescio. Nescio was een natuurtalent. Vanwege zijn schrijfstijl, maar ook wat hij te vertellen had. Het kwam recht uit zijn hart. Dat voel je als je het leest, je voelt dat het voortkomt uit zijn eigen leven.’

Nog steeds ontdekt ze nieuwe dingen in zijn verhalen. ‘Ik ken het van haver tot gort, maar als ik het opensla pakt het me onmiddellijk weer. Dat is wonderlijk hoor. Je raakt er niet in uitgelezen. Zo sterk is het.’

Haar favoriet: Titaantjes. ‘Het slot kan ik niet zonder brok in de keel voorlezen.’

Nescio: De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje. Nijgh & Van Ditmar, 44ste druk, €20,00.

Biograaf Lieneke Frerichs houdt op 12 april in het Noord-Hollands Archief in Haarlem een lezing over Nescio, samen met schrijver Philip Huff. Reserveren: info@kennemerboekhandel.nl

kader: Boek van de week

Honderd jaar geleden verschenen Dichtertje, De uitvreter en Titaantjes (in die volgorde) van Nescio voor het eerst in boekvorm, bij J.H. de Bois te Haarlem. Deze week verschijnt een jubileumuitgave; een must have voor wie de verhalen nooit las. 

Nescio Beeld RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.