Zwartgallig versus blijmoedig

Twee komedies van ieder 23 minuten, veertig pagina's script, op prime time uitgezonden. Beiden neergesabeld door de kritiek, maar goed bekeken....

WAT HEET leuk?

De chagrijnige, botte kop van Rijk de Gooijer die het als uitbater van een plat-Amsterdamse wassalon niet getroffen heeft met het leven, en nog minder met zijn drie losers van zoons?

Of het smalle gezicht van de ordinair gezellige, maar o zo politiek correcte John Buijsman die de hoofden knipt van zo veel mogelijk etnische minderheden in een even door-en-door-Rotterdamse kapsalon?

't Is maar net wélk leuk je zoekt.

'Het gaat om een positieve emotie', zeggen Chiem van Houweninge en Marina de Vos, auteurs van de Rotterdamse wítte komedie Ben Zo Terug. 'Niet dat het allemaal fondant-achtig is, maar het moet wel een beetje mooier zijn dan de werkelijkheid.'

'Aan het eind', grijnst Paul Jan Nelissen, schrijver van de Amsterdamse zwárte komedie Schoon Goed, 'zijn alle karakters net effe slechter af dan ze begonnen. Kijkers moeten het wel naar hun zin hebben, maar denken: ook met een kut-leven valt te leven.'

Schoon Goed en Ben Zo Terug zijn beide VARA. Beide spelen in een volkswijk (Oud West, Delfshaven), op een plek waar mensen makkelijk binnenvallen. Zoiets als Cheers dus, maar zonder café. Beide willen sit-com's zijn, situatie-komedies die het niet moeten hebben van de éénregelige grappen, wisecracks of punchlines. 'Nee, het zijn geen avondvullende grappen', zegt Van Houweninge. En Nelissen: 'Ik mik niet op geweldige dijenkletsers.'

Beide komedies mogen 23 minuten duren, beslaan krap veertig pagina's script, en worden op prime time uitgezonden. Van de tv-kritiek hebben ze er beide van langs gekregen, zoals dat gaat met Nederlands drama, en vooral met Nederlandse komedies. Die worden te knus en te traag bevonden. Flinterdun, oubollig. Van Houweninge en Nelissen houden zich vast aan de wetenschap dat hun komedies beter worden bekeken dan de Amerikaanse of Britse comedy's die geraffineerder, spitser en leuker heten te zijn. Ben Zo Terug haalt 1,2 miljoen kijkers, Schoon Goed zo'n 600 duizend. Niet slecht naast de 300 duizend van Frasier.

Nelissen: 'In vergelijking met Britse of Amerikaanse series is wat wij maken wat minder. Maar besef dat zij veel meer geld hebben om ideeën uit te proberen, pilots te maken, dialogen te schrijven. In Engeland kunnen ze twee keer zo lang doen over de helft van de afleveringen. Wat naar Nederland komt, is nog eens het beste van het beste. En kijk eens naar drama in Spanje, Zweden of Frankrijk. Daarbij vergeleken vind ik de Nederlandse televisie helemaal niet zo slecht.'

Van Houweninge heeft kapperszaak 'De Hippe Knip' opgebouwd in zijn Rotterdamse Blue Horse studio, ver van Hilversum. Hoewel hij niet zou weten wat er zo specifiek Rotterdams is aan de humor van de vrijgezelle kapper en ex-bokser Ferry, ziet hij wel dat de serie even onbekommerd Rotterdams is als Ferry's accent ('John Buijsman ís Rotterdammer. Hij komt van Zuid.') Na decennia hartgrondig Amsterdamse komedies, denk aan Citroentje met suiker en Het schaap met de vijf poten, is dat verfrissend. Van Houweninge: 'Zeg 'ns Aaa speelde in een niet genoemde middelgrote plaats in het midden van het land, maar door Mien Dobbelsteen dacht iedereen toch weer dat dat Amsterdam was.'

'Lange tijd was alle drama Amsterdams, alsof er geen achterland bestond', bevestigt Haarlemmer Nelissen. 'Bij In Voor- en Tegenspoed hebben we geprobeerd een plaatsnaam te vermijden. In Schoon Goed zie je en hoor je Amsterdam, maar of de humor specifiek Amsterdams is... Ik denk het niet. Die wasserette had net zo goed in Leiden of Enschede kunnen staan.'

Waar Nelissen met co-auteur Hans van Hulst en met zijn broer, regisseur Marc Nelissen, schrijft, werkt Van Houweninge samen met zijn vrouw Marina de Vos. Van haar was het eerste idee voor wat toen nog De schilder van de Rottesteeg heette: een kapper, een meisje en een kunstschilder van adelijke komaf wonen samen in een volksbuurt waar hun onderlinge verschillen bovenop etnische contrasten komen. 'Dat idee heeft acht jaar in mijn reservoir gezeten', zegt Marina de Vos. 'Uit die contrasten moet de spanning komen. Hier om de hoek wonen 149 nationaliteiten. Ik wil laten zien dat dat leuk kan zijn. Dat je de misverstanden van mensen die elkaars taal maar half spreken met humor kunt oplossen.'

Die opgewekte saamhorigheid van een eeuwigdurend 'opzoomeren' hoef je niet te zoeken in Schoon Goed, gemodelleerd naar een wassalon zoals Marc Nelissen die kende aan de Bosboom Toussaintstraat in Amsterdam. Broer Paul Jan Nelissen: 'Het is het goede in de mens versus het slechte. Allebei even valide voor een komedie, maar ik vind menselijke slechtheid nu eenmaal leuker. Tragie-komedie: je kunt houden van mensen ondanks hun slechte kanten. Als Rijk de Gooijer zijn verstandelijke gehandicapte, argeloze zoon Jaap toch maar in een tehuis wil doen. Hoe komt die vader daartoe? Dat schrijnt. De serie hangt natuurlijk erg aan Rijk, maar ik vind dat hem ten onrechte wordt verweten dat-ie zo zwartgallig is.'

Schoon Goed is soberder en schraler dan het blijmoedige Ben Zo Terug, en niet alleen omdat het zonder publiek ('Zonder gelach, lekker naargeestig') wordt opgenomen. Nelissen leerde het vak met 360 afleveringen van Onderweg naar morgen, schreef mee aan In Voor- en Tegenspoed (ook al met De Gooijer), maar bleef liefhebber van Stiefbeen en Zoon en All in the family. 'Ik zie liever echte mensen boven een bordje groentensoep dan existentiële problemen. Wil met zo min mogelijk elementen zoveel mogelijk doen. Een moderne Nederlandse comedy heeft zeventien scènes. Dat tempo wordt tegenwoordig verlangd. Maar de mooiste All in the family, een aflevering waarin een homoseksuele vriend van Edith doodgaat en zij het even heel moeilijk heeft met God, telt maar drie scènes. Zo ver heb ik het nooit geschopt. Misschien moet Schoon Goed nog wat bokkiger worden, langzamer, met meer ruimte; de grapjes zitten elkaar nu in de weg, ze moeten meer nadruk krijgen.'

Ben Zo Terug wordt mét publiek opgenomen. Van Houweninge: 'Twee grappen per bladzijde. Als het er drie zijn, is dat fantastisch. Zo'n honderd per aflevering. We vrágen het publiek niet om te lachen, maar als ze reageren, moeten ze dat wel hardop doen. Aan een glimlach hebben we niets.' De serie, zegt hij, is wat complexer dan Zeg 'ns Aaa (gestopt na 212 afleveringen) of Oppassen (inmiddels 225). 'De mensen hebben meer achtergrond, het tempo is hoger, de verhaalstructuur is ingewikkelder.' Gebleven is 'de VARA-toon', een emancipatorische zendingsdrift van vooral Marina de Vos: 'De grondtoon moet positief zijn. Er moet een soort liefde onderzitten voor die mensen. De grappen mogen nooit ten koste gaan van een karakter. Als je dat wel doet, kun je het zo zwart als gal maken, maar of 't dan slagkracht krijgt, weet ik niet.'

De Rotterdamse kapperskomedie, erkent Van Houweninge, is een feel-good-comedy, precies zoals de VARA die voor prime time op zaterdag wil hebben. 'Dan maken wij een feel-uneasy-comedy', zegt Nelissen. 'Als de kijker niet meer weet of hij moet huilen of lachen - dat is het hoogste.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden