Reportage Productontwerpers

Als design en wetenschap een eindje met elkaar oplopen, krijg je slimme producten die er nog goed uitzien ook

De gouden combinatie van design en wetenschap: drie voorbeeldige werken, te zien op de Dutch Design Week die vandaag in Eindhoven begint. 

Mathilde Nakken wil meer aandacht voor zeekool, een groente die op de grens van zee en land in zilte grond wordt geteeld. Beeld Eva Roefs

De wederkeer van zeekool

Ooit gehoord van zeekool? De kans is niet groot. Het is lang geleden dat deze koolsoort veel werd gegeten. Mathilde Nakken, dit jaar afgestudeerd aan de afdeling food non-food van de Design Academy Eindhoven, wil de groente met zijn licht bittere en zilte smaak aan de vergetelheid ontrukken. We moeten immers meer lokaal en seizoensgebonden voedsel gaan eten. Zeekool verdient een herontdekking.

Zeekool groeit – ook in Nederland – langs kusten en dijken, net boven de vloedlijn. De plant kan een stootje hebben, hij heeft sterke wortels en is bestand tegen wind en zout. De bladeren zijn oneetbaar, maar de scheuten zijn een delicatesse. Die groeien tussen keien en kiezels in het donker en moeten geoogst worden voordat ze in het volle zonlicht komen. Net als asperges, die onder de grond groeien.

Nakken ontwierp een zware betonnen tegel die kan dienen als dijkbekleding en tegelijk ideale omstandigheden biedt voor het telen van zeekool. In het beton is een rond gat uitgespaard waarin plaats is voor de plant. Op dat gat komt een deksel, zodat de kool in het duister kan opgroeien. Als de bleke scheuten hun kop tegen het deksel duwen is het, eind februari, begin maart, tijd voor de oogst van de scheuten. Vervolgens kan de rest van de plant in het daglicht verder groeien. De bloemkoppen die later in het jaar verschijnen zijn ook smakelijk.

In Nederland komt zeekool, een beschermde plant, onder meer voor op de Afsluitdijk en op de Waddeneilanden. Op Texel wordt de groente op kleine schaal geteeld. De versterking van de Afsluitdijk waaraan de komende jaren wordt gewerkt zou een goede gelegenheid zijn om het ontwerp van Nakken een kans te geven. Helaas zijn de plannen voor de herinrichting van de waterkering al klaar – zonder zeekooltegels. Nakken hoopt dat de tegel wordt geplaatst op andere zeedijken die nog moeten worden versterkt.

Met haar ontwerp wil Nakken de voordelen van zilte teelt onder de aandacht brengen. Groenten als zeekool, zeevenkel en ijskruid kunnen worden geteeld op plekken waar dat voor andere gewassen onmogelijk is. Ze zijn bovendien beter bestand tegen klimaatverandering (droogte) en bieden de consument nieuwe smaken. Ook andere groenten kunnen een zekere hoeveelheid zout verdragen en worden er lekkerder van. Er wordt al geëxperimenteerd met hartige versies van tomaten, wortelen. Nakken: ‘Ik wil meer laten zien dan het telen van een nieuwe delicatesse. Het gaat mij om het onderzoeken van nieuwe mogelijkheden voor het produceren van ons voedsel en het verbreden van de Nederlandse eetcultuur.’

Een lampje gemaakt van gemalen mosselschelpen, geproduceerd met een 3D-printer. Joost Vette en Mariet Sauerwein bedachten het procedé. Beeld Eva Roefs

Mosselschelpen als bouwmateriaal

Hoe kun je met een 3D-printer iets maken dat volledig kan worden hergebruikt? Met die vraag ging Mariet Sauerwein, promovendus aan de TU Delft, op zoek naar duurzame, natuurlijke materialen die lokaal voorhanden zijn. Ze kwam uit bij mosselschelpen. Samen met de inmiddels afgestudeerde Joost Vette ontwikkelde ze, als voorbeeld, een lampenkap van gemalen mosselbehuizingen.

Jaarlijks wordt in Nederland 55 miljoen kilo mosselen geoogst. Daarvan blijft 20 miljoen kilo afval over. Dat gooien we weg. Sauerwein ontdekte dat van de schelpen een poeder kan worden gemaakt dat, gebonden met suikerwater, kan dienen als pasta voor 3D-printers. Daarmee kun je spullen printen die, eenmaal gedroogd en uitgehard, sterk genoeg zijn voor gebruik. Zoals de lampenkap.

Na het einde van de levensduur kan elk geprint product weer eenvoudig worden teruggebracht tot de grondstof waaruit het is voortgekomen: eenvoudigweg door het in water te leggen. Dan ontstaat weer dezelfde zachte, printbare pasta. Dit proces kan eindeloos worden herhaald. Een optimale circulaire economie in het klein.

Spullen die van mosselcement worden gemaakt hebben hun beperkingen: ze vallen uit elkaar als ze nat worden. Afgezien van de gevoeligheid voor water doen de eigenschappen denken aan die van keramiek: hard, maar breekbaar. Ondanks de beperkingen lijkt de pasta legio mogelijkheden te hebben. Iedereen met een 3D-printer, een oven (om de schelpen te verhitten zodat ze broos worden) en een blender (om de schelpen te vermalen) kan ermee aan de slag. ‘Na een mosselmaaltijd kun je een lamp maken.’

Ontwerpers denken gewoonlijk te weinig na over hergebruik, zegt Sauerwein. Het wordt hen nauwelijks geleerd op de universiteit, en hen nauwelijks gevraagd door opdrachtgevers. Die willen dat een product snel en goedkoop kan worden gemaakt en dat het wordt verkocht. ‘Ontwerpers kijken naar het productieproces, het uiterlijk, het gebruiksgemak. Het einde van de levenscyclus van een product interesseert ze niet. Als je daar in het begin al over nadenkt kun je ervoor zorgen dat hergebruik goedkoper, makkelijker en beter kan.’

Sauerwein doet ook onderzoek naar andere natuurlijke stoffen waarmee ze een 3D-printer kan voeden. Zoals alginaat, een verbinding die wordt gemaakt uit zeewier. Want er moet wat veranderen aan de manier waarop we produceren, zegt ze. ‘Ik wil bijdragen aan die verandering: hergebruik op zo’n manier dat er geld mee kan worden verdiend. Daarom heb ik besloten om te promoveren en niet meteen aan het werk te gaan bij een bedrijf om in opdracht almaar nieuwe producten te ontwerpen.’

Het Shelterpak, enkele jaren geleden bedacht door Bas Timmer, werd verbeterd door Jurrie Barkel (links) en Edo de Wolf. Beeld Eva Roefs

Verbetering van het daklozenpak

Een jas als onderkomen voor daklozen en vluchtelingen. De jonge modeontwerper Bas Timmer uit Enschede bedacht enkele jaren geleden een water- en winddichte jas die gebruikt kan worden als slaapzak. Zijn Sheltersuit bleek een succes. Om de jas/slaapzak nog beter af te stemmen op de behoeften van degenen voor wie hij is bedoeld, ontwikkelden Edo de Wolf, projectcoördinator bij het DesignLab van de Universiteit Twente, en Jurrie Barkel van de stichting Sheltersuit een hightechversie.

Ze hebben het pak voorzien van zonnecellen en een module waarmee gebruikers een mobiele telefoon kunnen opladen. Zo kunnen ook thuislozen bereikbaar blijven. Verder zijn er sensoren die waarschuwen voor onderkoeling. Als het lichaam gaat rillen, het eerste teken van onderkoeling, gaat een alarm af. Dat signaal waarschuwt de drager om in beweging te komen. De nieuwe snufjes zijn verwerkt in prototypes, die de komende maanden in Barcelona zullen worden getest. ‘We weten dat het pak al goed is, maar we willen het naar een hoger niveau tillen’, zegt Barkel.

De stichting Sheltersuit heeft inmiddels circa drieduizend slaappakken geproduceerd, waarvan er 2.600 zijn verspreid. In Nederland, maar ook in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Griekenland zijn ze in gebruik. Enkele honderden exemplaren zijn naar het Griekse eiland Lesbos gestuurd, waar grote aantallen vluchtelingen zijn gestrand. Veel vluchtelingen bezitten een mobieltje en hebben behoefte om te bellen. Een behoefte waaraan de nieuwe Sheltersuit tegemoet kan komen.

Omdat het pak niet alleen wordt gebruikt in koude streken is ontwerper Bas Timmer ook bezig met het ontwikkelen van modellen voor warmere streken. Met minder isolatie. Er wordt ook gewerkt aan een variant waarin een matras is aangebracht.

De pakken worden gemaakt van stoffen die zijn bedoeld voor tenten en buitensporten. Het zijn door textielbedrijf TenCate Outdoor Fabrics geschonken materialen die vanwege kleine foutjes zijn afgekeurd, maar nog goed bruikbaar zijn voor de suits. De binnenkant bestaat uit materiaal van slaapzakken die zijn achtergelaten op popfestivals.

Drie jaar geleden ontwierp Timmer het eerste daklozenpak nadat de vader van een vriend door onderkoeling op straat was gestorven. Nu werken tientallen mensen bij Sheltersuit, in vaste dienst en als vrijwilliger. De stichting wordt financieel op de been gehouden door donoren. Barkel, afkomstig uit de modewereld, gaf zijn baan op en is nu in dienst bij het bedrijf. ‘Ik wilde iets doen voor mensen die in een minder gelukkige positie verkeren.’ De Wolf: ‘Ik vind het mooi om te zien welke sociale effecten technologie kan hebben.’

De Dutch Design Week in Eindhoven vindt plaats van 20 tot en met 28 oktober

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.