DE GIDS

Ook op de Volkskrantredactie leeft de burn-out: ‘Ik mocht niet ziek worden’

Bij een burn-outmaand is het wel zo fair als je als krant je hand in eigen boezem durft te steken. Want ook de redacteuren bij de Volkskrant zijn niet immuun voor de burn-out.

Beeldredacteur Hilde Harshagen aan het werk in studio V op de redactie van de Volkskrant. Beeld Katja Poelwijk / de Volkskrant

Hilde Harshagen, beeldredacteur bij de Volkskrant, werd in mei van 2015 met spoed naar het ziekenhuis gebracht met ernstige koorts en pijn. Ze bleek een forse infectie te hebben die operatief verwijderd moest worden. Een gevolg, dat weet ze inmiddels zeker, van een jaar lang alleen maar onder stress en met veel adrenaline werken.

Harshagen was ruim een jaar daarvoor bij de krant gekomen. Ze kwam op haar 21ste via een stage binnen bij de Volkskrant en begon op haar 23ste bij mediakatern V, om de toenmalige beeldredacteur ondersteunen. Na drie jaar viel deze beeldredacteur uit. Harshagen, relatief onervaren, kwam alleen aan het roer. ‘Achteraf had je het toen al kunnen zien’, zegt Harshagen. ‘Er werken er twee, een valt weg, dan kan je wel raden wat er met nummer twee gebeurt.’ Maar Harshagen dacht daar toen nog niet over na. ‘Ik vond het wel vet. Ik was jong en kreeg veel verantwoordelijkheid.’

Paradepaardje

Als beeldredacteur bij V beheerde Harshagen alle foto’s en illustraties die in het V-katern terechtkwamen. Het belangrijkste beeld was de cover; V-covers zijn al jaren een paradepaardje van de Volkskrant, waarbij de letter V altijd op creatieve wijze in het beeld verwerkt wordt. Een V gesneden uit vegetarisch vlees bijvoorbeeld, of een geschoren schaap, met alleen een restje wol in - uiteraard - de V-vorm.  V-covers verschenen destijds zes dagen per week (inmiddels vijf) en altijd geldt: hoe bijzonderder en verrassender het beeld is, hoe beter.

Een jaar lang werkte Harshagen op hoog tempo en ze had veel plezier in haar werk. ‘Maar op een gegeven moment ging ik me zorgen maken. Ik mocht niet ziek worden - stel dat ik mijn werk niet meer kon doen.’

De afgelopen twee jaar zijn er volgens managing editor Corine de Vries vier mensen met burn-outklachten tijdelijk uitgevallen. Bij geen van hen was het verhaal exact hetzelfde, maar in de tien jaar dat De Vries verantwoordelijk is voor personeelsbeleid zag ze dat er meestal iets in de privésfeer speelde dat extra belastend was, waardoor het mensen ook op werk te veel werd. Bij Harshagen was het ‘puur werk’, zegt De Vries, maar dat komt volgens haar ‘gelukkig’ niet vaak voor. De Vries denkt dat ze de situatie van Harshagen beter hadden kunnen aanpakken. ‘We hebben daar toen te hard op gedrukt. Daar leer je van.’

Voorkomen

In andere gevallen werden klachten wel opgemerkt of van werkgeverskant bespreekbaar gemaakt. ‘Toen we een paar jaar geleden zagen dat een van onze chefs op het randje zat, hebben we die persoon aangeraden een tijdje ertussenuit te gaan’, zegt De Vries. ‘Zo kan je een burn-out soms voorkomen.’

Harshagen was jong om zo veel verantwoordelijkheid te krijgen. ‘Zij was enorm ambitieus en heel goed’, zegt De Vries. ‘Al snel zagen we haar niet meer als een 25-jarige. Zij pakte alles over, was hartstikke stoer.’ Daarbij viel ze tussen twee redacties in: de fotoredactie en de redactie van cultuur- en mediakatern V. De dagelijkse leiding viel onder V-chef Chris Buur, maar officieel was de chef van de fotoredactie haar leidinggevende. Die redacties zaten op andere plekken in het gebouw.

Van de chefs wordt verwacht dat zij de mensen binnen hun redactie in de gaten houden en eventuele zorgen bij haar melden, zegt De Vries. Bij ernstige zorgen wordt de medewerker in kwestie gevraagd een afspraak te maken met de bedrijfsarts, die na deze afspraak met toestemming van de medewerker een advies naar de hoofdredactie stuurt.

Duizelig

Harshagen kreeg na een jaar op halsbrekend tempo werken steeds meer symptomen, die ze eerst wegwuifde. Ze werd steeds vaker duizelig. ‘Als ik van mijn bureau naar de printer liep, botste ik elke keer tegen een muurtje aan. Het leek wel alsof ik dronken was.’ Ze begon ook veel te vergeten. ‘Terwijl mijn geheugen altijd op en top werkte. Ik herkende mezelf niet meer. Daar werd ik ook heel erg angstig van, ik dacht: wat gebeurt er met me, wie ben ik nou nog?’

Harshagen onderdrukte haar zorgen en liet aan haar omgeving niets merken. ‘Je negeert het keihard. Het sluipt erin en je kan het heel makkelijk bagatelliseren.’ Ze verzon excuses voor haar duizeligheid, vergeetachtigheid en slechte concentratie. ‘Dan zei ik tegen mezelf dat het kwam doordat ik slecht had geslapen.’

Beeldredacteur Hilde Harshagen. Beeld Katja Poelwijk / de Volkskrant

V-chef Buur overzag de dagelijkse leiding van Harshagen. Hij had niets in de gaten van Harshagens worsteling met haar werkdruk, ook omdat zij uitstekend haar werk deed en bleef doen. ‘De meeste fotoredacteuren zijn ofwel artistiek erg goed, ofwel heel sterk in productie en planning’, zegt Buur. ‘Toen Hilde bij ons kwam werken bleek dat zij op beide vlakken bijzonder goed presteerde. Wij dachten: jeetje, wat werkt dit lekker.’ Ook collega op de fotoredactie Veronique Smedts, inmiddels Harshagens chef, had geen idee. ‘Ze had wel eens gezegd dat ze dingen moeilijk vond, maar ik kreeg nooit het idee dat het té moeilijk was.’

Harshagen werd iemand om op te bouwen, zegt Buur, waar je van op aan kon. Het kwam niet in hem op dat achter haar opgeruimdheid en efficiëntie zoveel stress kon schuilen. ‘Terwijl ik begrijp dat volgens de wetenschap juist bij mensen die hard werken en nooit klagen het risico op burn-out heel groot is’, zegt Buur. ‘Maar aan mensen die heel goed hun werk doen, vragen of het wel goed met ze gaat - dat is bijna contra-intuïtief.’ Toch zouden hij en andere leidinggevenden daar juist daarom meer alert op moeten zijn, vindt hij achteraf.

Doorrammen

Naar de huisarts wilde Harshagen niet. ‘Dat zou betekenen dat ik toegaf dat er iets mis met me was.’ Iedereen op de redactie werkt ‘kneiterhard’, zegt ze. ‘Op de krant heerst een klimaat van heel hard doorrammen en presteren. Dat maakt het ook heel leuk, het hele bedrijf is vol adrenaline. Maar dan is het moeilijk om toe te geven dat je niet meer naar een computerscherm kan kijken. Dat voelt dan toch als een zwakte - alsof je gefaald hebt.’

Martine Jongman, personeel en organisatiemanager bij De Persgroep, de uitgever van de Volkskrant, hoort dit vaker van mensen die met een burn-out bij haar terecht komen: het voelt als falen. ‘Of mensen zeggen: mijn collega’s kunnen het toch ook aan?’ Toegeven tegenover jezelf, je collega’s en je leidinggevende dat je werklast te zwaar is, is een enorme drempel volgens Jongman. ‘Mensen vinden er soms ook wat van: zo druk is het toch niet? Best lastig. Dan heb je toch het idee dat je je moet verdedigen.’

Je bent journalist of je bent het niet

Het ziekteverzuim bij de Volkskrant is met gemiddeld 3 procent relatief laag - het landelijk gemiddelde zit rond de 4 procent. De Volkskrant heeft ook het laagste ziekteverzuim binnen de De Persgroep, die in Nederland ook het AD, Trouw en Het Parool uitgeeft. Hoe dat komt, kan Jongman niet met zekerheid zeggen, maar zelf ervaart ze dat Volkskrantmedewerkers ‘een sterke binding hebben met de titel en hun werk’. ‘Ik denk dat zij zich sterk verantwoordelijk voelen voor hun werk en zich daarom minder snel ziek melden.’ In dat op het oog gunstige cijfer schuilt dus juist ook een risico, zegt Jongman. ‘Als je te lang doorgaat en de alarmbellen gaan uiteindelijk af, kan het zijn dat je echt helemaal onderuit gaat. Dan ben je ook langer uit de running.’

Onlangs waarschuwden twee hoogleraren mediastudies in NRC voor het grote risico op burn-out dat in de moderne journalistiek op de loer ligt. Tamara Witschge van de Universiteit van Groningen onderstreept in het stuk dat het in de journalistiek taboe is om toe te geven dat je werkdruk te hoog is. ‘(Journalisten, red.) wijzen eerder naar zichzelf dan naar de omstandigheden. Ze zeggen bijvoorbeeld: het is mijn passie, dus ik heb het ervoor over dat het zwaar is.’

Fotograaf Joost van den Broek kreeg na jarenlang honderd uur per week werken voor de Volkskrant - ‘totale overgave’, zoals hij het zelf in een interview noemde - een burn-out en stopte uiteindelijk noodgedwongen met zijn werk als fotograaf. Hij had het er voor over, want journalistieke fotografie was ‘het mooiste wat er is’. NOS-correspondent David Jan Godfroid vertelde in 2017 aan journalistiek platform Villamedia dat ook zijn burn-out uit liefde voor het vak voortkwam. ‘Ik herkende en erkende dat het allemaal wat veel was. (...) En toch ging ik door. Je bent journalist of je bent het niet. Je wílt erbij zijn, je wílt verslag doen. Dat zit in je bloed.’

Ruim twintig jaar trok hij de wereld in voor de mooiste, beste foto’s op het juiste moment. Maar Volkskrant-fotograaf Joost van den Broek is gestopt. Hij is op.

Ook Harshagen ging op hoog tempo door - tot die dag in mei, toen ze koorts kreeg en uiteindelijk in het ziekenhuis belandde. De ochtend na haar operatie mailde ze een collega: of zij een laptop kon komen brengen. ‘Dan kon ik vanaf de bank tenminste doorwerken, dacht ik’, zegt Harshagen. Ze herinnert zich dat collega Veronique Smedts, die inmiddels haar chef is, daar toen een stokje voor stak. ‘Veronique was heel streng: nee dat mag niet, je gaat niet bezig zijn met werk, je moet nu even alleen maar rusten.’

Jong bij de krant

Harshagen was 26 toen ze een burn-out kreeg. Jongman ziet een trend bij alle redacties die zij overziet binnen De Persgroep: onder de ziekmelders met een burn-out zitten opvallend veel jonge mensen. Jongman ziet dat deze jonge journalisten heel veel tegelijkertijd willen doen. ‘Ze vragen en verwachten veel van zichzelf.’ Dat gaat zo ver dat Jongman en collega’s naast een algemene training ‘omgaan met werkdruk’ ook zogenaamde ‘millennialtrainingen’ voor jonge Persgroepmedewerkers hebben ontwikkeld, waarin aandacht wordt besteed aan keuzes maken en tijd indelen.

De Vries ziet het ook gebeuren bij die leeftijdscategorie. ‘Jonge mensen hebben niet altijd door dat ze misschien iets te hard lopen. Het risico is dat ze denken: ik moet me wel in de kijker spelen, want straks ben ik hier niet meer. Dus daar moet je extra alert op zijn.’

‘Journalistiek is altijd een stressvol beroep geweest’, zegt Wilma de Rek, chef van het boekenkatern en al negentien jaar werkzaam bij de Volkskrant. De Rek schreef samen met hoogleraar Witte Hoogendijk twee boeken, een over burn-out en een over moderne ziekten, waar ze ook burn-out onder scharen. Maar ook al hoort stress bij het vak, De Rek denkt wel dat de werkdruk tegenwoordig hoger ligt. Mede doordat de krantenmarkt het de afgelopen tien jaar zwaar heeft gehad door de komst van het internet en moest bezuinigen. ‘Sinds ik bij de Volkskrant werk, zijn er veel minder mensen voor dezelfde hoeveelheid werk, of meer. Tien jaar geleden werkten er 240 mensen met een vast contract bij de Volkskrant, nu zijn dat er nog 190.’

Daarnaast werken er voor de Volkskrant zo’n vijfhonderd freelancers, onder wie veel jonge journalisten. ‘Ik had toen ik begon een proeftijd van een paar maanden en daarna kreeg ik een riant, fijn vast dienstverband’, zegt De Rek. ‘Dat geeft natuurlijk heel veel rust. Als freelancer heb je geen zekerheid, geen vast inkomen. Je moet je nog meer steeds opnieuw bewijzen.’ Dat jonge journalisten de druk voelen om zich te bewijzen is dus reëel, want de competitie voor werk is groot.

Managing editor De Vries is niet overtuigd dat de werkdruk is verhoogd in de laatste twintig jaar. Ze herinnert zich van haar begintijd dat de werkdruk destijds ook moordend was. ‘Dat was midden jaren negentig. Het was toen niet de bedoeling dat je compenseerde of op vrije dagen opnam. Vakantie was voor mietjes. Dan zei de adjunct-hoofdredacteur gekscherend: oh, ben je moe?’

‘De krant had er beter mee om kunnen gaan’

Harshagen denkt dat de krant wel beter met een situatie als de hare om zou kunnen gaan. ‘Ik hoor best vaak geluiden van verschillende redacties waarbij mensen zeggen: ik sta onder gigantische druk. Als je oplet zie je het aan mensen, aan hun gedrag - dat ze stukken te laat inleveren, dat ze warrig zijn. Dan denk ik: daar kan je best op inspelen. Iets meer empathie tonen, ze niet altijd heel hard door laten draven.’

Veronique Smedts, Harshagens huidige chef, geeft haar daar gelijk in. ‘Je bent collega’s, je moet voor elkaar zorgen.’ Als chef probeert ze mensen het gevoel te geven dat ze met haar kunnen praten. ‘Het begint met een gevoel van veiligheid.’

De Vries vertelt dat ze steeds vaker coachingsprogramma’s inzet om redacteuren te leren zichzelf te wapenen tegen het risico op burn-out. ‘Daar leren ze hoe ze nee moeten zeggen, keuzes moeten maken. En dat het niet een kwestie van falen is als je weigert, maar een kwestie van kracht.’

Ook chefs hebben soms nog wat te leren. ‘De meesten waren verslaggevers voordat ze chef werden, en hebben niet per se ervaring met het begeleiden van mensen’, zegt De Vries. Daarom zijn er ook coachingstrajecten over leiderschap waarvoor chefs zich kunnen aanmelden.

Verder blijft op tijd signaleren deels afhankelijk van de persoon zelf die aangeeft dat het te veel wordt. Jongman van Personeel en Organisatie denkt dat het meer onderdeel van gesprek zou kunnen zijn bij de tussentijdse gesprekken en beoordelingsgesprekken tussen de leidinggevenden en medewerkers, zodat de drempel om te hoge werkdruk aan te kaarten lager is. ‘Dat je niet alleen praat over de zakelijke kant hebt van het werk, maar als chef ook vraagt: hoe gaat het met je? Het mentale aspect. Dat zou een vast onderdeel moeten zijn.’

Na het omslagpunt door Harshagens infectie werd er actie ondernomen. In samenwerking met de bedrijfsarts werd met Harshagen een plan opgesteld voor haar herstel. Een tijd helemaal rust nemen en gesprekken met een psycholoog, daarna klein beginnen, met halve dagen op de redactie. ‘Een beetje voor spek en bonen meedoen’, noemt Harshagen het. De krant vergrootte na overleg met Harshagen ook de bezetting op de fotoredactie bij V.

Harshagen vond het achteraf ‘op een bepaalde manier best goed om mee te maken’. ‘Je leert je eigen grenzen kennen. Ik dacht wel, nu moet ik het echt anders gaan aanpakken.’ Ze nam zich ook voor om in het vervolg de lat wat lager te leggen voor zichzelf. Vroeger werkte ze in het weekend nog door voor een speciale V-cover. ‘Dan wilde ik per se een V uit ijs maken, zat ik in het weekend thuis dingen in te vriezen en te knutselen. Dat is superleuk, maar het is niet vol te houden.’ Ze creëerde een bepaalde verwachting in haar hoofd, zegt ze, dat alles wat ze maakte iets heel bijzonders moest zijn. ‘Je denkt: ik kan niet meer met gewoon een simpele foto aan komen kakken.’

Inmiddels stelt ze meer prioriteiten. ‘Ik zeg nu: dit is nu wel belangrijk, en voor iets anders: het is wat het is. We plaatsen geen slechte foto’s in de krant, het is gewoon wat minder bijzonder of origineel. Het hoeft niet elke dag een kunstwerk te zijn.’ Haar gezondheid gaat voor. ‘Dat is iets wat ik nu zeker weet: het mag gewoon nooit meer zo erg worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.