'Zwarte muziek wordt als een bedreiging ervaren' Het is al lang stil rond trompettist Lester Bowie

Hij maakte al in geen vijf jaar een plaat en was niet langer welkom op het North Sea Jazz festival....

HET IS EEN saaie bedoening in de jazz op dit moment. Lester Bowie heeft geen moeite om het toe te geven. Ooit, dat wil zeggen eind jaren zestig, was hij oprichter van het revolutionaire Art Ensemble of Chicago. Gehuld in Afrikaanse kledij, gebruikmakend van Afrikaanse ritmes, werd de band een symbool van de radicale zwarte beweging in de Verenigde Staten. Lester Bowie (spreek uit Boewie) werd het boegbeeld, mede door zijn aanstekelijke manier van blazen. Levendig, inventief, nooit studieus.

Bowie liet het hier niet bij. Hij richtte de blazersgroep Brass Fantasy op, waarmee hij, politiek zeer incorrect, covers speelde van Michael Jackson. Tegelijkertijd nam hij vier spirituele cd's op met de all-star-gelegenheidsformatie The Leaders. Nu is het stil geworden rond hem en de zijnen. Niet de jazz, maar de rap en de hiphop vertegenwoordigen het revolutionaire elan in de moderne muziek.

'Klopt', zegt Bowie, 'veel jazzmusici zitten vast. Het leeft niet meer, er is geen groei.'

'Maar weet je waar dat aan ligt? Jazz wordt niet gestimuleerd. De ontwikkeling wordt afgeremd. Waar zijn de spraakmakende musici uit de jaren zestiggebleven? Heeft ooit een universiteit, een staat, een land zich om hen bekommerd? Niet een.

'Jazz is levende muziek. En als er geen mensen zijn om die muziek te helpen ontwikkelen, wordt het moeilijk. In New York lopen jonge mensen rond die nog nooit van Charley Parker hebben gehoord. Ik sprak laatst een muzikant die niet wist wie John Coltrane was. Ongelooflijk! En dat was in New York. Kun je nagaan hoe het in, noem eens wat, Cleveland is.

'Als je nooit een kaart te zien krijgt, weet je ook niet waar je bent. Het is niet voor niets dat Europeanen en Japanners vaak meer van jazzmuziek weten dan Amerikanen.'

Bowie oogt bedachtzaam, zelfbewust. Om tien uur 's ochtends neemt hij een beschaafd trekje van de onafscheidelijke sigaar. Om vervolgens dezelfde radicale denkbeelden te verkondigen die hij al jaren aanhangt.

'Ik heb geleerd dat verandering tijd kost, meer tijd dan ik als jonge man dacht. Maar het ontslaat me niet van de plicht onder ogen te zien wat er feitelijk gebeurt. Zwarte muziek wordt op allerlei manieren tegengewerkt. De enige verklaring die ik kan bedenken is dat in de Verenigde Staten onze muziek als een bedreiging wordt ervaren.'

Zwarte muziek wordt monddood gemaakt, of dat nu bewust gebeurt of niet. Jazz gaat om vernieuwing, en dat is nu eenmaal bedreigend, meent Bowie. 'Kijk, in de Arabische muziek gebeurt al vijfduizend jaar niets. Voor de Indiase muziek geldt hetzelfde. Jazz is de wereldmuziek van vandaag, het absorbeert nieuwe invloeden, het leeft. Gisteren hoorde ik nog een latinband. Prima musici, daar niet van. Maar dezelfde muziek had ik honderd jaar geleden ook kunnen horen.'

De stilstand in de jazz, maar ook de opkomst van rap en hiphop verklaart hij vanuit de maatschappelijke tegenwerking. 'Toen ik op de lagere school zat, waren er schoolkoren en schoolorkesten. Maar alle kunst- en muziekonderwijs is in de afgelopen decennia wegbezuinigd uit het openbaar onderwijs, vooral uit de binnenstadscholen. Niemand leerde meer hoe hij een instrument moest spelen. En dus grepen de jongeren naar instrumenten die wél voorhanden waren; hun taperecorders, hun radio's, hun boxen. In plaats van naar een goede saxofoon.'

Het klinkt als een droevig verhaal. Hoeveel grote zwarte jazzmusici verdwenen in de anonimiteit, stierven onopgemerkt? Lester Bowie somt moeiteloos een rijtje namen op. George Adams, Don Cherry, zijn drummer-maatje Philip Wilson. Het zit hem dwars dat een trompettist als Don Cherry nooit enige financiële ondersteuning kreeg. 'En dat terwijl Don Cherry de jazzmuziek echt op een hoger plan bracht, net zo belangrijk en vernieuwend was als Ornette Coleman. Cherry heeft onnoemelijk meer voor de jazzmuziek betekend dan Wynton Marsalis.'

Het hoge woord is eruit. Als Bowie iemand verwijten maakt over de belabberde toestand in de vooruitstrevende jazz, is het zijn zwarte vakbroeder saxofonist Wynton Marsalis. Met financiële steun van de overheid programmeert Marsalis jazzconcerten in het prestigieuze New Yorkse Lincoln Centre. Je zou denken dat Marsalis hiermee zijn steentje bijdraagt aan de instandhouding van het cultuurgoed van de jazz. Maar Bowies oordeel is bikkelhard.

'Wij noemen hem de anti-Miles (Davis red.). Ik ben er nog steeds niet uit of Wynton nu domweg slecht is of gewoon naïef. Hij wordt gebruikt door het systeem om de ontwikkeling van de jazzmuziek tegen te werken. Wynton Marsalis is onze echte vijand.'

Marsalis gaat onder kritische jazzmusici door voor de anti-Miles sinds hij, volgens Bowie, op een persconferentie in Polen verklaarde dat Miles Davis het slechtste was dat de twintigste-eeuwse jazzmuziek was overkomen. 'En terwijl hij zo dom of zo slecht was om dat te zeggen, krijgt hij het geld. Hij heeft zelfs een Pulitzer-prijs gekregen voor zijn jazz-symfonie Blood on the Fields. Ik had altijd het vage idee dat de Pulitzer prijs iets voorstelde, dat het iets was als de Nobelprijs. Maar nu weet ik: de Pulitzer prijs stelt niets voor. Dat muziekstuk van Marsalis is zo amateuristisch. Hoe konden ze dat stuk belonen, terwijl er zoveel originele componisten rondlopen in de Verenigde Staten?'

Wat nu? Is Bowie jaloers? Met alle kritiek op zijn componerende kwaliteiten valt toch niet te ontkennen dat Marsalis de jazzgeschiedenis levend houdt. Hij helpt voorkomen dat de jazz wordt doodgezwegen. Bowie, fel: 'Maar daar gaat het niet om. Marsalis maakt van jazzmuziek iets dat je bij wijze van spreken aan de muur kunt hangen. Hij moet zich bezig houden met het heden en met de toekomst. Want het gaat niet goed zoals het nu gaat. Maak de hedendaagse jazz toegankelijk. Musici hebben aandacht nodig, laat ze optreden. Er moet een reden zijn dat de anti-Miles-mensen alle aandacht krijgen, en de pro-Miles-mensen helemaal niets.'

Bowie zoekt de verklaring in de conservatieve maatschappelijke krachten. Maar welke rol speelt het publiek? Het lijkt alsof de vooruitstrevende zwarte jazz nauwelijks meer aanspreekt. Branford Marsalis, grote broer van de vermaledijde Wynton, oogst grote successen met zijn hiphop-jazzband Buckshot Lefonque, terwijl zijn originele jazzwerk amper verkoopt. Ook op het North Sea Jazzfestival zijn authentieke jazzmusici tegenwoordig in de minderheid.

'Zo eenvoudig ligt het niet', vindt Bowie. 'Met het Art Ensemble trad ik laatst op voor drieduizend mensen in het grootste operahuis in Seattle. Het publiek was dolenthousiast. Maar het is waar: hoe minder optredens, hoe minder aandacht, des te langzamer de jazz zich ontwikkelt, en dus des te minder spannend de muziek.

'Ik heb vijftien jaar lang onafgebroken op North Sea Jazz gestaan. De laatste twee jaar ben ik niet meer welkom. Toen Paul Acket stierf, viel de jazz weg. De organisatie zegt: we doen wat de mensen willen, maar ze doen gewoon wat ze zelf willen. Het is niet waar dat er geen belangstelling meer is voor onze muziek. Jazzliefhebbers raken verveeld door het huidige aanbod.'

Bowie is er de man niet naar zijn muziek aan te passen aan de veranderende smaak. Hij gaat er liever lijnrecht tegenin. 'Mijn muziek is bedoeld om mensen aan het denken te zetten. En dat is het laatste wat Amerika wil.' Lachend: 'Amerikanen hebben liever niet dat er wordt nagedacht.'

Vormt dat misschien een verklaring voor het feit dat Europa, met zijn intellectuelere traditie, meer jazzliefhebbers telt dan de VS?

Bowie, resoluut: 'Nee, jazz is populairder in Europa omdat hier niet zoveel zwarte mensen wonen. In Europa wonen onvoldoende zwarte mensen om door jazzmuziek op radicale gedachten te worden gebracht. Jullie kunnen de muziek waarderen, ervan leren, zonder dat het ook maar iets bedreigt. Als Amerikanen moeten erkennen hoe groot de zwarte muziek is, ontwricht het hun hele gevoel voor verhoudingen. Het is een bedreiging voor hun manier van denken.

'Maar verhuis de totale zwarte populatie van Brooklyn naar Amsterdam, en wacht tien jaar. Moet je zien wat er dan gebeurt. Kijk maar of jullie dan nog van jazz houden. De Fra Fra Sound is het beste voorbeeld. Die musici zijn al tien jaar bezig. Pas nu krijgen ze een beetje erkenning.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden