Essay Het nieuwe keurig

Aardverschuiving in de modewereld: nieuwe burgerlijkheid in plaats van sportkleding

Met al die sportkleding leek het einde der tijden in de mode aangebroken. Maar net op tijd was daar de nieuwe burgerlijkheid oftewel: ‘bourgeois in a good way’.

Keurige iconen van toen: Jackie Onassis in de jaren zeventig en tachtig, Princess Diana, Margaret Thatcher Beeld Getty

Met de alomtegenwoordigheid en populariteit van sportswear van de afgelopen jaren leek het bijna of er een evolutionair einde was gekomen aan de ontwikkeling van de mode. Alsof de modetrein was aangekomen bij het eindstation, een eindstation genaamd ‘comfort.’ We hadden alle gekke stadia waarin kleding zich kan voordoen doorlopen, van korsetten en hoepelrokken tot schoudervullingen en plateauzolen en waren tot de conclusie gekomen dat er uiteindelijk niets gaat boven kleren die lekker zitten. Sweatshirts, al dan niet met capuchon, joggingbroeken, leggings, dekbedjassen en gympen, gympen en nog eens gympen. Je plaats op de maatschappelijke ladder maakt bij deze voorkeur voor vrijetijdskleding ook vrijwel niet meer uit. Werd er in het verleden nog wel eens snobistisch gedaan over mensen die zich hulden in campingsmokings en Adidas badslippers, de laatste jaren kon je nooit meer met zekerheid iemands sociale status vaststellen aan de hand van het gemaksniveau van diens garderobe. 

Helemaal niet sinds er de laatste jaren soms prijskaartjes van honderden en zelfs duizenden euro’s hangen aan wat gewoon veredelde sportkleren zijn. Off-White verkoopt leggings van 700 euro, voor hoodies van Vetements ben je tussen de 500 en 1.000 euro kwijt (je hebt er zelfs een die is voorzien van de tekst ‘overpriced hoodie’), en wie nog 1.200 euro heeft rondslingeren, kan daar bijvoorbeeld gympen van Gucci voor kopen. En die bedragen werden de afgelopen jaren nog grif neergeteld ook, zodat het dragen van sommige (sportswear-)merken een enorme status met zich mee bracht in bepaalde kringen. 

Carice van Houten Beeld Corbis via Getty Images

Gek genoeg ging het met kleding die traditioneel gezien status met zich meebracht bijna de andere richting op. Iemand in een pak met stropdas of een rok tot op de knie met een mediumhoge hak? Dat is hooguit nog niveautje middelmanagement en in ieder geval iemand die blijkbaar niet zelf zijn kleding mag uitkiezen. Anders zou diegene zichzelf toch nooit in zo’n restrictief harnas hijsen? Waarom zouden we deze verworvenheid van ultiem comfort opgeven? Waarom zouden we ooit nog kleren en schoenen aantrekken die níét lekker zitten? Een tijdlang leek het inderdaad ook bij deze status quo te blijven, ook op de internationale catwalks.

En toen was daar in maart van dit jaar ineens de najaarscollectie van het Franse merk Celine, de tweede van de hand van ontwerper Hedi Slimane, die door de openingslook direct voor schokgolven door de modewereld zorgde. Want het eerste model droeg geen hysterische sneakers, geen joggingbroek of hoodie. 

Keurige iconen van nu: Prinses Caroline van Monaco, Khadija Arib, Kate Middleton Beeld Getty

Ook was ze niet gekleed in het standaard Slimane-uniform bestaande uit leren hotpants, kapotte panty of babydoll in luipaardprint. Nee, Karo Laczkowska was gehuld in een donkerblauwe blazer, een witte bloes en, misschien wel het meest shockerend van alles: een geruite en geplooide broekrok tot op de knie. De look werd afgemaakt met kniehoge leren laarzen, een zijden sjaal met grafische print, een keurige schoudertas en een smal riempje voorzien van een paardenbit rond de taille. Ook de rest van de collectie was een feest van bedaagdheid: geruite blazers, blousonjasjes, hooggesloten jurken tot de knie en camel jassen. 

Broekrokken

En vooral: nog veel meer broekrokken, weliswaar ook in ‘coole’ materialen als denim, leer en met pailletten, maar het waren desalniettemin broekrokken. In een snit die we eigenlijk niet meer hebben gezien sinds 1978, namelijk de keurige plooirokkensnit. Het kleurenpalet van de collectie: bruin, beige, zwart, donkerblauw, crème en wit. Weg was de rockster, en in de plaats daarvan zagen we een madame. Een wel heel chique mevrouw, zo een door wie je je acuut beschaamd voelt over je dwaze te dure designer hoodie en ervoor zorgt dat je je ugly dad-sneakers niet snel genoeg onder de tafel kunt verstoppen. En een mevrouw behangen met accessoires waarvoor waarschijnlijk stante pede wachtlijsten zijn geopend (de tassen! De riempjes! De laarzen!). 

Na afloop was er één toverwoord dat de boventoon voerde bij reviews van de show in de internationale modepers; ‘bourgeois.’ En hoewel dit woord letterlijk ‘burgerlijk’ betekent, een stijl die de modewereld over het algemeen niet direct nastreeft, was in dit geval meteen duidelijk dat we hier te maken hadden met bourgeois in a good way. En ongeveer iedereen was het er over eens: dit willen we aan komend najaar. 

Een half jaar eerder was Slimane nog bekritiseerd dat hij de ‘old Céline’-stijl van zijn vereerde voorganger Phoebe Philo had verkwanseld met zijn signatuur rocksterrrenstijl, nu keerde hij ineens terug naar very old Céline. Het Céline van de hoogtijdagen van het merk in de jaren zeventig, toen het een betrouwbare partner was van elke BCBG (bon chic, bon genre, zie kader), maar niet al te avontuurlijke Parisienne. En dit was geen privé-gebbetje van Slimane, bedoeld om critici van het seizoen ervoor de mond te snoeren, want hij was verre van de enige die de keurige dame terugbracht naar de catwalk dit seizoen. Ook bij merken zoals bijvoorbeeld Givenchy, Loewe, Chloé en Victoria Beckham was het een komen en gaan van jolies mesdames in wollen blazers, rokken tot op de knie en bandplooibroeken.

Extreem denigrerend

‘Dat zou de ergste manier zijn om mij te beledigen,’ briest Betty Catroux, de 74-jarige voormalige muze van wijlen Yves Saint Laurent over het predikaat ‘bourgeois’ in het Amerikaanse W Magazine in mei van dit jaar. ‘Bourgeois vrouwen volgen regels en codes, zien er allemaal hetzelfde uit en denken hetzelfde en dat haat ik. Het is een extreem denigrerend woord in Frankrijk.’ In hetzelfde artikel laat ook mede-stijlicoon en -Française Ines de la Fressange (voormalig model en nu ontwerpster die in onze ogen zo ongeveer de ultieme verpersoonlijking van BCBG is) haar afkeer van het begrip weten: ‘Het woord heeft een negatieve connotatie voor mij: het roept een gevoel van conventionaliteit op, van angst om op te vallen, het heeft iets reactionairs.’ 

Jackie Onassis, 1977. Beeld The LIFE Picture Collection via Getty

Ironisch genoeg een tikkeltje burgerlijke reactie, zo op het eerste gezicht. Maar dat komt door de inderdaad intens negatieve bijklank die het begrip bourgeois heeft in Frankrijk. Voor het ontstaan daarvan moeten we even terug in de geschiedenis, naar de Franse revolutie van 1789 om precies te zijn, toen de bourgeoisie – feitelijk de derde stand naast de adel en de geestelijkheid – synoniem werd met een middenklasse die lui achterover leunde en de vruchten plukte van het harde werk van de arbeidersklasse (en zich het daardoor kon veroorloven om spic en span gekleed te zijn). 

In de meer recente geschiedenis leefde de bourgeois-manier van kleden op vanaf halverwege de jaren zeventig tot en met in de tachtig, na de anti-establishment hippietijd. Minirokken en Afghaanse jassen werden ingeruild voor midi-(broek)rokken en wollen mantels van klassieke snit en vervolgens in de jaren tachtig voor mantelpakken en pussybow-bloesjes.

Prinses Anne, 1973. Beeld Tim Graham Photo Library via Get

Anno 2019 bepaalt in Frankrijk, naast de heerschappij van de sportswear, momenteel nog een heel andere, heel specifieke dresscode het Parijse straatbeeld: gele hesjes. Deze anti-establishmentbeweging keerde zich bij de felle demonstraties in Parijs zelfs specifiek tegen klassieke Franse luxemerken toen groepen in gele hesjes gehulde demonstranten eerder dit jaar de grote flagshipstores op de Champs Elysées bestormden en plunderden. Zou Hedi Slimane met zijn conservatieve en establishment-pleasing collectie hiertegen een statement hebben willen maken? Hoewel hij daar zelf over zwijgt, zou dat zo maar eens kunnen. 

In Frankrijk is de link tussen het persoonlijke en het politieke nooit ver weg, ook niet als het om kleding gaat, misschien wel juist als het om kleding gaat. In de rest van de wereld is het wellicht wat gemakkelijker deze ingewikkelde connotaties te laten voor wat ze zijn en ons ondubbelzinnig te verlekkeren aan die chique kledingstukken uit de garderobe van de Franse bourgeoisie die we zo lang hebben moeten missen. Ze zijn dan misschien truttig van inborst, maar na de afgelopen in sportswear gedrenkte jaren, tegelijkertijd niets minder dan revolutionair.

Aardverschuiving in de modewereld

Een ware aardverschuiving in de modewereld dus. Maar wat moeten wij daar in de echte wereld eigenlijk mee? Moeten we nu ook weer massaal geruite plissérokken met hooggesloten en gestrikte bloesjes dragen? En vooral: hoe dan? Want tuttige kleding is natuurlijk heel leuk op een Celine-catwalk gedragen door een jong en overduidelijk niet-tuttig model, maar niemand wil er natuurlijk écht tuttig uitzien. 

Er wordt veel geschreven over de valkuilen van keurige kleding. ‘Pas op dat je er niet als een matrone uit gaat zien bij het omarmen van deze trend’ is een beetje de strekking van de waarschuwingen van veel modebladen. Maar waarom eigenlijk? Nu we toch met een revolutie bezig zijn, is het meest rebelse wat je op dit moment kunt doen op het gebied van mode, misschien wel je compleet en op niet-ironische wijze over te geven aan de keurigheid en er juist wél als een onberispelijke madame uit te zien. Er zijn natuurlijk heus nog wel valkuilen, mode blijft een mijnenveld, maar op een ander gebied dan je misschien in eerste instantie zou verwachten. Zo is het bijvoorbeeld van groot belang om bij keurige kleding te kiezen voor keurige, en dus goede, kwaliteit. 

Ga dus voor ouderwets mooie kwaliteitsmaterialen zoals wol, tweed en flanel en dus niet voor bijvoorbeeld zweterig polyester, want voor je het weet raak je dan verwikkeld in een jarenzeventig-verkleedpartij en dat is juist niet de bedoeling. Deze trend is namelijk nadrukkelijk niet als ironisch bedoeld, maar biedt gewoon grote-mensenkleren voor grote mensen. Geen rocksterren, geen rappers, geen influencers van achttien, maar volwassenen met banen en alles. Hulp van rolmodellen bij het keurig kleden is er overigens genoeg en daarvoor hoeven we echt niet per se terug naar lady Diana, Margaret Thatcher of Catherine Deneuve in de film ‘Belle de Jour.’ 

In ons tijdsgewricht lopen ook een aantal keurig geklede dames rond met wie je zo van garderobe zou willen ruilen. De Britse Kate Middleton bijvoorbeeld, of prinses Caroline van Monaco en haar dochter Charlotte Casiraghi, en in eigen land hebben we Annechien Steenhuizen en Khadija Arib als lichtend voorbeeld. Stap één in de transformatie naar keurige dame is de aanschaf van een broekrok. In al zijn extreme tuttige Gooisch-heid, misschien wel het meest subversieve en rebelse kledingstuk dat er momenteel is, wie had dat kunnen denken.

Ken uw Keurig

Met de terugkeer van keurig vallen regelmatig termen als sloane ranger, BCBG en preppy. Maar wat is wat?

Sloane Ranger

Een Engels fenomeen dat begin jaren tachtig zijn hoogtijdagen kende met name dankzij de populariteit van de personificatie ervan: lady Diana Spencer, later prinses van Wales. Sloane Rangers (genoemd naar hun voornaamste leefgebied rond Sloane Square in Londen), waren van goede komaf (doch niet per se van adel), en het uniform dat daarbij hoorde voor vrouwen was een curieuze mix van zoetsappige meisjesachtigheid – bloesjes met kanten kraagjes en plooirokken – gecombineerd met stukken uit de noeste garderobe van een paardenmeisje, zoals de Barbour-jas. Soms was er een gekke uitspatting zoals een fluwelen knickerbocker (moet die trouwens ook niet eens een comeback?). Pennyloafers, parelkettingen en zijden sjaaltjes maakten de look af. Wie de mode een beetje volgt weet dat Diana’s stijl al een paar jaar bezig is met een comeback via allerlei tribute-accounts op Instagram en vorig jaar zelfs Virgil Abloh tot een hele collectie voor Off-White inspireerde.

BCBG

De Franse evenknie van de Sloane. Maar Frans, dus net even wat klassieker en conservatiever en wat minder ‘horsey’ dan in Engeland. Geen rubberlaarzen dus voor de Franse snob, maar wel trenchcoats, donkerblauwe blazers, lamswollen truitjes, een keurig gestreken donkerblauwe spijkerbroek, sjaals van Hermès en Gucci loafers of Chanel ballerina’s. Zeg maar alles waarvan wij in Nederland denken waarin alle Françaises gehuld gaan, maar wat in de praktijk voornamelijk door de upperclass wordt gedragen. BCBG, ofwel ‘bon chic, bon genre’ kenmerkt zich door een level van snobisme dat waarschijnlijk in geen enkel ander land geëvenaard wordt en de diepe angst iets fout te doen, heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat er eigenlijk maar een zeer beperkt repertoire is om uit te kiezen qua kleding en kleuren, in tegenstelling tot in Engeland waar een zekere excentriciteit bij het kleden nog wel eens gewaardeerd wordt.

Preppy

Bij de Amerikaanse kakker ligt de nadruk enerzijds wat meer op buitenleven en sport (golf, tennis, paardrijden), wat resulteert in een voorliefde voor items zoals poloshirts en geruite broeken. Anderzijds is er sprake van een soort voorouderverering en met voorouders worden in dit geval die in 1620 in Amerika aankwamen met het schip de Mayflower. Engelsen dus. Ralph Lauren (zelf van Russisch-joodse komaf) verdient al decennia een dubbeldikke boterham met zijn Amerikaanse versie van Engelse country chic: tweed blazers, fluwelen blazers, donkerblauwe college blazers (ja, veel blazers). De Amerikaanse preppy bezit derhalve alle kledingstukken waarmee hij of zij zo undercover zou kunnen gaan in de Engelse upperclass. Behalve dat ze dan meteen zouden worden ontmaskerd vanwege de nieuwheid van de kleren, een enorme faux-pas binnen het Engelse snobisme. Daarnaast is de Amerikaanse preppy veel minder vies van het flashen van logo’s, iets wat ook met hoog opgetrokken wenkbrauw wordt aanschouwd door Engelse en Franse snobs. Vandaar natuurlijk het succes van dat polospelende mannetje, hét symbool van de Amerikaanse preppy.

Volg Cécile Narinx op haar wandeling in het modebos

Aan het einde van de fashion weeks, na het doorploegen van al die bosjes, houtwallen en struwelen bleek er opeens in het midden een reusachtig groot park te liggen, aangeharkt en wel, met nette bankjes en keurige looppaden: het grote Bois de Bourgeois. De routebeschrijving voor de boswandeling langs de grootste en grappigste trends voor komend seizoen begint hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden