Zwarte gaten

Niet meer te verliezen dan hun kippevel

Hans Verhagen is een soeverein dichter. Geen dichter is zo ongevoelig voor trends of modes, invloeden of taboes als hij. Vond hij in de jaren zestig nog aansluiting bij een groepje dichters die dachten iets met elkaar gemeen te hebben, toch had het van meet af aan duidelijk kunnen zijn dat Verhagen een volbloedromanticus was die geheel zijn eigen gang moest gaan. Hoewel er in zijn poëtische loopbaan behalve toppen ook dalen zijn aan te wijzen, blijkt uit zijn bloeiende productie van de afgelopen tien jaar dat hij een dichter is van een uitzonderlijk kaliber, die thuishoort in het illustere rijtje van Lucebert, Hugo Claus en H.H. ter Balkt.

Dat Verhagen de P.C. Hooftprijs nog niet heeft gekregen is belachelijk, maar niet onbegrijpelijk. Hij schrijft ongemakkelijke poëzie, die je ogenblikkelijk confronteert met de onhoudbaarheid van al je zekerheden, poëzie waarvan de lectuur een fysieke reactie teweegbrengt, op de heftigste momenten vergelijkbaar met een rit in een duivelse kermisattractie. De beelden fel en schokkend, het rijm stuwend en storend, de cultuurkritiek bijtend, het liefdesleed grondeloos en de gedachtesprongen zo vreemd dat wie ze probeert te volgen onherroepelijk op het verkeerde been terechtkomt.

Het openingsgedicht heet 'Grenspost' en lijkt het begin van een in sepiakleuren gedraaide oorlogsfilm, of een cultversie van Dante's Inferno:

Flarden in visioen gedrenkte wolk reizen in cyclonen rond

Rothonden vermaken zich met zielen in hun kaken malen

Uit het holst van het moeras wellen ongenaakbare vocalen

Dat vervloekte ritme altijd van gerammel & geknor van lege magen

Bij de laatste grenspost staat een 'felbegeerde oud-gereformeerde Nazidame', we zien 'pooiers op trompet' en een 'zwijgend groepsportret van singer-songwriters op bloesems en frambozen', alsmede een 'supersonisch voetbalmeisje in een elfmans-opklapbed'. Het vermoeden dringt zich op dat hier een beeld wordt geschetst van de opgefokte wereld waarin we leven, een wereld van wreedheid, hypocrisie en lelijkheid.

Woedend trekt Verhagen van leer tegen politici die munt slaan uit angst: 'Opnieuw laten we de weg bepalen/ door vreeskwezels en aartsverraders'. De terreur die onze voorouders bedreven 'bleek (...) bij heel wat tijdgenoten op het lijf geschreven'. Kleinburgerlijk ressentiment is aangeboren, Nietzsche schreef het al. 'Voor het wrekertje in onze genen (...) is vrede het seizoen om wraak te nemen/ Nieuwe slachtoffers zijn al gevonden'. Dit is geen poëzie waarmee je vrienden maakt, ook niet onder politieke activisten, want Verhagen spaart niemand.

Maar hij trekt zich niet terug. En hij blijft overtuigd van de macht van de verbeelding, al beziet hij zijn eigen positie met zelfspot: 'de dichter overweegt zijn kansen,/ zonder euforie zal het gaan vriezen in de hel,/ de meisjes in hun knalgele bikini's hebben niet meer te verliezen/ dan hun kippevel'. Politiek en religie, schrijft hij, maken zich niet schuldig aan muziek, maar 'aan liefdes ondermijning' en 'verdwijning van wijsheid'.

Geïnstitutionaliseerde godsdienst leidt tot zelfverlakkerij, zelfgenoegzaamheid en zelfmoord. Op universiteiten leert men niet meer fundamenteel te twijfelen, maar hoort men slechts 'bankbiljetgeknisper'.

Hoe moet het dan? Verhagen maakt duidelijk dat hij het ook niet weet. Leven is bouwen en slopen, zich reddeloos verliezen in hartstocht voor steevast de verkeerde geliefden. Dit is liefdeslyriek van een haast pijnlijke naaktheid, die met uitzinnige ketelmuziek wordt overschreeuwd:

Die ochtend was zij doodgewoon van huis gegaan

in een metallieke limousine met een rozenkrans van schedels

en trompetten stekend uit edele delen, om ze te bedekken tevens;

en 's avonds was zij nog niet thuis

Probeer het voor je te zien, (limousine, rozenkrans, ondergoed van trompetten), weeg de onhandige formulering van de toevoeging 'om ze te bedekken tevens', en je vereenzelvigt je met de radelo

osheid van een diep gekwetste minnaar, 'zo hevig dat ik er mijn hele leven verder over deed/ voor ik begreep wat ik was kwijtgeraakt, Louise'. Elders roept Verhagen het beeld op van een alleenstaande graafmachine, met de valse vlag van hoop in top en 'de vlag van wanhoop achterop/ gelukkig halfstok'. Een dappere graafmachine die uiteindelijk zijn eigen graf graaft: dat is de dichter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden