DE GIDSLust & Liefde

‘Aan de ene kant was het heerlijk om samen te zijn, aan de andere kant benauwde het me dat ik niet weg kon’

Beeld Saša Ostoja

Hoewel de irritaties toenamen, groeide ook de intimiteit tussen Elise en haar vriend in de twee maanden dat ze samen in quarantaine zaten.

Elise (30): ‘Het was zondagmiddag 15 maart toen ik om kwart over vijf een kopje thee dronk met een vriendin in een café in Amsterdam. Drie kwartier later kregen we te horen dat alle horeca dichtging en werden we verzocht te vertrekken. Een beetje verbluft liepen we over straat, starend naar onze telefoonschermen. Ik was misselijk, voelde me alsof er een steen in mijn maag lag en toen ik thuiskwam leek er zelfs koorts bij te zijn gekomen. Ik zou die avond naar mijn vriend gaan, hij woonde een uur bij mij vandaan. Snel, voor ik misschien te ziek zou worden, pakte ik mijn tas en nam de trein. Bij hem kom ik wel weer bij, dacht ik, maar de uren erop werd ik zieker en zieker en na drie dagen kon ik nauwelijks meer ademen. In het begin deed ik er een beetje lacherig over en kon het niet geloven. Ik kende niemand met corona, had carnaval gevierd noch geskied, maar de OLVG-app en het telefoontje dat meteen volgde nadat ik de vragenlijst daarvan had ingevuld, lieten geen twijfel: ik had het gevreesde virus.

‘Twee weken heeft mijn vriend voor me gezorgd, en ook toen ik weer opkrabbelde leefden we in onze gedwongen quarantaine als twee routiniers in het samenwonen. In de anderhalf jaar dat we elkaar kenden, had ik vaak na een weekend samen al enorme zin om weer even alleen te zijn. Regelmatig hadden we een week geen contact, als ik bijvoorbeeld met een vriendin weg was, en niks aan mijn hoofd wilde. En hoewel het bewaken van mijn vrijheid weinig te maken had met wie hij was, verwonderde het me, dat ik nu kennelijk ineens zo eenvoudig met hem in één ruimte kon ­leven. Dat samenwonen niet, zoals ik had verwacht, betekent dat je dan de hele dag met zijn tweeën moet doorbrengen, maar gewoon je eigen bezigheden kunt hebben. Toch was dat niet alles wat er gebeurde. Ook de irritaties namen toe, ruzies waarin ik me onbegrepen voelde en ik alles net zo lang wilde uitpraten tot het weer in orde was. De groeiende intimiteit en het ongemakkelijke besef dat onze behoeften sterk verschilden, leken op twee parallelle sporen te bewegen. Aan de ene kant was het heerlijk om samen te zijn en aan de andere kant benauwde het me dat ik niet weg kon. Als we het in eerdere dagen weleens niet eens werden, zei ik: weet je wat, ik ga maar weer op huis aan. Nu was er geen vlucht mogelijk. Ook voor hem niet. Buiten elkaar zagen we niemand, om anderen niet te besmetten. Soms lagen we gezellig in bed en dan ergerde het me dat hij niet zei – wat hij trouwens nooit had gedaan op dit soort momenten – dat hij me leuk en mooi en lekker vond; als een compliment te lang uitbleef draaide ik me bruusk om. En dan begon het vragen en trekken. ‘Is er iets?’, hoorde ik achter mijn rug. Ik legde voor de zoveelste keer uit dat ik het fijn vond als hij iets liefs zei. Waarop hij antwoordde, ook voor de zoveelste keer, dat hij me natuurlijk mooi en geweldig vindt, waarom anders was hij bij me, hij hoefde zijn liefde toch niet altijd met woorden in te peperen? Op zulke momenten escaleerde het verder en verder. In plaats van elkaar met rust te laten, joegen we elkaar in paniek op. Uit goede wil, uit de wens alles zo snel mogelijk te fiksen.

‘Na twee maanden quarantaine ging ik weer naar huis. Op de avond voor mijn vertrek besloten we een time-out te nemen van drie etmalen. Het ging niet goed. De dagen ervoor hadden we op onze tenen gelopen om ruzies te kunnen vermijden, maar dat had juist een averechts effect gehad en tot meer irritaties geleid. Thuis voelde ik die drie dagen tergend langzaam voorbijgaan. Eerder had ik dit soort pauzes als een verademing ervaren, nu miste ik hem en was bang hem kwijt te raken. Dat weekend las ik over een oudere vrouw die zei al vroeg in haar huwelijk te hebben geleerd dat je bij meningsverschillen alleen de directe aanleiding moet bespreken en het niet mistiger moet maken dan nodig door allerlei oude pijn op te rakelen, en ineens zag ik dat dit was wat ik moest doen. Niet eindeloos doorzeuren als hij gedrag vertoonde dat ik niet leuk vond, maar hem gunnen wie hij was. Goed naar hem kijken, en blijven opletten. Het is een ongelooflijke open deur, maar om een liefde goed te houden, zag ik in, moet je je laten leiden door nieuwsgierigheid, snappen dat menings- en mentaliteitsverschillen gewoon kunnen bestaan zonder afbreuk te doen aan wat er is. En toen we elkaar na drie dagen belden, kwam hij tot mijn grote opluchting met een soortgelijke conclusie. Als we het weer oneens waren, namen we ons voor, zouden we wachten tot de gemoederen bedaard waren en dan pas zien of de aanleiding van het conflict de moeite van het bediscussiëren waard was.

‘En zo gebeurde, eerst onwennig, nu steeds makkelijker. De maanden op elkaars lip hebben ons in een stroomversnelling ­gebracht. Het zou goed kunnen dat ik zonder die gedwongen quarantaine nog jaren was blijven vluchten als een situatie me te ongemakkelijk werd. In een grote stad is zoveel aanbod, zoveel afleiding, altijd wel iemand te vinden die nog leuker of slimmer of spitsvondiger is. Hoe meer opties, hoe groter de angst dat je het verkeerde kiest. Zoals het bekende jampotjesonderzoek aantoonde: als er zes potjes staan uitgestald zijn mensen sneller geneigd een smaak te kiezen dan als er 24 staan. Achteraf gezien hield ik anderhalf jaar een slag om de arm, als het om hem ging. Bang dat er verderop iets nog mooiers wachtte. Nu denk ik: we gaan er het beste van maken. Binnenkort gaan we samenwonen, ook zoiets. Ik vond altijd dat als het ooit zover zou komen, de omstandigheden perfect moesten zijn. Een nieuw huis dat je samen inricht. Nu trek ik bij hem in, en zit ik straks tussen zijn meubels. Prima. Ik zie het allemaal wel.’

De naam Elise is gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Mail een korte toelichting.

We zoeken nog steeds mannen en vrouwen, jong en oud, van single tot net samen­wonend tot meer dan 50 jaar samen, die hun liefdesrelatie in welke vorm dan ook hebben zien veranderen door het corona­virus en de lockdown. Van prille liefde tot het ­verlies van een ­levenspartner. We horen graag van u. lust@volkskrant.nl

Corine Koole maakt ook een podcast over de liefde: Van twee kanten. Daarin vertellen geliefden elk over (een speciale gebeurtenis in) hun relatie; ze worden apart geïnterviewd. Meedoen? Mail ons: lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden