Zoeker van adembenemende allure

De ex-Hongaar Ligeti, afkomstig uit ‘onmogelijke tijden en oorden’, maakte school als avant-gardist en had talloze navolgers, maar bleef tot het eind op zoek naar zijn ‘ware taal’....

‘Ik zou graag nog een poosje willen leven. Ik heb nog honderden ideeën. Het probleem is de tijd.’

Zo zat dat met György Ligeti, toen hij zich in 2002 naar Amsterdam sleepte om naar het Schönberg Ensemble te luisteren, dat zijn absurdistische muziektheaterstukken Aventures en Nouvelles aventures aan het repeteren was voor concerten en cd-opnamen. Ligeti, die zich de term grand old man van de avant-garde wat humeurig maar zonder veel tegenwerpingen liet aanleunen, heeft er nog vier jaar bij gekregen. Een periode waarin, voor zover bekend, niet veel uit zijn vingers is gekomen.

Maandag is hij na een lang ziekbed overleden in Wenen, 83 jaar oud, en het zou vreemd zijn te beweren dat zijn loopbaan niet was ‘afgerond’. Een componist die in de herfst van zijn carrière wordt benoemd tot artistiek directeur van zijn complete oeuvre op de plaat, alles nieuw op te nemen onder eigen supervisie – dat was tien jaar geleden de verbluffende werkelijkheid van Ligeti, de eerste componist die bij leven zijn hele oeuvre op cd heeft zien verschijnen.

Dat oeuvre past op weinig geluidsdragers (ruim een dozijn), en is zo divers dat het woord ‘cyclisch’ nauwelijks past. Zelf beschouwde hij zich als een ontwortelde, afkomstig uit onmogelijke oorden, verkassend van Hamburg naar Wenen en omgekeerd. ‘Ik ben iemand die uit verschillende tijden komt, uit verschillende landen, met verschillende talen, met verschillende politieke systemen’, vertrouwde hij de Volkskrant toe, toen het Londense Philharmonia Orchestra onder Esa-Pekka Salonen de spits van het platenproject afbeet. ‘Genetisch ben ik dezelfde mens, maar daar houdt het mee op.’ Datzelfde oeuvre is wel een van de meest invloedrijke gebleken van de eeuw.

Dat Ligeti’s akoestisch mausoleum aanvankelijk maar half voltooid raakte, viel te verwachten. De immer kritische Ligeti werkte Salonen en anderen zo op de zenuwen dat de Ligeti Edition werd afgebroken. Evenzeer lag voor de hand dat anderen de draad zouden oppakken. De Edition veranderde in een Ligeti Project, met fikse medewerking van onder anderen Reinbert de Leeuws Schönberg Ensemble. Samen vormen de helften een uniek monument van muzikaal kosmopolitisme.

Ligeti, geboren uit joods-Hongaarse ouders in Roemenië, ging in 1941 naar het conservatorium in Cluj en moest zijn studie daar afbreken. Hij bracht de oorlog door in een kamp. Na de bevrijding bleek zijn familie grotendeels uitgeroeid. Ligeti voltooide zijn studie in Boedapest, waar hij navolger werd van Bartók en op de huid werd gezeten door communistische autoriteiten die niet duldden dat een Concert Romanesc (1951) een onverwachte toon bevatte. Twee maanden na de vergeefse Hongaarse opstand in 1956 vluchtte hij ‘op handen en voeten’ naar het Westen, waar hij ontpopte als toontaalvernieuwer van adembenemende allure.

Met zijn techniek van de ‘micropolyfonie’, uitgewerkt in stukken als Apparitions, Lontano en Atmosphères, vond hij niet alleen zijn weg naar de zenuwcentra van de avant-garde, maar ook naar de soundtrack van Kubricks 2001, A Space Odyssey, een deeltijdbestemming waar hij later niet zonder trots op terugkeek. Na uitstapjes naar Fluxus, en een diepe creatieve crisis, leefde hij op, terend op inspiratiebronnen als Brahms, Lennie Tristano, Tibetaanse zangers en Noord-Afrikaanse drummers, die terugkeerden in stukken van sterk verschillende kleur en substantie, zoals een hoorntrio, een celloconcert, en fantastische piano-etudes vol onderhuidse variatie en ritmische persistentie.

Ligeti, een geducht analyticus aan het avant-gardeschoolbord – ‘x0 = (((b)))’ – liep ver vooruit op verschijnselen als nieuwe eenvoud en minimal music, maar was niet te beroerd om een onbekende componist als Nancarrow naar heldendom te promoten, of om zijn eigen voorbeelden uit te duiden. Zoals bij zijn micropolyfonie, die hij opstak van Bartók, Wagner, Ockeghem en Tallis. Hij noemde het ‘recombineren’.

Zijn laatste opus uit 2000, de cyclus Sippal, dobbal voor mezzosopraan, slagwerk, orgeltje en harmonicaatje, vat de complete (jazzy, absurdistische, zinderend-stilstaande, tempelachtige) Ligeti onder een microscoop samen. Zijn opera Le grand macabre uit 1978 heeft repertoire gehouden als een van de meest theatrale relativeringen van de dood aller tijden.

György Ligeti (foto uit 2003) (EPA)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.