Zoenen op de Montmartre

Het is niet het doel, maar de reis zelf die de biograaf naar zijn biografie leidt. En zoenen op de Montmartre ook.

Beeld Annabel Miedema

Het is een misvatting te denken dat je, om verre oorden en lommerrijke landschappen trefzeker te beschrijven, de studeerkamer zou moeten verlaten en zelf zou moeten afreizen naar die verre oorden en lommerrijke landschappen.

Toch doe ik het.

Waarom? Omdat de reis zelf de verbeelding aanwakkert. Richard Holmes heeft in Footsteps. Adventures of a Romantic Biographer onweerstaanbaar beschreven hoe hij als 18-jarige jongen in 1964 in het spoor van Robert Louis Stevensons Travels with a donkey een voetreis maakte door de onherbergzame Franse Cevennen. Holmes liep de blaren op zijn voeten en sliep op de rotsen onder de blote hemel - alles om in barse eenzaamheid dichter bij zijn held te kunnen zijn. Slotregel van zijn reisjournaal: 'It lead me towards biography.'

Honkvast

Jan Wolkers was naar eigen zeggen zo honkvast als een raaf op het borstbeeld van Pallas. Het grootste deel van zijn leven bleef hij gewoon thuis. Om te werken. Gelukkig woonde Wolkers in 1957 wel een half jaar in Parijs, zodat ik gedwongen was meermaals naar de lichtstad af te reizen. Wolkers was een beurs toegekend om te gaan studeren bij de beeldhouwer Ossip Zadkine in zijn atelier aan de Rue de la Grande Chaumière, de Weg van de Grote Hut. Wolkers woonde in het zojuist opgerichte Institut Néerlandais aan de Rue de Lille.

Samen met mijn geliefde liep ik een paar jaar geleden in Wolkers' voetstappen. We namen het liftje naar de vijfde verdieping van het Institut Néerlandais om te zien waar zijn zolderkamertje was geweest, waar hij gedichten had zitten tikken en aquarellen maakte. Dat kamertje bestond niet meer. Maar het uitzicht nog wel. We staarden over de zinken daken richting Place de la Concorde, aan de overkant van de Seine. Aan de andere kant van de zolder lichtte de Eiffeltoren zijn hoed.

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor de Volkskrant hield hij daarover een dagboek bij waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

Koffie

Weer afgedaald liepen we de Boulevard Saint-Germain omhoog, sloegen de Raspail in en wandelden naar Rodins bronzen beeld van Balzac in zijn kamerjas. Ik sloop naar binnen bij de Académie de la Grande Chaumière (nog altijd 'een vervuild aquarium') en daarna streken we neer bij La Rotonde op de Boulevard Montparnasse, waar Wolkers in '57 elke middag koffie dronk. Hij had het nu niet meer kunnen betalen: une tasse de café noir 6 euro.

Gretig staarde ik om me heen. Naar de overkant, naar La Coupole en Le Dôme, waar ooit Hemingway in zijn notitieblok had zitten krabbelen.

Het was schitterend, maar ik miste iets.

Aan haar

Toen bedacht ik dat Wolkers ook iets had gemist: zijn nieuwe lief, de woest aantrekkelijke Annemarie Nauta. Hij beloofde haar, toen ze hem in Parijs kwam ophalen, de hele stad aan haar voeten te leggen: 'De avond van je aankomst gaan we naar Mont Martre. Over de stad uitkijken met de armen om elkaar, vurig zoenend zo nu en dan. Ik wijs je alle gebouwen, oranje in de avondzon -zullen we hopen-, daarna, het wordt dan al schemer, gaan we eten op een terras op de Place du Tertre.'

Dat hebben wij toen ook maar gedaan. We deden onze ogen en oren dicht en zoenden vurig.

Dat hielp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden