Zwemmen in een zee van lichtekooien

Marie Kessels behoort tot een uit de mode geraakte soort mensen: zij is een heilige van alledag. Ze verkoopt in haar stationskiosk koffie en saucijzenbroodjes met volle aandacht voor de geluiden en gezichten om haar heen....

In de Middeleeuwen zou ze als Zuster Bertken in haar kluis in de Utrechtse Buurkerk bezocht zijn door tientallen gelovigen die haar raad zouden vragen. Alle grote en kleine dingen draait ze om en om, totdat ze ze in iedere lichtval heeft gezien en tot op de draad kan beschrijven. Ze denkt over het ware wezen van woede en hartstocht en het genot van de liefde.

Het leven dat ze beschrijft, is onaanzienlijk. Een vrouw die haar brood verdient in een stationskiosk en een verhouding heeft met een man van 63, Koschka geheten, die voor niets bang is behalve voor de smerigheid van de dood.

Hij heeft zijn streken. Als hij bij haar vandaan komt gaat hij tevreden bij zijn derde vrouw kalfsoester zitten eten, en op een dag zegt hij, alsof het vanzelf spreekt, dat hij jarenlang naar de hoeren ging. Ze is verbijsterd: ‘Zo’n zee van lichtekooien waarin jouw liefste verlekkerd rondzwemt!’ Ze is ook verslingerd aan hun omgang: ‘Dit spel van ons is waarachtig niet vervloekt.’

Ze beschrijft hem in korte stukjes als een charmante lekkerbek, die met volle overgave eet, leest en liefheeft. Hij kan zich verkneukelen over de absurditeiten van het leven en rebelleert door op een dag zijn haar niet meer in een scheiding te kammen. Bovenal is hij ongrijpbaar, maar ‘misschien moet een man om door mij aanbeden te worden wel zo zijn, ondoordringbaar en vanzelfsprekend als een natuurverschijnsel’.

Marie Kessels houdt zich bezig met leven in volle overgave. Zij wijdt zich aan vragen over drift en razernij, en over de lichamelijke liefde. Moraal is niet eenvoudigweg het in toom houden van aandriften: ‘Ik denk dat een streng geweten en het laaiende vuur van de hartstochten twee kanten van dezelfde medaille zijn.’ Ze breekt een lans voor de woede en de wraak: ‘Wie de wraak niet kent, kent het leven niet.’

Wraak zou ze willen nemen op de klussers die het leven in haar flat verzieken met hun lawaai: met duizenden snavels zou ze hen willen belagen op het moment dat ze zich net lekker in hun bed omdraaien om in te slapen. De managers die hun reorganisaties reorganiseren maken haar zo razend dat ze het liefst niets meer van ze zou aannemen en zelf het papier zou willen produceren waarop ze haar voorraden moet invullen.

Net als haar woede overschrijdt ook haar liefde alle grenzen van het betamelijke. Zij geeft haar Albanese buren een groot geldbedrag als hun nieuwe baby geboren is, niet omdat ze zo graag wil delen, maar omdat ze vindt dat ze meer heeft dan nodig is. Net als te veel lichaamsgewicht wordt te veel bezit een ballast. Zij geeft schuw haar geld weg, blij dat ze ervan af is, maar wil niet dat de buren vervolgens bij haar gaan bedelen. Het evenwicht is daarna wankel: het is moeilijk tegenover de materie de waardigheid te bewaren.

Marie Kessels’ manier van leven en haar boeken zijn niet modieus. Ze schrijft het tegendeel van page turners en vraagt om geduldig en aandachtig lezen. Niet vervloekt bestaat uit losse fragmenten, gescheiden door wit, doorspekt met gedeelten over wonderlijke engelachtige wezens die zich wijden aan baden, theedrinken en het enige kind dat zij in hun leven baren.

De goden van Marie Kessels laten zich kennen in de details. Niets spreekt vanzelf en alle gemakkelijke woorden worden opzijgezet. Er worden ongebruikelijke vragen gesteld en beantwoord, zoals wat de schoonheid uitmaakt van de lammetjesboom, of hoe de mooiste vrouw van de wereld te herkennen is.

Haar held is Kafka, de ‘helderste onder de schrijvers’. ‘Iemand kan zijn kastdeur opendoen om een fles bakolie te pakken en net als Kafka vaststellen dat hij een zone van volmaaktheid is binnengegaan.’ Zonder dat oog voor de grootsheid van het kleine zou ze nooit al die jaren, schrijft ze, hebben volgehouden haar klanten koffie en chocolademelk te schenken. Boven het station zweeft de andere wereld: ‘Hoog boven de stad uit reikt een stad van trappen die naar de afgrond van de hemel voeren * kaal als de volmaakt intacte trappen van verwoeste huizen.’

Dit is geen gewoon verhaal. Dit is mystiek.

Marie Kessels: Niet vervloekt. De Bezige Bij; 223 pagina’s; ¿ 17,50. ISBN 90 234 1862 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden