Reconstructie Zaak Tjerk Vermaning

‘Ik ben de messias van de oudheidkunde’, zei Tjerk Vermaning – maar zijn bijzondere vondsten waren nep

Amateurarcheoloog Tjerk Vermaning maakte 50 jaar geleden furore met bijzondere vondsten. Zijn verzameling, nu te zien, bleek vals. Toch werd de grasmaaierslijper nooit veroordeeld.

Tjerk Vermaning in Havelte op 13 mei 1975. Beeld Rob Bogaerts

Een blubberbende is het op de akker van Willem Vos in Hoogersmilde. Op sommige plekken zakt amateurarcheoloog Tjerk Vermaning tot zijn knieën weg. Het regent in januari 1965 al weken en boer Vos heeft zijn land het voorafgaande najaar gediepploegd ter bestrijding van aardappelmoeheid.

Al een paar jaar gaat Vermaning de akkers rond het Drentse Smilde langs, op zoek naar vuistbijlen en ander gerei dat getuigt van de aanwezigheid van Neanderthalers in noordelijke contreien. Met bewerkte vuurstenen slachtten ze mammoeten en wolharige neushoorns. Dat de vroege mens ooit in Drenthe verbleef, 50 duizend jaar geleden, is nog nooit aangetoond.

Op deze akker, vlak bij de televisietoren, heeft Vermaning het jaar ervoor ook al wat opgeraapt. Maar toen oordeelde dr. Assien Bohmers van het Biologisch-Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen onverbiddelijk: werk van de natuur. Het frustreerde Vermaning mateloos.

Toch staat hij hier weer, in de modder. En dan vindt hij ze plotseling: drie vuistbijlen, een stuk of wat schaven, een paar schrapers en een mooie speerpunt. ‘Ik heb ze in mijn hand genomen en ik heb gejankt van vreugde’, zou hij er later over vertellen. Tientallen bewerkte stenen treft hij aan op een stuk van 3 bij 3 meter, ‘precies de afmetingen van een mammoetkadaver’.

Het duurt nog maanden voordat de vondst – die Vermaning dag en nacht bewaakt – publiek mag worden. Het maakt de grasmaaierslijper Vermaning in een klap de bekendste amateurarcheoloog van Nederland.

‘De schat’, zoals hij de Hoogersmilde-vondst zelf noemt, verkoopt hij voor 10 duizend gulden aan het Drents Museum. De provincie belegt een persconferentie voor de ontdekking ‘van uitzonderlijke betekenis’. Vermaning is ‘de held van de dag’: ‘Thans is het tijdperk onzer voorgeschiedenis driemaal verlengd.’

Dat Tjerk Vermaning in de ban zou raken van eerdere aardbewoners lag niet voor de hand. Hij werd in 1929 geboren in een eenvoudig schippersgezin in Staphorst (Overijssel). Toch begint hij zich als kleine jongen al te interesseren voor de prehistorie. Als 16-jarige loopt hij door het veld om fossielen en vuurstenen werktuigen uit de steentijd te zoeken.

De vonk moet echt zijn overgeslagen in de oudheidskamer in het Friese Gorredijk. Daar ziet Vermaning in 1961 de vuistbijl van Wijnjeterp, in 1939 gevonden door amateurarcheoloog Hein van der Vliet.

Vuistbijl uit Wijnjeterp, Friesland. Beeld Frans de Vries

‘Het ding boeide mij geweldig’, zou Vermaning later zeggen tegen journalist Ton Hulst, die in 1975 een boek over hem schreef. ‘Het liet me niet meer los. Ik wilde ook eens in het bezit komen van zo’n oude vuistbijl van 80 duizend tot 50 duizend jaar oud.’

Een jaar na zijn vondst bij Hoogersmilde krijgt Vermaning de Culturele prijs van Drenthe toegekend. Maar meer nog hoopt de ongeschoolde schipperszoon op een eredoctoraat. ‘Ergens in mijn achterhoofd schuilt wel het idee: ik haal dat ook.’

Maar als het zo niet blijkt te werken in academische kringen en Vermaning ook nog met de provincie ruziet over geld, toont hij zich miskend. ‘Ik voel me in de steek gelaten’, is de kop boven een artikel in De Telegraaf. Toen professionele archeologen en geologen in Hoogersmilde kwamen kijken, had niemand hem gefeliciteerd. ‘En toen voelde ik opeens een opwelling van haat tegen die mensen in mij opkomen.’

De geleerden, zo meent hij, hebben hem geen eredoctoraat gegund, ‘omdat ik ze allemaal in hun hemd heb gezet.’ Bescheidenheid kent hij niet. Gevleugeld worden zijn woorden: ‘Ik ben de messias op het gebied van de oudheidkunde in Nederland.’

Zijn ambivalente relatie met de wetenschap loopt als een rode draad door Vermanings bestaan. Ergens benijdt hij academici – getuige zijn hunkering naar een eredoctoraat. Maar hij kijkt ook op hen neer. ‘Wat kennis van de prehistorie betreft steek ik alle academici in mijn zak. Stenen hebben voor mij geen geheimen.’

Vermaning gedijt  eind jaren zestig, begin jaren zeventig in een tijd waarin niks onbetwist blijft en de wetenschap democratiseert. De pers smult bovendien van hem: zie de grasmaaierslijper met zijn belangwekkende vondsten en boude beweringen eens de studeerkamergeleerden het nakijken geven! Met veertig journalisten in zijn kielzog raapt Vermaning op een akker in Havelterberg ‘een duidelijk voorbeeld van een schraper’ op – achtduizend jaar oud. ‘Er komt een tijd dat mijn foto in universiteiten aan de muur hangt’, zal Vermaning kort voor zijn dood zeggen.

Ondertussen schermt Vermaning met een nieuwe vondst, waarvan hij de vindplaats geheim wil houden, tegen de wetenschappelijke mores in. Het zou gaan om gereedschappen die nog eens 70 duizend jaar ouder zijn dan die van het Hoogersmilde-complex. Opnieuw had Tjerk Vermaning de geschiedenis van Nederland verdubbeld.

Nieuwe vondsten volgen bij Hijken en Eemster. Bij de zandzuigerij van het Blauwe Meer vindt Vermaning een vuistbijl ‘even zeldzaam als de Nachtwacht van Rembrandt’. In 1972 verkoopt hij zijn collectie voor 50 duizend gulden aan de provincie.

Inmiddels is aan het Biologisch-Archaeologisch Instituut de jonge archeoloog Dick Stapert aangesteld om promotieonderzoek te doen naar de oude steentijd in Nederland. Maar Stapert stuit op een probleem. De vuistbijlen van Vermaning vertonen helemaal niet de verweringssporen die je mag verwachten bij 50 duizend jaar oude stenen, zoals windlak, patina en vorstschade. En bij nadere inspectie vertonen ze slijpsporen. Machinale.

Volgens Stapert is er maar één slotsom mogelijk: de artefacten van Vermaning zijn vals.

Als de stenen inderdaad vervalsingen zijn, is er sprake van oplichting. Vermaning heeft zijn vondsten immers verkocht aan het Drents Museum, dat een dienst is van de provincie. Aangifte volgt, en op 18 maart 1975 wordt Tjerk Vermaning in Meppel gearresteerd. Een dag later wordt hij in vrijheid gesteld.

De rechtszaak volgt pas in 1977. ‘Ik laat mij fusilleren voor de echtheid van de stenen’, bezweert Vermaning op de eerste zittingsdag. Stapert heeft op zijn beurt bij wijze van experiment vuursteen met een zandstraler bewerkt. Het geeft dezelfde sporen als op de artefacten van Vermaning. 

Twee bodes bewaken tijdens de rechtszaak de archeologische vondsten die al of niet een vervalsing zijn. Beeld Bert Verhoeff

Door de rechtbank wordt Vermaning schuldig bevonden aan oplichting en veroordeeld tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf.

Hoger beroep volgt. Tijdens de behandeling worden van de vuistbijlen stukken afgeslagen om hun echtheid aan te tonen. De president van het hof is ontstemd over de vertoning: ‘Dit is natuurlijk eens maar nooit weer.’

Vermaning wordt vrijgesproken, omdat volgens het hof niet kan worden bewezen dat hij de vervalsingen zelf vervaardigd had. Of de vuistbijlen oorspronkelijk waren, wordt in de uitspraak in het midden gelaten.

‘Vuistbijlgevecht. Tjerk Vermaning boekt zege op officiële archeologen’, kopt het Nieuwsblad van het Noorden. ‘Het bewijs is nu geleverd dat deze zogenaamde wetenschappers geen archeologen zijn’, aldus de hoofdrolspeler. ‘Archeologie wordt bedreven door praktijkmensen.’

Zijn vrijspraak viert hij als een overwinning, maar Vermaning voelt zich in zijn latere leven verbitterd en miskend. ‘Wat zou ik dan hebben moeten toegeven. Ik heb geen geheimen gehad en ik neem geen geheimen mee in het graf.’

Zijn belangrijkste vondsten zijn vals, daarover bestaat inmiddels wetenschappelijk overeenstemming. Maar of Vermaning zelf vervalste weten we nog steeds niet. 

Hij is nooit op heterdaad betrapt terwijl hij stenen sleep of zogenaamde artefacten in de grond plantte – zoals de ontmaskerde Japanse archeoloog Shinichi Fujimura in 2000 gebeurde. Mensen die met hem te maken hadden, achtten het ondenkbaar dat Vermaning de kwade genius was. Zij hielden hem voor een hulpje.

Vermaning overlijdt in 1987, pas 58 jaar oud. Kort voor zijn dood doet hij zijn hele collectie in de uitverkoop, van mammoetbot tot musketkogel. Zijn as wordt uitgestrooid op de akker bij Hoogersmilde, de plek waar zijn opkomst en ondergang werden ingeluid. Dat in 2011 in Drenthe een écht Neanderthaler-kampement zou worden ontdekt, maakt hij niet meer mee.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel werd Staphorst gesitueerd in Gelderland. De gemeente ligt in Overijssel.


Interview: conservator Wijnand van der Sanden: Knullige exemplaren

‘Er was een tijd dat iedereen Tjerk Vermaning kende’, zegt Wijnand van der Sanden. Hij is conservator archeologie van het Drents Museum en samensteller van de expositie en het gelijkmatige boek De Zaak Vermaning - Over een markant amateurarcheoloog in Drenthe. ‘Het was tijd voor een terugblik’, zegt hij. ‘Veel mensen kennen nu nog slechts flarden van het verhaal, of weten niet meer hoe het afliep.’

Anders dan bij een eerdere expositie van de vondsten van Vermaning, neemt het museum nu wel stelling. ‘Er is geen enkele twijfel dat het materiaal vals is’, zegt Van der Sanden, die als student archeologie nog bij een van de zittingsdagen was.

Vermaning werd niet eerder ontmaskerd, omdat er in de jaren zestig nog weinig ervaring was met werktuigen uit de tijd van de Neanderthalers, denkt de conservator. Nederlandse wetenschappers moesten hun kennis halen uit de literatuur of inwinnen bij collega’s uit het buitenland. Bij controleopgravingen op Vermanings vindplaatsen werden wel degelijk vermeende artefacten in situ aangetroffen. ‘Maar die moeten in de grond gedrukt zijn. Met de wijsheid van nu moet je concluderen dat er knullige exemplaren tussen zitten.’

Van der Sanden ziet in Vermaning vooral iemand die zijn milieu wilde ontstijgen. Ondanks zijn vervalsingen heeft hij een verdienste gehad: de wetenschappelijke interesse in het midden-paleolithicum is door hem aangewakkerd.

Terugkijkend verbaast het de conservator vooral hoe grenzeloos het vertrouwen was dat Vermaning onder journalisten genoot. ‘De meesten vonden het prachtig: de kleine man die het durfde op te nemen tegen de wetenschap.’

De expositie De Zaak Vermaning - Over een markant amateurarcheoloog in Drenthe  is t/m 13/1 te zien in het Drents Museum in Assen. Het gelijknamige boek is verschenen bij WBooks (24,95)

Theatergezelschap Peergroup speelt van 5 t/m 30/9 de locatietheatervoorstelling De Affaire Vermaning, vlakbij Vermanings vindplaats in Hoogersmilde.

Drie bijzondere amateurarcheologen

Al twaalf jaar kamde de ziekenhuiskok David Crisp Britse velden uit met zijn metaaldetector, tot het ding in 2010 nabij Somerset een gek geluid maakte. Het ging om wel 52 duizend Romeinse munten uit de 3de eeuw, waarvan sommige de beeltenis van de vergeten keizer Caurasius dragen, de Menapiër die als eerste Brittannia uitriep tot keizerrijk. Een metaaldetector hielp ook Deense amateurarcheologen, verenigd als Team Rainbow Power, in 2016. Ze ontdekten zeven Vikingarmbanden uit circa 900, waaronder zes in goud: de grootste vondst van Vikinggoud in Denemarken. Een eervolle vermelding gaat naar Robert Bittlestone: de Britse amateurarcheoloog claimt het mythologische eiland Ithaca, thuis van de held Odysseus, te hebben gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.