Zwagermans intense jaren negentig

Het archief van schrijver Joost Zwagerman

Joost Zwagerman is op 8 september 2015 overleden. Hij heeft zelfmoord gepleegd. Een aantal maanden geleden schonk de schrijver zijn literair archief aan het Letterkundig Museum in Den Haag. De schrijver blikte toen terug op enkele foto's uit de jaren negentig.

1998 - Joost Zwagerman met Ronald Giphart, na hun voorstelling Hamerliefde. Foto Archief Joost Zwagerman

'Intense rock-'n-roll, dat waren Bril, Niemöller en ik destijds. Althans, zo presenteerde muziekblad Oor ons. Deze foto uit de heup geschoten door Maarten Corbijn in een café in Amsterdam is een redelijk maf beeld, gemaakt op een moment dat onderstreept hoe ons leven als schrijvers veranderde. Niemöller werd journalist, schreef over het multiculturele drama. Bril werd een groot columnist, overleed in 2009. En ikzelf: tja, bij mij is er niet zo veel veranderd.

'In de jaren negentig waren we niet met zo veel jonge schrijvers als tegenwoordig, dus het contact was veel intensiever. We waren vrienden, hadden een gemeenschapsgevoel.

'Destijds werden wij de nieuwe Hermans, Mulisch en Reve genoemd door Muziekkrant Oor. Wij zouden de nieuwe 'grote drie' worden. Wisten wij veel. We waren dat zeker niet, maar dat wilden we ook helemaal niet zijn. Waarom zou je dat willen? We waren van onszelf.

'Van Bril heb ik heel wat brieven, die ik schenk aan het Letterkundig Museum. Ondanks zijn kanker had hij een enorm optimisme en veel energie, zelfs in zijn laatste brieven. Toen was hij zo onder invloed van de morfine dat hij wartaal schreef, alsof hij met zijn hoofd op zijn toetsenbord was gevallen. Ik mis hem zeer. Hoe hij kon schrijven over een leeg bierblikje dat rolde. Hoe kleiner hoe intenser, dat was zijn stijl.

'In 2014 verscheen een biografie over hem. Die vind ik eigenlijk niet zo goed. Het beschrijft vooral wat hij deed, maar niet hoe hij was. In mijn brieven komt dat wel naar voren.'

1990 - Joost Zwagerman, Martin Bril en Joost Niemöller in een café in Amsterdam Foto Maarten Corbijn

Jong
In 2012 werd Joost Zwagerman gevraagd of hij zijn literair archief wilde schenken aan UvA Erfgoed, beheerder van de historische, kunst- en wetenschapscollecties van de Universiteit van Amsterdam. 'Ik had nooit nagedacht over een schenking, maar ik vond het geen slecht idee.' Hij koos ervoor zijn archief over te dragen aan het Letterkundig Museum, dat de grootste en belangrijkste collectie schrijversdocumenten van Nederland beheert. Met zijn 51 jaar is hij jong voor een dergelijke schenking. De meesten doen dat pas op latere leeftijd. Zo schonk wijlen Hella Haasse in 1998, op 80-jarige leeftijd, haar literaire archief aan het museum.

1991 - Zwagerman en auteur A.F.Th van der Heijden, bij André Klukhuhn thuis. Foto Archief Joost Zwagerman

1991

'Het was net voor twaalven, we vierden oudejaarsavond bij André Klukhuhn, vriend, scheikundige, filosoof en schrijver. Een blije foto met schrijver en vriend A.F.Th van der Heijden. Het is een van de vele foto's van ons uit die tijd. Begin jaren negentig gingen we elke donderdag- en vrijdagavond uit. We begonnen bij Café De Zwart aan het Spui in Amsterdam, zakten af naar Schiller en eindigden in nachtcafé De Favoriet. Dat deden we acht jaar lang. Ja, toen had ik nog uithoudingsvermogen.

'De foto staat voor een zorgeloze vriendschap, in een toen nog zorgeloze tijd. A.F.Th en ik debuteerden allebei beduidend eerder dan andere jonge schrijvers - ik was hier nog geen 30, A.F.Th. 42. We hadden grootse plannen. Ik had het gevoel dat ik alle tijd van de wereld had. Zo van: you ain't seen nothing yet. Later besefte ik natuurlijk dat ik sterfelijk was. Maar dat zorgeloze gevoel: het was een fijne tijd.

'Deze foto zegt ook iets over beeldvorming. De media schreven vaak over korzeligheid tussen ons. Bijvoorbeeld nadat Harry Mulisch in NOVA werd gevraagd naar zijn 'troonopvolger'. Hij noemde mij. In een nanoseconde herstelde hij zich - na een vraag uit het publiek - en noemde toen A.F.Th. Dat zou een afstand tussen ons creëren, een concurrentiestrijd. Niets is minder waar. We hadden een meester-leerlingvriendschap.

'We zijn nog steeds goed bevriend, maar sinds hij zijn zoon Tonio verloor (overleden in 2010 na een verkeersongeval, red.) hebben we vooral contact via brieven. Ja, echte brieven. Hij heeft niet eens een e-mailadres. Ik schenk een aantal van mijn brieven van Adri aan het Letterkundig Museum. Het zijn er meer dan 200.'

1991 - Zwagerman, Tom Lanoye (l) en Herman Brusselmans (r) in de artiestenfoyer van de Schouwburg van Hasselt, Vlaanderen, tijdens hun literaire voorstelling En nu serieus. Foto Archief Joost Zwagerman

1991

'Twee dagen na deze foto werden we gearresteerd door de Vlaamse politie, vlak voor onze show in Brugge. De organisator van onze tournee had daar een rekening openstaan en dat vond de uitbater niet zo leuk. Dus hij sloot de artiestenfoyer en dumpte ons in een zweterig rommelhok. Daar werden wij natuurlijk lacherig van, dus staken we een sigaret op. Ik rookte bescheiden, maar Herman rookte er driftig op los. De bewaker kreeg dat in de gaten en riep tegen hem: 'Hé, jij daar met je lange meisjeshaar, maak die peuk uit en wel nu.' Herman vond dat grappig. 'Je lijkt wel een meisje', zei de zaalwacht nog eens. Toen werd Herman link. Het roken was streng verboden in de schouwburg. De politie kwam erbij, presentator Marcel Vanthilt stak ondertussen uit solidariteit met Herman een Cubaanse sigaar op en voor we het wisten werd het hele theater, met publiek en al, schoongeveegd. Herman genoot. Hij zwaaide naar het publiek en zei droogjes: 'Rock-'n-roll'. We kregen een proces-verbaal, omdat we 'opstandig' waren. Ik weet nog steeds niet waarom we gearresteerd werden.

'Tom, Herman en ik zien elkaar af en toe nog. De jaren negentig waren onze tijd: wij waren jonge schrijvers die zich heel wat voelden. We wilden de literaire wereld opschudden, omdat die vooral bestond uit oude schrijvers. En dat is wel degelijk gelukt. We waren ongrijpbare schrijvers voor die tijd. Jonge, onbezorgde rocksterren.'

1995 - Zwagerman en kunstenaar Rob Scholte in Tenerife, waar Scholte destijds woonde. Foto Archief Joost Zwagerman

1995

'Voorafgaand aan dit interview belde ik hem. 'Rob, klopt het dat wij oké zijn?' Ja, zei hij, 'klopt helemaal.' We zijn allang vrienden, maar in de jaren negentig schreven de media dat we niet meer met elkaar zouden praten, vanwege mijn boek Gimmick! (1989). Het is een schelmenroman over jonge kunstenaars die leven als popsterren en de eerste roman waarin zoveel drugs voorkwamen. Rob werd gezien als de hoofdpersoon van het boek. Rob was nooit de inspiratiebron voor mijn boek, maar hij is wel een tijd boos op me geweest.

'Deze foto is gemaakt drie maanden na de aanslag in Amsterdam (bomaanslag op Scholte, 24 november 1994, red.). Het was een niet te bevatten tijd. Samen met een vriend was ik op bezoek om hem te steunen.'

'Onze vriendschap veranderde daarna. De lange, knappe, fitte man die hij was, raakte in een klap zijn benen kwijt. Dagenlang hadden we het over wie de aanslag zou kunnen hebben gepleegd. Dat zie je in deze foto: hij kijkt redelijk geladen de lens in. De nijptang in zijn hand lijkt bijna een wapen. Maar nooit raakte hij verbitterd.

'In 2000 vroeg Rob me de tekst te schrijven voor zijn boek Plug-ins, waarin hij idolen portretteerde, maar dan met ernstige verminkingen. Het was zijn manier aan de wereld te laten zien hoe dat was. Die tekst is de moeilijkste die ik ooit heb geschreven. Want hoe breng je zoiets voorzichtig: het drama was al maximaal.'

1996 - Met Jessica Durlacher en Leon en Moos de Winter Foto Archief Joost Zwagerman
Publiciteitsfoto uit 1986 Foto Roeland Fossen/Hollandse Hoogte
1995. Met Thom Hoffman op Curacao. Foto -
1995 - Met zoon Thijs en P.F. Thomése. Foto -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.