Zonen van Brueghel waren meer dan getrouwe kopieerders

Breughel - Brueghel, Vlaamse schilderkunst rond 1600. T/m 16 nov. Villa Hügel, Essen, Duitsland. Dag. 10-19 uur, di en vr van 10-21 uur, 18 sept vanaf 16 uur gesloten....

Dit blauw valt om je heen als een fluweelzachte winterjas. Dit blauw laat zich niet grijpen, want het verschiet van kleur zodra je goed kijkt. Het is lichtvoetig lila maar ook zilverachtig wit. Het ademt het groen van een sparrenbos en het azuur van de zee. Als Orpheus zo mooi had kunnen schilderen als hij kon zingen, had hij deze kleur zeker gemengd op zijn palet. Want dit blauw maakt gelukkig.

Wie dit stukje leest, heeft géén geluk. Want de illustraties erbij afgedrukt zijn in zwart-wit. En daardoor zijn de wonderschone kleuren niet te zien waarin de Vlaamse kunstenaar Jan Brueghel zijn landschappen schilderde. Alleen die kleuren al maken een tocht naar het voormalige paleis van de staalfamilie Krupp, de Villa Hügel in Essen, meer dan de moeite waard.

Daar zijn ruim honderdveertig schilderijen en veertig tekeningen bij elkaar gebracht van Jan Brueghel de Oude en zijn broer Pieter Breughel de Jonge. Samensteller van de tentoonstelling Klaus Ertz is erin geslaagd om uit vrijwel alle denkbare collecties ter wereld - zowel moeizaam toegankelijke particuliere als grote openbare - kwetsbare werken uitgeleend te krijgen. Dat deze werkelijk grootse expositie maar anderhalf jaar voorbereidingstijd heeft gekost, zegt iets over de status van Ertz in de kunsthistorische wereld en zijn faam als Brueghel-kenner.

Ertz schreef in 1979 al een oeuvrecatalogus over het werk van Jan Brueghel, volgend jaar komt het vervolg: een oeuvrecatalogus over diens broer Pieter. Voor de lijvige tentoonstellingscatalogus nu putte Ertz vanzelfsprekend uit vroegere studies. Maar hij presenteert tevens tal van nieuwe bevindingen.

Zo reconstrueert hij de reizen die Jan tussen 1590 en 1596 naar Italië maakte, grondiger dan tot dusverre gedaan is. Ook doet hij een aantal nieuwe toeschrijvingen. Hoe gedetailleerd de beschrijvingen per schilderij in de catalogus ook zijn, het blijft fascinerend te lezen hoe Ertz aan de vorm van een blad aan een boom of een nevelig landschap in de verte, de hand van Jan of Pieter ontdekt.

Pieter en Jan zijn de zonen van de onbetwiste meester. De Vlaamse kunstenaar Pieter Brueghel de Oude (1520/25-1569) was de 'Boerenbrueghel', de 'Drolle Brueghel', die tegen de italianiserende mode van zijn tijd in, het 'platte' Vlaamse landleven ging schilderen. Kermissen, religieuze voorstellingen, spreekwoorden en gezegden, plattelandsbruiloften en -schranspartijen: Brueghel legde ze vast in een fantasierijke, ruwe en beetje naïef aandoende stijl. Het was die stijl - met een niet altijd kloppend perspectief en een wat krakkemikkige anatomie van de afgebeelde figuren - die de kunstenaarsbiograaf Karel van Mander veertig jaar na Brueghels dood deden opmerken dat de kunstenaar 'was uitgekozen door de natuur als één van de boeren die de boeren afbeeldde'.

Brueghels oeuvre is klein: het telt slechts vijfendertig tot veertig authentieke doeken. Maar dankzij het werk van zijn zonen, die de geschiedenis zijn ingegaan als vlijtige kopieerders van de voorstellingen die hun vader had bedacht en geschilderd, is Brueghel de Oude beroemd geworden. Zijn boerenbruiloften gaan nu op affiche en placemat, op koektrommel en ansichtkaart de wereld rond.

Het is het ondankbare beeld van zonen die de schaduw van hun vader waren - bekwaam maar niet geniaal, vaardig maar niet origineel - die de tentoonstelling in Essen in een ander licht stelt. Er zijn volstrekt originele schilderijen te zien, waar geen compositie van de vader aan ten grondslag heeft gelegen. En er zijn artistieke ontwikkelingen blootgelegd. Zo verandert Jan tussen 1590 en 1610 van een typisch maniëristische 'wereldschilder', in een schilder van het brede, vlakke, zeventiende-eeuwse Hollandse landschap.

Hoe raar het ook klinkt, het is goed dat in Essen geen enkel schitterend werk van Pieter Brueghel de Oude te zien is. Dit in tegenstelling tot het Kunsthistorisches Museum in Wenen waar de expositie later dit jaar naartoe reist en waar twaalf schilderijen van Brueghel de Oude uit de eigen collectie zullen hangen. Het onvermijdelijke gaat daar immers gebeuren: je gaat vergelijken tussen vader en zonen, de doeken afspeuren op overeenkomsten en verschillen. En de conclusie zal zeker niet verrassend zijn, namelijk dat Pieter Brueghel de Oude nog steeds de grootste van de hele schildersfamilie is.

In Essen concentreert alles zich voor het eerst in de geschiedenis op het werk van de twee broers. Van de oudste, Pieter Breughel de Jonge, ook wel 'Hellenbreughel' genaamd, zijn achtenvijftig, veelal kolossale schilderijen te zien. Van Jan Brueghel de Oude - de jongste broer die het penseel zo fijnzinnig hanteerde dat men hem 'Fluwelen Brueghel' en 'Paradijsbrueghel' noemde - zijn ruim eenentachtig schilderijen op linnen en koper te zien, en ruim veertig tekeningen.

De tentoonstelling begint niet bij de ingang, maar verderop, in een cul de sac. Hier wordt het werk van de twee broers in drie kleine zaaltjes tegenover het (gereproduceerde) werk van de vader gezet. Zo zie je De Triomf van de Dood, het beroemde schilderij van Pieter Brueghel de Oude in het Prado in Madrid, hier drie keer: in zwart-wit (van Brueghel de Oude zelf) en twee keer in olieverf. Jan schilderde de lugubere voorstelling, waarop de Dood in duizenden gedaantes mensen martelt, vele malen. Maar de mooiste versie dateert uit 1597 en die hangt hier in Essen. Ook Pieter schilderde zijn vaders Triomf na, in 1626. De twee schilderijen zijn goede vertrekpunten voor de expositie, omdat het verschil tussen de twee broers er duidelijk in wordt.

Pieter is de naïevere schilder van de twee, met, wat mij betreft, het minste talent. Hij zwakt gruwelen af en maakt blijdschap minder blijmoedig. De lappen vlees die de vader nog aan z'n skeletten schildert, zijn bij Pieter verdwenen. Een in het water drijvend lijk is niet langer naakt, maar draagt een keurig lang hemd. En de kraai die broer Jan in de naakte blubberbuik laat pikken, is bij Pieter in de lucht opgelost.

Pieter heeft bovendien de meeste problemen met perspectief en anatomie, dat zie je ook bij zijn schilderijen verder op de tentoonstelling. Op ieder figuurtje, ieder skelet, ieder attribuut lijkt Pieter dagenlang te hebben gestudeerd; zo lang totdat er sjablonen ontstaan. Zo krijgt Pieters Triomf, ondanks het geweld, een bloedeloos aanzien.

Jan daarentegen is vernieuwender, ook in zijn kopieën. Hij voegt thema's toe aan de motieven van zijn vader, en schildert verder gestaag door, met het idee van de voorstelling al haarscherp in z'n hoofd, lijkt het. Daarom weet hij wél een suggestieve gloed van vuur en as en rook over zijn Triomf van de dood te leggen, en zijn broer niet - want die roert te veel in details. Daarom is bij Jan de dreiging veel groter. Bij hem heeft het uur van de dood daadwerkelijk geslagen.

In de andere zalen van de Villa Hügel blijkt hoe veelzijdig Jan was. Zo loop je door een schitterend oplichtende 'landschapszaal', met een voor het eerst aan de schilder toegeschreven groen-turkooizen Zeegezicht met rotsen (ca 1591). Er zijn uitbundige bloemstillevens, een paar prachtige, aan Roelant Saverij verwante Paradijslandschappen. Er hangen miniaturen - een van Jans specialiteiten - waarop niet met het blote oog te zien is dat hij met penseeltjes van slechts drie haren schilderde. Verder werkte Jan samen.

Want Jan was zich als geen ander bewust van zijn tekortkomingen. Dus steunde hij op bevriende kunstenaars. Zo schilderde Rubens de figuren in de Slag van de Amazones (1597-1599), hielp Paul Bril hem aan het begin van zijn carrière met partijen in het landschap en schilderde Sebastiaen Vrancx ruiterportretten voor hem.

Dergelijke samenwerkingsverbanden deden geen afbreuk aan de waardering voor Jans werk in zijn tijd. Net zo min als de kopieën naar een schilderij van zijn vader dat deden. Originaliteit is een rekkelijk begrip. En voor de late zestiende en het begin van zeventiende eeuw stond één ding vast: wat goed was, schilderde je gewoon over.

Lucette ter Borg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden