Zwemmend de ondergang tegemoet

De zee stroomt als een leidend principe door het leven van deze Waldemar, hoofdpersoon van het nieuwe boek van Annejet van der Zijl, die in haar biografie Anna het leven van jeugdboekenschrijfster en kinderheldin Annie M.G. Schmidt tot een vloeiend en consistent verhaal wist te comprimeren. Waldemar Nods werd nooit beroemd, maar een held was hij wel. De boot voert hem over de oceaan naar het kille Holland waar hij als zwarte een bezienswaardigheid is en het moeilijk blijkt om carrière te maken.

Tot schande van de omgeving en haar familie begint hij een verhouding met zijn hospita, de zeventien jaar oudere, getrouwde Rika Hagenaar, moeder van vier kinderen. Hij verwekt een kind bij haar, kleine Waldy, bruin met helderblauwe ogen, met recht een liefdesbaby. Liefkozend noemen ze hem Sonny Boy, naar een dromerig liedje van Al Jolson. Ze trotseren hoon en vernedering en hun verbintenis blijkt een gelukkige. Met Rika drijft Waldemar een bloeiend pension aan de boulevard van Scheveningen, een warm en gezellig huis waar vooral Duitsers graag 's zomers vertoeven. Met Waldy zwemt hij dagelijks in zee.

Warm en gastvrij zijn Rika en Waldemar ook voor de joodse onderduikers, én een Nederlandse SS-deserteur die zij zonder aarzeling opnemen in hun bovenhuis, als het pension hun tijdens de Tweede Wereldoorlog is ontnomen door de bezetter. Maar zij worden verraden, gevangengezet in het beruchte Oranjehotel, gemarteld, afgevoerd naar kamp Vught en vandaaruit naar Neuengamme en Ravensbrück.

Nog één keer lijkt Waldemars fabelachtige zwemtechniek van levensbelang: op 1 mei 1945 was hij, met vele andere gevangenen uit Neuengamme, een van de slachtoffers van het bombardement van RAF-vliegers op de Cap Arcona. Op dit luxueuze plezierschip waren de gevangenen samengebracht, vermoedelijk om ze te laten verdrinken. Juichend zwaaiden ze met witte lakens naar de bevrijders, maar die richtten hun bommen op wat ze aanzagen voor een schip vol nazi's. Waldemar, uitgehongerd en verwakt, springt overboord en zwemt met zijn laatste krachten naar de kust. Daar wordt hij door Duitse soldaten doodgeschoten, twee dagen voor de bevrijding. Twee maanden eerder was Rika in gruwelijke omstandigheden gestorven in Ravensbrück. Sonny Boy werd een wees, en zonnig zou zijn leven niet meer zijn.

Hij, de nog levende naamgever van dit hartverscheurende verhaal dat Annejet van de Zijl opdiepte uit archieven, correspondenties en gesprekken met nabestaanden, is niet de held van dit boek. Dat zijn Waldemar en Rika Nods, twee gewone, ongewoon dappere mensen in wier lot de krankzinnige loop van de geschiedenis zichtbaar werd.

Ironisch genoeg was Waldemar, die zijn leven offerde voor joodse onderduikers, de kleinzoon van een vrouw die 'eigendom' was van een joodse slavenhouder. Zijn Rika was een katholieke dochter die zich losmaakte uit een benepen milieu - waarin zwarten net zo min als joden voor fatsoenlijke burgers werden aangezien - en zonder angst zorgde voor bedreigde mensen. Ze hadden geen grote idealen of ferme ideologieën, maar werden vermoord als grote misdadigers omdat ze een paar mensen in huis namen. Beiden hoorden op de valreep, nadat ze het, verlangend elkaar terug te zien, lang hadden volgehouden, net níet tot de overlevenden. Soms is de werkelijkheid te bar; had iemand dit verzonnen, dan zou hij het verwijt krijgen het al te bont te maken.

Annejet van der Zijl heeft dit verhaal niet willen schrijven als een verslaggeefster die keurig beurtelings haar bronnen aan het woord laat. Even, schrijft zij in haar nawoord, heeft zij met de gedachte gespeeld er een historische roman van te maken. Maar al snel besefte zij 'dat tegen het leven zelf niet op te verzinnen valt - in ieder geval niet door mij'. Uiteindelijk koos zij voor een verhaal dat leest als een roman, met personages van wie we de gedachten en gevoelens kunnen volgen, maar dat gelardeerd wordt met passages uit brieven, dagboeken en officiële documenten; alle bronnen staan vermeld achter in het boek.

Met succes 'plunderde' Van der Zijl, zoals zij dat Kees Fens citerend noemt, 'de gereedschapskist van de fictieschrijver': Sonny Boy is een verhaal geworden dat je soms de adem beneemt en in verbijstering achterlaat.

Een enkele keer lijkt de schrijfster zich te zeer te laten verlokken door de wrange contrasten in de werkelijkheid. Als Rika en haar medegevangenen op weg zijn naar Ravensbrück, schrijft zij hoe de vrouwen 'fier marcheerden' door een idyllisch landschap. 'Sommige vrouwen plukten bloemen: die zouden zo meteen fleurig staan in hun nieuwe barak.' Schiet zij hier omwille van het tragische 'literaire' effect door? Of heeft een overlevende van Ravensbrück haar dit zo verteld? Soms is het jammer dat je dat niet in een noot kunt terugvinden.

Maar de voordelen van deze vrije en invoelende werkwijze overwegen. Zeggen dat de verloren levens van Rika en Waldemar toch maar iets goeds hebben opgeleverd, zou cynisme ten top zijn. Maar een mooi boek is het wel, Sonny Boy.

Annejet van der Zijl: Sonny Boy. Nijgh en Van Ditmar; 235 pagina's; ¿ 17,50. ISBN 90 388 8735 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden