'Bij de enorme naakten van Freud blééf ik staan, als in trance'

Onze gids deze week

Charlotte Rampling (72), sinds deze week te zien in de film Hannah, voegde zich nooit naar de normen van Hollywood. Waarom Rampling het mannenpak, Lucian Freud en Sylvia Plath koestert - en de Seychellen níét kan aanraden.

Beeld Els Zweerink

'Licht is belangrijk', zegt Charlotte Rampling, als haar vriendelijke verzoek om de spots te doven is ingewilligd. 'Spots. Ze storen me altijd. Een invasie van licht, zo op de hoofden van mensen.'

Ze wandelt een stukje door de kamer, staat stil bij het uitzicht, Rotterdam in helder winterlicht. Dan, opgeruimd: 'Anyway... Nu hebben we dit prachtige licht. God's licht. Wow.'

De 72-jarige Britse actrice is te gast op het International Film Festival Rotterdam, waar ze een dag eerder een publiek interview gaf. Over haar carrière, die ze 'contre courant' noemt (wonen in Parijs laat zo z'n sporen na). Tegen de stroom in, nooit op haar gemak in Hollywood, want ze kan niet 'doen alsof'.

Ze vormt al decennia een muze voor fotografen, kunstenaars, filmers. Werkte met Woody Allen, François Ozon en Lars von Trier, werd geportretteerd door Helmut Newton en kunstenaar Juergen Teller, die haar in 2009 naakt liet poseren voor de Mona Lisa, in het Louvre.

'The look', antwoordde Luchino Visconti ooit in gebrekkig Engels, met duim en wijsvinger rondjes vormend voor zijn ogen, toen acteur Dirk Bogarde de Italiaanse cineast vroeg wat hem zo aantrok in Rampling. Die uitspraak burgerde in, diende later ook als titel voor een documentaire over de actrice. Tegenwoordig grapt ze dat, als haar oogleden nog wat verder zakken, er helemaal niks meer over is van die look. Maar dat is onzin. Haar blik, waarmee ze je fixeert en tegelijk ook iets door je heen kijkt, verloor met de jaren niks aan kracht of mystiek.

In Hannah, vanaf deze week in de Nederlandse bioscoop, speelt Rampling een geëxcommuniceerde vrouw die de loodzware schuld van een ander torst; haar veroordeelde echtgenoot. Ze won de prijs voor beste actrice in Venetië, waar het rigide drama van de Italiaanse regisseur Andrea Pallaoro afgelopen najaar in première ging. En vanaf donderdag is Rampling ook nog te zien in de Hollywoodblockbuster Red Sparrow, als hoofdjuf op een school voor Russische spionnen. Twee films die onderling zo sterk verschillen, dat ze samen een ideale Rampling-dubbelvertoning vormen.

Ze waarschuwt voorafgaand aan het gidswerk voor de Volkskrant: haar agent informeerde pas kort tevoren over de aard van het geplande gesprek. 'Soms heb ik een zetje nodig, om me iets te herinneren. Dus je mag me af en toe helpen, als ik ergens niet opkom.'

Tessa Charlotte Rampling, geboren op 5 februari 1946 in het plaatsje Sturmer te Essex, Groot-Brittannië. Vader is militair en geregeld overzees gelegerd, ze woont met het gezin - vader, moeder, zusje - onder meer in Gibraltar, Spanje, Frankrijk. Charlotte wordt begin jaren zestig op straat in Londen ontdekt als fotomodel en speelt haar eerste serieuze rol in Georgy Girl (1966). Ze maakt furore in de Italiaanse cinema als Luchino Visconti haar strikt voor The Damned (1969) en speelt haar meest controversiële rol in het eveneens Italiaanse The Night Porter (Liliana Cavani, 1974), over het naoorlogse sadomasochistische spel tussen een concentratiekampslachtoffer en een oud SS-officier.

In de jaren tachtig werkt Rampling met gerenommeerde regisseurs: Woody Allen (Stardust Memories, 1980), Sidney Lumet (The Verdict, 1982) en Nagisa Oshima (Max mon amour, 1986). Nadat ze zich enkele jaren had teruggetrokken uit de publiciteit, haalt de Franse regisseur François Ozon haar over met hem in zee te gaan voor Sous le sable (2000) en Swimming Pool (2003). In 2015 wordt ze voor het eerst genomineerd voor een Oscar, voor haar rol in 45 Years van Andrew Haigh. Rampling heeft twee zoons uit twee huwelijken, met de Nieuw-Zeelandse acteur Bryan Southcombe en componist Jean-Michel Jarre.

1. Kijksport: Atletiek

'Ik zie graag atletiek, omdat het zó snel gaat. Alles gaat om dat ene moment, die ene seconde waarop je de ander passeert. Daar werk je dan jaren en jaren voor. En ik kijk thuis. Tussen grote groepen mensen raak ik verward. Ik kom liever ook niet in bioscopen. Misschien is het omdat ik zelf in films zit? Nou ja, het ís gewoon zo. Ik ben erg blij dat we nu alles thuis kunnen zien. Ik ben liever alleen als ik me op iets concentreer.'

Haar vader, luitenant-kolonel Godfrey Rampling, won een gouden medaille voor Groot-Brittannië op de vierhonderd meter estafette van de Spelen van 1936 in Berlijn. 'De eerste renner was ziek geweest, raakte achterop, toen nam mijn vader het stokje over en begon aan een fenomenale inhaalrace. De radiocommentator van de BBC werd helemaal gek, stikte bijna. Het was de tijd van Hitler, heel gespannen. Hij is nog te zien in Olympia, van Leni Riefenstahl. Het is iets moois: een man met een lang, pezig lichaam te zien rennen alsof hij zal sterven als ze niet winnen. Ik hou van excellentie. Niet alleen in atletiek. Mensen die ergens wonderbaarlijk goed in zijn. O ja, dat kan ook politiek zijn.'

Met gespeeld zware stem: 'Gaan we het over politiek hebben?'

Dat hoeft niet.

'Er zijn ook een miljard mensen heel goed in dingen doen die ik niet leuk vind.'

Beeld Els Zweerink

2. Maîtres: Helmut Newton/ Luchino Visconti

'Het eerste naakt dat ik ooit deed, was met Helmut Newton. Begin jaren zeventig. Voor hem was het ook de eerste keer. En daarna gingen we allebei een kant op, voor andere naakten. De foto's die hij van mij maakte vond ik zó anders. Zo zag ik mezelf helemaal niet. Helmut was een maître voor me. Dat klinkt wat zwaar: we hadden lol, we inspireerden elkaar. Wat Visconti voor mij bij film deed, deed Helmut Newton voor fotografie: hij liet me zien hoe je iets op een andere wijze kunt beschouwen.'

Ze had geen idee wie Visconti was, toen ze de Italiaanse regisseur eind jaren zestig ontmoette als beginnend actrice. 'Hij was dé grootmeester. Maar ik had nooit ook maar iets van zijn cinema gezien. Of van welke cinema dan ook. Je moet weten: ik was 20, leefde buiten Londen, waar ze hooguit de film van de week vertoonden. Visconti zag iets in me, voor ik het zelf zag. Hij liet me zien dat film ook over de diepte van de menselijke ziel kon gaan.'

Ze speelde in Visconti's Duitse familie- en oorlogsepos The Damned (1969). De Italiaan vroeg Rampling ook voor zijn laatste film, afgerond kort voor zijn dood in 1976. 'Ik moest helaas afzeggen, want ik kreeg een zenuwinstorting in Mexico, waar ik was voor een andere film. Ik wist niet eens dát het een zenuwinzinking was. Maar dat was het.'

'Visconti zag iets in me, voor ik het zelf zag.' Beeld HH

3. Tijdperk: de sixties

'Eerder was mijn leven saai. Gewoon met mijn familie, prima. Maar er gebeurde niks. We kwamen uit de jaren vijftig, vergeet dat niet: vrouwen hadden niet zoveel mogelijkheden. Als ik mensen nu hoor praten van: o, de sixties waren zo en zo... Nou, het was míjn tijdperk. Het besef dat ik ook anders kon leven, dat betekenen de sixties voor mij. '

Ramplings allereerste filmoptreden, volgens filmwebsite IMDB, was als 'meisje in discotheek' in A Hard Day's Night, de Beatles-film uit 1964.

'Dat is een foutieve vermelding. Ik kende Dick wel (regisseur Richard Lester, red.). En ik kende de Beatles, maar ik zat niet in die film.'

Jeremy Lloyd, de bedenker van de series Are You Being Served? en 'Allo 'Allo!, zelf te zien als dansende man in A Hard Day's Night, zei ooit dat hij z'n vriendin Rampling meenam naar de opnamen. Zo werd ze een van de knappe dansende Beatle-discomeisjes, die zich vijftig jaar later ook mét pauzeknop op de afstandbediening nog knap lastig laat identificeren. 'Zei Jeremy dat? Ik herinner het me niet. Misschien was ik geïnjecteerd met lsd of zoiets - wat ik toen níét gebruikte. Maar Jeremy kende ik goed. Hmm. Mogelijk zit ik er dan tóch in - dit geeft je enig idee hoe de sixties waren. Het begon ook net, toen. Er was iets ongelofelijk normaals aan de vroege jaren zestig. De Beatles en zo, dat waren gewoon lui die je kende, jonge mensen die iets nieuws deden.'

'Het besef dat ik ook anders kon leven.' Beeld getty

4. Boek: Cat Sense, John Bradshaw

'Er zijn bergen kattenboeken: lovely books voor mensen die gefascineerd zijn door katten - en die mensen hebben gelijk - maar dít boek is anders. Een analyse van de kat: hoe het dier in die duizenden jaren als huisdier nooit echt is veranderd, ergens nog wild is. De schrijver wijst op parallellen tussen levens van katten en dat van de mens. Hoe we ons verdedigen, ons aanpassen. Of dat soms juist niet doen. Katten hebben geen geweten, maar ze hebben wel bíjna een geweten. Wetenschappelijk valt dit niet te bewijzen. Maar wie zoals ik veel met katten heeft geleefd, weet dat er iets zit. Ik heb een Maine Coon, de grootste huiskat.'

5. Mode: Mannenpakken

'Because I wear them well.' Rampling grinnikt. 'Ik geloof dat ik dat ooit zei: áls je een mannenpak draagt, dan moet je het goed dragen, je moet een behoorlijke dame zijn. Het androgyne trok me aan. Ik kende Twiggy sinds 1962. We wisten niet wat ze was, een soort man én vrouw, een klein twijgachtig iets. En ik hield zo van dat idee: dat je androgyn kon zijn, op mijn manier dan. Ik hulde me in minirokken en mannenjasjes. Minirokken waren een revolutie. O ja, die van mij waren zo kort als je ze kon krijgen. Je kocht alles op de vlooienmarkt, kleine boetiekjes bij King's Road.'

Beeld Els Zweerink

6. Dichtkunst: Sylvia Plath

'Sylvia Plath gaf een stem aan vrouwen die gevangen zaten in de archetypische vrouwenrollen. 'Lady Lazarus', dat verbazingwekkende gedicht... Ik heb haar poëzie voorgedragen tijdens een tournee met Sonia Wieder-Atherton, een geweldige cellist. De gedichten zitten in mijn hart. Toch zou ik ze eerst even moeten zien om nu... mijn geheugen doet dat niet.'

Er is die zin in 'Lady Lazarus' over sterven als kunst. Rampling schakelt meteen in: 'Dying is an art, like everything else. I do it exceptionally well. I do it so it feels like hell. I do it so it feels real. I guess you could say I have a call.'

Ze is even stil. 'Ja... A call for suicide... Ze voelt zich geroepen zelfmoord te plegen. En dan doet ze het ook, uiteindelijk. Ze móést door de spiegel.'

De Amerikaanse schrijver Sylvia Plath maakte in 1963 op haar 30ste een einde aan haar leven, nog voor haar poëzie een breed publiek vond. Ramplings enige zus pleegde ook zelfmoord, op 23-jarige leeftijd in Argentinië. Pas drie jaar later vernam ze de ware toedracht van haar vader, die eerder sprak van een hersenbloeding. Rampling schreef erover in haar korte autobiografie Who I Am (2017). 'Als je me vraagt: helpt het in een moeilijke tijd, die poëzie? Ja, natuurlijk. Het is een sauvegarde, het redt je. Mensen zeggen weleens tegen me: je hebt zulke morbide gedachten Charlotte! Ik ben een op-en-neerpersoon, zoals veel mensen met creatieve beroepen. Ik had Sylvia Plath nodig.'

'Sylvia Plath gaf een stem aan vrouwen die gevangen zaten in de archetypische vrouwenrollen. De gedichten zitten in mijn hart.' Beeld HH

7. Plek op aarde: het bos van Fontainebleau, onder Parijs

'Ik kom overal, maar dát is mijn werk. Dan heb ik een entourage om me heen, die zegt: je moet hier of daar heen, praat met deze meneer - wat ik overigens graag doe. Het is geweldig, Rotterdam. Maar zomaar zelf naar Rotterdam gaan, zou ik nooit doen.'

Ze giechelt. 'Ik ben in mijn leven nooit toerist geweest. Of één keer, en het beviel me niet. Ik herinner me wat flarden op een eiland, de Seychellen. Zeer angstig was ik. Ik móést weg.'

Zee, strand, koraal...

'Ik weet het. Maar ik kan de lezers toch niet naar een plek sturen waar ik in paniek wegrende? Ik heb het geprobeerd, zo'n vakantie met mijn man en kinderen. Plichtsgetrouw, heus. Ik voelde me ellendig.

'Maar we kunnen Parijs noemen. Toen ik Jean-Michel ontmoette, eind jaren zeventig (haar tweede echtgenoot, pionier van elektronische muziek Jean-Michel Jarre, red.), zei hij: waar zullen we gaan wonen? Hij dacht aan Los Angeles. Ik niet.'

Inmiddels woont ze al ruim veertig jaar in de Franse hoofdstad. 'Ik kan me er nog steeds een buitenstaander voelen. Dat bevalt me: de wereld iets op afstand.'

Als dochter van de overzee gestationeerde Britse officier bracht ze wat kinderjaren door nabij Parijs. 'We woonden in een huisje in Fontainebleau, aan de rand van het bos. Daar dwaalde ik met mijn hond, urenlang alleen. Een gevoel van vrijheid. Zo'n jong meisje alleen in dat grote bos. Krankzinnig eigenlijk. Dat zou nu nooit kunnen.'

'We woonden in een huisje aan de rand van het bos. Daar dwaalde ik met mijn hond, urenlang alleen.' Beeld getty

8. Muziek: Everybody Hurts, R.E.M.

'Goede liedjes. Phil Collins, Sting, Adele... wie dan ook, zolang het maar een goed liedje is. Er is iets magisch aan, een goed liedje brengt je dichter bij de wereld. Ik luister zo'n liedje dan eindeloos, het heeft iets obsessiefs, tot ik het wel een poos met rust móét laten. Eén voorbeeld? Everybody Hurts, van R.E.M. Het viel samen met een periode waarin ik pijn had. Dat liedje droeg me, toen ik het nodig had te worden gedragen.'

'Het viel samen met een periode waarin ik pijn had.' Beeld getty

9. Schilderkunst: De naakten van Lucian Freud

'Ik heb een schilderij van Hans Hartung, gekregen van mijn echtgenoot. Het is zwart en blauw. Abstract. Het beweegt, als een trage zwarte storm, waar het blauw dan doorheen komt.'

Rampling staat op, zwaait met haar arm, produceert een zacht straaljagergeluid. 'Zo ssswoeshhhhh... En dan tjjepp.'

Ze lacht. 'Heb ik dat goed uitgelegd? Het is dus niet ineens: oeh! Je moet wat langer kijken. Het allerliefst zou ik toch een schilderij van Lucian Freud bezitten. Die gezichten, die lichamen! Ik bezocht een retrospectief (Centre Pompidou, 2010) en in het laatste vertrek hingen vier enorme naakten van Freud. Ik blééf staan, als in trance. Gewoon staan, tussen die enorme lichamen. Onvergetelijk.'

Ze is even stil. 'Ja, ik neem de groep Freuds. Dan ga ik in het midden staan. En ben ik bij de groep.'

Kordaat knikje tot de interviewer. 'Preciezer kan ik niet zijn.'

'Ik bezocht een retrospectief en in het laatste vertrek hingen vier enorme naakten van Freud. Ik blééf staan, als in trance.' Beeld getty
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.