De gids Buitenkijker

‘Ik ontwerp geen tuinen, ik componéér ze’

Hoe kan het dat de tuin van sommige mensen zo veel mooier is dan die van andere? Bijvoorbeeld dit paradijs in Zwolle.

Beeld Jaap Scheeren

Harry en Bep (64) wonen in Zwolle, hun tuin is 1.000 m2.

U staat hier dus middenin de stad.

Harry Pierik: ‘Ja. Ons huis ligt aan een drukke winkelstraat, maar ga je twee deuren door, dan hoor je alleen de vogels. Het is niet echt een tuin, meer een wereld. Mensen die voor het eerst komen, raken soms hun oriëntatie kwijt. Dat komt vooral door alle verschillende ruimtes die ik heb gecreëerd, want zó groot is mijn verborgen tuin nou ook weer niet; het lijkt alleen zo door alle doorkijkjes en hoogteverschillen. Je wordt belazerd door de opbouw.’

‘De tuin van Harry Pierik is het paradijs’, schreef Kader Abdollah.

‘Ik heb hem een tijd geholpen met zijn verhalen en zijn columns voor de Volkskrant, dan las ik ze hardop voor, hier in de tuin, meestal op zondagmorgen. Redactiewerk. Zoals een andere auteur eens zei: je knipt en snoeit in mijn gedichten.' 

Lianen

Harry Pierik: ‘Een klimop kan, als hij nergens tegenaan groeit, ook een klimáf worden. En als je dan de bladeren van de takken stript, behalve de onderste, heb je lianen. Verrek, dacht ik, een vondst. Het is spelen met vorm, en tegelijk een truc om mijn tuin een beetje op te tropen.’

Appel

‘Ik sta naast een 100-jarige appelboom, daarnaast staat een perenboom. Ze stonden er al toen ik de grond kocht, ik heb de tuin eromheen geboetseerd. Ondanks de leeftijd komen er nog vruchten aan.’

Conifeer

‘Ja, dit is een conifeer, die kunnen zeer groot worden. De zachte textuur van de schubben vind ik mooi. Het zijn geen populaire bomen, maar daar heb ik geen boodschap aan.’

Gras

‘Op jaarbasis ben ik drie uur per week bezig met onderhoud. Meer hoeft echt niet. Er zijn weken dat ik niets doe behalve een beetje grasmaaien.’

Laarzen

‘ANWB? Nee, haha, deze zijn van Dubarry. Niet te warm, niet te zwaar; heel fijn voor in de tuin.’

Bent u jong begonnen met tuinieren?

‘Als kind maakte ik een tuin in het eikenbosje achter mijn ouderlijk huis, maar daarna ben ik dertig jaar lang onderwijzer geweest. Ik heb voor dit vak nooit een opleiding gevolgd. Het is gegaan zoals het is gegaan, zo heb ik wel mijn eigen visie kunnen ontwikkelen. In 1983 zijn we hier komen wonen, in 1995 kon ik een extra stuk grond erbij kopen en ben ik deze tuin, ooit een boerenerf, gaan beplanten. Naarmate de bekendheid steeg, ben ik steeds minder gaan lesgeven en steeds meer tuinen gaan maken, en nu ontwerp ik fulltime tuinen. Dat je nooit uitgekeken raakt en dat het er elk seizoen mooi is, dat is het belangrijkste.’

En verder?

Er moet veel te beleven zijn; hoe langer je kijkt, hoe meer details je moet zien. Vorm en ruimtelijke werking zijn ook van belang. Zie je die roze hortensia’s? Het lijkt of ze op een helling staan, maar dat is niet zo: puur door de hoogte van de planten ontstaat er een heuvelgevoel, waardoor je als bezoeker als het ware wordt opgenomen in die overweldigende, groene wereld. Ik ontwerp geen tuinen, ik componéér ze. Hoe Johannes Vermeer schilderde, dat inspireert me. Neem een schilderij als Gezicht op Delft − alle details op de goede plek en in dienst van het geheel  zó wil ik mijn tuinen maken.’ 

Tips

1. Durf planten door elkaar te zetten

‘Tegenwoordig worden ze vaak in groepen geplant, dat creëert een rustig beeld, maar door elkaar heen zorgen al die details juist voor veel meer afwisseling.’

2. Laat bijvoorbeeld een clematis door de hortensia groeien

‘Voor een jungle-achtig effect. Je krijgt dan extra bloemen die het ook nog eens goed doen, omdat de clematis ook een bosplant is.’

3. Nooit schoffelen!

‘Want wie schoffelt, doodt veel van het bodemleven. Om onkruid weg te halen, kun je beter wieden. En om een goed bodemleven te ontwikkelen, moet je de grond met een laag humus of compost bedekken. De schimmels daarin maken contact met de haarwortels van de planten - goed voor de groei. Het enige dat ik schoffel, is het zandpaadje.’

4. Voeg kleimineraal toe

‘Droge tuinen hebben er baat bij als er wat kleimineraal/zandgrondverbeteraar/bentoniet over de grond wordt gestrooid, wat er vervolgens met wat compost doorheen wordt geharkt. Zo krijg je een mooie, rulle basis. Wat je erin stopt, krijg je er ook weer uit; dat geldt ook voor grond.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.