INTERVIEW

Zoete wraak op de poets die het lot ons heeft gebakken

Vrijdag verschijnt 'Wat kan mij gebeuren? Leven met René Gude' van Babs van den Bergh, de vrouw van de vorig jaar aan botkanker overleden Denker des Vaderlands. Rode draad zijn de tachtig mails die ze aan hun vrienden schreef in de jaren van Gudes ziekte. Ze legt uit waarom ze het boek schreef.

René Gude en zijn vrouw Babs van den Bergh met de speciaal voor hem ontworpen doodskist.Beeld Willem Popelier

De mails over het been van René schreef ik in het begin uit puur praktische overwegingen: om een feest af te gelasten. René brak zijn bovenbeen de dag voordat we een housewarmingparty zouden geven, lag in het ziekenhuis en moest geopereerd worden. Toen de genodigden mailtjes terugstuurden waarin ze vroegen hoe de operatie was verlopen, ontstond er algauw een e-mailbulletin waarin ik aan deze groep verslag deed van de wederwaardigheden van René.

En waarin ik om hulp vroeg. Vooral: wie wil René's lunch verzorgen als ik op mijn werk ben? René zou namelijk drie maanden niet kunnen lopen en dus nog geen kopje koffie uit de keuken kunnen halen.

Babs van den Bergh (non-fictie) Wat kan mij gebeuren? Leven met René Gude / Verschijnt 9 september bij Atlas Contact, € 19,99.

Maar het verhaal ging verder - er volgden nog een operatie en een heftige chemotherapie -, en toen bleek dat ik de e-mails zeker niet alleen nodig had om er de praktische uitdagingen van het leven mee het hoofd te bieden. Zij hielpen mij vooral om te begrijpen in wat voor een toestand wij ons bevonden. Door het aan anderen te beschrijven, en het verhaal en passant wat te verzachten, kreeg ik er meer greep op. Door onze geliefden gerust te stellen, werd ik zelf wat rustiger. Door er de grappige details uit te lichten, kon ik er zelf nog eens om lachen. Door anderen te verhalen over ons leven genereerde ik bovendien ontzettend veel medeleven. René kon geen kant op, maar ons huis werd een zoete inval, zodat hij de buitenwereld niet hoefde te missen - en ik ook niet.

Dus ben ik blijven schrijven. In de perioden dat het beter ging met René verscheen het Bulletin natuurlijk wel minder vaak en twee keer heeft René zelf een boodschap geschreven aan de meelevers - zoals ik de mail-ontvangers alras was gaan noemen. In de mail die hij een paar weken na de eerste operatie schreef, vertelt hij hoe hij prinsheerlijk op de bank ligt en geniet van alle aandacht. Hij eindigt met de retorische vraag: Wat kan mij gebeuren? Het antwoord volgt in de rest van de ongeveer tachtig mails die ik in de loop van zeven jaren heb verstuurd.

Tot op het laatst joeg de dood René Gude geen angst aan

In 2013 kreeg filosoof René Gude (1957-2015) te horen dat de botkanker die een paar jaar eerder was geconstateerd, niet verder te behandelen was. De doodstijding bleek het startschot voor een spetterende finale waarin René Gude, om met Nietzsche te spreken, ten volste werd wie hij was. (+)

Achterblijvers

De andere passages schreef ik na René's overlijden. Daarin staat wat mij eigenlijk allemaal overkwam. Hoe ik het heb ervaren om jarenlang bezorgd te zijn, te zorgen voor een zieke, later gehandicapte en nog later stervende. En hoe het was om getrouwd te zijn met de Denker des Vaderlands die zijn sterven tot publiek thema maakt. Want dat vroegen de mensen mij wel eens: 'Zeg Babs, hoe is het nou eigenlijk voor jou?' Geheel volgens zijn filosofie flapte ik er dan uit: 'Nou, voor mij is het het ergste'. René maakte zich immers vooral zorgen over de achterblijvers.

Eenmaal begonnen aan het echte antwoord, bleek ik zelf vooral te willen weten wat voor een plezier we allemaal gehad hebben in die jaren, over welke absurditeiten we hebben gelachen en waarvan we hebben genoten. Hoeveel we van elkaar hielden, hoeveel warmte we hebben ontvangen en hoe goed we het hadden met de kinderen. Ik wilde de sublieme grapjes van René boekstaven, opdat ik er steeds opnieuw om zou kunnen grinniken.

Ik merkte ook hoe moeilijk dat was, al was het alleen maar omdat ik timing, intonatie en gezichtsuitdrukking onmogelijk allemaal kon beschrijven, of omdat zijn grapjes vaak sterk gebonden waren aan de context. Een voorbeeld: Voor onze woonark voer in die jaren heel vaak de inmiddels eveneens overleden Willem Bos langs, op zijn groengele sleepboot. Willem Bos had een bloeiend bedrijf in berging en sleepwerk, waarschijnlijk ook omdat hij de fantastische slogan voerde: 'Willem sleept alles wat drijft'. Vaak als hij voorbijkwam, wezen wij elkaar op het drijvende object dat daar dan achteraan hing; een woonark, een vlot, een lading hout. Op een dag riep René, zittend in zijn rolstoel voor het raam, opgewonden: 'Babs, Babs, kom gauw kijken!' Ik holde naar hem toe, als altijd alert en dus op dat moment al geschrokken. 'Kijk, daar, op het water!' Ik zag niets bijzonders, alleen de ons bekende sleepboot. 'Je moet goed kijken! Zie je dat touw daar, dat achter Willem aansleept?' Ik zag inderdaad een lijn in het water hangen. Proestend bracht René uit: 'Weet je wat dat betekent? Willem sleept vandaag iets dat níét drijft! Dit is een doorbraak! De firma Bos heeft radicaal geïnnoveerd. Dit is fantastisch! Wat zou het zijn?' René verslikte zich bijna in zijn enthousiasme en er volgde een hoestbui.

Het is onmogelijk zijn ondeugende, triomfantelijke, van zijn eigen grap genietende gezicht in alle details te beschrijven: zijn licht loensende bruine ogen, hand voor zijn mond, borstkas schokkend van het lachen. Even ingewikkeld is het om de precieze melange van mijn gevoelens te omschrijven: opluchting dat er niets aan de hand bleek en lichte irritatie over de schrik, geamuseerdheid over zijn spitsvondigheid en vooral trots dat de doodzieke René bezig was geweest met het mij bereiden van een grap.

Moeilijk, maar heerlijk. Want ik moet nu weer lachen, ik ben weer trots en ik geniet opnieuw. 'Willem sleept nu ook dingen die niet drijven' staat niet eens in het boek. Zo fijn is het om het mooie en goede uit die tijd naar boven te halen, dat ik deze gelegenheid aangrijp voor nog maar een anekdote. Het is mijn zoete wraak op de poets die het lot ons heeft gebakken. Met 'Wat kan mij gebeuren?' haal ik verhaal op de tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden