Zwijgende dichters

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs (geboren in 1969 en dit jaar genomineerd voor zowel de Libris Literatuurprijs als de AKO Literatuurprijs 2006) heeft ooit zijn stadsgenoten duidelijk proberen te maken dat ‘cultuur begint bij het verleden’....

Je moet de rijkdommen die je hebt, koesteren – dáár begint cultuur. Met een van zijn boeken, Villa Keetje Tippel uit 2001, probeerde hij zijn geboortestad Genk over te halen de voormalige woning van schrijfster Neel Doff, bekend van het boek Keetje Tippel, van de sloophamer te redden en er een museum voor Kempense schilders in te richten.

Brijs houdt van erfgoed, muffe kelders en zolders, van archieven en heemkundige collecties, én vooral van oud papier. In opdracht van het cultuurcentrum de Warande schreef hij een zeer lezenswaardig boekje over allang vergeten Turnhoutse schrijvers, Korrels in Gods grote zandbak, zeventien auteurs uit de Kempen – die ‘voor God toch altijd al één grote zandbak [zijn] geweest’.

Het grondgebied Turnhout raakt bovenaan bij een van de drie charmante Belgische bultjes de grens met Nederland. Het is, schreef ene Frans Verschoren (vriend van Emmanuel de Bom), een ‘geweldig stadje, waar taaie werkers wroeten in fabrieken van gekleurd papier, speelkaarten of sigaren, in tijk- en lakenweverijen, noeste werkmenschen, die weelde brachten voor enkele patriciërsfamilies met adellijke verzuchtingen’.

Dát zijn die ‘stille Kempen’ uit de stapliederen van Vlaanderens geliefde toondichter Armand Preud’homme, waarvoor Jozef Simons de teksten schreef, Kempenland, ook wel de Kempische Brabançonne genoemd.

Korrels in Gods grote zandbak is een serie schrijversportretten, beginnend bij de rederijkerskamer Het Heybloemken in 1538 tot Albert van Hoeck, schrijver van Afrika-romans. Brijs stond er versteld van hoeveel schrijvers uit de schoot van Turnhout zijn voortgekomen. Het zijn beschouwingen over bescheiden en goeddeels vergeten auteurs.

‘Hun oeuvre is afgerond’, schrijft Brijs, ‘de tijd is erover gegaan, oordelen kunnen geveld worden.’ Soms zijn die mild, soms zijn die hard. De overtuigd activist en veroordeelde collaborateur Edmond Fabri, die in 1927 in Eindhoven stierf, betekende als schrijver weinig of niets; de heimat-schrijver Frans Verschoren was een ‘Ernest Claes zonder nuances, Stijn Streuvels zonder ballen’; de door rechts-extremisten doodgeknuffelde Ward Hermans verkwanselde zijn schrijftalent als oprichter van de Algemeene-SS-Vlaanderen.

Net zoals Jeroen Brouwers, nu eens mild, dan weer boosaardig, schrijft Brijs over die letterminnaren die grossieren in rijmelarij, dat handjevol Turnhoutse dilettanten die het schone katholieke Vlaanderen op de uitgestrekte heidevlakten van de Kempen met hun schrijfsels onderwees (let op: alle vrijzinnigen waren slechteriken).

Ze schreven zoals ze tuinierden, gelijk pastoor Emiel Fleerackers die met zijn vertelsels die hij voor De Bode schreef ‘de katholieke gemeenschap bediende’. Het zijn wieders, het zijn schoffelaars.

Maar wacht. In 2020 of 2030, of in een nog verdere toekomst, zal ongetwijfeld een andere Stefan Brijs opnieuw de Turnhoutse schrijvers wikken en wegen. Die nog onbekende criticus en schrijver zal zich genoeglijk kunnen buigen over de eigengereide Kempische taal van Leo Pleysier, over de duizend pagina’s van Walter van den Broecks Het beleg van Laken, over de genomineerde, bekroonde en niet-bekroonde boeken van het Turnhoutse schrijversgilde: Jan Veulemans, Frank Boutevogel, Robert Baeken, Bart Meuleman, Karel Sergen, Leen Huet, Koen Peeters, de uit Nigeria afkomstig maar in Turnhout neergestreken Chika Unigwe, én uiteraard Stefan Brijs zelf.

‘Misschien blijft er een poover spoor/ waar mijn vermoeide voeten schreden’, dichtte de godvergeten Achiel Leys in 1944, ‘misschien loopt er een wegel door/ het gras dat ik heb platgetreden.’ Zijn hoop was tevergeefs. Leys’ voetsporen en die van andere Turnhoutse schrijvers zijn gewist; hun namen zijn volstrekt verdwenen.Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden