Als designliefhebber mag je deze plekken in Londen niet missen

Citytrip Londen

Londen is een van de belangrijkste steden op het gebied van design, mode, architectuur, cartoons en interieur. Correspondent Patrick van IJzendoorn over de plekken die je als designliefhebber niet mag overslaan.

Samson Soboye voor zijn winkel in Shoreditch.

De rode telefooncel. De rode brievenbus. De rode dubbeldekker. De rode Jaguar. De Mini. De minirok. Mannen op Savile Row. Vrouwen op King’s Road. Hipsters in de kringloopwinkel. De Boris Bike. Twee cartoonmusea. Gilbert & George. De Horse Guards met hun berenmutsen. Battersea Power Station met de vier witte schoorstenen. En dan de skyline met gekke wolkenkrabbers die namen dragen als de Augurk, Walkietalkie en Kaasschaaf. Welbeschouwd is Londen één groot designmuseum. Het is dan ook de stad waar in 2003 ’s werelds eerste designfestival werd gehouden, een evenement dat inmiddels in honderddertig steden is gekopieerd. De creatieve industrie spekt de Britse schatkist jaarlijks met meer dan 70 miljard euro, levert drie miljoen banen op en moet na de Brexit zorgen voor de broodnodige ‘soft power’ in de rest van de wereld. Londen is een van de belangrijkste steden op het gebied van design, mode, architectuur, cartoons en interieur, een stad ook waar ‘typisch Engels’ moeiteloos samengaat met een internationale smaak. Een rondgang langs elf interessante plekken.

Shoreditch

Shoreditch is zo'n wijk waarin zelfs bloemetjesbehang hip is. In The House of Hackney bijvoorbeeld, waar elk denkbaar stukje interieur met een bloemetjesmotief wordt verkocht. Van lampenkappen met 'London Rose'-print tot sofa's met zeewier erop. De interieurwinkel ligt in de designdriehoek van Shoreditch, te herkennen aan de straatkunst en de twee metrotoestellen op het dak van een warenhuis. Deze hangplek voor creatief Londen heeft stijlvolle outlets als Aida (kleding), SCP (meubels) en Atomic (antiek). Not Just Another Store houdt het midden tussen een kledingwinkel, een galerie en een buurtcentrum voor hipsters.

Shoreditch.

Tom Dixon

In de jaren tachtig gaven de Britten de wereld niet alleen Wham, Thatcher en prinses Diana, maar ook de S-stoel. Het meubelicoon met zijn bochtige frame was de doorbraak van Tom Dixon, de ontwerper die zijn artistieke loopbaan begon als bassist in een punkbank. Zijn outlet bevindt zich in een voormalige Virginstudio langs het Grand Union Canal, maar verhuist naar een oud pakhuis aan hetzelfde kanaal in King’s Cross. De winkel is een lofzang op chic materialisme. Wie wil weten hoe het is om in een Dixon-huiskamer te wonen, overnacht in het Mondrian, een boetiekhotel aan de South Bank.

Design Museum

In een uithoek van Holland Park bevindt zich het Design Museum, dat eerder was gevestigd in een voormalig bananenpakhuis nabij Tower Bridge. Het door John Pawson omgebouwde gemenebestinstituut is een luchtige en heldere designtempel zonder tierelantijnen. Niets mag de bezoekers, jong of oud, afleiden bij hun verwondering over het ontwerp, de esthetiek en de evolutie van alledaagse voorwerpen, zoals de fiets, een colablikje of een paar rubberen handschoenen. Hoogtepunt van de collectie is de geheel van hout gemaakte Frankfurt Kitchen, ontworpen door de moeder van Bauhaus, Grete Schütte-Lihotzky.

het nieuwe Design Museum in Holland Park.

Barbican

In Grand Designs hebben de Britten nooit uitgeblonken. In hoogbouw evenmin. Desondanks is de Barbican, een soort Bijlmer, een succes geworden. Het idee was om in een deel van de City, die zwaar was getroffen door de Duitse bombardementen, een nieuwe wijk te bouwen; een burcht, zoals de naam suggereert. Tegenwoordig is de Londense skyline ondenkbaar zonder de drie brutalistische flats met hun balkonnetjes. Het vormt een geliefde woonplek, zeker voor kunstminnende City-types. Gidswandelingen leiden over de straten in de lucht, langs het kunstmatige meer met de waterval. Gezellig, maar hip zal het er niet snel worden.

De Barbican (1982), een voorbeeld van 'brutalisme'.

Mint Shop

‘Een Dalí-schilderij dat tot leven komt’, zo is de Mint Shop van Lina Kanafani wel omschreven. Haar galerie annex boetiek, gelegen om de hoek van het Victoria & Albert Museum (en van Harrods), is een huiskamer met een eclectische inrichting. De Jordanische - die biochemie studeerde, een goed verkopend dieetboek schreef en pyjama’s maakte voor Harrods - profileert zich als een moeder voor designtalenten. Haar jachtgebieden zijn de afstudeer-exposities in Milaan, Eindhoven en Londen. Zo haalde ze zestien jaar geleden Maarten Baas’ ‘Smoke’-collectie naar Londen: de verkoolde meubels van de ‘bad boy of design’.

The Mint Shop.

Victoria and Albert Museum

Een van de gevolgen van de beroemde wereldtentoonstelling van 1851 in het Londense Crystal Palace was de stichting van een museum dat ruim anderhalve eeuw later nog steeds bekend staat als ’s werelds toonaangevende plek voor toegepaste kunst. De grote man achter het V&A was niemand minder dan Victoria’s echtgenoot prins Albert, die geïnspireerd was door het bildungsideaal. De vaste collectie, gratis te zien, is prachtig, evenals het restaurant met de fresco’s, maar de ware kracht ligt in de exposities, of het nu gaat over oceaanschepen, de esthetiek van totalitaire staten, Bowie, brutalisme of de kleren (en make-up) van Frida Kahlo.

Victoria and Albert Museum

No 1 Poultry

Puur esthetisch gezien was het neogotische gebouw dat er tot 1993 stond mooier, maar zijn postmoderne opvolger is opvallender. No 1 Poultry, in het hart van het zakencentrum, is een zeldzaam staaltje postmodernisme in de Londense straten. Dat het de deuren opende toen het postmodernisme eigenlijk al voorbij was, is tekenend. Het roze-groene gebouw met rode klok dat zo heerlijk vloekt met de statige buren, het palladianistische Mansion House bijvoorbeeld, is zelfs een monument: ‘een uniek voorbeeld van commercieel postmodernisme’. Op het parkachtige dak zit het bankiersrestaurant met de ironische naam Coq d’Argent.

De Poultry van achitect Sir Edwin Lutyens.

Carpenters Workshop

Daar staat-ie dan, de Flatpack (concrete) van Van Lieshout, de betonnen stoel met stalen poten die net als een Ikea-product geheel uit elkaar te halen is. Humor die de Britten wel kunnen waarderen. Hij bevindt zich in de Carpenters Workshop in Mayfair, omringd door de curieuze lampen van het Rotterdamse atelier. De Carpenters Workshop, de naam verraadt het al een beetje, richt zich op ‘trage ambachtelijkheid’ waarbij ontwerpers gebruikmaken van natuurlijke en duurzame materialen. Hij beweegt zich in een gebied tussen kunst en design, een gebied waarvoor nog geen passende term gevonden is.

Sir John Soane’s Museum

Het moest niet altijd makkelijk zijn geweest voor Eliza Soane, wonen in een museum. Altijd weer die Apollo die je aankijkt als je even de deur uit gaat om melk te kopen. Regelmatig liet haar man, de excentrieke architect John Soane (1753 -1837), bustes of zelfs een sacrofaag thuisbezorgen. Soms moest er een binnenmuur worden afgebroken. Hoogtepunten in dit bedevaartsoord voor ontwerpers: de 18de-eeuwse keuken, briljante cartoons van Hogarth en tekeningen voor het nooit gebouwde parlement. Na Soane’s dood legden Kamerleden bij wet vast dat er niets in het huis aan Lincon Fields mocht worden veranderd.

Sir John Soane's Museum

Linley

De Britse vlag hangt uit bij Linley. Passend, want interieurontwerper David Armstrong-Jones (alias burggraaf Linley) is de kleinzoon van de koningin. Zijn vader was Lord Snowdon, de rokkenjagende fotograaf die met prinses Margaret zou trouwen. In de jaren tachtig begon Linley met het ontwerpen van meubilair aan King’s Road. Typisch Linley zijn de geheime compartimenten in kasten en bureaus. Een andere specialiteit is marqueterie (mozaïek van hout of marmer). De twee komen samen in het Cassiopeiascherm, een marqueterie van de mythische (en naakte) koningin. Wanneer je de drie panelen een duwtje geeft, verschijnt een drankenkabinet.

Interieurwinkel Linley

Transport Museum

De handtekening van Londen is simpel: een rode cirkel, met daardoorheen een blauwe, horizontale streep. Oftewel: het logo van de ondergrondse. De bedenker daarvan, Frank Pick, wordt geëerd in het Londense Transport Museum. Hij was de ontwerper die ’s werelds oudste metronetwerk begin vorige eeuw een ‘bedrijfsidentiteit’ gaf. Zeker zo belangrijk was Harry Beck, de Mondriaan van de metro, die de iconische ‘tube map’ zou ontwerpen. In het museum zijn tevens de Routemaster en andere klassieke dubbeldekkers te zien. Humor: in het toilet hangt het bord van de metrohalte ‘Waterloo’.

Transport Museum
Meer over