Reportage voor altijd op Spitsbergen

13 maanden op Spitsbergen: ‘Ik wil mensen de schoonheid van het poolgebied laten zien’

Toeristen bekijken een gletsjer op Spitsbergen, 2013. Beeld Getty Images

Bioloog Ko de Korte verbleef in 1968-1969 dertien maanden op Spitsbergen om ijsberen te vangen. Zijn onderzoek droeg bij tot een internationaal jachtverbod. Volgend jaar keert hij na ruim vijftig jaar terug met onderzoekers èn toeristen. 

Makkelijker gezegd, dan gedaan: een hut bouwen op het Spitsbergeneiland Edgøya en dan dertien maanden lang ijsberen vangen, opmeten en oormerken. Vier biologiestudenten met lange baarden deden het gewoon, in 1968, met geleende spullen. Uit liefde voor het poolgebied en uit zorg over het afnemende aantal ijsberen.

‘We waren kwajongens’, zegt Ko de Korte (76) in zijn appartement met uitzicht over het Amsterdamse IJ. ‘Niemand stuurde ons, we besloten zelf mee te doen aan een internationale telling van ijsberen.’ Die bleek nodig toen wetenschappers vaststelden dat zij eigenlijk niets wisten van het dier dat in rap tempo verdween door de plezierjacht.

De eerste beer, Barend, met nummer 251 in de oren, 15 sep. 1968. Beeld Ko de Korte

Volgend jaar zomer keert De Korte – grijze baard, borstelige wenkbrauwen – weer terug naar Kapp Lee, de desolate plek aan de rand van Spitsbergen waar hij dertien maanden overwinterde met zijn medestudenten. Ditmaal gaat hij met een expeditieschip vol onderzoekers die zich richten op ijsberen, walrussen, rendieren, brandganzen, ivoormeeuwen, insecten, korstmossen, archeologie en meer. Ook toeristen mogen mee op de MS Ortelius. Sterker: toeristen zijn nodig om de expeditie te helpen financieren. Wie wil mag meehelpen met onderzoek.

Arne Randers Heen (Noorse Expeditie) jaagt een beer op 30 april 1969 Beeld Ko de Korte

‘Destijds leenden we vier in beslag genomen geweren van de politie, het leger doneerde rantsoenen die over de houdbaarheidsdatum waren, een bouwbedrijf bood een oude loods aan, een ander een kachel; er was veel goodwill.’ Alleen de overheid gaf niet thuis, maar het Rijksinstituut voor Veldbiologisch Onderzoek (RIVON) valideerde het viertal. De pers schreef met ongeloof over de studenten die bijna 400 jaar na Willem Barentsz weer gingen overwinteren.

‘De kunst was om de ijsbeer te naderen op 20 meter en dan een verdovingspijl in zijn bil te schieten. Maar dat viel niet mee. We verbrandden zeehondenspek om beren te lokken, het zeehondenvlees aten we op. We bouwden vallen waar we dagelijks langsgingen op ski’s. Voordat je kon schieten, moest je de dosering aanpassen aan het geschatte gewicht van de beer. Soms zat je mis. Maar meestal viel de ijsbeer na 15 minuten om en konden we het dier onderzoeken en oormerken. Alle jagers in het arctisch gebied wisten op een gegeven moment: een oormerk weer inleveren levert 200 dollar op.’

De Korte doet 51 jaar na dato luchtigjes over de overwintering. Maar verslagen uit die tijd vermelden onderlinge spanningen tijdens de lange poolnacht (de zon komt niet meer op tussen oktober en februari); temperaturen van 30 graden onder nul; de windmeter waait weg in een sneeuwstorm. Een skitocht naar hoofdstad Lonyearbyen om een sneeuwscooter op te halen, kostte elf dagen.

Paul de Groot knipt Piet Oosterveld in het laboratorium, december 1968. Beeld Eric Flipse
Ko de Korte schrijft brieven tijdens poolnacht, 5 november 1968 Beeld Eric Flipse

Spijt heeft De Korte nog altijd van de achtervolging van een grote ijsbeer. Per sneeuwscooter reden ze lang achter hem aan. ‘Uiteindelijk ging het dier gewoon zitten. Snakkend naar adem. Ik verdoofde de beer en merkte na een tijdje dat hij niet meer leefde. We waren heel verdrietig, het was 4 mei, mijn verjaardag. Zijn huid ligt nog altijd bij Naturalis.’

De Korte keert voor de vijftiende of zestiende keer terug naar Spitsbergen. ‘Er lopen twee lijnen door mijn leven: het arctisch onderzoek dat ik begon in 1968, en mijn pogingen zoveel mogelijk mensen wat mee te geven over de schoonheid van het poolgebied.’ Die draait volgens hem om ongereptheid. Een afwisseling van toendra, sneeuw, zee en ijs – tot aan de horizon. ‘Je kijkt om je heen en ervaart een enorm gevoel van vrijheid.’

Twee van de vier overwinteraars leven nog. ‘Onze relatie was nogal zakelijk’, zegt De Korte. ‘Pas later groeide het uit tot een band.’ De berentelling, simultaan uitgevoerd op zes locaties, leidt in 1973 tot een internationaal verbod op de ijsberenjacht (met uitzondering van traditionele jacht door de oorspronkelijke bewoners van het gebied). ‘We kwamen uit op een schatting van tienduizend ijsberen in het hele Poolgebied. Nu leven er naar schatting 25- tot 30 duizend. Een prachtig resultaat!’

Ko de Korte en Piet Oosterveld bij een verdoofde beer op 30 april 1969. Beeld Arne Randers

Verwacht dus geen pessimistisch klimaatverhaal, als je met De Korte meegaat naar het poolgebied. ‘Ik denk graag in geologische tijd. De opwarming van de aarde vertraagt de komst van volgende ijstijd een beetje. De natuur vindt vanzelf een nieuw evenwicht. Helemaal als de fossiele brandstoffen op zijn.’ De natuur op Spitsbergen is volgens hem enorm opgeknapt door beschermende maatregelen. ‘Er leven zelfs weer walrussen bij Kapp Lee, op het eiland.’

Begin augustus vaart het expeditieschip MS Ortelius tien dagen rond Oost-Spitsbergen. Met aan boord zestig wetenschappers en vijftig betalende passagiers, plus twintig bemanningsleden en acht gidsen. Geen barre overwintering, maar lezingen door specialisten en uitstapjes per rubberboot met biologen en andere onderzoekers. Ook nuttig: visnetten opruimen op het strand. Die blijken dodelijk voor rendieren die zeewier grazen.

Eric Flipse geeft de tweede beer een extra verdoving. 5 okt. 1968, Kapp Lee, Beeld Expeditie Spitsbergen 1968-'69

‘Veel arctische cruises kiezen voor luxe. Een ochtend- of middagexcursie, onderbroken door een uitgebreide lunch aan boord. Maar biologen blijven graag zo lang mogelijk buiten, dus dat gaan wij doen. Oldskool, met een lunchpakket in je rugzak. Rijksuniversiteit Groningen werkt aan een programma waarbij passagiers meehelpen met het verzamelen van data. Zij zijn ook welkom bij de dagelijkse rapportages.

De Korte wijst op een oude foto van hun verblijf op Kapp Lee; een eenzame loods, ingeklemd tussen een steile heuvel en een baai vol drijfijs. ‘Jij noemt dit een jongensboekverhaal, maar daar heb ik helemaal niks mee. Het gaat niet om avontuur, het gaat om schoonheid. Om ongereptheid. Het is bijzonder dat dit nog bestaat en dat wil ik graag laten zien.’

Praktische informatie

Het expeditieschip MS Ortelius van rederij Oceanwide Expeditions vaart van 3 tot 12 augustus 2020 naar het eiland Edgeøya aan de oostzijde van Spitsbergen. Daar ligt ook Kapp Lee. Aan boord: zestig internationale wetenschappers, waaronder Ko de Korte, en vijftig betalende toeristen. Zij krijgen lezingen aangeboden en mogen helpen met het verzamelen van data aan land. De Nederlandse touroperator SNP biedt een plaats in de Arctic Academy 2020 aan vanaf € 6.200, exclusief de vlucht naar vertrekpunt Longyearbyen. snp.nl/reis/spitsbergen/arctic-academy-met-mv-ortelius.

CO2

Een retourvlucht Longyearbyen, gevolgd door een tiendaagse cruise kost ongeveer 2.300 kg CO2-uitstoot op, volgens voorlichtingsorganisatie MilieuCentraal. Dat is te compenseren voor 35 - 40 euro via treesforall.nl of fairclimatefund.nl. Meer informatie op klimaatwijsopvakantie.nl, milieucentraal.nl/vakantievervoer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden