recensie muziek

Zoals een dj speelt met samples, zo maakt Raphaël Pichon een fantastische mix van opera’s in Stravaganza d’amore (vijf sterren)

Het ensemble Pygmalion. Beeld Pierre Gab

Raphaël Pichon heeft er een patent op: neem een trits opera’s uit een bepaalde periode, pik er de interessantste fragmenten uit en maak daar je eigen compositie van – vergelijk het met een dj die een serie samples aan elkaar rijgt tot zijn eigen mix. Met zijn hippe ensemble Pygmalion stapelt hij prijs op prijs en overrompelt hij zelfs de verwendste luisteraar.

In het Muziekgebouw aan ’t IJ zorgde hij voor spektakel met zijn programma Stravaganza d’amore, met werken die zijn geschreven rond de geboorte van de opera, aan het einde van de 16de eeuw. Aan de hoven van Florence en Mantua werden toneelvoorstellingen opgefleurd met muzikale tussenspelen, intermedii, die de kiem vormden voor het latere genre. Pichon maakte zelf vier intermedii voor zijn programma. Alle vier draaien ze om de liefde – waarom anders? – maar daarnaast klinkt in elk van de tussenspelen de opwinding door van een nieuwe tijd.

Neem Ineffabile ardore, Giulio Caccini’s jubelzang op de dag waarop een geliefde terugkeert. Omzoomd door een korte koorfrase van zo’n veertig jonge, krachtige zangers, neemt de sopraan Eva Zaïcik je met fonkelende stem mee in haar blijdschap. Als het gaat over tere emoties, omspeelt een zachte blokfluit haar zanglijn.

De keuze van solisten is een andere specialiteit van Pichon. Naast Zaïcik maakte de fragiele sopraan Lea Desandre indruk met haar lange overpeinzing Se i languidi miei sguardi (Als mijn kwijnende blikken) uit Monteverdi’s Ballo delle ingrate. Begeleid door tokkelinstrumenten houdt ze haar publiek minutenlang vast in de triestheid van haar gedachten.

In Jacopo Peri’s Euridice is het de alt Lucile Richardot die in oneindig veel kleurnuances stilstaat bij schoonheid en vergankelijkheid. Nicolas Brooymans zingt de stoerste aria van de avond, die van Plutone uit Caccini’s Euridice. Met trommels en trombones vult zijn rijke basstem het Muziekgebouw.

Het slot is voor Cristofano Malvezzi’s La pellegrina. Het orkest pakt uit met twee violen die tegen elkaar opbieden, met een fagot die zich de longen uit het lijf jubelt, met blokfluiten die over elkaar heen buitelen: het is feest. Zesstemmig klinken de koorzangers in Dolcissimi sirene (Zoete sirenen), en ineens gaat het niet over de liefde in algemene zin maar over het jetsethuwelijk van Ferdinando de’ Medici, groothertog van Toscane, en Christine van Lotharingen, een historische gebeurtenis die Florence in 1589 in zijn greep hield. Jupiter en Venus worden aangeroepen en afwisselend storten de drie vrouwelijke solisten en het koor hun gelukwensen uit over de geliefden. Ineens krijg je het gevoel dat al die fragmenten, uit al die composities, de hele avond al aansturen op deze gelukzalige finale. Applaus voor Stravaganza d’amore, een meestermix van Raphaël Pichon.

Raphaël Pichon. Beeld Harmonia Mundi

Stravaganza d’amore, door: Raphaël Pichon en Pygmalion. Genre: Klassiek . 23/1, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden