Al jaren dezelfde vakantie (en daar is niets mis mee)

Vier verhalen van gewoontedieren op vakantie. 'Goed is goed, toch?'

Gidi Heesakkers, zelf als kind jaar in jaar uit present op de camping in Domburg, vroeg zich af wat mensen bezielt die altijd naar dezelfde plek op vakantie gaan. Die mensen zelf blijken dat heel goed te weten.

Op vakantie in San Felice, Italië. Beeld Isabella Rozendaal

Het zomerdecor van mijn kindertijd is camping Hof Domburg in Domburg, Walcheren. Jaren achtereen huurden mijn ouders daar een ingerichte tent. Eén keer stapten we in de bus naar een hotel in Tossa de Mar in Spanje, maar dat was geen succes. Toch maar weer terug naar Domburg, de badplaats waarover ik trots zei dat ik de weg daar beter kende dan thuis.

Denk ik terug aan die vakanties, dan denk ik aan Duitsers met fietshelmen, elke avond badmintonnen, de cavia die mee mocht, ontsnapte uit zijn kooi en door mijn vader uit de struiken moest worden gevist, vakantievrienden die penvrienden werden, lekkerbekjes van die ene visboer in Vrouwenpolder, schepijs van die ene ijssalon. En, heel gek: in mijn herinnering was het in Domburg altijd tropisch warm.

Later begon ik me af te vragen: wat bezielde mijn ouders? Waarom zou je de dagelijkse sleur inruilen voor een soortgelijke sleur op vakantie? Wat bezielt Nederlanders die jaar in jaar uit naar dezelfde bestemming reizen?

Eind juli ging ik terug naar de camping waartegen ik als kwaaie puber protesteerde - inmiddels was de Zeeuwse kust voor de Costa Brava verruild. Kennissen van mijn ouders komen er nog steeds. Jan Peijnenburg uit Boxtel is de leverancier van het ongecompliceerde antwoord op de waarom-vraag: 'Goed is goed, toch?'

Zo simpel en overzichtelijk kan het inderdaad zijn, vakantie.

De vakantiestamgasten die fotograaf Isabella Rozendaal en mij de afgelopen weken langs hun zomerritueel gidsten, weten precies waarop ze zich kunnen verheugen als ze de tocht richting het bekende inzetten: het zalige, met nostalgie ingegeven gevoel thuis te komen op een uitpufplek waarvan ze niks nieuws verlangen, en die niets van hen verlangt. Ik snap ze wel.

Dertien jaar in Blanes, Spanje

Stukadoor Jo (62) en Rina van de Langenberg (61) uit Boxtel hebben net boodschappen gedaan bij supermarkt Consum in Blanes, Spanje. Ze maken nu tosti's in de voortent van hun caravan, op camping Bella Terra. Op tafel ligt De Telegraaf, vanmorgen gekocht in de campingwinkel. Ze zijn er voor het dertiende jaar, samen met Toos (62) en Toon Leijten (63) en Jan (63) en Maria Peijnenburg (59). Roy (33), de oudste zoon van Rina en Jo, slaapt in een tent met dochter Luna (9).

Jo: 'Toen de kinderen klein waren, gingen we naar campings in Zuid-Frankrijk. Daarna zakten we af naar het noorden van Spanje. Op een gegeven moment besloten we door te rijden naar waar onze vrienden Jan en Maria Peijn zaten.'

Rina: 'De kinderen kregen de leeftijd dat ze op stap wilden. Lloret de Mar was voor ons te heftig, Blanes is rustiger. Hier zit de jeugd die net op stap gaat.'

Jo: 'Toon en Toos woonden toentertijd naast ons. Hun zoons hebben dezelfde leeftijd als onze Roy en Kevin. Het grote voordeel van deze camping is dat je de auto niet nodig hebt. Dat is bijna nergens zo. We halen de grote boodschappen in Blanes, daarna doen we alles te voet: naar het strand, naar het centrum. Die werkbus, daar zit ik het hele jaar al in.'

Rina: 'Ik denk soms wel: zullen we niet eens ergens anders naartoe, maar we gaan door het jaar heen ook geregeld een weekend of week weg met het vliegtuig. Jo werkt hard, die kan hier echt ontspannen. We hebben in het verleden georganiseerde reizen gemaakt naar Thailand en Maleisië. Dan ben je veel actiever, elke morgen zit je om acht uur in de bus. Elke dag is er een doel.'

Jo: 'En meestal is het doel tempels kijken. Ik vind het mooi hoor, zo'n reis, maar dít is vakantie: niks op het programma. Als ik dit weer had in Nederland, hoefde ik nergens heen.'

Beeld Isabella Rozendaal
Beeld Isabella Rozendaal

Rina: 'Jo zegt altijd: 'Ik wil op vakantie nergens over nadenken. Als ik 's morgens mijn ogen open doe, wil ik gewoon mijn korte broek kunnen aantrekken.''

Jo: 'Het toeristische centrum hier verpaupert wel. Café de Buurman is al een paar jaar dicht, maar er komt niks nieuws in.'

Rina: 'In die Hollandse restaurants zien ze ons niet veel. Dat zijn toch een beetje veredelde friettenten. Het oude centrum, met die smalle straatjes, vind ik geweldig. Daar kun je een lekker visje eten. We koken ook veel zelf, op de Skottelbraai. Macaroni, bami, nasi, gebakken aardappeltjes met een stukje vlees, gebakken eieren.'

Jo: 'Dat is camping.'

Om een uur of zeven ('De Spaanse tijd vinden wij te laat') schuiven Toon, Toos, Jan, Maria en zoon Roy aan voor de barbecue. Rina vertelt dat zoon Kevin, net vader geworden, heeft aangekondigd dat hij volgend jaar ook komt.

Jan: 'We hebben wel eens naar andere campings in Blanes gekeken. Daar heb je soms tot 's morgens vier, vijf uur herrie. Dat moeten wij niet hebben. Weet je wat het is? Je bent hier gewoon gewend. Dan kun je het nergens beter gevonden krijgen. Goed is goed, toch? Wij doen toch niks.'

Jo: 'Ik zit morgenvroeg om zeven uur op de renfiets. Ik sta het hele jaar om zes uur op, dus op vakantie ben ik ook vroeg wakker.'

Beeld Isabella Rozendaal

Rina: 'Eigenlijk wilde hij vandaag al gaan, maar ik zei: 'Ho ho, ga eerst maar eens een wèltje rustig in een stoel zitten.'

Toos: 'Ik wandel 's ochtends over de boulevard naar de rots in zee, bij het oude gedeelte van Blanes.'

Jan: 'En wij lopen 150 meter. Van de caravan naar het strand.'

Beeld Isabella Rozendaal

Zeventien jaar in Creixell, Spanje

Wilma van Otterloo (53, adviseur bij een bank) uit Wijchen wijst naar het dikke opblaasbed in de hoek van de voortent, bezaaid met kussens. 'Daar lig ik graag een boek te lezen, relaxmuziekje op, niet te hard, zodat ik nog net het getingel van de schelpenslingers hoor, en dan lekker indutten. Dat is voor mij het ultieme vakantiegevoel.'

Samen met Martin Paijmans (55, sportmasseur) komt ze zeventien jaar op camping Gavina in Creixell, Spanje. Martin viert al van kinds af aan vakantie in het dorp, net als nicht Anouk Caris-Paijmans (52). Zij en haar man Sket Caris (51) uit Laren zijn net aangekomen, met hondje Bell. Jack russell Cas van Martin en Wilma ligt in de voortent te slapen. Kat Gijs zit in het zand. De caravan staat pal aan het strand, de plaats is versierd met boeddhabeelden, windlichten, lampjes, fakkels en bloempotjes. Alles in het thema wit met turkoois, net als het interieur van de caravan.

Beeld Isabella Rozendaal

Anouk: 'Onze ouders kwamen hier toen de camping waar we eerst kwamen dichtging. Wij vonden het vreselijk. Het was een parkeerterrein met een paar ananasplanten en een toiletgebouw.'

Martin: 'Deze camping ligt zo mooi aan het strand, dachten ze, dus laten we het maar doen, we zien wel of het wat wordt. Uiteindelijk hebben ze hier ruim veertig jaar gestaan, met Anouks ouders.'

Wilma: 'Wij staan normaal gesproken altijd op het plekje waar zij vroeger stonden.'

Anouk: 'Ik keerde ooit terug na een vakantie in Kroatië, waar we aan een rotsstrand hadden gezeten. Ik zei tegen Sket: 'En nu laat ik jou een keer een écht mooi strand zien, met zacht zand en een lekkere zee. Alleen één ding: ik ga dus niet op Gavina staan, en sowieso niet naast mijn ouders.''

Sket: 'We zouden ze alleen gedag zeggen. Maar toen ik hier kwam en er een plekje vlak achter haar ouders vrij was, snapte ik niet waarom we verder zouden kijken. Nu komen we hier normaal gesproken vijf weken. Dit jaar blijven we maar twaalf dagen en ga ik de hut niet opbouwen zoals ik anders doe. Ik heb een douche-installatie, fakkels, lampjes, een barbecuehoek. Wij haten plastic, dus ik maak van die lelijke caravan een beach house. Het gaat allemaal om de sfeer.'

Wilma: 'Het grappige is: onze kinderen willen allemaal persé voor een paar dagen naar Gavina komen. Inou, de zoon van Anouk, is zelfs één dag uit India overgekomen toen hij op wereldreis was.'

Beeld Isabella Rozendaal

Wanneer Martin en Wilma arriveren op Gavina, voltrekt zich altijd dit ritueel: hun Spaanse campingvrienden José en Marie-Angelez staan het stel op te wachten met eten en cadeautjes. Martin: 'De eerste avond is pakjesavond.'

Wilma: 'Ik noem ze mijn Spaanse vader en moeder.'

Anouk: 'En voor onze kinderen zijn ze hun Spaanse opa en oma.'

Sket: 'Ze hadden van Wilma gehoord dat ik mijn voet heb gebroken. En wat hebben ze geregeld?' Knikt naar een hoek in de voortent. 'Een rolstoel.'

Wilma: 'Ze zijn nu een weekendje naar huis. De gamba's voor vanavond liggen in hun koelkast, we mogen stoelen lenen, als ik een wasrek tekort kom, ga ik bij ze langs. Het is mi casa, tu casa.'

Sket: 'De charme was altijd dat Gavina géén aantrekkelijke camping was. Voordat ik de voortent kon opzetten, was ik drie uur bezig om de grond vlak te harken.'

Anouk: 'Er is een zwembad aangelegd en de nieuwe eigenaar heeft beach cabins geplaatst. Dat vinden die Nederlanders wel leuk. Het typisch Spaanse verdwijnt.'

Wilma: 'Het is elk jaar afwachten of Gavina nog ons Gavina is.'

's Avonds eten ze samen op het strand. 'Een avond als deze noemen wij Gavina-avond', zegt Martin glunderend. 'Windstil, een lekker temperatuurtje. Heerlijk.'

Sket wijst om zich heen, naar de prachtig verlichte voortent van Martin en Wilma, naar kat Gijs, die nog steeds in het zand ligt, naar de palmbomen die zwart afsteken tegen de donkerblauwe lucht: 'Dit. Dit is het gewoon voor ons. Vroeger joelden de kinderen zodra we op de weg hiernaartoe de brug over waren en ze de zee konden zien. En als we weggingen, begonnen ze op dat punt met huilen. '

Wilma: 'Doen wij nog steeds. Als we vertrekken, janken onze vrienden hier net zo hard als wij.'

Sket: 'Schrijf maar op: dit is 'gewoon' een plek in Spanje. Niks bijzonders.'

Beeld Isabella Rozendaal

Twintig jaar in San Felice, Italië

Tandarts Joost Meijers (58) uit Elten, net over de Duitse grens, viert Kerst al meer dan twintig jaar in hetzelfde appartement in Dorfgastein, Oostenrijk. Al net zoveel zomers kijkt hij drie weken tevreden uit over het Gardameer op camping Fornella in San Felice del Benaco. Vriendin Petra Hubers (54) is mee, net als zijn dochter Delana (17) met haar vriendje Jonas (19). Delana's halfbroer Thomas (29) is vandaag gearriveerd en heeft samen met vriendin Eva Nijsten (27) een tent opgezet. Petra's zoon Clint Arends (21) slaapt ook in een tentje.

Joost: 'Mijn ouders waren ooit op weg naar Italië, maar ze bleven steken bij het meer van Zürich. Jarenlang gingen we naar dezelfde camping. Mijn vader had een bootje. Er waren op het water allerlei regels waaraan hij zich moest houden en hij dacht waarschijnlijk: wat staat mij in Italië te wachten? Tot twaalf uur was er zon, daarna regende het. Ik begreep nooit waarom ze niet doorreden, naar het mooiere weer.'

Zelf belandde hij aan het Gardameer met een collega, die een vriendin in Verona had. 'Zij liet ons een keer de mooiste plekjes aan het Gardameer zien. Hier ben ik terechtgekomen omdat mijn toenmalige vrouw en ik twee labradors hadden en die mochten hier mee. Er waren altijd leuke Nederlanders met kinderen. Als de kinderen het leuk hebben, dan heb je het als ouders ook fijn.'

Thomas: 'O, dus het is onze schuld dat jij hier nog steeds komt!'

Joost: 'De eerste maandag van november kun je reserveren. Ik boek altijd meteen. Doe je dat niet, dan ben je al te laat. Dertig seconden voor twaalf stuur ik het mailtje weg, twee weken later hoor ik of het is gelukt. Ik wil specifiek dit chalet. Het huisje hiernaast staat net te dicht bij de doorloop, daarachter is het een beetje donker.'

Beeld Isabella Rozendaal

Vanaf het terras kan Joost zijn boot zien liggen. 'Eerst had ik een Riva, maar ik had te veel stress van die boot. Als er een deuk in het hout komt, krijg je die er nooit meer uit. Ik zette eerst iedereen af op de kade en dan ging ik voor anker in het water en zwom ik naar de kant, alles om de Riva te sparen. Nu ik een rubberboot heb, ben ik veel relaxter.'

Thomas: 'Ik begreep dat vroeger nooit: dan heb je zo'n dikke boot, en ga je er maar een paar weken per jaar mee varen.'

Joost: 'Als je eenmaal het heldere water van het Gardameer gewend bent, wil je niet in Nederland door de groene drab varen.'

Beeld Isabella Rozendaal

Thomas: 'Rond mijn 17de dacht ik: we kunnen overal naartoe, waarom blijven we op Fornella? Ik zit zelf het liefst op een minicamping bij een boer in Frankrijk, als enige gast. Wijn drinken, kaas eten, boeken lezen.'

De camping is door de jaren heen steeds luxer en mooier geworden, ziet Joost. 'Eigenlijk te mooi, net als de dorpjes in de buurt. Aan de overkant van het meer, bij Bardolino, Garda, Lasize, loop je over de koppen. Allemaal Nederlanders die in de rij staan voor een tafeltje bij hetzelfde restaurant. Daar heb ik zo de schurft aan! Ik begrijp wel wat Thomas zoekt bij die boer in Frankrijk hoor, dat lijkt me hartstikke leuk.'

Thomas: 'Volgens mij vindt pap het fijn dat hij weet wat hij hier kan verwachten, dat ze hem en zijn boot kennen.'

Beeld Isabella Rozendaal

Joost: 'Ik zie steeds meer in dat ik op mijn vader lijk.'

Een paar keer per vakantie eten ze bij restaurant Bar Centrale, waar kok Fabrizio en zijn vrouw Mirna elk gezinslid bij naam kennen. Thomas keek uit naar Fabrizio's ham met meloen, zijn tagliata en de tiramisu.

Overdag varen ze over het meer. Er wordt aangelegd in Gardona Riviera voor koffie en in Salò voor ijs van favoriet La Casa del Dolce. Als de boot voor anker gaat om te zwemmen, haalt Joost Peronibier en toastjes met blauwe kaas tevoorschijn. Dit is waarom hij toch weer naar Fornella is gekomen, zegt Thomas. 'Ik zie pap en Delana eigenlijk alleen op vakantie langer dan een dag of een weekend. Dit is de plek waar ik voor het eerst een biertje dronk, en, later, voor het eerst eentje met mijn vader. In de loop van de tijd zijn we steeds later het water op gegaan en steeds eerder met het eerste biertje begonnen.'

Beeld Isabella Rozendaal

Vijfendertig jaar in Doornenburg

Begin april reden Nico Evers (69) en Bert Stokman (65, allebei gepensioneerd) uit Huissen voor het 35ste jaar naar camping De Waay in Doornenburg, een ritje van tien minuten. Tot september verblijven ze met hondjes Tommy en Tasja in hun stacaravan. Hun buren zijn horeca-ondernemers Joke (65) en Tineke Kersten (65), ook uit Huissen. Thuis zien ze elkaar nooit, hier delen ze humor en een campingcredo: 'Wij houden niet van behelpen.'

Nico: 'Mijn zus had hier al een stacaravan. 'God, dat is ook wat voor ons, zo'n grote wagen', zei ik. Praktisch, alles aan boord.'

Bert: 'Wij hadden een toercaravan, stonden we altijd mee bij een boer in Westervoort, ook dicht bij huis, ook aan het water. We gingen er nooit mee naar het buitenland.'

Nico: 'Er zitten hier veel Huissense mensen. We gaan zodra het weer beter wordt, en tot september komen we alleen thuis voor de post. Wat we allemaal meenemen? Och, dat wil je niet weten. Boodschappen, kleding, alles, alles, alles. We rijden wel vier, vijf keer heen en weer.'

Bert: 'Alles wat je thuis gebruikt, heb je op de camping ook nodig.'

Nico: 'De diepvries en de koelkast zet ik uit. Wat er nog in ligt, gaat mee naar hier.'

Bert: 'Voor Joke en Tineke hier acht jaar geleden kwamen, hadden we andere buren. Toen die weggingen, was het afwachten: wat krijgen we nou naast ons?'

Joke: 'Pas acht jaar geleden kregen ze humor. '

Tineke: 'Bert laat de bouillon nog trekken op een petroleumstelletje. Ik kan vanuit mijn keukenraam bij ze binnenkijken. Dan zie ik dat hij gehaktballetjes staat te draaien en ga ik tellen: zitten wij erbij of zitten we er niet bij?'

Nico: 'Dat doen we thuis niet hoor, op een petroleumstelletje.'

Beeld Isabella Rozendaal

Bert: 'Op de camping hebben we er het buitenleven bij. Daar komen we voor.'

Nico: 'En voor een stukske gemoedelijkheid.'

Joke: 'In Huissen zit met dit weer geen mens buiten. Wij hier zitten de hele dag op ons terras. Vannacht regende het, maar ik ben tot tien voor twee onder mijn afdak gebleven. Dan kleed ik me lekker warm en zit ik televisie te kijken, of te puzzelen. Héérlijk.'

Nico: 'Bert en ik dronken binnen een wijntje, hij in zijn relaxstoel, ik op de bank met de benen omhoog. Werd er om kwart voor twaalf ineens op de deur geklopt. Stond Joke daar, met knakworstjes op een schoteltje.'

Bert: 'Toen we net samen waren, wilden we een huis kopen met een grote tuin. Maar in die tijd konden wij als twee jongens nog geen hypotheek krijgen.'

Nico: 'We zijn al 46 jaar bij elkaar. Mensen dachten vroeger dat wij van een andere planeet kwamen. Twee jongens, hoe kan dat nou? Op de camping hebben we er nooit gedonder mee gehad.'

Tineke: 'Toen onze kleinzoons klein waren, snapten ze nog niet dat twee mannen ook van elkaar kunnen houden. Dan vroeg er een: 'Waar is de mama?''

Nico: ''Die is naar de bingo', zeiden wij dan, 'die komt zo terug.''

Nico: 'Soms gaat het raampje van hun keuken open en zegt Tineke: 'Hebben jullie de koffie klaar?' Ik zeg dan: 'Zou je ons een plezier willen doen?' Tineke: 'Wat dan?' Ik: 'Niet komen.'

Joke: 'Ja, dat is een beetje de humor hier.'

Nico: 'Wij houden van ouderwets. We vinden het ook bij de wagen horen, die donkere meubels en de sluiervitrage. Vooral 's avonds is het gezellig. Dan zeg ik tegen Bert: 'Hè, wat zitten we hier toch knus.' Willen jullie trouwens huisje Weltevree nog zien?'

Achter hun stacaravan hebben Nico en Bert een klein chalet geplaatst, vol nostalgische spullen. Daar staat de soep te pruttelen, op het petroleumstelletje. Joke loopt het huisje in en haalt de deksel van de pan: 'Nee hoor Tineke, we zijn er vandaag niet bij.'

Drieëntwintig jaar op Terschelling

De slogan 'uit op Terschelling, thuis in het hotel' omschrijft precies wat Bart (66) en Tineke Merlijn (65) uit Veenendaal al 23 jaar in hotel De Walvisvaarder op Terschelling komen doen: even weg en toch thuiskomen. Ze zijn er twee keer per jaar, in de zomer alleen, rond Pasen met hun oude buren.

Bart: 'De vakantie begint op de boot. We nemen de langzame, nooit de sneldienst. Ik haal na een uurtje varen altijd een bal gehakt.'

Tineke: 'De eerste dag ben ik total loss. Ik ontspan hier zo dat ik soms pijn heb in mijn spieren. Je hoeft niks, je hoeft geen trappen te lopen, niet schoon te maken, gewoon niks.'

Bart: 'Rond een uur of half tien gaan we aan het ontbijt, daarna hangen we een beetje op de kamer en gaan we fietsen. We rijden alle strandtenten en dorpjes wel een keer af.'

Tineke: 'Voor het eten borrelen we met mensen die we hier hebben leren kennen. Na het eten gaan we koffiedrinken.'

Bart: 'En voor we naar de kamer gaan, halen we nog een Juttertje.'

Beeld Isabella Rozendaal

Tineke: 'Ik neem altijd een fles Juttersbitter mee naar huis. Soms drinken we een glaasje met visite. En dan zeg ik altijd: 'Het smaakt tóch anders dan op Terschelling.''

Bart: 'Ik werkte bij een installatiebedrijf en toen we hier een klus zouden doen, werd ik uitgenodigd een keer langs te komen. Ik kwam van de boot en kreeg ik gelijk een goed gevoel.'

Tineke: 'Ik wilde nooit naar Terschelling, vanwege de boot. Ik vond het doodeng water over te moeten. En toen zijn we tóch een keer een nachtje overgegaan, in de winter.'

Bart: 'Ging ze in het midden zitten.'

Tineke: 'Dan hoefde ik het water niet te zien. Die eerste keer viel het mij een beetje tegen. Het jaar erop waren we 25 jaar getrouwd en zei Bart: 'Zullen we weer?' Onze kinderen en mijn broer gingen mee. Toen werd ik verliefd op het eiland. En je moet weten: waarheen we vroeger ook gingen, ik had altijd heimwee.'

Bart: 'Tien, vijftien jaar lang gingen we naar de Roompot in Kamperland, met de kinderen in een stacaravan.'

Tineke: 'Ik moest elke dag even naar die rooie telefooncel, mijn moeder bellen. Hier heb ik nooit heimwee, maar ik ga nog steeds graag naar huis. Morgen nemen we de boot terug, dan vind ik het ook weer mooi geweest. Ik denk nooit: ik zou nog wel een paar dagen willen blijven.'

Beeld Isabella Rozendaal

Bart: 'Ik zou hier best twee, drie maanden per jaar willen zijn. Ik ga wat makkelijker op vakantie dan zij.'

Tineke: 'Zelfs toen we mét alle kinderen in Griekenland en Turkije waren, had ik heimwee. Ik zat 's avonds op het balkon te kijken naar de lichtjes van Bodrum en in één keer kreeg ik het voor mijn kiezen. Ik had het al niet naar mijn zin, ik vond het eten niet lekker, en op dat moment, echt waar, trok er een zuurkoollucht voorbij. Toen dacht ik: wat dóé ik hier?'

Bart: 'Zij kan er ook niet tegen als ze op vakantie armoe ziet.'

Tineke: 'Bedelaars, mensen zonder benen, zielige zwerfhonden, ik zoek het liever niet op. Ik hou van het vertrouwde. Normaal gesproken hebben we altijd kamer 73. Die vinden we heerlijk. Dit jaar hadden we laat geboekt, omdat ik eerst dacht dat ik thuis wilde blijven. We kregen kamer 85, een nog ruimere kamer. Toch zeg ik: doe mij mijn eigen kamer maar. Van de week kwam ik binnen na een fietstocht, wilde ik uit de sleutelkast de sleutel pakken. Ik zeg: 'Hij is er niet!' Bleek dat ik in vakje 73 zat.'

Ze vertelt over haar broer, die zeventien jaar geleden overleed en ook graag in De Walvisvaarder kwam. 'Eén keer vroeg hij of we ook eens met hem en zijn vrouw mee naar Portugal wilden. Toen we daar waren, zei hij: 'Weet je wat, we gaan volgend jaar gewoon weer naar Terschelling.' Zó gek was ook hij op deze plek. Altijd naar het buitenland geweest, en dan hier thuiskomen. Dat is toch mooi?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.