Zoektocht naar het onwerkelijke

Het Breda Photo Festival toont dit jaar beelden van al dan niet gemanipuleerde menselijke schoonheid. Subtiel in beeld gebrachte lelijkheid levert echter de sterkste beelden op....

Dat het begrip schoonheid in kunstkringen niet meer alleen tot hilariteit leidt, mag inmiddels duidelijk zijn. Duikt anno 2005 in een kunstwerk gladgestreken menselijke schoonheid op, dan kun je aannemen dat de cosmetische industrie wordt aangesneden, of in ieder geval 'bewustwording' wordt beoogd van wat er in de wereld, al dan niet digitaal, gemanipuleerd kan worden.

Met het thema Onwerkelijke schoonheid was te verwachten wat een belangrijk bestanddeel van het fotofestival Breda Photo zou zijn: vlees, vooral vrouwenvlees, gretig gekoppeld aan een 'kritisch-onderzoekende' connotatie. Jawel, wéér Micha Kleins digitale schoonheden, naast foto's van hoopvol gebotoxte Amerikaanse vrouwen (Adrianne M. Norman), of anderszins gemanipuleerde vrouwenplaatjes (Emel Ertop: 'Ik wil de plastische chirurgie aan de kaak stellen.').

Het is dan ook niet deze wat makkelijke invulling van het thema die de interessantste lijn oplevert. De foto's bevinden zich in wel erg ruim over de stad uitgewaaierde tentoonstellingsruimten, terwijl ze in relatie met de hoofdtentoonstelling in het Breda's museum zinvoller zouden zijn geweest. Hier wordt een breed en stijlvol overzicht van voornamelijk 20ste-eeuwse fotografie getoond, die de gekwelde, schuchtere of onverbloemd erotische verbeelding van mensenvlees toont. De huidige 'schoonheid'-trend geeft daar immers een mooie extra lading aan.

Het is opvallend hoe hier de grote namen van de lichamenfotografie naast 'anonieme' afbeeldingen staan. De ooit als pervers weggezette collectie pin-ups van Louis Paul Boon wordt, eindelijk in overzichtelijk schema, gepresenteerd alsof het een diepere cultuursociologische studie van het naakt betreft. De allerminst voor de galerie bestemde zelfstudies van de Spaanse schizofreen Davide Nebreda blijken afgrijselijk indringend. Advertenties van homo-erotische internetsites, waar de geadverteerde zichzelf zo appetijtelijk mogelijk afbeeldt, maar dan wel met het gezicht weggepoetst, hangen hier alsof het een artistieke studie naar 'identiteit' betreft.

Dat ook elders in het fotofestival een bescheiden rol is weggelegd voor amateurfotografie en foto's die oorspronkelijk nooit als kunst bedoeld zijn, is niet alleen maar het gevolg van geldgebrek. Deze invalshoek toont dat het in de kunstfotografie niet meer alleen gaat om een zelf geschoten plaatje, maar ook om het door kennersblikken uitgekozen beeld. Gekozen uit de onnoemelijk grote en nog steeds groeiende stapel afbeeldingen die ons omringen in archieven, op internet en op straat. Hergebruik van bestaande afbeeldingen blijkt binnen een kunstcontext immers een onverwacht beeldend effect te kunnen hebben.

Bij sommige kunstfotografen is de invloed hiervan te zien: ooit toegepaste fotografie is de inspiratie geweest. Je zou deze invalshoek, om toch bij het thema te blijven, kunnen samenvatten als een zoeken naar spanning in het gewone. En hierin openbaart zich tussen de (voornamelijk Nederlandse) professionele fotografen een tweede lijn, die meer verrassingen in zich draagt, en die beter 'de schoonheid van het onwerkelijke' kan worden genoemd.

De jonge fotograaf Koen Hauser (1972) noemt zijn eigen zoektocht naar dit 'onwerkelijke' een 'wereld in een wereld'. Wie bijvoorbeeld bekend is met medische fotografie van begin 20ste eeuw ziet hoe hij deze schat aan vervreemdende afbeeldingen (van hysterica's, van al lang genezen ziekten en verminkingen) naar zich toe heeft getrokken.

Hausers foto's flirten met historische beeldtaal - zwart-wit, kaal, zakelijk - maar het is allemaal digitaal bewerkt, en zo vervormd dat wat eerst gewoon lijkt, bij beter kijken een bizar beeld betreft. Een mooi gezicht met hazenlip; een keurige man met een net te uitgerekt hoofd.

Ook hier komen thema's als manipulatie en schoonheid aan de orde, maar niet alleen als vluchtig statement. Het lijkt, inderdaad, alsof achter het gewone nog een wereld te ontdekken is.

Maar kun je zijn lichamen, op zachte wijze refererend aan ziekte, dood, en verval, schoonheid noemen? Subtiel in beeld gebrachte lelijkheid levert, althans in Breda, de sterkste beelden op.

Helemaal aan de andere kant van de stad, op de tentoonstelling Draagvermogen, roept een compleet ander genre foto's eenzelfde sensatie als Hauser op: metershoge fotoafdrukken van afbrokkelende, vernieuwde dan wel uitgewoonde industriële fabrieksterreinen, door Reinout van den Bergh en Huib Fens. Een bekend genre, zeker, maar ook hier blijkt weer hoe plekken die puur bedoeld zijn voor zakelijk gebruik van de hoogste schoonheid kunnen worden. Je vergeet dat het fabrieksterreinen zijn, het is een eigen, 'onwerkelijke' wereld geworden.


T/m 27 november (www.bredaphoto.nl).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden