Column

Zou het kunnen dat ik jonge schrijvers niet serieus neem?

Een vaste vraag in vrouwenbladen is: 'Welke vijf vakantieboeken neem je deze zomer mee?' Ik ben altijd erg jaloers op de voor dit rubriekje geïnterviewde BN'ers, die daar zonder enige twijfel vijf boeken afratelen die ze in hun vakantie gegarandeerd gaan verslinden.

Een vrouw leest een boek op het strand van Scheveningen.Beeld anp

Natuurlijk, ik zie ook wel dat ze De alchemist van Paolo Coelho gaan herlezen ('Dat doe ik elke zomer') en dat dat allerminst benijdenswaardig is, en dat ze een gedichtenbundel hebben genoemd die ze helemaal niet kennen, maar toch. Ze hebben vijf boeken bij zich, en daar gaan ze zich blijkbaar mee redden.

Ik ben altijd al blij als ik door één boek lekker heenraas, want ik heb de vervelende neiging om boeken na 25 procent weg te leggen. Mijn zomerboeken lees ik in procenten, want op de Kindle, en als ik de 25 procent zie naderen, weet ik: nu komt er een cruciaal punt. Het punt dat ik uitroep: 'Ik weet ook niet waarom The Girls zo'n enorme bestseller is! Dit is gewoon enorm irritante tienerliteratuur.'

En dan loopt het erop uit dat ik als tijdverdrijf vanaf een te laag Quechua-stoeltje jaloers ga zitten kijken naar een reisgenoot die wel lekker zit te lezen. Dit jaar was dat mijn stiefdochter. Ze las Het smelt van Lize Spit. Zelf vond ik het niet in aanmerking komen, want het was een debuut, Nederlandstalig, en ook nog eens vierhonderd pagina's. En het ging over iets wat smolt.

Maar toen ik mijn stiefdochter zag lezen, staand in de rij bij de supermarkt, onhandig gepositioneerd in het laatste restje schaduw op het strand, wachtend bij het wc-huisje, dacht ik: wellicht heeft dit boek toch wat. 'Mag ik er even in bladeren?', vroeg ik. De eerste bladzijde beviel me. Dat heb ik bijna nooit.

Ik zette het boek op mijn Kindle. De 25 procent bereikte ik snel. Ik moest door. In de spaarzame momenten dat ik niet las, vroeg ik me naarstig af waarom ik Lize Spit niet uit mezelf was gaan lezen. Ik had dat boek al tijden thuis liggen. Het was me opgestuurd, nadat ik vanwege sociale druk aan de zoveelste crowdfundingsactie in mijn naaste omgeving geld had overgemaakt.

Zou het kunnen dat ik schrijvers van 28 jaar niet serieus nam, vroeg ik me vertwijfeld af. Of kwam het doordat Lize Spit, een Vlaamse van wie ik nog nooit had gehoord, erg knap is? En op haar auteursfoto een losse knot heeft die precies op de goede manier scheef op haar hoofd zit? Was ik iemand die mensen zo beoordeelde? Ik betrapte me erop dat ik tijdens het lezen vaak dacht: 'Dat zo'n jong iemand zo goed kan schrijven.'

Maar beginnen niet alle heel goede schrijvers op hun 28ste, of zelfs daarvoor? Ik denk het wel. Je treft er gewoon niet vaak een aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden