AnalyseDe cultuuragenda van Nederland

Zullen de kunsten na de coronacrisis meer lokaal geworteld zijn?

Beeld Philip Lindeman

Na decennia van culturele globalisering lijkt het erop dat de kunsten nu een tegengestelde beweging (moeten) maken. Is het tijdperk van cultureel regionalisme aangebroken?

Zeker twaalf tijdzones moest de staf afbellen om alle artiesten te vertellen dat het Holland Festival voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog was afgeblazen. Van de regisseur van de openingsvoorstelling, Garin Nugroho, in Jakarta (zes uur later) tot de choreograaf en associate artist Bill T. Jones in New York (zes uur vroeger).

Het informeren van het orkest van soefizanger Sami Yusuf was een reis om de wereld op zich. Is hij zelf een Brit van Azerbeidzjaanse komaf, de begeleiders die hij half juni mee wilde nemen voor twee avonden in het Amsterdamse theater Carré hielden zich in negen verschillende landen op.

Inderdaad, de verworvenheden van de globalisering zie je op weinig plekken zo helder terug als bij het Holland Festival, vanuit de ruïnes van 1945 uitgegroeid tot het grootste podiumkunstenfestival van Nederland. Maar ook als je een blik werpt op al die andere voorstellingen, festivals en exposities die zijn uitgesteld of afgezegd, zie je de aarde op hoge snelheid aan je voorbijtrekken.

Het Concertgebouw had alles klaarstaan om net nu de negen symfonieën van Gustav Mahler te laten spelen door toporkesten uit Wenen, New York, Berlijn en Boedapest. Het Drents Museum zag zich gedwongen de tentoonstelling over Frida Kahlo een jaar door te schuiven, onder meer omdat het nu niet eenvoudig is twee rijke collecties met Kahlo’s schilderijen en eigendommen in een afgesloten Mexico-Stad in te pakken en over te vliegen naar expositiezalen in Assen.

De cultuuragenda van Nederland maakt al jaren de kosmopolitische droom tastbaar, de wereld als een smeltkroes.

Viruspaspoorten 

De vraag is of dat zo blijft als viruspaspoorten het reizen bemoeilijken en landen eigen quarantaineregels voorschrijven. Kun je als symfonieorkest nog op tournee als de meer dan honderd musici koortsvrij moeten zijn? Als een recessie wereldwijd de reserves opeet en toeristenstromen afnemen of de anderhalvemetersamenleving minder bezoekers toelaat. Wat als de financiële armslag voor culturele instellingen afneemt en daardoor de verzekeringen voor bruiklenen niet meer zijn op te brengen?

‘We keren terug naar de wereld om ons heen’, zegt Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven. ‘We moeten de diepte van het lokale zoeken, die is lang genegeerd. Toevallig waren we al door onze collectie aan het gaan voor een andere opstelling in het museum. Ik ben kunstwerken aan het ontdekken waar ik de afgelopen vijftien jaar als directeur in het depot overheen heb gekeken. Zoals Ombre habitée, een beeld van Alicia Penalba. Dat blijkt een heel interessante Argentijnse kunstenaar te zijn, die in haar werk inheemse en westerse wortels mengt.’

‘Het betekent misschien dat we nieuwe vormen moeten gaan bedenken’, zegt Emily Ansenk, directeur van het Holland Festival. ‘Componist Michel van der Aa heeft bijvoorbeeld bij ons al eens de digitale, interactieve liedcyclus The Book of Sand gemaakt. Als festival zijn we een soort kameleon en kunnen ons aan de tijd aanpassen. Wel wens ik uit de grond van mijn hart dat we het internationale perspectief voor het voetlicht kunnen blijven brengen.’

Het kan goed zijn dat de coronacrisis de kunst een nieuwe wending geeft, beaamt Esche. In de tentoonstelling The Making of Modern Art – Een verhaal over moderne kunst, die sinds 2017 te zien is, maakt het Van Abbemuseum inzichtelijk dat de kijk op kunst afhankelijk is van de omstandigheden van het tijdvak. De betekenis wordt niet bepaald door de wetten van de natuur, maar door de ideeën van mensen en de omstandigheden waarin zij verkeren.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn twee grote stappen gezet. Eerst verdwenen na 1945 de nationale scholen; er is geen typisch Franse muziek meer, of Duitse schilderkunst. Nationalisme was gevaarlijk – het had geleid tot de gaskamers – en het internationalisme vierde hoogtij. Net als de verbroedering in de Verenigde Naties, was de doorbraak van internationale kunststromingen, zoals het abstract expressionisme en in de muziek het serialisme, een teken van een nieuwe tijd.

De volgende stap was de val van de Muur in 1989. Na een internationalisme dat zich, getekend door de Koude Oorlog, beperkte tot het Westen ging de hele wereld open. Met economische globalisering kwam de culturele globalisering. Kunstenaars, musici en filmmakers uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika braken door en concurreren sindsdien met elkaar op kunstacademies en conservatoria.

De twee grote historische gebeurtenissen gaven een beslissende zwieper aan nieuwe waarden en ontwikkelingen die al gaande waren, zegt Esche. ‘In het modernisme van voor de oorlog zat al dat internationale verlangen: Picasso zag zich niet als Spanjaard, Brâncuși niet als Roemeen. Precies in 1989 organiseerde het Centre Pompidou in Parijs de invloedrijke tentoonstelling Magiciens de la terre, die een inhaalslag was voor de niet-westerse kunst.’ Dus is de vraag welke ontluikende ontwikkelingen dat nu kunnen zijn.

Drie dagen voordat er bij de eerste Nederlandse patiënt covid-19 werd vastgesteld, maakte Meta Knol, directeur van museum De Lakenhal in Leiden, bekend dat zij niet langer zogeheten blockbusters programmeert: breed opgezette tentoonstellingen met grote namen die veel bezoekers moeten trekken. Haar besluit volgde op de expositie Jonge Rembrandt – Rising Star, waarvoor bijzondere bruiklenen waren overgevlogen, zoals Man in oosterse kleding uit het Metropolitan Museum in New York. Voor enkel de verzekeringspremies van 280 duizend euro waren 37 duizend bezoekers nodig. In totaal kwamen er 55 duizend; niet genoeg om alle kosten te dekken.

‘Als stadsmuseum’, schreef Knol in een opiniestuk in NRC Handelsblad, ‘kunnen we laten zien dat inhoudelijke waarde, diepgang en kwaliteit ook in lokale geschiedenissen kunnen worden gevonden.’

Het kan klinken als provincialisme of conservatisme, maar dat is absoluut niet wat Knol bedoelde, vertelt ze telefonisch. ‘Bij een lokaal verhaal kun je heel goed verbindingen leggen met elders. Als je een tentoonstelling maakt over de Geuzenopstand in de 16de eeuw, vertel dan dat zij waren geïnspireerd door Suleiman de Grote van het Ottomaanse Rijk. Hij was toleranter dan de Spaanse heerser van die tijd.’

De 85-jarige Amerikaanse schrijver, boer en activist Wendell Berry is een inspiratiebron voor Knol bij de zoektocht naar de waarden van de toekomst. ‘De kunstwereld is meegegaan in de groeiverslaving van onze maatschappij’, zegt Knol. ‘Het is deels een luxe-industrie geworden, waarvan we over vijftig jaar waarschijnlijk zeggen dat het een exces was. Nu is er een momentum voor verandering. Wendell Berry woont in een dorp in de Amerikaanse staat Kentucky, waar hij duurzame landbouw bedrijft. Als je iets wilt veranderen, zegt hij, begin dan waar je je op dat moment bevindt. Daarover moet je eerst alles willen weten, daarin kun je dan kleine dingen veranderen. Dat moet je vervolgens volhouden.’

De toekomst van het reizen 

Ruim drie weken voor de eerste covid-19-patiënt zich in december had gemeld bij een ziekenhuis in Wuhan maakte de Britse band Coldplay bekend dat ze om het milieu te sparen niet meer op tournee gaan. Hun beslissing zette duurzaamheid op de agenda van de popmuziek in het bijzonder en de podiumkunsten in het algemeen.

De toekomst van het reizen is ongewis, en dat maakt het risicovoller om buitenlandse artiesten te programmeren. Emily Ansenk van het Holland Festival wil daar, in alle onzekerheid, liever ‘in derde instantie’ over nadenken. ‘Als je samen kunst maakt, maak je de kans op oorlog kleiner, was het idee in 1947 bij de oprichting van het Holland Festival’, zegt ze. ‘Een andere kijk op de wereld naar Nederland brengen, dát maakt ons uniek. Het gaat de laatste tijd veel over de troost van kunst. Dat mag waar zijn, maar kunst is er ook om te schuren. Kunstenaars kunnen dingen zichtbaar maken die je misschien liever wilt verstoppen. De vraag is hoe we dat kunnen blijven doen. In juni zullen we ervaring opdoen met de mogelijkheden van digitaal verbindingen zoeken als we een dag of tien een online editie organiseren.’

Maar goed, zegt ze: een maker hoeft niet altijd aanwezig te zijn. ‘Nederlandse musici kunnen werk van een buitenlandse componist uitvoeren, Nederlandse dansers een ballet van een buitenlandse choreograaf. De verankering in het hier was al gaande: in juni stond een concert op stapel op een plein in Amsterdam-West en was een toneelvoorstelling gepland op een tennisbaan. Bill T. Jones was niet een grote naam die even zou worden ingevlogen; er is twaalf maanden intensief met de choreograaf samengewerkt om het thema ‘Zoektocht naar een wij’ inhoud te geven. En dat zal hij ook online doen.’

Tien dagen voor de Nederlandse musea in maart dichtgingen, liep in het Van Abbemuseum de expositie Telling Untold Stories af. De opzet ervan tekent voor directeur Charles Esche waar het wat hem betreft heengaat. Werk van vijf kunstenaars met wortels in andere delen van de wereld, van Libanon tot Kameroen, die nu wonen en werken in Nederland. ‘De wereld is hier. We hebben lang ver weg het ‘exotische’ gezocht, misschien wel omdat we dan niet naar onszelf hoefden te kijken. Maar als we nu terugkeren naar het lokale, zullen we zien dat daar niet langer de wereld van dertig jaar geleden is. Voor ons als museum in Eindhoven is de cultuur van Indiase hightechprogrammeurs net zo relevant als verhalen over het Brabant van weleer.’

Het doet denken aan het adagium think global, act local; zoeken naar een tegenhanger van kunst als industrie van multinationals. Van Dakar tot São Paulo kwamen kunstbiënnales op naar het oude model van Venetië. Het Parijse Louvre opende al een dependance in Abu Dhabi, het New Yorkse Guggenheim volgt dat voorbeeld later dit decennium. ‘Ik ben in dat systeem geprivilegieerd geweest’, zegt Esche, ‘maar je ziet op al die biënnales vrijwel dezelfde kunst. Niet zo verrassend, net als dat de koffie van Starbucks overal hetzelfde smaakt.’

Het kan dus goed zijn dat de coronacrisis tot een kunstenleven leidt dat meer plaatselijk is geworteld en zich afspeelt op kleinere schaal, maar met internationaal bewustzijn en een online versterker om de boodschap te verkondigen.

Voordeel van zo’n diepere verankering in het lokale of nationale speelveld kan zijn dat de band met de buurt groeit, wat ook financieel voordeel kan opleveren. ‘Ik geloof in het particulier mecenaat’, zegt Meta Knol van De Lakenhal. ‘Ik merk dat mensen het echt leuk vinden om iets te geven en zo de band uit te drukken die zij voelen met Leiden. Het lokale telt alleen al in die zin dubbel.’

Om het milieu te sparen, tourt de band Coldplay niet meer. Veel artiesten voelen vliegschaamte. Kun je een wereldster zijn zonder te vliegen? En hoe organiseer je dan een festival? We onderzochten in januari de ecologische voetafdruk van een wereldtour en kwamen met vijf oplossingen.

Ineens speelt het culturele leven zich volledig af op internet, dat tot nog toe vooral voor marketing werd gebruikt. Hoe moet je het onlinepodium bespelen, om ook daar je publiek te ontroeren? ‘Laat je niet opeten door het scherm.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden