'Zou dat wel regte liefde wezen?'

HIJ VERGISTE zich deerlijk, Hieronijmus van Alphen (1746-1803), toen hij in het voorwoord bij zijn Proeve van kleine gedigten voor kinderen, zijn eerste bundeltje met kindergedichten, schreef: 'Zie daar eenige kleine gedigten, ten behoeve van kinderen opgesteld....

HANNEKE DE KLERCK

Hij vergiste zich deerlijk, want als de naam Van Alphen ergens door blijft voortleven, dan is het níet door zijn werk als advocaat, als procureur-generaal of als thesaurier-generaal, maar door de drie bundeltjes gedichten van een vader die vroeg weduwnaar was geworden en die schreef voor zijn jonge zoontjes ('thands zijn eenig en grootst vermaak').

Niet dat Van Alphen nog gelezen wordt. Wat van zijn werk is blijven hangen, is vooral de - veel geparodieerde - pruimenboom (roep in gezelschap 'Jantje zag eens pruimen hangen', en tien tegen één hoor je terug: 'O, als eieren zo groot'). Van zijn teksten zijn flarden over, die in het collectieve geheugen aanwezig zijn en geen auteur meer lijken te hebben - regels voor wandtegeltjes, voor versjes in poesiealbums; in het mijne stond: 'Daar alleen kan liefde woonen,/ daar alleen is 't leven zoet,/ Waar men, blij en ongedwongen,/ voor elkander alles doet.'

Dat blijkt het laatste couplet te zijn van 'Het goede voorbeeld', de samenvatting van een wijze les over ouders die met hun liefde en zorg voor elkaar hun kinderen een voorbeeld stellen. Het hele gedicht, samen met alle kindergedichten die Van Alphen schreef, is terug te vinden in Kleine Gedigten voor Kinderen, de eerste geannoteerde uitgave van zijn werk.

De Kleine Gedigten verschenen in de Deltareeks, die voor Nederlandse klassieken moet worden wat de Pléiadereeks is voor de hoogtepunten uit de Franse literatuur. De reeks beoogt klassiekers permanent beschikbaar te houden, in wetenschappelijk verantwoorde edities, gericht op de geïnteresseerde leek. De eerste Deltadelen zijn onlangs verschenen. Behalve Van Alphens gedichten werden ook Hildebrands Camera Obscura en Maerlants werk - Juweeltjes van zijn hand opnieuw uitgegeven.

Van Alphen was een moralist (hoewel P. Buijnsters dat in zijn uitstekende nawoord weet te nuanceren). Veel van zijn gedichten zijn voor hedendaagse lezers - en waren trouwens ook al voor lezers in de negentiende eeuw - moeilijk te verteren. 'De pruimeboom' bijvoorbeeld, waarin Jantje de pruimen die hij zo verleidelijk ziet hangen niet plukt, omdat zijn vader het hem verbood, en voor die gehoorzaamheid wordt beloond met een hoed vol. Nogal een kwezel, die Jantje.

'Alexis', waarin een jongetje niet altíjd dol is op zijn zusje, sluit Van Alphen af met de volgende retorische vraag: 'Een liefde, die zo ras verkoelt,/ Die slegts op eigen voordeel doelt,/ zou dat wel regte liefde wezen?'

Maar wat heeft hij in de elf regels daarvoor goed gezien hoe kleine kinderen met elkaar omgaan - snel je speelgoed terugpakken als je zusje ermee wil spelen, jaloers zijn als zij geprezen wordt -, hoe fris zijn die regels eigenlijk nu nog, al werden ze ruim tweehonderd jaar geleden geschreven: 'Alexis heeft zijn zusje lief,/ Wanneer ze in vrede leven;/ Hij noemt haar zelf zijn hartedief,/ Als zij haar speelgoed hem wil geven./ Maar als zij iet, dat hem behaagt,/ Voor haar, om meê te spelen, vraagt,/ Dan wordt die liefde ras verminderd;/ En als zij hem in 't doen van zijnen zin verhindert,/ Dan haat hij bijkans haar geheel./ Ook is zij doorgaands hem te veel,/ Wanneer zij boven hem door iemand wordt geprezen.'

Op het prentje van de kunstschilder Jacobus Buijs, Van Alphens eerste en meest getalenteerde illustrator, houdt Alexis met een verbeten gezichtje een kaatsspaan en een vederbal (zoiets als een badmintonracket en een shuttle) zo ver mogelijk van zijn zusje weg.

Van Alphens gedichtjes waren in zijn tijd - een tijd waarin dichters hun verzen coupletten en coupletten konden volhouden - hoogst modern en vernieuwend. De schrijver wordt beschouwd als de vader van het Nederlandse kinderboek, niet omdat kinderen vóór Van Alphen niets te lezen hadden, maar omdat hij zich als eerste tot jonge kinderen richtte, en dat deed in een taal en met een boodschap die zij konden begrijpen. Dat was ook zijn bedoeling, zegt hij zelf in de inleiding voor zijn eerste bundel: hij heeft de proef op de som genomen door al zijn versjes voor te lezen aan zijn oudste zoontje, een kind van vijf, en die begreep ze vaak al na de eerste keer.

Van Alphens moralisme was bijna onvermijdelijk - in zijn tijd waren boeken er om iets van te leren. Hij was sterk beïnvloed door de idealen van de Verlichting, die gekenmerkt werd door een optimistisch geloof in de maakbaarheid van de samenleving en daardoor in het nut van een 'goede' opvoeding. Kennis stond gelijk aan deugd, maar dwang was bij het verwerven daarvan uit den boze, het goede voorbeeld alleen moest voldoende zijn om jonge, beïnvloedbare kinderen normen en waarden, en kennis, bij te brengen. 'Mijn spelen is leeren, mijn leeren is spelen', schrijft Van Alphen.

Voor kinderen zijn de kleine gedichten allang niet meer bedoeld. Bezorger Buijnsters noemt ze een 'pedagogisch-historisch monument of (bij het grote publiek) een nostalgisch herinnering aan een ver verleden.'

Hanneke de Klerck

Hieronijmus van Alphen: Kleine Gedigten voor Kinderen.

Bezorgd door P.J. Buijnsters.

Delta-reeks, Athenaeum - Polak & Van Gennep; 223 pagina's; * 39,90.

ISBN 90 253 0174 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden