Zonder stem is opera ‘Rusalka’ meest zeggend

Rusalka..

MAASTRICHT Voor een componist moet het een boeiende opdracht zijn een opera te schrijven over een dame die haar stem kwijtraakt. Niet alleen daarom is het te begrijpen dat Antonin Dvorák zich aangetrokken voelde tot het bekende sprookje van de Kleine Zeemeermin dat, voor het door Disney werd ingelijfd, op naam stond van Hans Christian Andersen. Rusalka heet zijn bewerking van het verhaal over het meerminnetje dat stem en staart bij een toverheks inruilt voor twee benen, om de prins voor zich te winnen.

Het is in zekere zin jammer dat Dvorák een beetje heeft gesmokkeld, want die paar scènes met instrumentale muziek waarin Rusalka er het zwijgen toe doet horen paradoxaal genoeg tot de veelzeggendste van de opera. Zodra Rusalka echter is verstoten door de prins, krijgt ze haar stem weer terug. Dat is fijn voor Annemarie Kremer, die bij Opera Zuid de hoofdrol vertolkt, want nu mag ze na een poos stommetje gespeeld te hebben in het slotbedrijf weer stevig uitpakken, en dat doet ze dan ook. De cast bestaat overwegend uit zangers van eigen bodem, omdat regisseur David Prins de oorspronkelijk in het Tsjechisch gedachte opera in een eigen Nederlandse bewerking laat zingen. Hoewel het niet met alle klemtonen op rolletjes loopt, is het een respectabele vertaling.

De prinsenpartij van Jeroen Bik klonk bij de première erg beslagen, hetgeen door artistiek leider Miranda van Kralingen na de pauze op het conto werd geschreven van een griepvirus, dat daarna prompt oversloeg op het publiek. De bevallige Kremer, geflankeerd door een welluidende watertrol (Frank Blees) en een krachtdadige toverkol (Klara Uleman), liet zich door het gekuch niet van de wijs brengen. In de bijrollen vallen vooral prinses Frances van Broekhuizen (prinses) en kok Marcel van Dieren op met sterke en volstrekt verstaanbare bijdragen.

Veel vaart zit er niet in Rusalka. Dat ligt aan de opera zelf, die veel bespiegelend gezang en maar weinig interactie tussen de personages bevat. Wel is de muziek bij voortduring bekoorlijk, weelderig geïnstrumenteerd en rijk aan inspiratie, zelfs wanneer er sprake is van Wagner-derivaten. Regisseur Prins wil die kwaliteiten blijkbaar goed tot hun recht laten komen, en voegt dan ook weinig gebeurtenissen op de achtergrond en andere afleiding toe. Veel ruimte dus voor de sympathieke benadering van de Noors-Tsjechische dirigent Stefan Veselka die het Limburgs Symphonie Orkest tot liefdevol musiceren verleidt.

Het decor- en lichtontwerp van Reier Pos is vooral suggestief: met bescheiden middelen schept hij bos-, water- en ijsillusies. De pendant van de veelkleurige muziek zit hem veeleer in de bonte kostuums van Marrit van der Burgt, die niet zouden misstaan in het Land van Ooit. De zeemeerminnen kwispelstaarten, de trol loopt rond op zwemvliezen en de dryaden hebben twijgjes als vingers. Ook de dansende poes is hartveroverend. Wat dat betreft zit het wel goed met de jaarlijkse sprookjesopera die Opera Zuid de komende vijf seizoenen wil gaan brengen.

Frits van der Waa

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden