'Wat zien ik! Meeuwen! Ze jagen de vissies naar boven'

Wie: Bas (31) en Frans (43)..

Vissers zijn net meeuwen, en meeuwen zijn net vissers. Met z’n allen wachten ze op de makrelen. Veertig vissers en veertig meeuwen op de dijk, die is bepantserd met asfalt en basalt en geen sprietje groen laat zien.

Om twee uur komen de makrelen, als de vloed om de hoek spoelt. Makrelen komen altijd met de vloed of de eb. Je hebt niet eens aas nodig. Kale haken met een veertje is genoeg. Vijf, zes, zeven haken: je takelt ze als een levende feestslinger omhoog.

Bas en Frans wachten tot het zover is. Tot die tijd liggen hun hengels in een hengelhouder op de dijk. Ze roken zware Van Nelle en Brandaris. Bas woont in de wijk achter de dijk. Frans is kortgeleden naar Wormerveer verhuisd. Bas zegt: ‘Ik blijf altijd in Den Helder wonen.’ Frans zegt: ‘Ik heb 43 jaar gezegd dat ik altijd in Den Helder zou blijven wonen, maar ik ben nog nooit zo blij geweest als nu. De mensen in Wormerveer zijn echt bij elkaar betrokken.’

Den Helder is een rare stad: hij ligt er schitterend bij aan de Noordzee en aan het Wad, maar op een of andere manier wil niets er echt lukken. ‘Waren we blij met een nieuwe burgemeester van formaat’, zegt Bas, ‘kregen we daar weer gedonder mee.’

‘Wat zien ik daar dan!’, zegt Frans. ‘Meeuwen!’ Hij pakt zijn hengel. Zodra de meeuwen gaan duiken, komt de makreel eraan. ‘Ze jagen de kleine vissies naar boven’, zegt Frans.

‘Of naar beneden’, zegt Bas.

Ze gooien hun hengels uit en halen soepel in. Dit doen ze met een blinddoek om, als het moet; dit hebben ze geleerd van hun vaders. Alle jongens van Den Helder leren vissen, ze kunnen vissen nog voordat ze kunnen praten.

‘Op een goeie dag’, zegt Bas, ‘takel ik 45 makrelen uit het water. Ik rook ze in mijn achtertuin, met smeulend eikemot. De meeste geef ik weg.’

Bas vist met een geleende hengel. Frans met een Super Aero Technium. Setje van duizend euro. Frans is wedstrijdvisser geweest en dan wil je spullen. Hij heeft ook een baan; op het Centraal Station van Amsterdam geeft hij reizigersinformatie. Geweldig leuk werk; al die mensen die je tegenkomt uit heel de wereld. Hij heeft ook een hele leuke vriendin.

Bas woont alleen en heeft geen baan. Hij was beveiliger, maar komt niet aan de bak omdat hij geen rijbewijs heeft. Ze willen hem dus niet meer hebben. Alleen om dat stomme rijbewijs.

Het verschil tussen vissers en meeuwen is dat meeuwen zich geen zorgen maken over een baan, een huis of een vriendin. Meeuwen kunnen nauwelijks slagen of mislukken in het leven. Vissers wel. In dat opzicht hebben ze het moeilijker.

Na vijf minuten leggen Bas en Frans hun hengels op de dijk. De makrelen zijn nog niet gearriveerd. Bas haalt twee gerookte exemplaren uit zijn tas, geeft er één aan Frans en eet er één zelf op. Hij had ze gisteren gevangen.

Die had iets zouter gekund, zegt Frans.

Tien meter van Frans en Bas staat een jonge jongen. Die vangt de eerste vis. De makrelen springen nu omhoog uit het water. Alle vissers aan het werk. Als de makrelen komen, is er altijd weer elektriciteit in de lucht. Alsof het voor het eerst is dat ze komen.

‘Pats!’, zegt Frans, en hij takelt er vier uit. ‘Pats!’, zegt Frans en hij takelt er twee uit. Volle lijnen daar, links en rechts! Frans stopt de woeste makrelen met hun glimmend groene huid in een koelbox. De koelbox schudt ervan.

‘Kom op Bas!’, zegt Frans. ‘Je loopt achter.’ Bas vangt niks.

‘Ze springen nu dichtbij!’, zegt Frans. ‘Echt dichtbij! En kijk eens, nog een volle lijn. Oh jongens! Pats!’

Dan zijn de makrelen weg.

‘Vanavond om negen uur’, zegt Frans tegen Bas. ‘Dan zijn ze er weer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.