Zwart of rood?

De gokker in zijn ziel kijken - dat was het doel van John Appel, die in De speler een portret schetst van zijn gokverslaafde vader en van andere gokkers....

De vader van documentairemaker John Appel was een gokker. Hij stierf half berooid, 62 jaar oud. Een paar uur voor zijn dood gaf hij 20 girocheques aan zijn zoon. Om ze te innen en met het geld naar het casino te gaan, want de ziekenhuisrekeningen liepen op en Appel senior was nergens voor verzekerd.

John Appel is 20 als zijn vader overlijdt. Een paar jaar later meldt hij zich aan bij de Filmacademie. Waar zou zijn eerste film over moeten gaan? Over mijn vader, antwoordt hij. Hoe zou hij zijn verhaal vertellen, hoe zou de film in elkaar zitten? De aankomend cineast moet het antwoord schuldig blijven.

Nu is hij 51, heeft hij meer dan 30 documentaires gemaakt, en is er eindelijk de film over zijn vader. En toch ook weer niet. De speler is geen biografie geworden, waarin vrienden en familie over zijn ondergang vertellen. Noch een filmmoord op een vader door zijn gefrustreerde zoon. ‘Ik heb niets af te rekenen met hem’, zegt Appel. ‘Hij verkoos een leven dat niet over veilige paden loopt, hij wilde het leven vooral ook als een spel met risico’s zien. En daarin is hij nog steeds mijn grote voorbeeld. In zekere zin ben ik zijn handlanger geweest, door altijd mee te gaan naar de paardenraces in Duindigt en naar het casino. Niemand maakte mijn vader van dichterbij mee dan ik.’

De speler gaat in wereldpremière tijdens het IDFA, en dingt mee naar de prijs voor beste lange documentaire. De speler uit de titel (naar de beroemde roman van Dostojevski) is zijn vader, maar ook een bookmaker bij de paardenraces, een gokverslaafde oplichter en een beroepspokeraar. Bij alle vier probeert Appel erachter te komen wat hen beweegt.

‘Meer nog dan mijn vader wil ik de gokker in zijn ziel kijken. Het gevaar van een egodocument is dat het narcistisch wordt. Ik wilde deze film alleen maken als hij niet alleen over mijn vader zou gaan, maar over iets waarin veel meer mensen zich kunnen herkennen. Vandaar dat ik alter ego’s van hem opvoer.’

Het zit in de genen, weet de documentairemaker. ‘Ik vind het nog steeds moeilijk om niet mee te doen als er wordt gegokt. Bij de research voor deze film werd ik weer onrustig, en heb ik weer gegokt. Maar ik ben wel eens eerder veel geld kwijtgeraakt in de fruitmachine, de volgende ochtend doorgegaan, en nog meer verloren. Wat zonde, denk ik dan. Daarom blijf ik er in principe zo ver mogelijk vandaan.’

Wat beweegt iemand om steeds weer grote bedragen op het spel te zetten, om grote risico’s te nemen, om zelfs over grenzen te gaan om maar te kunnen spelen? Hoe zit de persoonlijkheid van een gokker in elkaar? En, vraagt Appel zich af, ‘ben ik ermee gezegend, of ben ik ermee bezoedeld?’

De film begint met de enige brief die John Appel ooit van zijn vader kreeg. Het gaat slecht met de zaken (zijn vader was makelaar), maar gelukkig heeft hij het ei van Columbus gevonden. Hij schrijft het, met nauwelijks verholen opwinding én wanhoop, aan zijn zoon, want die zou deze uitvinding, ‘want dat is het’, later kunnen voortzetten. ‘Mijn vader had bedacht dat als je maar lang genoeg doorspeelt en steeds je inzet verdubbelt, je op een gegeven moment wel móet winnen. Ik wist natuurlijk direct dat het niet zou werken’, zegt Appel.

Op het eerste gezicht leidde Appel senior een goed, burgerlijk bestaan. Zijn bedrijf liep uitstekend, er stond een Mercedes voor de deur, de familie was gelukkig. ‘Ik had een heerlijke jeugd’, zegt John Appel. ‘Mijn vader zat vol grapjes en trucjes, de rest van de familie was dol op hem.’ Hij sloeg zich overal doorheen.

Maar hij had ook een duistere kant. De succesvolle makelaar fraudeerde met de aan- en verkoop van huizen, door stromannen te gebruiken om belasting te ontlopen. Als Appel op een dag thuis komt, er twee vreemde mannen op de bank zitten en de stemming zeer ernstig is, slaat de schrik hem om het hart. Hij is bijna opgelucht als hij hoort dat zijn vader wegens fraude is gearresteerd. Even had hij gedacht dat zijn ouders gingen scheiden.

Het gokken neemt grote dimensies aan. Er kunnen tienduizenden guldens doorheen gaan op een dag. Soms wint vader, en dan zijn de tijden goed. Als hij verliest, is er overigens bijna niets van te merken. Zijn vader heeft een pokerface, en zelfs grote verliezen lijken hem niet te raken.

De joviale kant van vader Appel is in De speler vertegenwoordigd door bookmaker Harry Engels. Een man die met een grap en een lach door het leven gaat. ‘Weet je wat me het meeste geld heeft gekost in het leven? Langzame paarden en snelle vrouwen’, vertelt hij.

De duistere kant zoekt Appel in de Koepelgevangenis in Haarlem, waar de oplichter Harry Hofland gevangen zit. Hofland wordt telkens weer aangehouden wegens het oplichten van winkeliers, waarmee hij zijn gokverslaving financiert. Met twinkelende ogen vertelt hij over wat gokken voor hem betekent: ‘De waas voor je ogen, de stapel fiches voor je zien, het gevoel het middelpunt te zijn.’ De beroepspokeraar, wiens naam ongenoemd blijft, verwoordt het aldus: ‘Ergens in het casino is een heilige graal, en die moet je vinden, die zúl je vinden.’

Mooi vindt Appel dat, durven te spelen, het nemen van risico tot kunst verheffen. ‘Gokken is spanning, de uitkomst is risicovol. In het begin gaat het goed, en dan ga je meer inzetten. De wetenschap dat wat je doet heel erg mis kan gaan, is fascinerend. Rood of zwart. Maar daardoor kom je ook in een fuik terecht waar je niet meer uit kunt zwemmen.’

De vorm van De speler is atypisch. Tot nu toe was Appel in zijn documentaires altijd the fly on the wall, de onzichtbare, observerende documentairemaker. Voor het eerst is hij nadrukkelijk aanwezig, als verteller en als betrokkene. ‘Ik wilde van die veilige manier afstappen. Ik ben heel lang op zoek geweest naar een vorm voor deze documentaire. Nu ik die heb gevonden, ben ik ook vrij om andere vormen te proberen.’

Wat hetzelfde is gebleven, is Appels fascinatie voor eenzaamheid en tragiek. Appel senior blijkt in wezen een eenzame man te zijn, en dat zijn de gokkers in de documentaire ook. ‘Eenzaamheid, dood, weemoed, herinneringen en de kracht ervan. Dat zijn mijn thema’s. André Hazes: zij gelooft in mij was meer een portret van eenzaamheid dan van een zanger. Ik zie het onvermogen in de mensen die ik film. Ik zie het onvermogen van mijn vader om gelukkig te zijn. Hij is nog altijd een held voor me, maar hij is door deze film tragischer geworden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden