Zou dokter Hoppe mensen klonen?

In 2003 stierf het schaap Dolly, dat met haar zes jaar maar half zo oud was geworden als voor schapen gebruikelijk is....

Een paar maanden eerder claimde een sekte dat rond Kerstmis 2002 de eerste gekloonde mensenbaby geboren zou zijn. Maar net als in de Verenigde Staten is in Nederland het klonen van mensen verboden, omdat de risico’s onaanvaardbaar worden geacht. Wie kloont, gaat een grens over.

Wat er dan kan gebeuren, wordt in Stefan Brijs’ De engelenmaker met meesterhand uit de doeken gedaan. Wanneer dokter Victor Hoppe in 1979 aan de universiteit van Aken zijn eerste gekloonde muizen aan zijn verbijsterde collega Rex Cremer toont, is hij zijn tijd vooruit, maar onmogelijk is het niet dat hij erin geslaagd zou zijn levende wezens te maken uit een eicel en erfelijk materiaal. Victor Hoppe is een wonderlijke en onaantrekkelijke man, met een krijtwitte huid, roestkleurig haar als prikkeldraad en bleekblauwe ogen, en bovendien getekend door een gehechte hazenlip.

Als hij zich in 1984 als huisarts vestigt in het Belgisch-Limburgse gehucht Wolfheim, niet ver van het Drielandenpunt, zijn de dorpelingen dan ook weinig geneigd zich door hem te laten behandelen. Hun afkeer én nieuwsgierigheid worden tot grote hoogte opgevoerd door de aanwezigheid van Hoppes drie onvoorstelbaar lelijke babyzoons met de namen Gabriël, Rafaël en Michaël. De kinderen lijken op elkaar als drie druppels water en hebben de hazenlip en de bleekblauwe ogen van hun vader. De roddels in het dorp barsten los.

Stefan Brijs, die in 1997 debuteerde met de roman De verwording, toont in zijn boeken een voorliefde voor onderwerpen als dood, vergankelijkheid en de wankele waarde van leven. In zijn roman Arend uit 2000 figureert een monsterachtig kind voor wie het einde van het leven een bevrijding is. In De engelenmaker wordt over de hoofden van Hoppes mismaakte kinderen heen een drama afgewikkeld met als inzet niet minder dan het scheppen van leven en dood.

Hoppes kinderen hebben een wolkenloos beeld van het leven na het einde: ‘Goh, waren wij maar vast dood’, zegt de kleine Gabriël na een verhaal van zijn lerares over de hemel. De kinderen zijn pionnen in een schaakspel tussen de Schepper en een van zijn schepselen. In de kleine driehoek tussen het Nederlandse Vaals, het Belgische Eupen en het Duitse Aken speelt zich een titanenstrijd af. Victor Hoppe is volstrekt niet geïnteresseerd in wetenschappelijke roem. Hoppe vecht voor veel meer omvattende zaken dan voor een artikel in Science. Als de universitaire omgeving verlangt dat hij zijn muizenproef herhaalt, vertrekt hij zonder ook één poging te doen zijn beoordelaars ter wille te zijn. En zet zijn werk in eenzaamheid voort.

Stefan Brijs beheerst het grote en het kleine in dit boek. Van het geklets van kinderen op straat en de amusante gesprekken in het dorpscafé tot aan de geleerde uiteenzettingen van Hoppe over zijn experimenten: alle perspectieven zijn overtuigend en hebben ieder hun eigen toon en stijl. Het magisch realisme van Brijs maakt het onwaarschijnlijke zo geloofwaardig, dat je als lezer met de dorpelingen begint te denken dat degenen die weten waar Hoppe mee bezig is, de krankzinnigen zijn. In een afwisseling van gebeurtenissen uit heden en verleden en vanuit verschillende gezichtspunten wordt een web van betekenissen geweven. Hoe die in elkaar grijpen, wordt op de laatste bladzijden duidelijk.

De engelenmaker is doortrokken van religie. Victor brengt zijn eerste jaren door in een gesticht van de zusters Clarissen, die bereid zijn hem tegen een ruime vergoeding tussen de zwakzinnigen te laten opgroeien. Omdat Victor geen woord uitbrengt, wordt ook hij voor debiel gehouden. Het eerste wat uit Victors mond komt, is een complete litanie voor een vermoorde lotgenoot, en daarna ontdekt de lieve zuster Marthe dat hij de Bijbel die ze hem voorleest, uit zijn hoofd kent. Desondanks krijgt hij later op school in Eupen een onvoldoende voor godsdienst, omdat hij de teksten volgens de paters niet begrijpt. Zij zien niet dat Victor een hoogst persoonlijke lezing van de heilsgeschiedenis heeft ontworpen.

Hoezeer hij zich de Bijbel eigen heeft gemaakt, begrijp je pas tegen het einde van De engelenmaker, wanneer in een virtuoze vermenging van citaten uit de lijdensgeschiedenis, de gedachten van een verhitte vaandeldrager in een processie en het verslag van de laatste slagen van Victor Hoppe de strijd van de dokter tegen het kwaad tot een onthutsende ontknoping komt.

‘Soms is wat onmogelijk lijkt, alleen maar moeilijk’, is het motto van dokter Victor Hoppe. Het is Stefan Brijs in De engelenmaker gelukt: een spannende roman schrijven over de gevaarlijke en aanlokkelijke mogelijkheden van het scheppen van leven.

Stefan Brijs: De engelenmaker. Atlas; 429 pagina’s; ¿ 19,90. ISBN 90 450 1384 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden