Profiel Alexander Skarsgård

Zweeds acteur Alexander Skarsgård: opeens blijkt er humor te huizen in dat gebeeldhouwde lijf

Alexander Skarsgård als Tarzan.

Waarom de Zweedse Hollywoodster Alexander Skarsgård méér is dan onredelijk knap. Hoewel – toch vooral dát. 

Hoektandjes. Ze zijn er niet meer, maar je ziet ze nog wel voor je, daar aan de uiteinden van zijn schelpwitte gebit. De Zweedse acteur Alexander Skarsgård (42) kennen we van zijn vorsende blik: het hoge voorhoofd gestut door blonde wenkbrauwen, de diepliggende grijze ogen daaronder. Zijn linkerwenkbrauw heeft met #skarsbrow een eigen hashtag op Instagram. Skarsgård wordt vaak gefotografeerd zoals de fans hem graag zien: als gekwelde minnaar, type James Dean – met een verticale frons tussen de skarsbrows. Maar zie hem zitten in een talkshowstudio, altijd iets te groot voor zijn stoel, en een bescheiden grijnslach is nooit ver weg. Dan denk je eerst: schattig. En daarna dus: tandjes. (Sommige mensen denken op zo’n moment ook wel: bijt mij.) Want Skarsgård is nog altijd Eric Northman, ooit een Viking, nu vampiersheriff van het stadje Bon Temps. Dankzij zeven seizoenen True Blood, tussen 2008 en 2014, heeft Skarsgård als acteur het eeuwige leven (sorry, vampiergrapje). Dat kwam na een korte carrière als kindster in Zweden (onder meer de familiefilm Åke och hans värld, 1984) en een rommelige start in Hollywood. Na zijn Amerikaanse filmdebuut als het leeghoofdige model Meekus in Zoolander (2001), bleef de ­telefoon een paar jaar stil, zo vertelt hij vaak in interviews.

Alexander Skarsgård. Beeld Contour by Getty Images

En dat terwijl het acteursvak een geboorterecht leek – met Stellan Skarsgård als vader (Breaking the Waves, Pirates of the Caribbean) behoort Alexander vanzelf tot de Zweedse film­adel. Maar zijn vrije opvoeding in een hippiemilieu in Stockholm dreef hem eerst in tegengestelde richting. Skarsgård ­junior hunkerde naar regels en discipline, zozeer dat hij zich, als telg van een pacifistische, links-progressieve familie, op zijn 19de aanmeldde voor militaire dienst. Zijn enthousiasme daarvoor verklaart hij met de glossy James Bond-achtige wervingsfolder van het Zweedse leger – geestig toeval (of niet?) voor een acteur die óók vaak als mogelijke Bond-vertolker genoemd wordt. Waarop hij steevast ontwijkend antwoordt: moet dat niet een echte Brit zijn?

Inmiddels heeft Skarsgård wel andere gespierde actierollen op zijn cv, onder meer in tv-serie Generation Kill (2008), zijn Amerikaanse doorbraak. Daarna volgde het succes als – Viking-vampier. Als Northman hoeft Skarsgård weinig meer te doen dan loom achterover leunen en vanonder zijn wenkbrauwen broeierig naar vrouwen loeren. Prompt hingen hordes hysterische fans ‘bite me’-bordjes om hun nek.

Alexander Skarsgård met Keira Knightley in The Aftermath
Alexander Skarsgård in The Diary of a Teenage Girl.

True blood vestigde Skarsgårds status als sekssymbool. Dat heb je bij vampiers al gauw, maar hij loopt in de serie ook nog vaak halfnaakt rond, onbekommerd breed en boomlang – Skarsgård is 1 meter 96. De opwinding die die naaktloperij veroorzaakt, heeft hem altijd verbaasd, zegt hij in interviews. ‘Mensen, ik kom uit Zweden, daar dragen we geen kleren.’ Skarsgård praat graag en liefdevol over zijn geboorteland. Hij is het succesvolste Zweedse exportproduct sinds Abba en Ikea.

Toch is die overfocus op zijn uiterlijk ook te wijten aan een voorkeur voor personages met weinig tekst en veel spiermassa. Niet lang na True Blood was hij als Tarzan in The Legend of Tarzan (2016) opnieuw een wandelend schouwspel van spiergroepen. Een ‘Tarzan in superheldenverpakking’, vond de Volkskrant-recensent, ‘met meer expressie in zijn gespierde buik dan in zijn gezicht’. Een kwestie van slecht doordachte rolkeuzes? Nee, want dan lees je ergens dat hij die rol aannam uit jeugdsentiment: vader en zoon Skarsgård keken in zijn jeugd eindeloos samen naar de oude film.

De laatste tijd lijkt Skarsgård klaar met de rol van zwijgzame pin-up. Goed, in zijn rol als Perry Wright in HBO-serie Big Little Lies is hij nog altijd onredelijk knap, plus de (ogenschijnlijk) perfecte echtgenoot, ideale vader en gedroomde minnaar. Maar Skarsgård zet zijn gepolijste uiterlijk hier in als vehikel voor iets anders, een duister, angstaanjagend, explosief geheim: de perfecte Perry mishandelt zijn vrouw. Desondanks weet Skarsgård hem innemend te houden, en hun relatie geloofwaardig, waarmee hij zijn personage van een prettig verwarrende ambivalentie voorziet. Hij kreeg daarvoor zowel een Emmy als een Golden Globe.

Alexander Skarsgård. Beeld Contour by Getty Images
Alexander Skarsgård (rechts) met Jesse Eisenberg (links) in The Hummingbird Project. The Hummingbird Project Jesse Eisenberg and Alexander Skarsgard. Beeld Elevation Pictures

Ook in de fraaie miniserie The Little Drummer Girl (NPO Start Plus) is hij een verleider, maar wel een getroebleerde. Als de mysterieuze Israëlische topspion Gadi Becker laat hij zijn massieve schouders letterlijk hangen, gebukt als hij gaat onder het gewicht van de geschiedenis. Met tegenspeler Florence Pugh construeert Skarsgård een uitgekiend schaduwspel van fictie en werkelijkheid, waarin ze aannemelijk maken dat ze voor elkaar vallen doordat ze dat spélen. Dat is knap, geraffineerd meta-drama.

Soms kiest hij nu zelfs rollen waarin hij uitgesproken onaantrekkelijk is. Zoals de (dan wel weer zwijgende) vertolking van de stomme Amish-barman Leo, die in een futuristisch Berlijn op zoek gaat naar zijn verdwenen geliefde (in het mislukte Mute, 2018). Kromgebogen haast Leo zich door zwarte, verregende straten. Hij praat niet, maar ademt wanhoop. Door de te korte mouwen en broekspijpen van zijn sjofele pak oogt Skarsgård nog langer dan hij is. Steeds lijkt hij zich te excuseren voor zijn postuur – dit is een man die zichzelf weg wil maken. Zeldzaam onesthetisch is hij.

Alexander Skarsgård in True Blood.

Hetzelfde geldt voor de rol van Anton Zaleski in de curieuze glasvezelkomedie The Hummingbird Project – nu in de bioscoop. Als autistisch computergenie, met glimmende halfkale schedel, bril en dikke buik, demonstreert hij een heel arsenaal aan nerveuze tics. Plots zien we hier een fysiek heel behendig acteur aan het werk – zijn Anton vertoont slapstick­achtige trekjes. Zoals hij zijn nek horizontaal op zijn schouders plaatst, het karakteristieke hoofd ver vooruitgestoken, is hij een merkwaardige combinatie van Buster ­Keaton en Lurch, de boomlange butler van The Addams Family. Pakt Skarsgård als Zaleski een taxi, dan is hij een reus die zich in een speelgoedautootje vouwt. Zijn pad in Hollywood mag hobbelig zijn, hier zien we een kostelijke transformatie. Opeens blijkt er humor te huizen in dat gebeeldhouwde lijf – nu dat althans even van zijn sokkel is gestapt. Een boze triomfdans van Anton in wapperende hotelbadjas en de daaropvolgende koddige achtervolging door de FBI behoren tot de beste scènes van de film. Dit is pure fysieke komedie.

Maar wees gerust, fans van het eerste uur, hij is ook nog vaak genoeg de mooie minnaar, zoals in het naoorlogse liefdesdrama The Aftermath, ook nu te zien. Als Duitse architect die Keira Knightley het hof maakt, mag hij onbekommerd knap zijn – de geplaagde romanticus, met armen als staalkabels en ogen van smeulend kool. In zijn allereerste scène oefent Skarsgård voor de spiegel zijn James Dean-pose. Maar even later, in een vrolijk sneeuwballengevecht, is ook dat aandoenlijke lachje er weer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.