Recensie Under the Tree

Zwartgallig drama over escalerende burenruzie, vol onvervalste stereotypen

**** (vier sterren)
Drama
Under The Tree

Regie Hafsteinn Gunnar Sigurðsson

Met Edda Björgvinsdóttir, Selma Björnsdóttir, Steinþór Hróar Steinþórsson, Sigurður Sigurjónsson, Þorsteinn Bachmann, Lára Jóhanna Jónsdóttir.

89 min., in 28 zalen.

Een zwartgallig drama over een escalerende burenruzie, met als griezeligste element de ijskoude Inga. Een film vol onvervalste stereotypen, met sardonisch plezier gebracht. 

Huisdieren hebben het vaak moeilijk in speelfilms. Wanneer een monster zijn opwachting maakt of mensen een bloederig conflict aangaan, moet de hond of poes des huizes het als eerste ontgelden.

In dat opzicht niets nieuws in het zwartgallige Under the Tree (Undir trénu), waar een burenruzie in een welgestelde voorstad van Reykjavik steeds absurdere en gruwelijkere vormen aanneemt. Schrijver-regisseur Hafsteinn Gunnar Sigurðsson en co-scenarist Huldar Breiðfjörð kennen het genre, dus scharrelt bij Inga (Edda Björgvinsdóttir) en Baldvin (Sigurður Sigurjónsson) een kat, en bij Eyborg (Selma Björnsdóttir) en Konrad (Þorsteinn Bachmann) een herdershond: conform de filmconventies gaat één van die dieren er als eerste aan. Maar de manier waarop, daarmee zet ­Sigurðsson geheel nieuwe standaarden voor onsmakelijkheid. En dan is het ook nog eens ontzettend grappig wat er met het beest gebeurt. Als je erom durft te lachen, tenminste.

Under the Tree, waarin de enige blik van begrip tussen twee lijken wordt uitgewisseld, laat de oorzaak van het burenconflict handig in het midden. Liever observeert Sigurðsson het geheel als een nieuwsgierige buitenstaander die stiekem (bijna) alles ziet. Als toeschouwer moet je zelf partij kiezen, voor zover je in deze door cinematograaf Monika Lenczewska treffend bleek gebrachte buitenwijkwereld ook maar aan iemands kant wilt staan.

Ligt de schuld bij Inga, niet meer zichzelf sinds haar oudste zoon Uggi spoorloos is verdwenen? Of bij ­Eyborgs onvermurwbare verlangen naar het omzagen van Inga’s esdoorn, die haar in de tuin van te veel zonlicht berooft? 

Sigurðsson zet de vrouwen neer als manipulatieve matriarchen, die hun echtgenoten voortdrijven als voetsoldaten in een escalerende voorstads-oorlog. Onvervalste stereotypen zijn ze, overtuigend omdat ze met sardonisch plezier worden gebracht. Nog zo’n wandelend sjabloon: Inga’s jongste zoon Atli (Steinþór Hróar Steinþórsson), die er consequent een potje van maakt. Hij is door zijn vrouw Agnes (Lára Jóhanna Jónsdóttir) uit huis gezet nadat ze hem had zien masturberen bij een met zijn ex gemaakte pornovideo. 

Under the Tree had wel zonder deze lapzwans gekund, zeker omdat Edda Björgvinsdóttir in de rol van Inga het griezeligste én spannendste element van de film is. Zelden maakte een actrice zo’n volmaakt vrieskoude indruk.

Maar net wanneer je gaat vermoeden dat Sigurðsson zijn hoofdrolspeler uit een rotswand heeft gehakt, laat Björgvinsdóttir Inga’s diepe moederverdriet doorschemeren. Iedereen in Under the Tree is slachtoffer van zichzelf, moet je dan maar denken, terwijl de harken en stanleymessen bloeddorstig ter hand worden genomen.