Zonder angst en vrees wil hij het einde halen, dat is zijn doel

Gesprek met schrijver Gerben Hellinga, ontdekkingsreiziger van de geest

Schrijver, criticus en psychonaut Gerben Hellinga belandde in hippie-gemeenschap Ruigoord. En bleef.

Gerben Hellinga. Beeld Jaap Scheeren

Ik heb Gerben Hellinga ontmoet, de man die zich een ontdekkingsreiziger van de geest noemt en schrijver is van thrillers en toneelstukken. Hij heeft me meegenomen naar The Summer of Love, en dan vooral naar dat magische gevoel van bevrijding en het openen van nieuwe deuren.

Niet dat hij een hippie is, zo wil hij zich niet noemen. Hij is een kunstenaar die zich op zijn gemak voelt bij hippies, omdat die vrijheid waarderen.

Het hippiereservaat en kunstenaarskolonie Ruigoord, aan de westelijke rand van Amsterdam, heeft hij mede gesticht, zonder het te stichten. We hebben het laten gebeuren, zo zegt hij het, in zijn atelier in Ruigoord. Het is hem en zijn vrienden overkomen, en toen hij er was, bleef hij. Eerst drie dagen, toen een zomer lang, en uiteindelijk woonde hij er dertig jaar. Nu werkt hij er nog steeds. Niets was gepland.

Zo schreef hij ook zijn toneelstukken en Sid Stefan-thrillers, go with the flow. Hij begon met een goeie eerste zin, en dan ging het lopen. Een plot had hij nooit, het drong zich op onder zijn vingers, een vaag idee in zijn achterhoofd kreeg gestalte, zo ongeveer. Op het einde van de dag zei hij tegen zijn vrouw Jinny: Ik ben zo benieuwd hoe het verder gaat.

Als je Hellinga ontmoet, kun je geen interviewer zijn, met een velletje vol prangende vragen, hopend op adequate antwoorden en het aanroeren van allerhande kwesties. Nee, je gaat zitten, tegenover hem, en dan luister je naar iemand die zegt dat toeval een glimlach is, of een knipoog, en soms een waarschuwing, en dat het vooral bevestigt hoe magisch het leven is.

Grenzeloze lelijkheid

Zie het als een beetje samen dobberen, kijken waar je uitkomt.

Dan kun je samen door Ruigoord lopen, hij met een stok, en een goed humeur, met zijn Jinny aan zijn zijde. Bijna 80 is hij, en hij moet het doen met een permanent trillende hand. De artsen zeiden dat het de ziekte van Parkinson kon zijn. Gelukkig niet, hij heeft een spieraandoening, en niks helpt, en hij hoeft zeker geen medicijnen. Dan maar trillen, who cares.

Vroeger was er een vlakte met woeste natuur om Ruigoord heen, zegt hij. Nu is er de herrie van laagvliegende vliegtuigen en zijn ze omsingeld door olie-opslagtanks, wind-molens, kolenbergen en grauwe blokkendozen die distributiecentra zijn - aan grenzeloze lelijkheid geen gebrek in het Westelijk Havengebied. De afstotelijke hardheid in vergelijking met het paradijselijk ogende Ruigoord vindt hij juist fa-sci-ne-rend.

In 1973 kwam hij hier terecht, na een al even magische aanleiding. Zijn vriend, de dichter Hans Plomp, redde begin jaren zeventig op zijn roadtrip door Marokko een Frans meisje dat uitgedroogd in een tentje lag. Een jaar later werd hij in een café in Amsterdam op zijn schouder getikt. Daar was het meisje weer, dat nu verklaarde in een kraakpand in 'Ruug-oorde' te wonen.

(Teskt gaat verder onder afbeelding).

sfgvbs Beeld Jaap Scheeren

Pure bevrijding

Een dorp in gedrang, zo bleek bij Plomps bezoek aan de Française. Ruigoord dreigde van de aardbodem te worden weggevaagd, vanwege de uitbreiding van de Amsterdamse haven. De oude pastoor van de dorpskerk moest naar een tehuis voor oude pastoors en zijn huishoudster naar een opvangplek voor overbodige huishoudsters. Tijd voor actie! Plomp nam een groep Amsterdamse kunstenaars op sleeptouw en zij kregen van de pastoor de sleutel van de dorpskerk - die nog steeds in hun bezit is.

Zo werd The Summer of Love in 1973 verplaatst naar hier, zegt Hellinga. En dan heb je het met name over de mentaliteit van toen. Want hij weet nog dat in 1967 een mondiaal gedeeld gevoel heerste van: NU ZIJN WE ER, NU WORDT ALLES BETER. De narigheid op aarde zou worden opgelost, denk daarbij aan economische ongelijkheid, het milieu en de talloze politieke problemen. Er was de opwindende muziek van bands als The Beatles die diende als soundtrack van de tijd. Met zijn allen woelend in de vibes van vrolijkheid en liefde.

De echt pure bevrijding duurde maar kort, jammer genoeg, vond Hellinga. Want in 1968 leek het weer voorbij te zijn. Opeens werden de verworven vrijheden een manier om geld te verdienen. Het materialisme ging met het hippiedom aan de slag. Niet dat hij zo middenin al die activiteiten zat, toen. Hij was dan wel een langharig afgezant van de sixties, hij was vooral een betrokken toeschouwer van de happenings. Hij zag het gebeuren. Zijn ambitie was om schrijver te worden.

Hier in Ruigoord ging die bevrijding wel verder, zegt hij. Ze konden al die jaren doen wat ze wilden, met gelijk-gestemden. Niemand keek hen op de vingers. Er waren geen bazen, geen belemmeringen. Dingen uitproberen met elkaar, feestjes organiseren, muziek, drugs, poëzie. Hij woonde in een stenen huis, tegenover de kerk, en kon toe met weinig geld, al die jaren. Hij schreef boeken en toneelstukken, deed van alles voor de tv en was toneelcriticus bij Vrij Nederland. Als hij een hit had, werkte hij een jaar niet. Of ging hij met het Amsterdams Ballon Gezelschap met de hippiebus, De Luchtbus, naar India en Marokko.

Gerben Hellinga zit op de bank in zijn atelier en zegt dat hij al heel jong een extreme vrijheidsdrang ontwikkelde. Je snapt de jaren zestig alleen als je, zoals hij, de jaren vijftig hebt meegemaakt, toen alles muurvast zat en iedereen deed wat was voorgeschreven. Misschien juist omdat hij in een vrijzinnig literair milieu opgroeide, zag hij nog beter de benauwdheid van die tijd. Zijn beide grootmoeders schreven kinderboeken, zijn opa vulde Franse leerboekjes: het fameuze zinnetje Papa fume une pipe was van hem. Zijn vader publiceerde twee dichtbundels en wetenschappelijke boeken, zijn oom detectiveromans.

Gerben zocht een uitweg. Die vond hij voor het eerst in een dichtbundel, begin jaren vijftig. Atonaal heette deze bloemlezing met experimentele poëzie, met dichters als Lucebert en Remco Campert. Samengesteld door Simon Vinkenoog (1928-2009), volgens Hellinga de grootste geest die zijn generatie heeft voortgebracht. Eindelijk werden de ramen open gezet, onder aanvoering van Vinkenoog, in zijn poëzie werden de grenzen opgerekt. Dat op school de bundel niet was toegestaan, maakte het extra interessant.

(Tekst gaat verder onder afbeelding).

Schrijver Gerben Hellinga en beeldend kunstenaar Rob van Tour, bewoners van Ruigoord. Beeld anp
Een impressie van het kunstenaarsdorp Ruigoord. Beeld anp

Bestemming

Als kind had hij in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken gezeten op de heide bij Nunspeet, in een klein stenen huisje. Zijn vader moest als krijgsgevangene naar Duitsland maar verborg zich met zijn gezin. Er was altijd de vrees dat vader zou worden opgepakt. Na de oorlog had Gerben daar als puber last van, zegt hij, de voorvoelde angst, opgekropte woede ook. Op de middelbare school bleek hij onhandelbaar en werd herhaaldelijk van school gestuurd.

Na langdurige sessies bij een psychiater luidde het advies aan zijn ouders: laat die jongen vrij. Zoals Hellinga deze zin nu uitspreekt, is het alsof het hem vanochtend werd meegedeeld. Hij lijkt de blijde boodschap nog steeds te voelen. Kort en goed: zijn ouders lieten hem begaan en begin jaren vijftig vond hij zelf een school in Engeland die bij hem paste. Daarna liftte hij door Europa, met een mes op zak, en een beetje geld van zijn vader. Hij ontmoette een Oostenrijkse, die hij achterna reisde naar de toneelschool in Wenen, werd acteur in Berlijn, kwam terug in Nederland en werd schrijver, midden jaren zestig. De ruimte en vrijheid die hij nodig achtte had een bestemming gevonden.

Gerben Hellinga verliet Ruigoord, en liep in zijn eentje over de naburige vlakte. Het was een prachtige zonnige dag, midden jaren zeventig van de vorige eeuw, en het zou de dag worden dat hij voor het eerst lsd ging gebruiken. Hij had lang gewacht, in vergelijking met de rest van het dorp, nu was hij er klaar voor. Om te beginnen moet je weten dat het hetzelfde gevoel van The Summer of Love is geweest die hem en zijn generatiegenoten de ruimte gaven te experimenteren. Hij had al wel een stevig blowtje gerookt en dat waren al echt, ja echt zeg maar, bij-zon-de-re er-va-ringen.


CV Gerben Hellinga

1937 Geboren in Samedan, Zwitserland

1956-1960 Theateropleiding Max Reinhardt Seminar, Wenen

1966-1967 Trilogie Sid Stefan-thrillers

1971 Toneelstuk Kees de jongen, ontving hiervoor de Henriëtte Roland Holst-prijs

1972 Documentaire met Pieter Verhoef, Rudy Schokker huilt niet meer

1973 Gaat in Ruigoord wonen

1985-1997 Toneelcriticus Vrij Nederland

1985 Roman Merg en been

1986 Met Jacques Klöters de musical De zoon van Louis Davids

1989 De terugkeer van Sid Stefan, onderscheiden met de Gouden Strop

1994 Uit je bol, samen met Hans Plomp

1997 Wintervlinder, een leven als mysticus

2016 De I Tjing van nu.

Gerben Hellinga, is gerouwd en heeft drie kinderen en vier kleinkinderen.

Terwijl hij daar buiten het dorp liep, begon het te werken, er waren geesten in de wolken die met hem communiceerden. Hij begreep wel dat het geen echte geesten waren en dat hij ook niet echt met bomen en vogels kon praten, maar het voelde als... als een werkelijkheid. De wereld achter de wereld, daar was hij terechtgekomen, precies zoals de Engelse schrijver Aldous Huxley het voorspelde, hij was door de The Doors of Perception gegaan, hij had deuren geopend en die zouden nooit meer dichtgaan - voor Gerben Hellinga, de psychonaut.

Als je hem vraagt, wat heeft je dat gebracht, al die jaren bewustzijnsverruimende middelen, dan komt het antwoord zonder terughoudendheid: de wil om door te leven. Want die ontbrak weleens. De burgerlijke wereld zei hem niets. Carrièremaken benauwde hem. Geld verdienen was een groot probleem. Opeens waren al die zaken maar aspecten, weet je wel, na het gebruik van lsd. Beter was het om door te gaan met vriendschap, vrijheid, en liefde, en werken aan een betere wereld.

Dat kan nu wel phony klinken, maar zo ziet hij het echt.

Want: Als je lsd gebruikt, voel je meer verbonden met elkaar, met de wereld om je heen. Je wordt beschermender van aard. De burgerlijke wereld is erg op zichzelf gericht en op veiligheid, inkomen enzovoorts blabla. Dat was nou net waar hij problemen mee had, met dat enzovoorts blabla. De middelen hebben het leven voor hem makkelijker gemaakt. Het zorgde er bijvoorbeeld voor dat hij niet aan de drank raakte. Want als zoon van een alcoholistische vader greep hij gemakkelijk naar de fles.

Cannabis - zonder tabak - werd zijn middel, en samen met paddo's en lsd zijn leraren, op een ontdekkingsreis naar de wereld achter de wereld. Ufo's, kabouters, Jezus, you name it - hij heeft ze allemaal gezien en vond het geweldig. Hij was hoegenaamd dood, in de hemel beland en daar kreeg hij te horen: waar was je al die tijd? En hij zei: ik was het vergeten.

Als hij over drugs vertelt, is het alsof hij een reisje langs de Rijn heeft gemaakt. De vrijheid om te gebruiken was niet aan iedereen besteed, dat zag hij op Ruigoord ook wel. Er zijn mensen in de problemen geraakt door de drugs, dat zal hij niet ontkennen. Hij heeft nooit het gebruik aangemoedigd, bij wie dan ook.

Toen in de jaren tachtig het gebruik van cocaïne, xtc en pillen een enorme sprong maakte, heeft hij samen met Hans Plomp Uit je bol geschreven, een voorlichtingsboek over drugs, dat zeventien drukken kreeg. Dat is ook The Summer of Love-mentaliteit, zegt hij. Dat je mensen gaat helpen, met de drugs. Zorg goed voor jezelf. Neem vitamines. Geef de jeugd een fundament. Zeker, nu het gebruik van drugs in zijn optiek totaal uit de hand is gelopen en de zware criminaliteit een belangrijke hand heeft in de handel.

Dat zijn kinderen af en toe drugs gebruiken, daar zijn het volgens Hellinga kinderen van deze tijd voor. Omdat het stabiele kinderen zijn, die goed terecht zijn gekomen, zegt hij, doen ze die dingen bewust. Ze groeiden op in Ruigoord. Zijn dochter keek vier jaar geleden in een interview terug op een chaotische, kleurrijke en zeer gezellige tijd. Discipline en orde vormden echter niet de hoofdmoot van het dagelijks leven.

Ik heb Wintervlinder, leven als mysticus gelezen, Hellinga's boek uit 1997. Van dit boek kun je zeggen dat het de lezer opgewekt, maar in totale verwarring achterlaat. Een paranormaal, psychedelische, autobiografisch reisverslag zou je het kunnen noemen - en toch volstrekt helder en logisch opgeschreven.

Het gaat erover dat hij zijn hele leven last heeft van dat rare gevoel. Hij wil het niet, maar het bekruipt hem, vaak gaat het gepaard met geklingel van hoge belletjes of een fluittoon. Met dit boek viel een last van hem af, eindelijk had hij opgeschreven wat er aan mystiek in hem huist.

The Summer of Love

Waar te beginnen?

Dan toch maar weer bij The Summer of Love, waardoor zijn neiging tot occultisme niet langer taboe was. Het hoorde bij die tijd om je te verdiepen in exotische godsdiensten, spiritualiteit, kaartlezen en het onbegrijpelijke, soms in combinatie met drugs. De grenzen gingen voor hem open naar alweer een nieuwe wereld, waar hij zich snel op zijn gemak voelde.

Dat rare gevoel - daarmee hij ging nu aan de slag, net als met de hogere inzichten. Hij verdiepte zich in I Tjing, het Chinese oeroude Boek der Veranderingen, een orakelboek dat antwoorden geeft op vragen. Hij kwam er achter dat I Tjing geweldig bij hem past. Hoe dat komt? Het overstijgt je ego, zegt hij. Hij kan zichzelf helpen, met zijn eigen problemen, en op den duur kon hij ook adviezen geven aan vrienden en onbekenden.

Gooi drie gelijke munten zes keer en het resultaat correspondeert met een spreuk in het boek. Hij noemt een voorbeeld: moet ik met haar trouwen?, vroeg een vriend. Hellinga gooide de munten: De I Tjing zegt dat het niet bevorderlijk is. De vriend deed het toch, en het werd een vechtscheiding. Op vakantie? Nooit zonder de I Tjing te raadplegen.

Als het gaat om zijn voorspellende en paranormale gaven, heeft hij een trackrecord, met opmerkelijke anekdotes, die hij in Wintervlinder en in het gesprek zonder twijfel presenteert.

Even wat hoogtepunten.

In 1983 werd bierbrouwer Freddy Heineken ontvoerd. Op het terrein vol autowrakken, niet ver van Ruigoord vandaan, ging hij op een dag sloophout kopen om z'n huis op te knappen. Hij voelde dat Heineken hier werd vastgehouden - wat inderdaad zo bleek te zijn. Naar de politie stappen, durfde hij niet. Ze zouden hem voor gek verklaren.

Vijf jaar later kwam er een echtpaar naar Ruigoord. De vrouw zocht een atelier en sprak Hellinga aan. Haar man in regenjas bleef op de achtergrond. Toen ze weg waren, zei hij hardop dat hij hetzelfde voelde als toentertijd bij Heineken. De man werd later gearresteerd als de ontvoerder en moordenaar van AH-topman Gerrit Jan Heijn.

Eind jaren zeventig verbleef hij in New York en kreeg hij bezoek van een vriendin van een vriendin. Die wilde van hem weten of het nog ging opschieten met haar zangcarrière. Hellinga legde de I Tjing-kaarten en deinsde achteruit van het resultaat: nog nooit had hij zulke mooie kaarten gezien. Dit meisje kwam aan de top, bleef aan de top en zou een megaster worden. Haar naam? Madonna! Van haar belofte dat ze elkaar zouden zien als zijn voorspelling zou uitkomen, is het (nog) niet gekomen.

Nog eentje dan. De vrouw met wie hij al dertig jaar samen is, astroloog en feng-shuiconsultant Jinny Thielsch. Hij had haar gezien, bij een andere I Tjing-specialist, toen hij net gescheiden was. Hij kon haar niet uit hoofd zetten. Vraag aan I Tjing: hoe bevorderlijk is het om deze vrouw te trouwen? Antwoord: een geel onderkleed staat voor de hoogste vorm van voorspoed. Hij wist genoeg, hij wist dat het een fan-tas-tisch huwelijk ging worden.

Hellinga loopt langs de oude dorpskerk en langs ateliers die langzaam maar zeker door een volgende generatie worden overgenomen. In een nieuw gebouw komen werkruimten, en een gemeenschappelijke ruimte. Hippies, als jarenzestighippies, zijn er niet meer, zegt hij. Maar de wereld heeft een bepaalde hippiekleur gekregen, een bepaalde sfeer, en die is niet meer weg te denken.

Natuurlijk dacht dat hij dat het een algemeen mondiaal gevoel zou worden en natuurlijk is dat niet gebeurd.

Dan houdt hij even stil en zegt: je kunt niet zeggen, het heeft niet doorgezet of we hebben gewonnen. De wereld veranderen in een 'groot Ruigoord' was nooit de bedoeling. Dat kan niet, dat hoef je hem niet te vertellen. Maar denk aan duurzaamheid, zegt Hellinga, dat komt rechtstreeks uit de Summer of Love voort. Vroeger wilde niemand onbespoten appels van Ruigoord. Daar zouden beestjes in zitten. Nu is alles onbespoten, zogezegd. Verandering kost tijd.

Hij loopt voorbij het werkhuis van zijn oude kunstenaarsvriend Hans Plomp, Casa Poëtica. Wat Hellinga ook nog wil zeggen over zichzelf, is dat je naar hem niet alleen moet kijken als een psychonaut of een mysticus. Of als een vreemde snoeshaan. Hij is altijd een serieus schrijver geweest, met een stevig oeuvre. Zijn laatste boek is hij nu aan het schrijven, over ouderdom, de dood.

Zonder angst en vrees wil hij het einde halen, dat ziet hij als zijn doel. Ouderdom is een zware tijd, zegt hij, en daar zijn we als mens niet goed op voorbereid. Aftakeling is een e-nor-me er-va-ring. Hij vergelijkt het maar met zijn kleinzoontje. In het reusachtige tempo waarmee deze opgroeit, wordt hij zelf steeds kleiner, stapje voor stapje, druppel voor druppel. Totdat het ophoudt, zegt hij, gelukkig maar.

Schuifelend begeeft hij zich naar de uitgang annex ingang van Ruigoord. Daar staat een grote kastanjeboom, de enige in het kniehoge grasveld, als een magische poortwachter. Met zijn wandelstok wijst hij daarnaar. Dit is de plek waar zijn as moet worden uitgestrooid, zegt hij. Dat heeft hij al bedacht. Zijn as moet worden verstrooid om de boom heen, met de klok mee natuurlijk. Je hoeft niet altijd tegendraads te zijn.

Gerben Hellinga. Beeld Jaap Scheeren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.