Zoek op liefde

Onopgehelderd kelderincident

'Ik ben een geboren portretschrijver en een geboren Groninger. (...) Verder ben ik wat in mijn bloed zit, wat ik heb meegemaakt, wat ik heb verzonnen, wat ik heb geschreven. (...) Ik leg mezelf maar één beperking op en dat is dat ik een man ben, zij het niet uit overtuiging', zegt de ik-figuur in Zoek op liefde van Herman Franke .

De roman vormt het tweede deel van de vorig jaar begonnen cyclus 'Voorbij ik en waargebeurd' die in elk geval uit vijf delen zal gaan bestaan, maar misschien ook wel uit tien of meer áls Franke tijd van leven heeft. Omdat hij 'wil blijven zoeken', is hij niet van zins deze 'deconstructie van de autobiografische roman' stop te zetten

Waar hij, of althans zijn alter ego, naar op zoek is in dit deel, is het antwoord op de vraag wat het ergste is wat je tegen iemand kunt zeggen. Aanleiding voor deze speurtocht is het verhaal van een vrouw die de 'ik' in het Vondelpark ontmoet heeft. Ze vertelde over twee ruziënde neefjes, de een had rood haar en de ander een hazenlip. Na een onopgehelderd incident in een kelder voelden ze een enorme haat voor elkaar. De vrouw is de weduwe van de neef met het rode haar.

De 'ik' ontmoet de neef met de hazenlip, die bereid is te verklappen welke vreselijke woorden in zijn jeugd gesproken zijn, op voorwaarde dat de 'ik' eerst zijn eigen levensverhaal vertelt.

Gezeten op een bankje in het Kronenburgerpark in Nijmegen - aan de voet van een stenen leeuw en in het gezelschap van een verdwaalde papegaai - ontwikkelt zich een dialoog die soms wat gekunsteld overkomt.

Hoe intrigerend de filosofische woorden 'gelukkig bestaat levenskunst uit het lachend aanvaarden van paradoxen' ook zijn, ze klinken uit de mond van een eenvoudig man als de neef wel een tikje pedant.

Een lijstje met voornemens dat de 'ik' als vijftienjarige opstelde, is de kapstok waaraan hij zijn lotgevallen - waarin een grote rol is weggelegd voor de liefde - ophangt. 'Gebruik nooit geweld' is zo'n voornemen dat een mooi portret oplevert van zijn oudere broer, een driftkop die er niet voor terugdeinsde op de vuist te gaan met de gevreesde 'Groningse neger Baby C'.

Ook de andere jeugdherinneringen van de schrijver klinken net als in het eerste deel Uit het niets zo authentiek dat je vergeet dat ze misschien verzonnen zijn. Maar wat geeft het, alles 'wordt gelukkig steeds meer fictie, zoals alles fictiever wordt naarmate de tijd verstrijkt'.

Het is duidelijk dat Franke de grens tussen werkelijkheid en fictie probeert uit te wissen, hij speelt ingenieus een boeiend spel zonder regels. Het ene verhaal lokt het andere uit, personen komen en gaan en wat telt is de verbeelding. 'Je ervaringen worden steeds meer de ervaringen van iedereen... je leven klontert samen met alle mensen die leefden en nog zullen leven', mijmert een oude dame.

Franke schrijft ogenschijnlijk zonder duidelijke structuur, maar uiteraard moet hij wel vooruitkijken, wil hij bij een volgend deel niet in herhaling vallen, terwijl elk boek tegelijkertijd ook op zichzelf moet staan. En inderdaad zijn er tal van losse eindjes. Het drama van de neven wordt - hoewel niet geheel overtuigend - opgelost, maar de zoektocht van de 'ik' naar het naaktmodel Mathilde op een stereofoto uit de negentiende eeuw is nog in volle gang. De 'ik' en zijn vriendin Francien besluiten, al zijn ze niet zo jong meer, een kind te maken, maar of dat lukt?

Stof genoeg, en de uitkomst is niet van wezenlijk belang. De retorische vragen van Ilonka ('Kun je ook bang zijn voor hoop?'), een ex-geliefde die in Uit het niets al uitvoerig is beschreven, en de Groningse gedichten van Frankes moeder Marie zijn terugkerende elementen in dit caleidoscopische relaas. Je waant je in een spiegelpaleis, het domein van de romanticus die ongestoord zichzelf en anderen wil bekijken.

Toch zou je soms wensen dat de Franke zich meer beperkte, dat hij gewoon een heel boek zou wijden aan zijn jeugd in een Groningse hoerenbuur

t, waar hij als derde kind uit een katholiek middenstandsgezin in de naoorlogse jaren opgroeide. Want waargebeurd of niet, Franke weet vooral van die herinneringen een prachtig verhaal te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden