Zoon

Een Noorse jeugd in de jaren zeventig: deel 3 van Knausgårds Strijd

Zijn lagereschooltijd brengt Karl Ove Knausgård (1968) door op het Zuid-Noorse eiland Tromøya. Voordat de middelbareschooljaren beginnen, verhuist het gezin naar Kristiansand. Niet gek dat Karl Ove dan denkt dat de jaren zeventig voorgoed begraven zijn - het landschap, de stilte, de spelletjes, de kinderen, de eerste verliefdheid, de zwemles, de popmuziek en de geur van nieuwe sportkleren.

Maar dit alles is niet verdampt, zijn geheugen heeft het op voorraad, blijkt uit Zoon, deel 3 van de enerverende autobiografische reeks Mijn strijd, die uit zes delen bestaat.

Zonder moeizaam te hoeven bikken zoals bijvoorbeeld Oek de Jong in zijn stroeve tweedekker Pier en oceaan, takelt Knausgård zijn vroegste emoties en sensaties naar de oppervlakte. Kinderangsten, natuurlyriek, de ontdekking van het verslavende lezen: hij voelt het weer, en hij laat het ons voelen. Met de driftige, strenge en koude vader als vreeswekkende figuur permanent achter de deur, of loerend vanuit een hoek in de kamer.

Als Karl Ove na het zwemmen een sok kwijt is, zit je mét hem in de rats als hij in de bus door het avondlijk duister naar huis gaat: hier gaat vader hem ongenadig voor straffen.

Zonder de tekst te horen, zingt de jongen met popliedjes mee, van So Lonely (The Police) tot Come Together (The Beatles). Dat is aandoenlijk, en ook wrang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden