Zoroastre van Rameau steekt bleekjes af bij Händel

Het coulissendecor, de bordkartonnen wolken en het bladerdak uit Händels opera’s Tamerlano en Alcina zijn terug in de Amsterdamse Stadsschouwburg....

Bela Luttmer

Naast het grauw van de wolken en het bladergroen mocht ook de striptease van het toneelbeeld in de recycling. De imposante zuilenrijen van de eerste aktes verdwijnen, net als de achtergrond van geschilderde wolken, totdat er op het uur van de waarheid nog maar een onbewerkte houten achterwand rest. De coulissen zijn dan weggehaald en links en rechts staan kale muren en lichtinstallaties voor het publiek te kijk. Die versobering werkt door op psychologisch niveau. De personages worden steeds minder beschermd door hun omgeving. Uiteindelijk staan ze alleen met hun gedachten en gevoelens.

Dat de voorstelling desondanks bleekjes afsteekt bij de opera’s van Händel, ligt grotendeels aan de compositie zelf. De profeet Zoroastre, beter bekend als Zoroaster en nog beter als Zarathustra, stichtte rond 600 voor Christus in Perzië een godsdienst waarin de god van het licht en de god van het duister tegenover elkaar staan. Rameaus librettist heeft weinig gedaan om die abstracte begrippen uit te werken in herkenbare, menselijke situaties en ook de muziek blijft steken in schema’s. What you see is what you get, wit is wit en zwart zwart.

Aan het einde van de avond hebben Zoroastre, leider van het wittejurkenvolk en Abramane, hogepriester van de zwartrokken, meer dan tweeënhalf uur het Goed en het Kwaad gepredikt. Zoroastres geliefde Amélite is duchtig getreiterd door Érinice, die haar Abramane het liefst zou inruilen tegen de nobele held. En ineens is daar het moment van inzicht. Érinice ziet het licht en schudt het Kwaad van zich af. Die ontwikkeling maakt haar, meer nog dan Zoroastre, tot hoofdpersoon van het stuk.

Dit slot is verreweg het boeiendst. Na urenlang uitzicht op poëziealbumplaatjes van gespierde, zwartgelokte adonissen en jonge maagden in zwart en wit komt een menselijker variant aan bod. Het zwart van het kwaad is minder diep en het lelieblank vertoont een enkel veegje, alsof Pierre Audi en zijn vormgever Patrick Kinmonth willen zeggen: schoonheid en waarheid rijmen slecht op elkaar.

De choreograaf Amir Hosseinpour lapt gedachten over schoonheid en waarheid aan zijn laars. Voor iedere muzikale frase heeft hij een gebaartje bedacht. De Drottningholm Theatre Dancers dansen het braaf na, als ouderwetse schoolkinderen die in koor de letters van hun woordjes opdreunen. In de voorstelling werkt het als een emmer koud water die je veel te vaak over je krijgt uitgestort. Er is geen enkele voeling met het warmbloedige aandeel van de dirigent Christophe Rousset en zijn orkest Les talens lyriques. Zij zetten in op sfeer en proberen ook de zwakkere passages in de compositie nog enig reliëf te geven. Ruig getimbreerde natuurhoorns begeleiden de scènes van Abramane en zijn gevolg, frisse traverso’s die van Zoroastre. De zangers Anders Dahlin (Zoroastre) en Sine Bundgaard (Amélite) voldoen aardig, maar het vocale vuurwerk komt van de slechteriken Abramane (Jevgeni Alexejev) en Érinice (Anna Maria Panzarella), die met hun uitzonderlijk sterke prestaties de zege van het Goede nog ernstig in gevaar brengen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden