Zomertijd, voor het geduldig genieten

Literatuurcriticus Arjan Peters adviseert lezing van 'Swanns kant op' van de man die met succes de almacht van de tijd aanviel: Marcel Proust.

Beeld ©M. Rougemont/Opale/Leemage

Van Marcel Proust (1871-1922) verwacht je niet meteen de uitroep O jee. De gesoigneerde auteur van meanderende zinnen vol glanzende metaforen, die ruim een eeuw geleden Du côté de chez Swann publiceerde, het eerste boek van zijn vermaarde zevendelige cyclus À la recherche du temps perdu, kon echter ook spontaan zijn en in zijn proza spreektaal opnemen. Omdat zij die kant willen laten zien, in hun streven Proust een scherp gesneden Nederlandse jas te geven, heeft het vertalersduo Martin de Haan en Rokus Hofstede het wufte 'hemel' (uit de vertaling van Thérèse Cornips, 2009) door 'O jee' vervangen.

En 'Ajuus' bezigt hij nu ook. Er bestonden al twee vertalingen van Du côté de chez Swann, en die kozen voor 'ik bedank ervoor' (M.E. Veenis-Pieters, 1966), respectievelijk 'ho maar' (Cornips). Proust wordt jovialer gemaakt. De titel van het begindeel is daarom demonstratief veranderd, van het correcte De kant van Swann in Swanns kant op.

Het tekent de Franse meester dat hij deze make-over kan hebben, zonder dat aan zijn kunstwerk afbreuk wordt gedaan. Eveneens moeten we vaststellen dat de complete eenvrouwsvertaling van Thérèse Cornips hiermee niet als verouderd kan worden weggezet. Haar Nederlands is ontegenzeggelijk strammer, maar je kunt aanvoeren dat er in Proust behalve een spontane ziel ook een vroegoud mannetje huisde. De nieuwe vertaling is niet de ultieme; het goede nieuws moet zijn dat we er een Proust bij hebben gekregen. En die schrijft ineens O jee, Ajuus en Oen.

Beeld ©M. Rougemont/Opale/Leemage

De verteller denkt terug aan de zomertijd van vroeger, toen hij met zijn ouders inwoonde bij oudtante Léonie in het stadje Combray. Daar leerde hij observeren, en wel zo verfijnd dat er eigenlijk niets voorgoed vast komt te staan, maar alles meer of minder in beweging komt. Dit geldt voor stemmingen, personen, voorwerpen (onder elke lichtval weer anders), en voor de herinnering zelf: alles wordt fluïde en deint.

De tijd, die doorgaans als onverbiddelijk wordt gezien en nimmer terug te draaien, verliest de almacht. De geest van de schrijver, die een scheppende geest is, blijkt zo lang hij het woord heeft sterker te zijn. Misschien wel daarom dat hij zijn zinnen ongaarne beëindigt, en niet terugdeinst voor drietrapsvergelijkingen.

De speciale kunst van Proust, wiens actie in de ritmische beschouwing gevonden kan worden en niet in de belevenissen (daarom is hij met name geliefd bij verstokte lezers die de gave bezitten van het geduldig genieten), vlamt juist op bij zogenaamd roerloze scènes. Als volgt beschrijft hij de bedlegerige tante Léonie, die minder ziek is dan ze tegenover de keukenmeid Françoise en de familie speelt: 'Aan de ene zijde van haar bed stonden een grote gele, citroenhouten ladekast en een tafel die het midden hield tussen een apothekerswerkplaats en een hoofdaltaar, waarop onder een Maria-beeldje en een fles Vichy-Célestins stapeltjes missalen en doktersrecepten lagen, alles wat ze nodig had om vanuit bed de dienst en haar leefregel te kunnen volgen en noch haar pepsine, noch de vespers te hoeven missen. Met de andere zijde stond haar bed tegen het raam, ze keek direct op de straat uit en las daar om haar verveling te verdrijven, als een Perzische vorst, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat de alledaagse maar oeroude kroniek van Combray, die ze vervolgens met Françoise van commentaar voorzag.'

Beeld ©Hannah Assouline/Opale/Leemage

Spot, precisie, welluidendheid en verstolen bewondering, het zit er allemaal in. Wat dat laatste betreft; deze suggestie zal sommige fans te ver gaan, maar zou Léonie een voorbeeld zijn geweest voor de latere Proust, die in het bed van zijn met kurk beklede Parijse appartement overdag uren vorstelijk kon zitten schrijven (bijvoorbeeld hieraan!), terwijl hij gedurende negen jaar met zijn huishoudster Céleste ook de laatste roddels doornam?

Léonie is een ander dan ze haar omgeving voorhoudt. Bij Proust staat niets en niemand vast - dat is het mooie van zijn oeuvre, en daarom kan hij niet genoeg uitweiden, je kunt je afvragen of het uitweidingen zijn of de hoofdzaak: want dat is de kern, de gedachte dat de wereld uitgebreid kan worden en eindeloos gemaakt, voorgoed verloren tijd bestaat niet wanneer de geest (of de zintuigen die door een waakzame geest nauwlettend worden gevolgd) hem beklopt, optilt en door de ruimte laat dansen.

Twee wandelingen kon je vroeger in Combray maken, langs 'de kant van Swann' (dan kwam je langs het huis van Charles Swann, een keurige man die ook een rokkenjager was, die een keurige vrouw heeft die ook een lichtekooi was - of in de brute woorden van de nieuwe vertalers een 'luxehoer'), of langs de kant van Guermantes. Over de hertogin met die naam maakt de jonge verteller zich al jaren smachtende voorstellingen, die hij moet bijstellen als hij haar ineens live ziet (inclusief een kleine pukkel die opvlamt op haar vooruitstekende neus). Maar de confrontatie zet hem ook bliksemsnel aan tot ververste fantasieën waarin de ietwat banale werkelijkheid toch opnieuw wordt overklast, dankzij de spitsvondigheid van de kijkgrage jongeman. Als er maar geestelijke beweging is.

Tot in de details zien we die onvervreemdbare signatuur. Niets staat vast, maar alles kan secuur worden bekeken en in stijl verwoord: 'Soms verscheen aan de middaghemel even de maan, wit als een wolkje, steels en zonder vertoon, als een actrice die nog niet op hoeft en vanuit de zaal in gewone kleren een ogenblik naar haar collega's kijkt, zich klein makend om niet de aandacht op zich te vestigen.' Al gaat het om een bescheiden natuurtafereel, Proust heeft het gezien en onthouden. Zo schrijven is vereeuwigen.

Beeld Tahirah Salomo000

Arjan Peters neemt mee

1 Gabriel García Márquez - Verhaal van een schipbreukeling Ga ik schuldbewust liggen lezen aan een strandje op Cyprus.

2 Edna O'Brien - Night Licht gedrogeerde monoloog, mij door de oude schrijfster zelve aanbevolen.

3 Stanisaw Ignacy Witkiewicz - Onverzadigbaarheid De Chinezen komen, wist de gekke auteur in 1930 al.

4 Valeria Luiselli - Valse papieren Mexicaans talent, moet ik nog ontdekken.

5 Sadegh Hedayat - De blinde uil Perzische melancholie, daar knap je van op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden