TV-RECENSIE ZOMERGASTEN

Zomergast Wiebes is geen gehaaide politicus, maar toch ook niet echt mens

Tot zondagavond kenden de meeste tv-kijkers minister Eric Wiebes waarschijnlijk vooral van een memorabel item van Zondag met Lubach. ‘Wiebes is geen politicus, maar een mens’, concludeerde Lubach na een tamelijk vernietigend verhaal over de vertrekregeling van de Belastingdienst die 66 miljoen euro te veel had gekost en waardoor precies de verkeerde mensen waren vertrokken.

Tot in het absurdistische werd in het item die ene enigszins hysterische soundbite herhaald: ‘Ik zou er zo kunnen solliciteren’, zei Wiebes met veel armgebaren over de Belastingdienst. ‘Ja, ja, oprecht, ja, omdat het, omdat het… prachtig is.’ Wiebes werd verder neergezet als een man die tijdens de WK-finale Nederland-Spanje Kafka las en tijdens de feestdagen in bad het werk van Tolstoj doorploegde.

Zondagavond zat hij met een getrimd baardje in de vijver van Zomergasten tegenover Janine Abbring, toevallig ook eindredacteur van ZML. Na Mark Rutte (2016) en Ben Verwaayen (2012) is Wiebes de derde VVD’er die de afgelopen jaren zijn ideale tv-avond mocht samenstellen. Een politicus in Zomergasten kan vervelend zijn, want te voorzichtig en te propagandistisch. Maar Wiebes is dus eigenlijk geen politicus, toch?

Na de slotscène uit Titanic een paar weken geleden in de uitzending met Van Gaal, was de YouTube-review van een lichtgewicht tent toch wel een van de verrassendste openingsfragmenten ooit van Zomergasten. Wiebes loopt gedurende vele jaren met zijn vriendin de Appalachian Trail, een tocht van 3500 kilometer en ‘een aaneenschakeling van verschrikkingen’.

Eric Wiebes Beeld ANP

Rendement en productiviteit

De wandelvakantie was een gevecht met regen en gewicht. Vooral op dat laatste vlak viel nog wat te winnen, zei Wiebes. Bijvoorbeeld door de regenkleding thuis te laten, want nat werd je toch wel. Helaas had hij daar ‘thuis nog geen draagvlak voor’. Het gesprek over trekking bleek later behoorlijk veelzeggend: we zagen Wiebes de rekenmachine, maar ook de man die geen boodschap heeft aan het woord ‘leuk’. Een man van rendement en productiviteit.

‘Het hoofd op poten’, werd hij thuis genoemd als hij gestrest was. Het gaat altijd door, in dat hoofd dus. Op tafel voor hem lag een kladblokje. Omdat ‘elk gesprek een brainstorm is’ en je dan wel een belangrijke gedachte op moet kunnen schrijven, ’s nachts in bed of live op tv.

Een ‘problem solver’ noemde Wiebes, voorheen werkzaam als consultant, zichzelf. Als wethouder was hij verantwoordelijk voor de Noord-Zuidlijn en nu als minister van Economische Zaken en Klimaat voor de Groningse gaskraan en de energietransitie. ‘Niet kijken hoe de wereld is’, zei hij over problemen oplossen, ‘maar bedenken hoe de wereld kán zijn.’

Vooruitgang en optimisme

Na het tweede fragment – over de complexe bouw van een droomhuis in Londen – kondigde Wiebes zelf maar vast het thema van de avond aan: vooruitgang. Waarom? Omdat vooruitgang volgens Wiebes altijd begint met een idee, waarna vele tegenslagen volgen en uiteindelijk heb je iets dat nooit zo mooi is als het idee. Eén eigenschap is bij dat proces onontbeerlijk: optimisme, ‘de zweepslag van de vooruitgang’.

Het fiasco bij de Belastingdienst wilde hij geen zeperd noemen, omdat het oorspronkelijke idee nog steeds goed was en de ‘vechtfase’ nog volop bezig. Het plan voor de Bijlmermeer, waarover een fragment werd vertoond, was wél een slecht idee, maar toch keek hij vertederd naar zo veel hoop.

Later op de avond ging het over de Witkar en de Tesla, over warmtepompen en robotisering. De rode draad was zo wel erg expliciet en soms wat sleets; over vooruitgang is het moeilijk wat spannends te zeggen.

Wiebes bleek behoorlijk bevlogen te kunnen vertellen, zolang hij maar niet over zijn eigen beleid hoefde te praten. Zodra het over de dividendbelasting of de Groningse gasbel ging, schoot hij in de verdediging en werd het gesprek moeilijk te volgen. De kritische vragen van Abbring werkten op die momenten averechts. Wiebes ontweek en was soms ronduit warrig.

Tweede feministische golf

Toen Wiebes 9 jaar oud was, overleed zijn vader, een kernfysicus. Zijn moeder voedde hem op, waardoor zijn jeugd in het teken stond van de tweede feministische golf. De rondslingerende Opzij’s hadden hem het idee gegeven dat vrouwen beter waren en mannen eigenlijk allemaal verkrachters. Publicist Renate Rubinstein had hem van die beklemmende gedachte genezen.

Doordat zijn moeder niet werkte, besefte hij pas als twintiger wat werk betekende. Niet alleen een inkomen, maar ‘meedoen aan de samenleving’, een doel. Dit inzicht illustreerde hij aan de hand van het verhaal over een anonieme naaste die soms geen werk had en soms wel. Als hij werkte had hij meer zelfvertrouwen en meer zin in het leven. Dan voelde hij zich nuttig, kortom.

Een fragment van econoom Milton Freedman, die aan de hand van de productie van een potlood ‘de magie van het prijzenstelsel’ bezong, leidde tot een twist tussen Abbring en Wiebes over de gevolgen van marktwerking. Wiebes vond het ‘een elitair idee’ dat economie er niet meer toedoet omdat het vervuiling veroorzaakt. Hij kwam er niet helemaal uit hoe het dan wel moest, de economie en de aarde beide laten floreren.

Veelzeggend was dat Wiebes over de twee ‘leuke’ fragmenten, Kreatief met Kurk en Pippi Langkous, vrijwel niets van betekenis kon zeggen. Nee, laat hem maar praten over nuttige zaken, over de inhoud. Over een ijskast, een vuilniszak, een Kees, een loodgieter of een van de andere retorische trucjes die hij gebruikte om zijn rationele spreekbeurt begrijpelijk te maken voor de gewone man.

Hoogste rendement

Een gewone man is Wiebes zelf allesbehalve. Voor het geld hoefde hij niet te werken. Waarom, vroeg Abbring, ging hij dan niet aan auto’s sleutelen of meer tijd met zijn zoons doorbrengen en waarom had hij toch zo’n haast? Wiebes greep terug op de dood van zijn vader, die toen 32 was. Hoe lang had hij zelf nog, had Wiebes zich geregeld afgevraagd. Een emotionele vraag met een zeer rationeel gevolg.

Wiebes wil alles uit het leven halen, het hoogste rendement dus. De belangrijkste eigenschap die hij in mensen waardeert is zelfstandigheid. Zijn vriendin en de moeder van zijn kinderen konden allebei alles. Het ergste wat je tegen Wiebes als tiener kon zeggen was dat iets voor ‘je eigen bestwil’ is. Vooruitgang is inderdaad een prachtig fenomeen, als je het bij kan benen tenminste.

Al met al rees wel degelijk een typisch beeld van een pragmatisch progressief liberaal, zeker voor een ‘antipoliticus’, zoals hij zichzelf omschreef. Een man die het liefst alles wilde berekenen en verbeteren, van een wandeltocht tot een vervoerslijn. Wiebes toonde zich zeker geen gehaaid politicus, maar toch ook niet echt mens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.